Emotie management

Gisterenmiddag speelde wij met ons elftal een oefenwedstrijd. Beide teams spelend op divisieniveau, beide teams bivakkerend onder in hun eigen competitie. Dat je een oefenwedstrijd van verschillende kanten kan benaderen bleek al snel bij het begin van de wedstrijd. De spelers van ons team werden met een tweetal taakgerichte opdrachten het veld ingestuurd. Zij moesten de eerste 10 minuten van de 1e helft vol druk zetten, op de helft van de tegenpartij spelen. De tweede doelstelling was dat ze in de 1e helft 5x de bal op de helft van de tegenstander moesten veroveren. In de rust werd aan de hand van deze doelstellingen ook de 1e helft geëvalueerd. De tegenstander had duidelijk één doel, namelijk het winnen van de wedstrijd. Je kan dus een oefenwedstrijd gebruiken om te oefenen, om beter te worden. Je kan een oefenwedstrijd ook gebruiken om eindelijk eens te winnen.

Als het winnen van de wedstrijd het doel is, is het achteraf altijd erg moeilijk om aan te geven waarom er nu gewonnen werd, dan wel verloren. Wat maakte dat je als team nu gewonnen hebt? Wat zou je als team moeten doen, als je verloren hebt, om de volgende wedstrijd wel winnend af te sluiten?

Gisteren verloren wij de wedstrijd nipt met 2-1. Wij miste gisteren wel onze sterkste speler op het middenveld. Daarbij was de scheidsrechter niet genegen om de aanslagen op de enkels, de elleboog tegen het hoofd van onze vleugelspeler te bestraffen. Zouden wij de wedstrijd wel hebben gewonnen als het elftal compleet was geweest, de scheidsrechter beter in de wedstrijd had gezeten? Zou onze tegenstander ons een volgende keer weer kunnen verslaan als wij weer compleet zouden zijn, een andere scheidsrechter zou fluiten, kortom er andere omstandigheden zouden zijn?

Het is al weer jaren geleden, ver in de vorige eeuw, toen de trainer van ons team aan ons vroeg wat wij wilde bereiken het komend seizoen. Wij waren hier vrij duidelijk in. Wij wilde kampioen worden en de finale halen van het Nederlands jeugdkampioenschap. De trainer leerde ons dat iedereen kampioen wil worden, dat iedereen de finale van het Nederlands kampioenschap wilde spelen. Het zou goed kunnen dat wij een geweldig seizoen zouden gaan spelen maar geen kampioen zouden worden en al helemaal niet het de finale van het Nederlands kampioenschap zouden komen. Het zou ook kunnen dat wij een geweldig slecht seizoen zouden spelen, maar wel kampioen worden in ook nog eens, als kers op de taart Nederlands kampioen. Niet omdat wij dan zo goed zijn maar omdat onze tegenstanders nog slechter zijn dan wij. Onze trainer wilde van ons iets anders horen, andere doelen, taakgerichte doelen. Doelen die gaan over leren van vaardigheden.

Nu blijkt uit recent onderzoek, onder voetballers in de Spaanse derde divisie, dat voetballers die denken dat hun coach en teamleden zich richten op de eigen prestatieverbetering in plaats van het beter zijn dan de anderen, zich meer betrokken voelen bij het team en vaker tevreden zijn. Het blijkt dat doelstellingen die een coach of een sporter kiest belangrijk voor de samenhang binnen het team, de motivatie van de spelers. Het kiezen van de juiste doelen draagt er toe bij dat iemand lekkerder in zijn vel zit, minder gestrest is. Het is bijna een open deur te stellen dat spelers die lekker in hun vel zitten minder gestrest zijn betere resultaten behalen. De paradox is dan dat het behalen van betere resultaten niet als doelstelling moet worden verheven. Een team functioneert beter als de coach, de sporter werkt met taakgerichte doelen. Hier verstaat men bijvoorbeeld onder het verbeteren van de inzet en verbetering van de individuele maar ook de teamvaardigheden. Taakgerichte doelen zijn leerdoelen, zelf beter willen worden en als team beter willen worden. Uit de resultaten van dit Spaanse onderzoek blijkt ook dat de gevoelens van teamcohesie en de tevredenheid met deelname aan het team toenamen bij spelers die met taakgerichte doelen werkten. Mijn oude trainer had dit begin jaren 80 van de vorige eeuw waarschijnlijk al door.

De trainer van onze tegenstander werkte met resultaatdoelen. Op het moment dat het slecht ging, na onze aansluitingstreffer, kort na rust, werd er door spelers op elkaar gescholden, de spelers verlegde aandacht van de bal naar de tegenstander. De coach verlegde zijn aandacht van zijn eigen spelers naar onze spelers. De scheidsrechter had zijn handen vol aan de wedstrijd. Ik vroeg mij dan ook af, zou het werken met taakgerichte doelen ook nog als effect hebben dat ongewenst gedrag op en langs het veld afneemt? Hier ging het onderzoek niet over, maar het zou de moeite waard zijn om die relatie ook eens te onderzoeken.

 

media_xl_1325515

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s