Motor Eye

Ik heb altijd een bijzondere fascinatie gehad voor die mensen die in mijn sport, destijds met name het volleybal iets niet konden. Waarom lukte het niet? Waarom ging het verkeerd? Ruim dertig jaar geleden heb ik mij verdiept in de vraag waarom sommige van mijn spelers, terwijl ze snapte wat ze deden, terwijl zij het zonder bal, prima konden uitvoeren, toch moeite bleven houden met het aanloopritme van de smash. Nu ben ik sowieso iemand die zich veel vragen stelt, maar dit stelde mij voor een lading aan vragen. Ik ben mij toen gaan verdiepen in de neurologie achter bewegen. Ik ben boeken gaan lezen over hoe wij leren bewegen, over zoiets als links- en rechtshandigheid. In het verlengde heb ik vijf jaar lang onderzoek gedaan. Ik deed testjes, als het buiten had gesneeuwd gingen wij voordat wij de zaal in gingen een glijbaantje. Ik keek dan goed welke voet iemand voor plaatste. Als de training afgelopen was keek ik hoe iemand op de fiets stapte, welk been stond op de grond en welke zwaaide hij over het zadel? Het aanleren van de smash, deed ik ook zonder dat ik het aanloopritme aanleerde. Hoe verliep het aanloopritme dan? Al dit soort dingen leverde een enorme hoeveelheid data op. Spelers konden in mijn beleving rechtshandig-rechtsbenig zijn dan was er niets aan de hand. Deze spelers kwamen bij het aanleren van het aanloopritme goed uit. Spelers konden ook linkshandig-linksbenig zijn. Ook dan was er niets aan de hand. De spelers die moeite hadden met het aanloopritme waren de spelers die rechtshandig-linksbenig bleken te zijn of de spelers die linkshandig-rechtsbenig bleken te zijn. Over dit ‘onderzoek’ en mijn bevindingen heb ik destijds een open brief geschreven naar de redactie van de Volley Techno, het magazine voor volleybaltrainers in Nederland en België. De reactie op mijn verhaal kwam van Toon Gerbrands. Toon gaf aan dat mijn onderzoek degelijk onderbouwd was en dat er zeker aanknopingspunten waren. Sterker, hij noemde in zijn reactie een speler uit de gouden ploeg van Atlanta die een dergelijk probleem had. Belangrijk was aan te sluiten bij de persoon zelf. Op advies van Toon heb ik later de cursus Neurotraining gedaan bij het Instituut Toegepaste Neurowetenschappen. Een cursus die bij mij, hoe kan het ook anders, weer meer vragen genereerde dan antwoorden. Ik zag plots de aanvaller op positie 4 (linksvoor) die eigenlijk altijd te laat kwam of, als hij op tijd was, in een dusdanig hoek op het net aanliep dat het bereik van zijn smash danig werd beperkt. Op positie 2, het zelfde verhaal, waarbij opgemerkt moest worden dat de speler die op 4 te laat was, het prima deed op positie 2. Ik ging nadenken over hoe nu kon komen dat je de bal toch echt, vanuit je ooghoeken moet hebben gezien, je hem toch niet zag of te laat zag. Er moest iets zijn, in het verlengde van dat links- en rechts. Zijn onze ogen altijd even goed? Ik was brildragend en tegenwoordig draag ik lenzen, maar ook mijn ogen zijn niet even slecht en daarin ben ik niet de enige. Net als met een voorkeursbeen, voorkeursarm, hebben wij ook een voorkeursoog en als wij iets goed willen horen draaien wij toch vaak hetzelfde oor richting de bron van geluid.

Als wij kijken, dan zien wij alles wat recht voor ons gebeurd vrij goed. Alles in de periferie is lastiger. Een speler met een left motor eye, zijn linkeroog is zijn voorkeursoog, staand op links aan het net, zal een set-up die van rechts komt, later in zijn gezichtsveld krijgen dan een speler met een right motor eye. Om die bal van rechts wel goed te kunnen zien zal hij, als van nature zijn hoofd, of zelfs zijn lichaam zo draaien dat hij de bal eerder, beter zal zien. Ik loop sinds een jaar of vier rond in het voetbal. Ook daar zie ik, als niet voetballer, opvallende dingen. Zaken waar ik dan, in het licht van bovenstaande, vragen bij zet. Een keeper, rechtshandig, rechtsbenig, met een left motor eye, stopt werkelijk elke strafschop die links van hem geschoten wordt. Een aanval die over rechts, voor hem links, opgebouwd wordt. Hij pakt de korte hoek, bij de voorste paal, levert meer problemen op, als de bal voor langs naar de inlopen speler bij de tweede paal geschoten wordt. Dan is de reactie langzamer en de kans op een doelpunt plots groter. Waarom? Waarom ziet een rechtsbenige rechtsbuiten, de speler die naast hem mee loopt richting de goal loopt niet? Waarom lukt het hem wel als hij eens een wedstrijdje aan de andere kant van het veld wordt gezet?

 

horizontaal perifeer zicht

Wij denken vaak in grootst gemene delers, toch zijn wij allemaal anders. Een aanvaller moet recht aanlopen en niet van buiten, verdedigers moeten laag staan, want als je rechtop staat komt je nooit meer naar de grond. Een keeper moet de korte hoek pakken en bij een strafschop in het midden van de goal staan. Het klinkt allemaal logisch, maar is het dat ook?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s