Schaf de leiders af

Sinds drie jaar ben ik leider van een voetbalelftal. Ik ben min of meer toevallig in deze functie gerold. De club was en is van mening dat leden, ouders van jeugdleden allemaal een taak binnen de vereniging dienen te vervullen. Iets wat ik overigens van harte ondersteun. De taak van leider was vacant en omdat niemand zich voor deze functie had gemeld, heb ik  dit op mij genomen. Ik wist eigenlijk niet waar ik aan begon. In het volleybal, de sport waarin ik opgegroeid ben, kent men deze functie eigenlijk niet. Uiteindelijk bleek het om bekende taken te gaan. Taken die in het volleybal vaak door de trainer worden uitgevoerd. Zo moest ik het vervoer naar uitwedstrijden organiseren, het zorgen dat jeugdspelers pupillenwedstrijden zouden gaan fluiten, het maken van een overzicht wie er nu wel of niet aanwezig zou zijn tijdens vakanties. De functie vraagt om een goede afstemming met de trainer. Zo kon het gebeuren dat jongens zich bij mij hadden afgezegd maar niet bij de trainer. Of een speler die moest fluiten de trainer had laten weten dat hij ziek was, maar dat dit bij mij niet bekend was.

Jan Dirk van der Zee luidde deze week de noodklok over het tekort aan vrijwilligers binnen voetbal verenigingen:

http://www.knvb.nl/info/18308/column-jan-dirk-van-der-zee-02-een-echte-vrijwilliger

vrijwilligers-vinden
Nu denk ik dat de schets die Van der Zee geeft van voetbalverenigingen ook op zal gaan voor verenigingen uit andere takken van sport.  Van der Zee geeft aan dat de oplossing van het vrijwilligers probleem ligt bij de vrijwilligers zelf. Zij zouden voor de eigen opvolging moeten zorgen. Ik moest direct denken aan mijn schoonouders. Zij hebben een groot deel van hun leven een boerderij gerund. Dit was keihard werken in dit familiebedrijf. Nu had mijn schoonvader een opvolger. Zijn jongste zoon, mijn zwager, wilde het bedrijf wel overnemen. Had mijn schoonvader geen opvolger en dat komt toch vaak voor, dan was het bedrijf waarschijnlijk ter ziele gegaan.  Als de vrijwilliger binnen de sportvereniging altijd zelf op zoek moet naar zijn opvolger, dan gaat dat mis op het moment dat deze vrijwilliger geen opvolger heeft.

In mijn beleving gaat het bij de oplossing van het vrijwilligersprobleem om drie thema; structuur, planning en plezier. Zorg als vereniging eerst dat je alle activiteiten binnen de vereniging in kaart brengt. Zet deze activiteiten ook in een jaarkalender. Hoeveel tijd kost een activiteit, wanneer wordt deze uitgevoerd, hoe lang duurt een activiteit per keer. Beschrijf daar daarna de functies, maak van elke functie een functiebeschrijving. Wat doet de TC voorzitter, wat is zijn verantwoordelijkheid, met wie heeft hij contact, aan wie legt hij verantwoording af. Maak daarna draaiboeken voor alle activiteiten. Hoe wordt het kamp georganiseerd, het Sinterklaasfeest, de vossenjacht. Tot slot ga je als club in kaart brengen wat voor kennis en competities leden van de verenigingen, maar ook ouders van jeugdleden met zich meebrengen. Vraag ook aan deze mensen wat zij leuk vinden. Het zou prima kunnen dat iemand die in het dagelijks leven in een restaurant staat, prima een bardienst zou kunnen draaien maar omdat dit bijna dagelijks werk is het in de vrije tijd minder aantrekkelijk vindt. Ik heb ooit voor de volleybalvereniging waar ik actief voor was een Ri&e op het gebied van arbeidsomstandigheden uitgevoerd. Ik organiseerde ook de reanimatietrainingen. Dit was mijn dagelijks werk, dus waarom ook niet voor de vereniging?

Leg al deze gegevens vast in een database. Met nieuwe leden plan je eerst een intakegesprek, waarin je bovenstaande thema’s bespreekt. Hierna kan je leden gericht gaan benaderen voor bepaalde functies, activiteiten. Natuurlijk zouden leden zich ook op kunnen geven voor activiteiten.

Als leider werk ik met een rooster voor het team. In het rooster staan de wedstrijden, staat wie rijdt, wie de kledingtas meeneemt en wie er moet vlaggen. Nu zijn niet alle ouders voldoende bekend met de spelregels om hen te laten vlaggen. Dat is prima. Ook ik zou werkelijk geen wedstrijd moeten vlaggen. Ouders die niet in geroosterd worden voor het vlaggen krijgen wat vaker de kledingtas mee.  Ouders weten maanden van te voren wanneer zijn moeten rijden, wanneer zij de wastas mee hebben of wanneer zij moeten vlaggen. Natuurlijk kan het voorkomen dat iemand nu net op dat moment moet werken of een verjaardag heeft. Ouders kunnen dan onderling ruilen en laten mij dan even weten hoe er geruild is.

Je zou je af kunnen vragen of je voor deze taak een speciale functie in het leven moet roepen. Misschien kan je dit centraal laten roosteren en zou je net zo goed alle communicatie direct via de trainer kunnen laten lopen. Als leider organiseer ik ook neven activiteiten. Activiteiten die ik, destijds als volleybaltrainer, zelf organiseerde. Als rondom het team gebeurd in interactie met de trainer. Uit het onderzoek naar van Jacques van Rossum, naar waarom sporters stoppen dan wel doorgaan met sporten, bleek dat de rol van de trainer erg belangrijk is. In dat onderzoek komt geen leider naar voren. Misschien moet je de trainer ook gewoon centraal stellen maar moet je de organisatie rondom die trainer wel beter organiseren. Hiervoor is het niet strikt noodzakelijk dat je naast de trainer ook een leider hebt. Wel zou de trainer altijd ook de coach van het team moeten zijn. Wat in de wedstrijden gebeurd staat niet los van de training, het is het eindproces van wat in de training is geleerd. Ik zou dus willen pleiten om binnen het voetbal een kritische te kijken naar de functies die je binnen de vereniging hebt en wat mij betreft schaf je de leider af.

Tot slot nog onze jeugdspelers. De vereniging is niet primair verantwoordelijk voor de opvoeding van sportende kinderen, maar ze hebben wel een rol. Een van de taken is dat jeugdige sporters te leren dat voor niets alleen de zon opgaat. Dat je wat mag doen voor de ander. Binnen de club waar ik actief ben, zijn jeugdleden onder andere actief als trainer-coach en als scheidsrechter. De trainers zijn wekelijks aan de slag met hun teams. Voor de scheidsrechters maak ik, net als voor de ouders een rooster. De jongens weten maanden van te voren wanneer ze moeten fluiten. Ruilen mag en ook net als bij de ouders behoef ik dan alleen te weten hoe er geruild is. Natuurlijk komt het voor dat jongens een wedstrijd vergeten, bijvoorbeeld omdat ze tentamenweek hebben en de wedstrijd om 8:30 u. wel erg vroeg is. Wij leren de jongens om elkaar hier op aan te spreken. Elkaar aanspreken, samen dragen van die verantwoordelijkheid werkt vele malen beter dan een volwassene die zich hier tegen aan bemoeid.

Kortom laten sportverenigingen en dat speciaal de voetbalverenigingen eens anders naar de eigen vereniging kijken. Als je het goed organiseert, planmatig werkt, niet zo ad-hoc, als als je aansluit bij de kennis en ervaring die je in huis hebt, als je plezier centraal stelt zijn vrijwilligers geen probleem!

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s