Naar links en naar rechts kijken

Ik ben brildragend, of misschien beter, ik draag contactlenzen. Nadat ergens op de middelbare school bleek dat ik niet goed op het bord kon kijken bleek ik al op jonge leeftijd een hulpmiddel nodig te hebben om door het leven te komen. Nu klinkt dat dramatischer dan het is, maar toen vond ik dat echt vreselijk. Het duurde dan ook niet lang voordat ik besloot over te stappen op contactlenzen. Genoeg over mijn handicap.

Wat mij al vroeg opviel was dat ik niet twee even slechte ogen had. Mijn rechteroog is wat beter dan mijn linker. Nu kon ik mij vergissen, maar mij viel op, dat ik niet de enige was. Hoe zou het toch komen dat mijn beide ogen niet even slecht waren? Ik kon er niets aan doen, maar moest denken aan het feit dat ik ook niet met beide handen even handig ben en ook niet zowel links als ook rechtsbenig ben. Waarom draaide ik altijd, in een drukke ruimte, mijn linkeroor naar de spreker om het beter te kunnen verstaan? Zou ik naast een voorkeur hand, een voorkeursbeen ook een voorkeursoor en – oog hebben?

Veel later kwam ik er achter dat dit feitelijk zo is. Ik ben rechtshandig en kan met rechts alles een stukje beter dan met links. Ik kan wel leren ook met links te schrijven, maar het blijft behelpen. Natuurlijk zijn er omstandigheden waaronder ik toch mijn linkerhand gebruik. Als ik de dop van een fles frisdank wil losdraaien pak ik de fles in mijn rechterhand en draai ik met mijn linkerhand de dop los. Ik ben daarin tegen linksbenig. Vraag mij niet om een bal met rechts te schieten, want dat ziet er onbeholpen uit. Als ik op de fiets stap zwaai ik mijn linkerbeen ook over het zadel. Mijn rechterbeen is mijn standbeen.

Terug naar mijn ogen. Hoe zien wij?
Wanneer er licht op je ogen valt komt dit terecht op je netvlies. Dit zit achter in je oog, aan de binnenkant van je oogbol. Het netvlies bestaat uit kegeltjes en staafjes die het licht opvangen en omzetten naar een elektrisch signaal. Dit signaal wordt vervolgens via de optische zenuw naar de visuele cortex in de hersenen vervoerd. Het beeld wat via een oog binnenkomt is eigenlijk een 2D plaatje. Het is daarom de taak van je hersenen om er een 3D beeld van te maken zodat je diepte kunt zien.

Er zijn twee belangrijke factoren die meespelen bij diepte zien. De eerste komt van je oogspieren. Namelijk, wanneer een object dicht bij je staat moeten je oogspieren harder werken (accomoderen) om het object scherp te zien dan wanneer het object ver weg staat. Dit is één informatie bron waar de hersenen gebruik van maken.

De tweede factor hangt samen met de overlappende gezichtsvelden van de ogen. Aangezien beide ogen een vrij breed gezichtsveld hebben (kijk maar eens recht naar voren en probeer dan de omgeving aan de zijkant waar de nemen, dit gaat best ver!), is er ook overlap tussen de gezichtsvelden van beide ogen. Hierdoor ziet bijvoorbeeld je linkeroog hetzelfde object als het rechteroog, alleen vanuit een iets ander perspectief. Omdat beide ogen een object vanuit een iets ander perspectief zien, ontstaat er een klein verschil tussen wat je linkeroog en wat je rechteroog ziet. Dit kleine verschil is voor de hersenen juist heel erg relevant. Want hoe dichter je bij een object staat, hoe groter dit verschil is. En deze informatie kunnen de hersenen gebruiken om een inschatting van de diepte te maken.

Wij zien dus diepte in de overlap van de twee gezichtsvelden. In de periferie is dat dus lastiger. Je zou je kunnen voorstellen dat een keeper bij een voorzet van de linkerkant natuurlijk moet kijken naar de positie waarvan de bal geschoten wordt, maar tegelijkertijd moet het het strafschopgebied dichterbij in de gaten moeten houden.

horizontaal perifeer zicht

Stel dat de keeper, zoals hierboven, een right motor eye heeft, ziet hij de bal dus later dan de bal die van rechts wordt geschoten. Hij kan zijn hoofd volledig in de richting draaien waaruit de voorzet verwacht wordt, maar mist dat wellicht het gebeuren naast zich in het strafschop gebied.

Een rechtsbuiten die langs de zijlijn loopt, een bal van linksachter krijgt aangespeeld, zou deze wel eens later kunnen zien, als hij een right motor eye heeft. Misschien moet hij wel anders lopen, of wellicht aan de andere kant van het veld moeten spelen?

Wij trainers denken vaak in het groot, in vaste patronen en oplossingen. Zou het goed zijn om meer uit te gaan van het individu en daarop ons spel baseren in plaats van dat wij onze spelers aanpassen aan het spel?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s