Doelgericht

“Mannen, wat is het fantastisch om hier te staan, om jullie vanavond te mogen coachen, in dit stadion, tegen deze tegenstander! Het eerste vrouwenteam van Heerenveen, dat is een mooie tegenstander. Wat gaan wij doen vanavond?”
“WINNEN!!!” roepen een aantal spelers.
“Dat is mooi, met hoeveel gaan wij vanavond van Heerenveen winnen?”
“Met 0-3! denk Walter.”
“Nou, ik denk wel dat ze een keertje tegen scoren. Ik ga voor 1-2,” roept Casper.
“Dat is een mooi resultaat mannen, maar straks aan het eind van de wedstrijd, staat het 3-0 voor Heerenveen. Tobias, jij krijgt twee strafschoppen tegen en een onterechte vrije trap waar je werkelijk niets aan kon doen. Jij hebt wel vijftien fantastische reddingen verricht. Wat blijft jou dan na vanavond bij van deze wedstrijd?”
“Ja, natuurlijk die twee penalty’s en die vrije trap natuurlijk!”
“Dat is mooi zuur, want je speelde een fantastische wedstrijd!”
“Om te winnen van Heerenveen, is het belangrijk om een aantal zaken van dat team te weten. Wat weten wij van Heerenveen?”
“Nou, dat het vrouwen zijn!”
“Oké, eens wat weten wij nog meer?”
“Dat ze in de eredivisie spelen en met 1-0 van Ajax hebben verloren.”
“Ook goed, maar weten wij hoe zij spelen? Weten wij of zij met twee of met drie spitsen spelen bijvoorbeeld?”
“Geen idee, eerlijk gezegd!”
“Precies, dat weten wij niet. Dit is wel iets wat wij snel te weten moeten zien te komen. Verder, wat weten wij over ons eigen team? Dat is ook belangrijk!”
“Nou, jij zegt altijd breed staan, in de eigen opbouw.”
“Goed, maar wat is dan breed staan?”
“Helemaal op de zijlijn!”
“Klasse, Yassine, jou doel voor de eerste helft is, breed staan bij de eigen opbouw. Het krijt op je schoenen en ….. dat ga ik in de rust controleren.”

De wedstrijdbespreking voor onze oefenwedstrijd tegen Heerenveen. De spelers benoemen, bij de vraag over wat ze vandaag gaan doen, een resultaat doel. Zij willen winnen. Een vrij logisch doel, want wie wil er niet winnen? Hierin zit ook direct het probleem dat ik heb met dit soort doelstellingen. Ook Heerenveen wil winnen en zoals de trainer ook aangaf, je kan een wedstrijd dik verliezen, terwijl je echt objectief beter bent maar doordat je simpelweg pech hebt, doordat een scheidsrechter zijn dag niet heeft. Kortweg, door omstandigheden die je niet onder eigen controle hebt. Mateloos frustrerend is dat. Tobias zei dat ook wel mooi; hem bleven die twee strafschoppen en die onterechte vrije trap bij. Terwijl hij die vijftien fantastische reddingen is vergeten. Het probleem met dit soort resultaat doelen is ook dat je na afloop amper zinvolle feedback kan geven over waarom je verloren hebt en wat je zou moeten doen om een volgende keer die doelen wel te behalen. Want wat kan je doen aan twee makkelijk gegeven strafschoppen en een onterechte vrije trap?  Doelen die je wel kan controleren, waar je wat zinvoller feedback over kan geven zijn de doelen die dichterbij je liggen. Dat zijn de doelen die gaan over leren van vaardigheden. Yassine moet, bij de eigen opbouw breed staan. Nu is breed staan weinig concreet, maar een doel als in de eigen opbouw loop jij langs de zijlijn is dat al veel meer. De trainer gebruikt bijna een sleutelwoord als hij zegt: “Het krijt op je schoenen!” Als hij in de rust terug komt op het krijt op de schoenen, zal Yassine direct de relatie leggen met het breed staan in de eigen opbouw. Als trainer heb je dan ook niet veel woorden nodig.

Voor een team geldt dus dat het vrij frustrerend kan zijn als je werkt met resultaatdoelen. Wat voor enkel de wedstrijd tegen Heerenveen geldt, gaat ook op voor de seizoensdoelen. Je kan als team dik degraderen, terwijl je echt een fantastisch goed seizoen hebt gespeeld. Na afloop van zo’n seizoen is er ook amper iets zinnigs te zeggen op de vraag waarom dit nu toch is gebeurd. Wat moet je doen op het volgend seizoen niet nog maals te degraderen of wat zou je moeten doen om het seizoen daarna weer te promoveren? Spelers zullen doorstromen, nieuwe spelers zullen worden ingepast, je kan weer opnieuw beginnen. Ook jouw potentiële tegenstanders zitten met dit probleem. Kortom, je weet ook straks, bij aanvang van de competitie vrij weinig over jouw tegenstanders. Het enige dat jij als coach weet is wat jou spelers kunnen. Je zou ook een beeld moeten hebben van wat zij nog niet beheersen, wat zij zouden moeten leren. Als je weet wat je kan en je hebt een idee wat je zou kunnen, dan kan je de route bepalen. Je kan gaan beschrijven wat jij jouw spelers, wil gaan leren, op welk moment en hoe je dat wil gaan doen. Een voordeel van zo’n jaarplan is dat je gaat zien dat je niet alles tegelijkertijd kan gaan verbeteren. Je zal als trainer dus prioriteiten moeten gaan stellen. Wat pak ik eerst aan, wat komt daarna?
De leerdoelen worden nu ook de onderwerpen waarop in de wedstrijd gecoacht kan gaan worden. Hierdoor zal je zien spelers doelen kunnen behalen, zonder dat er gewonnen behoeft te worden. Spelers zullen ook meer ontspannen de wedstrijd in gaan, meer gefocused op hun taak, op de uitvoering en zullen derhalve ook beter spelen. Het is een open deur door te stellen wat dit kan betekenen voor uiteindelijk toch dat wedstrijdresultaat.

Trainers functioneren natuurlijk nooit op een eiland. Jij bent als trainer van een team, van een speler, ook maar een passant. Jij krijgt spelers die al eerder getraind zijn door een ander. Jij zal jouw spelers ook weer overdragen aan een volgende trainer. Het jaarplan dat jij hebt gemaakt kan dan ook niet een op zich zelf staand geheel vormen. Als alle trainers binnen de verenging zouden nadenken over wat zij de spelers, op het niveau zouden willen gaan leren en zij zouden deze plannen met elkaar afstemmen, dán krijgt het technisch beleid van de vereniging echt vorm. De plannen zijn natuurlijk geen doel op zich. Je zal ze, als club, regelmatig moeten evalueren. De eindtermen kunnen ook weer rol spelen bij de selecties voor een nieuw seizoen. Clubs zouden ook na kunnen gaan denken aan een systeem waarin je spelers al lopende het seizoen kan laten stagelopen, laten meetrainen met een hoger team. Als de club beschreven heeft wat de leerlijnen zijn, dan zou je deze ook met elkaar kunnen vergelijken. Wellicht zou de C1 dezelfde leerdoelen kunnen hebben als de B3. Spelers uit de C1 zouden dan ook lopende het seizoen wedstrijden kunnen meespelen met de B3. Dat team behandeld de zelfde leerdoelen maar doordat de jongens ouder zijn, zal er meer onder weerstand gespeeld worden. De uitdaging voor verenigingen is hier eens naar te kijken. Zorg dat je jouw technisch beleid goed beschreven heb en maak je zelf, als vereniging minder afhankelijk van de passanten en de toevallige omstandigheden.

Wil je meer weten, neem dan vooral contact op!

 

sales-ad-media-2 (1)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s