De druk van de natie

Afgelopen zondag speelde Engeland, in eigen huis, in een zo goed als vol stadium, de EK finale tegen Italië. Na 55 jaar kwam het voetbal weer thuis. Alles leek goed te gaan, al na ongeveer drie minuten scoorde de Engelsen en het duurde tot in de tweede helft eer de Italianen iets terug konden doen. Uiteindelijk liep het uit op een verlenging en ook daarin werd niet gescoord. De team waren aan elkaar gewaagd. Na de verlenging dus strafschoppen. Niet echt fijn, wel spannend. De Engelsen mistte in de slot minuten drie strafschoppen. Je zou kunnen zeggen slecht ingeschoten, je zou kunnen zeggen, prima keeper bij Italië. Het kan allemaal. Na afloop ging het alleen nog over de donkere spelers die de strafschoppen mistte. Het ging over de donkere jongens die de strafschoppen mistte. Spelers werden tot op het bot gediscrimineerd, onheus bejegend en dan druk ik mij zacht uit. Twitter ging volledig los. Ergens is dat toch ook de beerput van onze samenleving.

Op Twitter verscheen ook dit bericht:
This lad is 19 and carried the hope of a nation on his shoulders. When I was 19 I worked in Boots and giggled when I had to restock the Anusol. What an impressive young man

De Tweet, afkomstig van een bekende Britse, ging over Bykayo Saka. Saka, ,speler van Arsenal, was een van de jongens die een strafschop mistte. Ook Saka kreeg rechts extremistisch, rasistisch Engeland over zich heen. Medespelers, de bondscoach, de premier en ook de kroonprins steunde hem. Enorm goed natuurlijk! Waar ik ook wel mee zat was de vraag waarom je in hemelsnaam de hoop van een heel volk op de schouders van een negentienjarige kan leggen? Ik ben het volstrekt eens met de bekende Britse dame die schreef ‘What an impressive young man’. Ook ik vroeg mij af wat ik deed toen ik 19 was. Ik zat nog op school en was vrijwilliger bij het Apeldoorns Vakantiespel. Ik was de vos tijdens een vossenjacht, hielp kinderen bij het maken van een leuke tekening. Ik organiseerde een speurtocht voor kinderen die niet op vakantie konden en als ik tussen de lessen door vrij was, ging ik naar het strand. Ik had niet de last van een heel volk op mijn schouders. Op social media reacties dat we niet zo moesten zeuren, dat jochie was prof, was geselecteerd en moest daar maar gewoon staan. Daar kwam bij, hij werd er goed voor betaald en inderdaad zijn salaris staat in geen verhouding tot de 100 euro vrijwilligersvergoeding die ik voor mijn vakantiespel activiteiten kreeg. Ik vroeg mij af of dat salaris dan een regitimatie is voor de druk die je op de schouders van zo’n kind legt? Ik heb mij overigens altijd afgevraagd waarom de reserve keeper van Sparta meer verdiende dat een arts in het Erasmus. Het was een kwestie van marktwerking, kreeg ik dan te horen. Topspelers verdiende enorme salarissen omdat ze het ook opleveren. Dat zal ook vast de reden zijn waarom een volk ook zijn hele vertrouwen op de schouders van een negentienjarige legt, omdat wij ook met z’n allen zijn shirtje kopen, een seizoenskaart hebben van zijn club enzovoort. De boodschap was, het is gewoon een marktcomform salaris. Ik heb dat nooit begrepen, maar dat ligt echt aan mij.

Hoe kan het nu zijn dat de hoop van een heel volk op de schouders rust van een negentienjarige jongen?
Dat lijkt mij alleen mogelijk als je er veel en hard voor getraind heb. Ik heb geen idee op welke leeftijd Saka begonnen is, maar als je dan weet dat een club als Manchester City een selectieteam heeft voor kleuter jonger dan vijf jaar, dan krijg je wellicht enig idee waar ergens de weg richting de hoop van een volk ergens begint. Ik weet niet hoe het met u is, maar ik vind dat kleuters van 4 en 5 jaar nog lekker in de zandbak moeten kunnen spelen, zich moeten kunnen verstoppen. Als een dergelijke topclub al een selectie elftal met kleuters heeft dan kan je misschien nog een beetje begrijpen waarom ook Nederlandse clubs kinderen steeds jonger scouten, uit de eigen vertrrouwde omgeving weghalen. Al eerder schreef ik over een kind dat door Ajax helemaal uit Almelo werd gehaald. Een jeugdscout van Ajax zei ook een tijd geleden, ik citeer “Als wij niet doen, doet iemand anders dit!” Ouders zijn, trost op hun kind, niet zelden blij dat hun kind door een grote club gescout is. De documentaire Turn liet ons zien hoe ouders, in dit geval in de turmsport, ook gewoon een rol spelen in dit hele proces. Ook de vereniging waar het kind tot dat moment met vriendjes voetbalde is trots. Regelmatig kom je hele verhalen tegen op de websites van clubs waarin zijn ‘hun’ talent enorm veel succes toewensen bij willekeurig welke betaaldvoetbalclub.

In deze hele ratrace, waarin geld een enorme rol speelt, brengen wij kinderen op zeer jonge leeftijd bij elkaar en worden zij opgeleid, getraind, om ooit, op negentien jarige leeftijd de hoop van niet alleen hun eigen ouders, maar van een heel volk te zijn.

Wat deed jij toen je negentien was?

Geen fotobeschrijving beschikbaar.

De druk van de natie

Afgelopen zondag speelde Engeland, in eigen huis, in een zo goed als vol stadium, de EK finale tegen Italië. Na 55 jaar kwam het voetbal weer thuis. Alles leek goed te gaan, al na ongeveer drie minuten scoorde de Engelsen en het duurde tot in de tweede helft eer de Italianen iets terug konden doen. Uiteindelijk liep het uit op een verlenging en ook daarin werd niet gescoord. De team waren aan elkaar gewaagd. Na de verlenging dus strafschoppen. Niet echt fijn, wel spannend. De Engelsen mistte in de slot minuten drie strafschoppen. Je zou kunnen zeggen slecht ingeschoten, je zou kunnen zeggen, prima keeper bij Italië. Het kan allemaal. Na afloop ging het alleen nog over de donkere spelers die de strafschoppen mistte. Het ging over de donkere jongens die de strafschoppen mistte. Spelers werden tot op het bot gediscrimineerd, onheus bejegend en dan druk ik mij zacht uit. Twitter ging volledig los. Ergens is dat toch ook de beerput van onze samenleving.

Op Twitter verscheen ook dit bericht:
This lad is 19 and carried the hope of a nation on his shoulders. When I was 19 I worked in Boots and giggled when I had to restock the Anusol. What an impressive young man

De Tweet, afkomstig van een bekende Britse, ging over Bykayo Saka. Saka, ,speler van Arsenal, was een van de jongens die een strafschop mistte. Ook Saka kreeg rechts extremistisch, rasistisch Engeland over zich heen. Medespelers, de bondscoach, de premier en ook de kroonprins steunde hem. Enorm goed natuurlijk! Waar ik ook wel mee zat was de vraag waarom je in hemelsnaam de hoop van een heel volk op de schouders van een negentienjarige kan leggen? Ik ben het volstrekt eens met de bekende Britse dame die schreef ‘What an impressive young man’. Ook ik vroeg mij af wat ik deed toen ik 19 was. Ik zat nog op school en was vrijwilliger bij het Apeldoorns Vakantiespel. Ik was de vos tijdens een vossenjacht, hielp kinderen bij het maken van een leuke tekening. Ik organiseerde een speurtocht voor kinderen die niet op vakantie konden en als ik tussen de lessen door vrij was, ging ik naar het strand. Ik had niet de last van een heel volk op mijn schouders. Op social media reacties dat we niet zo moesten zeuren, dat jochie was prof, was geselecteerd en moest daar maar gewoon staan. Daar kwam bij, hij werd er goed voor betaald en inderdaad zijn salaris staat in geen verhouding tot de 100 euro vrijwilligersvergoeding die ik voor mijn vakantiespel activiteiten kreeg. Ik vroeg mij af of dat salaris dan een regitimatie is voor de druk die je op de schouders van zo’n kind legt? Ik heb mij overigens altijd afgevraagd waarom de reserve keeper van Sparta meer verdiende dat een arts in het Erasmus. Het was een kwestie van marktwerking, kreeg ik dan te horen. Topspelers verdiende enorme salarissen omdat ze het ook opleveren. Dat zal ook vast de reden zijn waarom een volk ook zijn hele vertrouwen op de schouders van een negentienjarige legt, omdat wij ook met z’n allen zijn shirtje kopen, een seizoenskaart hebben van zijn club enzovoort. De boodschap was, het is gewoon een marktcomform salaris. Ik heb dat nooit begrepen, maar dat ligt echt aan mij.

Hoe kan het nu zijn dat de hoop van een heel volk op de schouders rust van een negentienjarige jongen?
Dat lijkt mij alleen mogelijk als je er veel en hard voor getraind heb. Ik heb geen idee op welke leeftijd Saka begonnen is, maar als je dan weet dat een club als Manchester City een selectieteam heeft voor kleuter jonger dan vijf jaar, dan krijg je wellicht enig idee waar ergens de weg richting de hoop van een volk ergens begint. Ik weet niet hoe het met u is, maar ik vind dat kleuters van 4 en 5 jaar nog lekker in de zandbak moeten kunnen spelen, zich moeten kunnen verstoppen. Als een dergelijke topclub al een selectie elftal met kleuters heeft dan kan je misschien nog een beetje begrijpen waarom ook Nederlandse clubs kinderen steeds jonger scouten, uit de eigen vertrrouwde omgeving weghalen. Al eerder schreef ik over een kind dat door Ajax helemaal uit Almelo werd gehaald. Een jeugdscout van Ajax zei ook een tijd geleden, ik citeer “Als wij niet doen, doet iemand anders dit!” Ouders zijn, trost op hun kind, niet zelden blij dat hun kind door een grote club gescout is. De documentaire Turn liet ons zien hoe ouders, in dit geval in de turmsport, ook gewoon een rol spelen in dit hele proces. Ook de vereniging waar het kind tot dat moment met vriendjes voetbalde is trots. Regelmatig kom je hele verhalen tegen op de websites van clubs waarin zijn ‘hun’ talent enorm veel succes toewensen bij willekeurig welke betaaldvoetbalclub.

In deze hele ratrace, waarin geld een enorme rol speelt, brengen wij kinderen op zeer jonge leeftijd bij elkaar en worden zij opgeleid, getraind, om ooit, op negentien jarige leeftijd de hoop van niet alleen hun eigen ouders, maar van een heel volk te zijn.

Wat deed jij toen je negentien was?

Geen fotobeschrijving beschikbaar.

Op papier ons derde toernooi

Het is alweer twee jaar geleden dat aantal enthousiaste jeugdtrainers bij elkaar kwamen om hun gedachten te laten gaan over iets waar ze alle vier enthousiast over waren. Hoewel zijn dik tevreden waren over de club ontbrak er in hun ogen wel iets op de evenementenkalender, een groot meerdaags jeugdtoernooi. De vier bevlogen trainers, de mannen van het eerste uur, schetsen snel de eerste contouren van hun droom. Een tweedaags jeugdtoernooi diende er te komen, compleet met allerlei site events. Zij wilde een toernooi organiseren waar alle deelnemers nog jaren over zouden praten, een toernooi waar de deelnemers graag naar toe zouden willen komen.

De deelnemende teams zouden bij Columbia overnachten, er diende een camping te komen op het terrein van de club. Voor de site events werden er contact gelegd met allerlei partijen. De plannen kregen al vrij snel vorm. In een later stadium werd ook ik gevraagd mee te helpen bij de organisatie. Er diende een vergunning aangevraagd te worden, een veiligheidsplan gemaakt te worden.

Het Pinksterweekend zou het Toernooiweekend worden. Als site event kwam het idee naar voren om met alle deelnemers de Champions league finale op een groot scherm te gaan bekijken. De toernooicommissie kwam inmiddels elke week bij elkaar. De tenten, extra toiletgelegenheid, elektra in de tenten, de Columbia camping kreeg geleidelijk aan vorm. De deelnemers diende natuurlijk ook te eten, ook daar werden afspraken over gemaakt. Om lijn te brengen in alle ideeën schreef ik een Plan van Aanpak dat later omgevormd zou kunnen worden tot een draaiboek.

Al snel kwamen de eerste inschrijvingen binnen. Het toernooi liep vol. Het leek een gat in de markt. Er werden afspraken gemaakt met Centraal Beheer om daar de parkeerplaats te kunnen gebruiken voor alle deelnemende teams. Pendeldiensten werden georganiseerd. Met Accres werden afspraken gemaakt over de site events. Het toernooi kreeg steeds meer vorm.

Een toernooi in deze omgang kan niet bestaan zonder vrijwilligers. Functiebeschrijvingen werden geschreven. Gesprekken met het bestuur, een presentatie tijdens de Algemene Ledenvergadering.

Zoals wij allemaal weten stak het Corona virus een enorm stok in het wiel. Wat ons eerste toernooi had moeten zijn was door de maatregelen die genomen diende te worden onmogelijk geworden. Onze leveranciers, de deelnemende teams, iedereen kon begrip op brengen voor ons besluit. Het bleek echter dat ook het afgelopen jaar het toernooi om identieke redenen geen doorgang kon vinden. Waar wij het gehele toernooi zo optimaal mogelijk hadden ingericht. Volledig Coronaproof, met vaste looproutes, een aparte in én uitgang, een procedure voor bron en contactonderzoek, afspraken over het testen vooraf. Extra hygiënische maatregelen, bleek ook dat onvoldoende. Ons veiligheidsplan werd herschreven, paragrafen over hoe wij diende te reageren bij een besmetting, hoe wij bron- en contactonderzoek diende vorm te geven. Welke eisen wij stelde aan deelnemende teams. Het ging allemaal een stapje verder. De complimenten voor de organisatie maar ook dit jaar ging ons toernooi niet door.

Columbia Cup 2021 afgelast vanwege Covid-19


Op dit moment zijn wij bezig met de voorbereidingen voor, op papier, onze derde toernooi. Het is enorm fijn om te zien dat onze leveranciers ons niet in de steek hebben gelaten en dat ook de verenigingen van het allereerste uur, de weg naar Columbia weer weten te vinden. Wij waren al twee keer eerder rond met de organisatie, Wij richten ons nu op 2022. Ik heb geen idee wat de situatie op dat moment zal zijn. Ik hoop dat wij Covid dan redelijk onder controle hebben. Hoewel zo mijn vraagtekens zet bij termen als eigen verantwoordelijk en zoiets vaags als gezond verstand zullen er weinig toernooien zijn die bij aanvang zo enorm goed voorbereid zijn als ons toernooi. Laat ik zeggen dat ik er nu al zin in heb!

Denken in achterstand, creëert achterstanden

Wij hebben het, zo langs de lijn, op de tribune, niet zelden over kinderen die minder getalenteerd lijken. Al eerder schreef ik een artikel over het feit dat wij bij de club onze eigen waarheid realiseren. Wij laten kinderen afvallen omdat een kind, volgens onze, subjectieve waarneming, minder talentvol is. Trainers selecteren ook niet op de lange termijn, ze bekijken met wie zij op de korte termijn, het beste zouden kunnen presteren. De kinderen die geselecteerd worden mogen meer trainen, krijgen ook betere trainers en zie hier de self fulfilling prophecy. Dat is wat wij talentontwikkeling noemen. Het probleem is ook niet dat wij kinderen hebben die op enig moment minder talentvol lijken en, op dat moment, misschien ook wel zijn. Het probleem is dat wij in ons land erg gewend om kinderen te vergelijken. Het is volstrekt normaal om van jongsaf kinderen te selecteren. Wij meten en vergelijken wat af. Ik weet niet hoe het jullie is, maar wij vergeleken vroeger geregeld onze cijfers na een toets met elkaar. Voor de vakken geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde vond ik dat niet zo’n probleem. Bij de vakken Engels en vooral Frans vond ik dat een stuk minder grappig. Het gebeurde niet zelden dat thuis gevraagd werd hoe anderen een toets gemaakt hadden. In de sport doen wij niet anders. Het hele idee van competitie is gebaseerd het vergelijken met anderen. Toch zijn ook daar de omstandigheden niet gelijk, niet iedereen heeft dezelfde trainingsomstandigheden, traint ook evenveel uren. In 1985 werd ik met mijn team 3e op het NK. De top 10 trainde een gelijk aantal uren. Het jaar daarna haalde ik niet eens de eindronde. Het jaar daarop werd ik 7e. Ondertussen trainde wij nog steeds 1x in de week, maar onze tegenstanders in de eindronde, allemaal 2 of meer keren per week. Het verschil was gemaakt. Alweer enige tijd geleden schreef ik een verhaal over Thijs. Thijs viel af bij de selectietrainingen. Zijn vriendje Sjors werd wel gelecteerd. Sjors kreeg een betere trainer, kreeg betere trainingsvoorzieningen en ging ook direct fors meer uren trainen. Na nog geen half jaar was Sjors beter dan Thijs. Thijs haakte na verloop van tijd, een illusie armer, af.

Ergens is vergelijken met anderen erg gewoon. Schieten wij er erg veel mee op? Helpt het ons veel verder?

Het zou helpen als wij allen gelijk waren, als de omstandigheden voor iedereen ook gelijk zouden zijn. Ik hoop dat het een open deur is als ik toch moet concluderen dat niet iedereen gelijk is, niet iedereen gelijke kansen krijgt, de omstandigheden voor niet iedereen gelijk zijn. Wat heeft vergelijken dan voor zin, behoudens dat de conclusie dat je weet dat iemand die 4x per week traint wellicht beter zal zijn dan iemand die slechts 1x per week traint?

In het onderwijs lijken testen het ultieme doel geworden. In plaats van het leren leren, de kinderen voor te bereiden op een volwaardige deelname aan de maatschappij worden kinderen dood gegooid met testen. Er moet gemeten worden. Ja, eens, meten is weten maar wat weten wij dan na een test? Meten wij dan wat een kind weet of meten wij direct de ondersteuning die het kind van huis uit mee krijgt mee? Meten wij ook het feit dat een kind thuis niet (altijd) de beschikking heeft over een computer of een rustige werkplek? Meten wij niet ook de mate waarin een kind stressgevoelig is mee en mocht een kind stress gevoelig zijn, meten wij dan ook waar dat door komt? Ik heb in mijn kennissenkring ouders die hoge cijfers enorm belangrijk vinden. Er moet gepresteerd worden. Onze samenleving draait nu eenmaal om presteren, om beter zijn dan de rest.

Uit onderzoeken weten wij dat een al te zeer gericht zijn om prestatie leidt tot drop outs. Kinderen, maar ook volwassen sporters stoppen dus vaker als hun trainer al te zeer gericht is op prestaties. Toen ik dat las vroeg ik mij af waarom kinderen toch ooit waren gaan sporten. Waarom gaan kinderen voetballen? Waarom gaan kinderen volleyballen of hockeyen, of misschien turnen? Ik ging als kind op volleybal omdat ik het spelletje leuk vond. Bij de club leerde ik vrienden kennen. Er zijn er ook die een bepaalde sport gaan beoefenen omdat vriendjes dat ook doen. Een enkeling gaat een sport doen omdat ouders die sport ook beoefenen. Ik geef toe, mijn jongste zoon ging volleyballen omdat het voor ons logistiek handig was. Ik was actief in het volleybal en ook onze andere twee kinderen volleybalde. Hij vond volleyballen echter niet echt leuk en stopte daar ook snel mee. Hierna is gaan tennissen. Op zich vond hij dit leuk alleen mocht hij alleen maar trainen. Tennis was zo’n moeilijke sport, hij moest eerst maar een jaartje of zo alleen gaan trainen. Die ontzettend foute gedachte was ook in het volleybal langere tijd zeer gangbaar. Ook in het volleybal vonden wij dat onze sport zo moeilijk was dat kinderen eerst maar eens een paar jaar moesten trainen voordat ze wedstrijdjes mochten spelen. Heel veel kinderen vonden het om die reden al heel snel niet heel erg leuk meer en haakje af. Na het tennissen volgde het voetbal en op dat moment vonden wij het niet heel erg leuk. Het was te hard, te zwaar maar …. ze mochten wel direct wedstrijdjes spelen. Belangrijker was, maar ik geef toe, het duurde even voor ik zover was, hij vond het fantastisch. Voetbal was leuk en niet onbelangrijk. Zijn vriendjes voetbalde. Geen enkel kind gaat een sport beoefenen met het voorop gezette plan om wereld of Olympisch kampioen te worden of er op termijn zijn of haar geld mee te gaan verdienen. Dat zijn doelen die veelste ver liggen. Het kan best op enig moment in beeld komen, maar dat zijn het wij, de ouders, de trainers die dergelijke vergezichten schetsen.

Ik ben altijd een trainer geweest die methodisch wilde werken. Wat kan mijn team op dit moment? Wat moeten ze nog leren (lees wat kunnen ze nog niet) en wat zou ik ze in een seizoen kunnen leren? Met die informatie maakte in een plan. Van week tot week beschreef ik wat er geleerd moest worden. Ook ik gebruikte testjes om te kunnen bekijken wat de stand van zaken was. Het enige verschil was dat ik géén vergezichten schetste, zelfs het winnen van wedstrijden was niet een doel. Ik heb altijd twee doelen gehad, dat was leren volleyballen en plezier voor iedereen in de groep. Los van dat plezier ging ik mij dat doel om te leren volleyballen uit van wat mijn spelers niet beheerste, wat ze niet konden. Ik was mij nog niet zo bewust van het feit dat alles wat je aandacht geeft groeit. Met andere woorden dat ik met al mijn aandacht op alles wat niet goed ging het misschien wel steeds minder goed ging en ik het dus goed aan het verprutsen was. Hockeycoach Marc Lammers legde dit ooit perfect uit.

In het verlengde hiervan bevindt zich ook de constatering dat denken in achteruitgang ook achteruitgang creëert. Begin dit jaar publiceerde het Brabants Nieuwsblad hier een artikel over.

Het échte probleem is niet het verschijnsel van leerachterstanden, maar het feit dat we het volstrekt normaal vinden dat we kinderen al van jongs af aan vergelijken en selecteren. Dat belemmert hun ontwikkeling.

Even verder op staat te lezen “Kinderen die steeds vergeleken worden met anderen en minder goed presteren, raken eerder gedemotiveerd. Een self fulfilling prophecy.” Hier gaat het een klein beetje over Thijs.

Dan wordt in het artikel geconstateerd dat het spreken in achterstanden niet alleen schadelijk is voor kinderen en hun ontwikkelingspotentieel, maar ook een belediging voor alle leraren en ouders die zich hebben ingespannen om te doen wat mogelijk is onder deze bizarre omstandigheden. Of het nu een belediging is voor leraren en ouders waag ik te betwijfelen. Het waren toch die leerkrachten en die ouders die steeds aan het vergelijken waren? Het zijn niet de kinderen die in net NOS journaal komen melden wat de gemiddelde CITO score dit jaar was. Hij zijn niet de kinderen die aan die CITO score een advies koppelen voor een eventuele vervolg opleiding. In de sport kennen wij diezelfde drang met betrekking tot meten, ook wij kennen dat ultieme meetmoment, de selectietraining. Het verschil met het onderwijs is dat wij in de sport kinderen direct afserveren. Thijs haakte uiteindelijk af. Wij blijven ook in de sport ronddobberen in een heel fout paradigma. Wij gaan er volledig aan voorbij dat ontwikkeling niet lineair verloopt. Elke ontwikkeling heeft zijn eigen tempo. Iedereen krijgt vroeg of laat te maken met tegenslag, haperingen maar ook versnellingen.

Het denken in achterstand, creeërt achterstanden. Gaan wij uit van kinderen die het op enige moment wel kunnen en zetten wij dat af tegen kinderen die het niet kunnen creëren wij onze eigen waarheid en daarmee doen wij kinderen echt te kort. Wij leven onze eigen waarheid, volledig in de mist van waar wij varen. Het wordt tijd dat wij ophouden met selecteren, met kinderen af te schrijven voor ze nog begonnen zijn zich te ontwikkelen.

Varen bij slecht zicht of mist - Varen doe je samen

Onder inmense druk

Deze week waren velen verbaasd door eerst het statement van Noami Osaka en kort daarop het terugtrekken van Osaka bij Roland Garros. Osaka had, zo vertelde zij, erg veel moeite met de persconferenties na afloop van een wedstrijd. Als ze gewonnen had, oké dat ging nog wel maar voor het doorzagen door journalisten ná een verloren wedstrijd. Dat raakte diep. Zij kon daar niet langer tegen. De toernooi organisatie reageerde direct na de aankondiging dat zij de persconferenties zou gaan mijden. Zij zou uit het toernooi worden gezet en zou daar bovenop nog een flinke boete krijgen. Je zou wat meer bijval verwachten van haar collegae maar nee, alleen Serena Williams snapte de situatie. Mannetjesputters als Djokovic en Nadal maar ook Barty hadden weinig begrip. Als je ziet hoe snel de toernooi organisatie reageerde en met welke maatregelen zijn dreigde, kan je daar met een beetje gevoel nog begrip voor opbrengen. Ik moest terugdenken aan een aantal jaren geleden, het moment dat enkele wielrenners hun nood klaagde over een levensgevaarlijk parcours waar de wedstrijd organisatie de renners langs wilde sturen. Alles voor de kijkcijfers, er even aan voorbijgaand dat wij met mensen te maken hebben.

In een artikel op Nu.nl braken enkele sportpsychologen een lans voor Osaka. Het was dapper wat zij had gedaan en, zo dacht men, hier zouden tennissers op termijn hun voordeel mee kunnen doen. Osaka had een lans gebroken voor juist haar collega’s, zij wilde aandacht vragen voor de mentale gezondheid van tennissers. Tennissers zijn, je zou het bijna vergeten, ook mensen. Net als die wielrenners zijn zij geen instrument in handen van projectontwikkelaars die over de rug van sporters hun geld verdienen.

In een gesprek met vrienden over de actie van Osaka werd mijn standpunt keihard onderuit geschoffeld. Zo zat topsport nu eenmaal in elkaar en als je hier niet tegen kon je er maar beter niet aan beginnen. Ze verdiende genoeg, meer dan genoeg, ging mijn vriend in de overtreffende trap. Dit hoorde er nu eenmaal bij en hij zou er geen seconde minder om kijken. Ik was uitgekakt, hier kon ik niet tegenop. Nadat ik er wat langer over had nagedacht, kwam ik tot de conclusie dat hij misschien wel de kern van de zaak raakte. Het boeit ons als kijker, als consument, echt helemaal niks. Het ging om het vermaak en als sinds de gladiatoren in het oude Rome, boeide het de kijker echt geen drol dat de artiest er onder door ging. Wij willen ons identificeren met de winnaar. Iets niet goed kunnen, fouten maken, de wedstrijd verliezen, het wordt er al jong ingepompt, ingetrapt soms. Een wedstrijd is gelijk aan falen en falen is soms letterlijk dodelijk.

Top 5: De grootste gladiatoren | historianet.nl



Ik zag begin deze week de wedstrijd van Jong Oranje tegen Frankrijk. In de laatste minuut van de blessuretijd, op een 1-1 stand, besloot Justin Bijlow de bal niet bij zich te houden maar om de bal direct uit te spelen. De commentator had het niet over een geniale actie van de keeper, maar over het influisteren. De actie kon door de keeper zelf bedacht zijn. In de nabeschouwing ging het over het overzicht dat Stengs had en helemaal het geniale doelpunt van Boadu. Niemand had het meer over de actie waar alles mee begon. Keepers, verdedigers kunnen in het voetbal eigenlijk niets goeds doen. Houden ze een bal tegen, dan is dat dood normaal, hoort bij je taak, laten ze een speler lopen, tast de keeper mis, is het een doelpunt. Over de psyche van de keeper heb ik eerder een verhaal geschreven. Nadat de duitse keeper Robert Enke zich zelf van het leven had beroofd. Het keihard afstraffen van fouten, van vergissingen, zit er vroeg in. Langs de lijn bij een willekeurige pupillenwedstrijd doet pijn aan de ogen. In het volleybal hadden ze rond het maken van fouten zelfs een wedstrijdvorm gedacht. In het oude Circulatie volleybal kon je naar de kant als je de bal had laten vallen. Alles om kinderen te prikkelen geen fouten te maken. Als ik bang was geweest om te vallen, als mijn vader mij had vertelt nadat ik de eerste keer keihard op de grond was gevallen, had ik misschien wel nooit leren fietsen. Door fouten te maken leren wij, waar gewerkt wordt vallen spaanders. Het is dan ook veel belangrijker om niet zo spatisch met fouten, missers om te gaan, maar om er van te leren. Dat leren kost tijd en die tijd hebben wij niet. Wij leiden in heel veel sporten kinderen op die fouten het liefst willen mijden, die zelfs als een berg op zien tegen het bespreken van acties die misschien iets minder goed zijn verlopen. Soms bewust, maar ook vaak geheel onbewust, voeden wij angstige, foutenmijdende kinderen op. Het begint al met de vermaledijde selectietrainingen. Alsof wij met z’n allen een heel seizoen niet gekeken hebben, niet geluisterd hebben. Een soort CITO toets die niet zo zeer de huidige stand van zaken meet maar veel meer de mate waarin iemand in de ogen van de trainer het goed doet. Trainers selecteren niet op de lange termijn, die zijn niet bezig met dat punt op de horizon. Trainers zijn bezig met dat punt aan het eind van de straat, met hun eigen CV. Wij leiden met z’n allen kinderen op die vreselijk druk zijn om zich zelf met anderen te vergelijken, in plaats van met zich zelf te vergelijken. De enige vooruitgang die objectief en ook meetbaar is, is de vegelijking met jezelf. Winnen is ook niet winnen van de ander, van je tegenstander, winnen is winnen van jezelf. Elke dag beter worden dan dat je gisteren was.

Is jouw mindset vast of groeigericht? Doe de test! - HeartState


Terug naar Osaka en haar statement, de aandacht die zij vraagt voor de mentale gezondheid van tennissers. Een systeem is aan het denken gezet, denken sportpsychologen Jan Sleijfer en Kelly Dekker. Ik mag het hopen. Ik zou er voor willen pleiten om niet alleen binnen de tenniswereld eens na te denken over zoiets als mentale gezondheid, maar ook andere sporten aandacht te besteden aan de volledig doorgeschoten focus op foutloos resultaat sport. Prima dat je uiteindelijk wil winnen, maar laten wij leren fouten maken, laat ons vergissingen maken. Wij werken niet met een machine, wij hebben te maken met mensen. Ik zou Osaka enorm veel succes willen wensen en ik hoop dat de luiken bij tennissers als Djokovic, Nadal en Barty open gaan. Laten we de sport weer teruggeven aan de kinderen, aan de sporters, zonder die bemoeienis van sportbonsen, organisaties van wielerrondes, toernooi organisaties, zonder bemoeienis van rijke oliesjeiks of stinkend rijke oliegargen. Er zijn nogal wat sporten die volledig doorgeschoten zijn terwijl wij er met z’n allen bijstonden.

Dien je project in voor de Nationale Sportinnovator Prijs 2019 - Van  prestatie naar plezier - ZonMw
%d bloggers liken dit: