Vrolijke ogen

“Kan je nu helemaal niks?” Patrick keek hem woest aan.
“Loop niet zo te kutten, idioot! Doe het zelf beter!” schreeuwde Robin terug.
De sfeer was gezet. Als het ook maar even niet goed liep, was Patrick niet te genieten. Normaal gesproken nam hij het voortouw. Hij was degene die geen peptalk nodig had. De wil om te winnen zat in zijn haarvaten, maar als het even niet liep en dat kon al voor de wedstrijd zijn, dan schold hij iedereen de huid vol. Al kreeg hij dat soms ook ook terug, vaker lieten zijn teamgenoten hem zijn gang gaan, maar klaagde wel achter zijn rug om bij de trainers.

Theo liep ijsberend langs de lijn.
“Hij heeft gewoon gelijk,” zei hij, toen Bram, zijn assistent, een opmerking maakt over het gedrag van Patrick. De meningen over het gedrag van Patrick liepen nogal uit een. Theo vond het prima. Hij kon er zelfs wel van genieten. Spelers met zo’n drive, wie wil dat nu niet? Spelers moeten elkaar aan kunnen spreken tijdens het spel. Bram was het hier wel mee eens, maar volgens Bram ging het wel over de manier waarop. Daar kwam bij dat het Bram opviel dat Patrick en in het verlengde het team niet beter ging spelen, als Patrick zo te keer ging.

Patrick is een jongen die, tijdens de trainingen en de wedstrijden laten we zeggen  aanwezig is. Hij is snel in het oordelen en richt zich hierbij vaak op anderen. Omgedraaid kan hij kritiek op zijn eigen spel moeilijk verwerken. Dit zorgt tijdens de trainingen, maar zeker tijdens de wedstrijden tot behoorlijk wat ruis. Je kon soms letterlijk zien hoe de vlag er bij hing. Als hij wat donker ging kijken, boos ook, dat kon je de klok er op gelijk zetten. Dit kan soms al voor de wedstrijd zijn.

boosss

Als coach zie je vaak al aan de gezichtsuitdrukking hoe de vlag er bij staat. Somber kijken, boos kijken, het zijn signalen dat het niet goed gaat. Er zijn dan spelers die gaan mopperen op anderen. Het probleem ligt per definitie nooit bij hen. Er zijn ook spelers die gaan mopperen op zich zelf. Zij zoeken het probleem per definitie bij zich zelf. Dit is een voorbeeld van verhaal denken, het piekeren. Verhaal denken wordt gekenmerkt door onder andere negativiteit, door onzekerheid. Soms ook door koppigheid, niet willen luisteren naar je medespelers, of je coach. Verhaal denken leidt tot angst, afhankelijkheid. Spelers zijn afgeleid door alles wat er om hen heen gebeurd en in extremis stappen ze uit. Het heeft allemaal geen zin. Ze willen dan zelfs graag gewisseld worden. Verhaal denken hoort een beetje bij het spelen van wedstrijden. In wedstrijden kunnen verleden en toekomst een belangrijke rol spelen. Als wij één doelpunt tegen krijgen dan zie je de gezichten. Daar gaan we weer. Het zal toch niet.  Zodra de stand in de wedstrijd belangrijk wordt, kom je in verhaal denken, dit leidt af, je raakt verkrampt, je gaat hierdoor minder goed spelen.

Middelen om uit dat verhaal denken te komen, of niet in verhaal denken te vervallen zijn je concentreren op je ademhaling, beweeglijkheid, visualiseren, positieve bekrachtiging en het ontwikkelen van rituelen.

Een andere belangrijke vaardigheid is het kunnen los laten. Loslaten betekent niet dat je zegt dat iets er niet is geweest, dat je het niet vervelend of moeilijk vindt. Wij in het verhaal over de aandachtscirkels al naar voren kwam is het zinloos om je druk te maken over zaken waar je toch geen invloed op hebt. De scheidsrechter, de bal, de omstandigheden. Het heeft ook weinig zin om je druk te maken over wat anderen nu van jou vinden. Het brengt je uit balans. Het leidt tot piekeren. Je gaat er niet beter door spelen. Omgedraaid geldt dit ook voor een coach en binnen een teamsport voor teamleden. Je kan andere op hun donder geven, je kan schelden wat je wil, maar het leidt niet tot betere prestaties. Sterker, je team zal er slechter van gaan functioneren.

Hoe kom je nu uit dat dal, hoe kom je van verhaaldenken in actiedenken?

Als ik denk aan positieve bekrachtigen, als ik denk aan actiedenken, aan rituelen, aan ontspannen, dann denk ik aan Guidetti, de bondscoach van de Nederlandse volleybaldames.  Hij benadrukt in zijn coaching het belang van plezier, lachen, van het vieren van een geslaagde actie. Bij hem krijg ik niet het idee dat het gaat om een act, om een bevlieging, hij benadrukt dit namelijk herhaaldelijk, in verschillende wedstrijden, op verschillende momenten. Hij benadrukt ook dat winnen gaat om zelf beter worden. Natuurlijk wil hij wedstrijden winnen, maar primair gaat het om het verleggen van grenzen. Als je in staat bent om je grenzen te verleggen, dan komen de resultaten vanzelf.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s