Divide en impera

‘Divide en impera’, verdeel en heers, een spreuk die aan Phillippus II van Macedonië wordt toegeschreven. Phillippes leefde van 382 tot 336 voor Christus. Philippus zou deze tactiek van verdeel en heers hebben toegepast tegen de Griekse stadstaten. Hoewel deze tactiek aan Phillippus wordt toegeschreven, is het ook in de eeuwen die volgde een zeer gangbare tactiek gebleken. Zo bleek het in de koloniale politiek van de Europese landen een zeer bekende werkwijze. De tactiek houdt in dat de ene concurrent meer rechten krijgt dan de andere concurrent. Hierdoor zal er nooit vriendschap ontstaan tussen hen beiden en hoeft de derde partij, diegene die deze tactiek gebruikt, niet te vrezen dat de eerste twee samen tegen hem zullen optreden. Goscinny en Uderzo werken deze werkwijze geniaal uit in hun meesterwerk ‘Asterix en de Intrigant’ Het Gallische dorpje bood lang weerstand tegen de heerschappij van Ceasar.  Ceasar wilde hier voor eens en altijd een einde aan maken. De Galliërs stonden bekend om de nauwe samenwerking en de eendracht. Ceasar kreeg, zo gaat het verhaal, de tip om die samenwerking te ondermijnen met behulp van een onruststoker. Als de helden uit het kleine dorpje aan de kust niet meer eendrachtig ten strijde zouden trekken, zou het gedaan zijn met het dorpje en behoefde Ceasar niet langer te vrezen. Al op weg naar Gallië zorgde Cassius Catastrofus voor chaos. Een piratenschip ging naar de haaien. Niet omdat zij aangevallen werden, maar door onenigheid onderling. Eenmaal in Gallië blijkt dat Catatrofus zijn werk verstaat. Het duurt niet lang voordat in het dorpje aan de kust, niemand elkaar meer vertrouwd, oude vetes weer boven tafel komen en de slagvaardigheid van de Galliërs hand over hand afneemt. Het gaat zelf zo ver dat dat de Romeinen op het punt staan het dorp in te nemen. Net op tijd zagen de Galliërs in dat zij alleen dan zouden kunnen overwinnen als zij de rijen zouden sluiten. Uiteindelijk had deze, destabiliserende werkwijze, maar een korte houdbaarheid. Uit de geschiedenis weten wij dat dit niet alleen een verzinsel was uit het brein van Goscinny. Hoewel het een vrij gangbare tactiek was en is, zeker wanneer je onzeker bent over je eigen handelen, is het veelal een tactiek die vroeg of laat tegen je gaat werken. Wat wel een feit is, is dat het, zolang het werkt, je weinig tot geen tegengeluid behoeft te verwachten.

Het begeleiden, coachen van een sportteam is niet eenvoudig. Hoe krijg je de neuzen dezelfde kant op. Hoe zorg je er voor dat het team goede wedstrijdresultaten behaald?
Ik ben, niet vaak trainers, coaches tegen gekomen, in de sport die zich bediende van deze tactiek. Mensen die vanuit een verdeel en heers principe hun ploeg aanstuurde. Mensen die tegen de een dit zeggen en dan tegen een ander, iets anders vertellen. Mensen die gesprekken bij voorkeur niet met de gehele groep voeren, maar slechts met een enkeling. Zodat ze ook een wisselende boodschap kunnen verkondigen. Ik kom ze niet vaak tegen. Dit lijkt logisch, want de Galliërs lieten al zien dat onenigheid binnen de groep leidt tot een minder slagvaardige groep. Wil je dus wedstrijden winnen, dan zal je een eenheid in de groep moeten creëren. Dat ik ze niet vaak tegenkom wil niet zeggen dat ze niet bestaan. Er zijn trainer, coaches die, mogelijk vanuit onzekerheid, de groep splitsen. Spelers uitspelen om er zo zorg te dragen dat ze meer met de ander dan met de trainer-coach bezig zijn. Dit lijkt in het kader van het vormgeven van een constructief groepsproces contraproductief. Je creëert hiermee geen groep waarbinnen de neuzen dezelfde kant op staan. Je creëert geen team waar spelers zich vertrouwd voelen, die voor elkaar willen werken aan de groepsdoelen. Binnen de Roos van Leary zou je in de rechts van de As uitkomen. Je werkt het teamproces tegen. Als trainer-coach moet je hier wel mee kunnen spelen. Een trainer-coach die alleen maar dominant leiding geeft aan zijn team, zal spelers creëren die niet zelfstandig zullen nadenken over de problemen waarin zij tijdens het spel mee te maken hebben. Een trainer-coach die amper zichtbaar is zal zien dat er binnen de ploeg iemand, of misschien wel meerdere spelers zullen op staan die het dan de leiding dan wel over zullen nemen.

Het is al weer heel wat jaren geleden dat ik in een sporthal zat te kijken bij een training van een selectieteam. De trainer was een ervaren trainer, iemand waar ik nog veel van kon leren. Toch liep de training niet helemaal fijn. Ik had niet de indruk dat de jongens de oefeningen niet zouden kunnen uitvoeren. Nee, zo voor een buitenstaander, leek mij de motivatie meer een probleem. Op enige moment legde de trainer de training stil en sprak de spelers hierop aan. Hij had geen idee, zo bleek, wie er nu precies de training aan het verstieren waren, maar was er wel klaar mee. Na deze uitbarsting vervolgde hij de training, maar het werd niet veel beter. Ik denk dat het een minuut of vijf later was het klaar. De trainer in kwestie stuurde een speler naar de kleedkamer. 
“Als jij denkt dat dit een gedrag is dat bij een selectiespeler past, dan heb jij je gruwelijk vergist!” 
De speler in kwestie was ontdaan. 
“Ik heb niets gedaan! Wat heb ik gedaan dan?”
Voor zover ik het zo vanaf de tribune had kunnen observeren, was dit niet de speler die de boel liep te saboteren. In mijn beleving, maar wie ben ik, was dit juist een van de jongens die serieus aan het trainen was. 
Op dat moment gebeurde er echter iets in de groep. De groep accepteerde dit wegsturen niet en sprak de trainer er duidelijk op aan.
“Dit kan je niet maken. Tim deed echt helemaal niets!!”
Waar de groep bij de eerste onderbreking zich nog stil hadden gehouden, werden nu duidelijk de jongens aangesproken die de boel aan verstieren waren.

Wat had deze trainer gedaan?
Als trainer had hij een meer helpende rol. De spelers voerde de oefeningen uit en hij probeerde door vragende feedback de spelers te laten nadenken, te laten leren, zich te verbeteren. Hij was niet direct de trainer die als een bok op de haverkist zat. Hij kwam op mij niet dominant over. Bij het eerste moment van stil leggen van de training, pakte hij deze rol duidelijk wel. Op dat moment was dit ook nodig. Bij de tweede keer ging hij duidelijk een stap verder. Hij stuurde, zo bleek, bewust iemand weg, waarvan hij wist dat deze speler serieus aan het trainen was. Hiermee maakte hij zich zelf niet geliefd. Wat hij hiermee wel bereikte was dat de neuzen binnen het team in een keer dezelfde kant op stonden. Door zijn ‘fout’ keerde het team zich tegen hem en daarmee stonden de neuzen dezelfde kant op. De speler die weggestuurd was, had serieus excuses verdiend. De actie van de trainer maakte echter ook ruimte om het te hebben over hoe je traint, hoe je elkaar aanspreekt op gedrag waar jij je aan stoort of gedrag wat in strijd is met de aan het begin van het seizoen gemaakte afspraken over waar we mee aan de slag zouden gaan en o ja, waar gingen wij ook al weer mee aan de slag?

Ik geloof niet dat ik op gelijke wijze had gehandeld. Ik vind het nogal wat om iemand, waarvan je weet dat hij serieus aan het trainen was, bewust weg te sturen. Daarbij heeft een dergelijke werkwijze maar een beperkte houdbaarheid. Wat deze anekdote wel duidelijk maakt is dat de trainer zich op de eerste plaats niet van een rol moet bedienen, maar meerdere rollen moet kunnen spelen. Daarbij moet een trainer tegen kritiek uit de groep kunnen. Speel de groep niet uit, maar weet dat een team pas presteert als iedereen weet waar ze het voor doen, als de neuzen ook echt allemaal dezelfde kant op staan. De trainer-coach is daarin niet belangrijker dan de groep.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s