Angst

Zo’n 15 jaar geleden, werkte ik als verpleegkundige op een afdeling van een psychiatrische instelling. Ik draaide in die tijd veel nachtdiensten. De nachten verliepen meestal rustig. Een van de bewoners, een oudere man, was geregeld ’s nachts wakker. Het was een angstige man. Als hij last had van de stemmen in zijn hoofd speelde hij gitaar. De versterker ging dan voluit. Dit was overdag nooit een probleem. Als dit ’s nachts gebeurde vaak wel. Een vraag of het geluid wat zachter kon of het verzoek om zijn koptelefoon te gebruiken, kwam niet altijd aan. Doordat ik regelmatig ’s nachts met dit verzoek kwam, was ik op den duur degene die zorgde dat hij zo’n last had van zijn stemmen. Hier moest in zijn ogen iets aan gedaan worden. In de bewuste nacht, hij speelde weer gitaar, de versterker stond voluit. Zijn buurman had hem al gevraagd of het wat zachter kon, waarna hij mij kwam informeren. Bij zijn deur aangekomen, klopte ik aan. Binnen gekomen stond de man naast zijn gitaar. Ik vroeg hem of hij wat zachter gitaar kon spelen of anders zijn koptelefoon kon gebruiken.
“Jij, jij, jij bent de schuld van alles. Jij bent Satan!” schreeuwde hij.
Ik hoorde een klik en in het maanlicht zag ik iets glinsteren in zijn hand. Een mes, flitste er door mijn hoofd.  Ik bedacht mij geen moment, deed twee stappen naar achteren en was bij zijn slaapkamerdeur. Hij kwam niet achter mij aan.
Beneden gekomen, mijn collega geïnformeerd. Ik moest even zitten, even rustig ademen.
“Ik ga terug, ik moet met hem praten.”
Ik beelde mijn in wat ik tegen zou kunnen komen, hoe het contact zou gaan.  Ik was niet bang. Ik wilde niet dat hij bang van mij was. Ik wilde echter ook niet op deze manier bedreigd worden. Het had iets te maken met elkaar willen zien als mens. Het had iets te maken met respect.

Ik werk nog steeds in de zorg, alleen niet meer in de directe cliëntenzorg. Ik ben naast mijn reguliere werk actief in de sport en ook daar heb je te maken met begrippen als angst en respect. Soms ga je naar een wedstrijd en dan proef je dat de angst voor de tegenstander er zo inzit dat je op je al achter staat voor dat je begint. Je hebt een idee in je hoofd over wat er zou kunnen gebeuren en deze gedachten bepalen je handelen. Angst bepaald je handelen. Je kan stijf staan van de angst, je hebt geen idee wat je moet doen. Je kan ook vluchten, de confrontatie niet aangaan. Je kan ook de strijd aangaan, vanuit het idee dat je dan in ieder geval strijdend ten onder bent gegaan. Om te laten zien dat de angst terecht is, om te bewijzen dat je zal mislukken. Om achteraf te zeggen: “Zie je wel, ik had toch gelijk!” Je kan ook totaal geen angst kennen, geen respect voor de tegenstander. Ik ben het ook tegengekomen dat mijn team de wedstrijd, laten we zeggen, wat gemakkelijk benaderde.
“Ach, Albatros, wat kan er mis gaan?” Het respect voor de tegenstander  was ver te zoeken en angst was er al helemaal niet.  Je bent al bezig met de derde helft.

Ik ging die nacht terug naar de man die mij met en mes bedreigd had. Niet omdat ik vol met adrenaline zat en wat wilde bewijzen. Ik ging die nacht terug omdat ik respect had voor hem, ik wilde met hem praten. Ik wilde wel duidelijk maken dat dreigen met een mes niet de manier was. Ik was opgeleid als verpleegkundige en ik voerde mijn vak uit. Ik was bezig met wat ik beheerste, daarbij natuurlijk wel deels uit mijn comfortzone komend, want een bedreiging met een mes, was voor mij geen dagelijks werk.

Als er sprake van een verschil tussen de eisen die een bepaalde taak stelt en de eigen capaciteiten ontstaat er stress. Dit hoeft niet altijd op realiteit te berusten. Als ik onzeker was over mijn vaardigheden om de situatie die bewuste nacht om te gaan, was ik niet terug gegaan.  Omgedraaid zou het ook goed kunnen dat ik mezelf overschat had en het verkeerd af kunnen lopen. Ik kende de man goed en wist dat ik hier goed mee om kon gaan. Natuurlijk was het spannend, maar ik wist dat ik dit beheerste, ik wis dat ik hier mee om kon gaan.

arousal

Spanning wordt vaak in verband gebracht met angst. Toch is een zekere spanning niet verkeerd. Sterker, het maakt je alert. Als de spanning te groot wordt, wordt het angst en zal het je handelen negatief beïnvloeden. Om optimaal te kunnen presteren heb je een zekere mate van spanning nodig. Wat de optimale spanning is om te presteren is verschillend. Dit hangt ook af van de uit te voeren taak. Als het een eenvoudige taak is, zou er sprake kunnen zijn van verveling. De taak kan ook als eenvoudig worden ingeschat. De prestatie zal dan ook niet optimaal zijn. Zo speelde ons team het afgelopen seizoen de mindere wedstrijd tegen teams uit de kelder van de competitie.

Een van de manieren om de spanning te reduceren is letten op je ademhaling. Destijds moest ik even zitten en even tot rust komen, even rustig ademhalen. Omgedraaid werkt ook. Bij ons in de kleedkamer staat dit seizoen bij elke wedstrijd een box. Uit de box altijd een stevige beat. De ademhaling gaat met de minuut sneller. Een andere vorm om de spanning te reguleren, iets wat wij in ons team amper tot niet gebruiken, is visualisatie. Ik beelde mij destijds in hoe het contact zou verlopen. Ik probeerde voor me te zien hoe het zou gaan. Ik keek niet naar mezelf, als in een film. Ik was mezelf in de film.

Spanning hoort er bij. Het is niet iets wat je weg moet stoppen, het is wel belangrijk om er goed mee om te gaan.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s