Jouw schuld!

“Kan jij ook een keer een set-up normaal geven?” roept de passer-loper woest tegen de spelverdeler nadat hij de bal ongelooflijk hard in het net had geslagen.
De spelverdeler zegt niets en kijkt donker voor zich uit. Na de gewonnen wedstrijd, in de kleedkamer, viert iedereen feest. Alleen Roel, de spelverdeler, kijkt somber voor zich uit.
“Man, wat is er? Wij hebben gewonnen!”
“Ik heb gewoon slecht gespeeld!”
“Die ene set-up onder de netrand? Dat was alles, je vergeet al die goede set-ups. Wat dacht je van die set-up achterover, terwijl het blok bij Tim hing en Paul volledig vrij gespeeld de bal binnen de drie kon pompen?”
Roel is niet overtuigd. Een fout was te veel.
“Ik kan echt nog veel beter!” zegt Roel.

Waar jongens als Tim en Paul het probleem altijd bij de ander zoeken is Roel een jongen die het probleem altijd bij zich zelf zoekt. Hij is zelden of nooit te vrede. Roel kan ook soms echt een rot weekend hebben als de dingen niet gelopen zijn zoals hij had gehoopt. Het moet perfect en met minder neemt hij geen genoegen.

Wat je hier al ziet en dit herkent natuurlijk iedereen is de manier waarop mensen tegen problemen aankijken. De een legt de oplossing altijd buiten zich zelf, de ander zoekt de oplossing altijd bij zich zelf. Tim en Paul hebben houden vaak een goed gevoel over na een wedstrijd. Als de wedstrijd gewonnen wordt komt dit door hun inbreng. Als de wedstrijd wordt verloren, ligt het de oorzaak altijd bij de ander. Roel kan zelfs bij de kleinste misser een rot gevoel over houden, zelfs als de wedstrijd wordt verloren.

Als coach was ik altijd op zoek naar het waarom van gedrag. Waarom reageert Roel vaak zo somber? Waarom reageren Tim en Paul altijd zo naar anderen. Ik ging er vanuit dat als ik kon snappen waarom iemand reageert zoals hij reageert, ik er invloed op kon uitoefenen.

Nu speelde Tim’s vader op nationaal niveau. Hij behoorde net niet tot de lange mannen, maar ‘hij kon aardig volleyballen’ was een understatement. Tim spiegelde zich aan zijn vader. Dat wat zijn vader had bereikt, dat wilde hij ook. Alles wat daarin niet paste zet hij ver van zich af. Het maken van een fout, kwam in zijn woordenboek niet voor. Dat moest altijd aan de ander hebben gelegen. Roel kwam uit een gezin waarin niet altijd volleybal belangrijk was. Daarbij werd hem ook altijd voorgehouden dat volleybal echt zijn ding was en als hij er iets in wilde bereiken, hij het toch echt zelf moest doen. Zijn vader had hem ooit eens gezegd: “Waar gewerkt wordt vallen spaanders en als er geen spaanders vallen, is er niet gewerkt!” Roel mocht fouten maken. Hij zocht het probleem ook altijd eerst bij zich zelf. Wat heb ik verkeerd gedaan, waarom kwam die set-up onder de netrand uit? Stond ik verkeerd? Had ik eerder moeten lopen? Hij zat altijd met vragen waar hij een antwoord op moest vinden. De manier waarop iemand steeds met problemen om gaat wordt coping genoemd. Coping is een combinatie van verstandelijke en emotionele reacties op stress of op problemen en het gedrag dat daaruit voortkomt. Hangende de situatie wisselen mensen de strategieën en gedrag vaak af.

Zo zijn er spelers die het probleem actief aanpakken, ze analyseren het probleem en dat wordt opgelost. Een andere strategie is sociale steun zoeken. De speler zoekt troost en begrip bij anderen. Het komt ook voor dat spelers het probleem ontkennen. De aanpak wordt vermeden. Weer een andere strategie wordt de palliatieve reactie genoemd. Het probleem wordt niet aangepakt, maar in plaats daarvan richt men zich op andere dingen. In het extreme geval kan dit zelf leiden tot verslaving. Dan kennen wij ook het depressieve reactiepatroon. De speler gaat piekeren, geeft zich zelf de schuld van alles, gaat twijfelen aan zich zelf. Een andere strategie is die van de expressie van emoties. Het probleem leidt tot frustratie, spanning en agressie.  Tot slot kennen wij ook de geruststellende gedachte, het wensdenken. De speler houdt zich voor dat het van zelf wel goed komt, dat anderen het nog veel zwaarder hebben.  Als je bovenstaande doorloopt zal je twee soorten stijlen herkennen:
– de probleemgerichte stijl
– de emotiegerichte stijl
Roel reageert vanuit emotie. Je ziet bij hem vaak het piekeren, het aan zich zelf twijfelen. Je ziet bij hem ook het analyseren van het probleem. Het actief aanpakken. Bij Paul en Tim zie je ook de emotiegerichte stijl. Je ziet bij hen dat zijn hun frustratie uiten, agressie worden. Het eigen probleem wordt vaak ontkent. Een goede copingstijl is noodzakelijk om tijdens de wedstrijd met wedstrijdspanning om te gaan. Het is belangrijk om na te gaan wat nu een effectieve manier is van omgaan met stress. Welke factoren hebben daar invloed op. Als je dit als coach weet, kan je hier op sturen.

De probleemgerichte stijl blijkt het effectiefst. Je analyseert het probleem en probeert hier van te leren. Nadat Roel in eerste aanleg reageert vanuit de emotie, is hij degene die het probleem probeert de analyseren. Hij probeert er beter van te worden. Bijzonder aan de probleemgerichte stijlen is dat stress vaak ontbreekt. De gekozen stijl is deels persoonsafhankelijk, deel situatie afhankelijk. Bij oncontroleerbare situaties zal vrijwel altijd gekozen worden voor een emotiegerichte copingstijl. Bij oncontroleerbare situaties zal stress een rol spelen. Het is dus belangrijk dat trainers/spelers werken met doelen die zij grotendeels onder eigen controleren hebben. Het stellen van doelen is een belangrijk onderdeel bij het hanteren van stress. Over het stellen van doelen heb ik eerder een blog geschreven:
https://bertbrinkman.wordpress.com/2015/11/01/doel-of-middel/

 

champions

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s