Jij bent te klein

“Bert!!” riep mijn moeder van onderaan de trap.
“Er staan jongens op jouw te wachten of je buiten komt spelen?”
Ik was op mijn kamer met Lego aan het spelen en had eigenlijk geen zin.
“Zeg je nog wat?” riep mijn moeder.
Ik stond op en liep naar het raam. In de tuin stonden John, Warner en Chris.
Warner en Chris waren broers, zij woonde achter ons. John zat bij mij in de klas. Ik speelde eigenlijk nooit met Warner en Chris. Zij waren ook een stuk ouder.
John zag mij staan.
“Hey Bert, wij gaan voetballen tegen de Scheldelaan, doe je mee?”
Hoewel ik eigenlijk geen zin had, liet ik mijn Lego bouwwerk voor wat het was en liep naar beneden.
“De Scheldelaan, wil tegen ons spelen,” zei Warner toen ik naar buiten kwam.
“Doe je mee, want anders hebben wij niet genoeg?”
Ik vond het wel een eer dat Warner en Chris aan mij gedacht hadden. Ik pakte mijn jas en liep met ze mee. Op het veld langs de Filters stonden al een heleboel jongens. De jongens aan de andere kant waren de jongens uit de Scheldelaan. De jassen werden op de grond gegooid om de doels te maken. Warner maakte de opstelling.
“Bert, jij begint er naast, oké? Jij komt er straks wel in.”
De wedstrijd begon. Ik stond langs de kant. De Scheldelaan maakte er een echte wedstrijd van. Het leek wel of ze allemaal groter waren. Wij kwamen al snel achter, drie corners penalty, dan gaat het hard. De tweede helft mocht ik er in van Warner. Warner zette zijn broer er even uit. Het was geen succes, het ging snel, ik wist niet waar ik moest lopen en werd al snel weer gewisseld. Chris mocht weer op mijn plaats.
Na onze verloren wedstrijd kwam Warner mij vertellen dat ik eigenlijk te klein was, ik snapte het nog niet zo goed. Voor voetballen moest je slim zijn, zei hij. Teleurgesteld liep ik naar huis.
“Was het leuk?” vroeg mijn moeder toen ik de keuken in liep.
“Ik ben te klein,” zei ik boos en liep stampvoetend de trap op.
Ik was kleiner dan de andere jongens. Ik zat ook een klas lager en zat ook nog maar net op voetbal. Met Warner scheelde ik bijna twee jaar. Met John maar twee maanden, maar John zat al wel twee jaar op voetbal. Hij wist al beter dan ik wat er bedoeld werd. Ook bij de voetbalclub was ik de jongste, dus de slechtste. Ook daar werd ik vaak als laatste gekozen. Geboren in september betekende ook dat ik daar tot de jongste behoorde. Ook daar had ik het moeilijk. In mijn klas waren er niet veel jonger dan ik. Ik scheelde bijna een jaar met de oudste van de klas. De juf op school vond dat ik nog erg speels was, vaak afwezig tijdens de les. Er ging geen dag voorbij dat zij niet zei:
“Wanneer leer jij het nu eens?

Pas veel later ontdekte ik dat ik niet dom was, of slecht kon voetballen. De andere jongens waren simpelweg ouder. Als de leerkracht een toets geeft, dan beoordeeld hij alle leerlingen op dezelfde manier. Terwijl er soms meer dan 1 jaar verschil kan zitten tussen de oudste leerling in de klas en de jongste leerling in de klas. Als de voetbalclub selectietrainingen organiseert kan het verschil tussen het oudste kind en het jongste kind soms wel twee jaar zijn. Kinderen zijn niet gelijk. Kinderen maken allemaal een verschillende ontwikkeling door. Ook hebben kinderen, zowel op school, als ook binnen de sportvereniging niet dezelfde startdatum. Zo zal het ene kind begonnen zijn in november, terwijl het andere kind bijna een jaar later voor het eerst naar de basisschool gaat. Op de voetbalclub kan het ene kind van 9 jaar, als vier jaar op voetbal zitten, terwijl het andere kind net begint. Het ene kind heeft een vroege groeispurt, terwijl het andere kind pas laat in de groei komt. Alle kinderen op dezelfde manier beoordelen levert dus een oneerlijke concurrentie op. Een jeugdspeler kenschetsen als dom, als minder talentvol, of minder scherp geformuleerd ‘minder goed’ is niet erg verstandig. Nadat uit onderzoek bleek dat er bij Ajax in de gehele opleiding, van de F-jes tot en met het eerste sprake was van een geboortekwartaal, verzuchte toenmalig hoofdopleidingen Co Adriaanse dat zij op deze manier misschien wel over jaren potentiële toptalenten, van het niveau van Cruyff als mislukt zouden kunnen hebben afgeserveerd. Als er sprake is van een geboortekwartaal effect zie je dat de meeste spelers geboren zijn in de eerste maanden van een leeftijdscategorie.

tekening-meetlat-blond-kind-bij-meetlat

Er kan een neerwaartse spiraal ontstaan wanneer spelers door teleurstellende ervaringen hun motivatie verliezen, waardoor de prestaties weer negatief beïnvloed worden. Jinks (1964) stelt dat het effect van succes en mislukking niet mag worden onderschat. Shearer (1967) liet zien dat motivationele factoren een rol spelen bij kinderen die zien dat oudere kinderen in de klas voortdurend meer succesvol zijn dat zij zelf. Dit zal ook in de sport gelden. Faalervaringen hebben hun weerslag op de werkhouding en motivatie. Jonge spelers die vaak horen dat zij niet goed genoeg zijn, gaan dit op termijn ook geloven. Het pleit er dan ook voor om een team, een groep, niet benaderen vanuit het feit dat het om een groep gaat, maar ieder kind te beoordelen als individu. Een individu met mogelijkheden.

wp0_wpcf65c654_05_06

Het verdiend aanbeveling als sportverenigingen rekening zouden houden met het fenomeen geboortekwarteffect. Zo kunnen zij op de eerste plaats onderzoeken of er binnen de eigen vereniging sprake van een geboortekwartaaleffect.  Spelen de jonge eerste jaars spelers in de niet selectieteams of wel? Wat zegt deze informatie? Zijn de jongere spelers gewoon minder goed, of zouden zij wellicht op termijn beter kunnen worden dan de oudere spelers uit de selectieteams? Hoe kijken wij tegen de jonge, eerste jaars spelers aan die wel in een selectieteam zitten? Vergelijken wij hen met de eigen teamgenoten, die misschien wel 2 jaar ouder kunnen zijn of vergelijken wij die met spelers die qua leeftijd dichterbij staan? Ook is het de moeite waard om eens naar de sportleeftijd te kijken. Hoe lang doet iemand al een een bepaalde sport en welke ontwikkeling heeft deze speler in die tijd doorgemaakt? Hoeveel trainingsuren zijn er al gemaakt. Trainde de speler altijd maar 1x 1 uur per week of trainde hij al meer uren per week? Een volgend vraag die de club zich zou kunnen stellen is hoe de club überhaupt tegen selecteren aankijkt? Kijk je naar wat een speler op dit moment kan of kijk je als club naar wat een speler mogelijk over een aantal jaren zou kunnen? Vergelijk je dit potentieel bijvoorbeeld ook met de progressie die de speler heeft doorgemaakt vanaf het moment dat de speler is begonnen met zijn of haar sport? Zou je anders kunnen selecteren? Is het werken met geboortekwartaal quota een optie, zou het met andere woorden met selectiegroepen kunnen werken die een kleinere geboortekwartaal spreiding kennen? Kortom een hoop vragen om te beantwoorden voordat je als trainer je mening hebt over een individuele speler!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s