Brede motorische ontwikkeling

Het was ergens in de vorige eeuw dat ik een clinic van de Nederlandse Vereniging van Volleybal Oefenmeesters bijwoonde.  Speker, entertainer van de dag was Emile Roussaux. Wat mij bijstaat, naast dat de man echt een magnifieke humor heeft, dat hij vertelde dat hij eigenlijk uit het niets Belgisch international was geworden. Nu zal dat ‘uit het niets’ wel met een flinke korrel zout genomen moeten worden. Het ging meer over de achterliggende gedachte. Rousseaux vertelde op een boerderij groot te zijn gebracht. Hij speelde daar, klom in bomen, sprong over slootjes, hielp af en toe wat mee, maaien, hooibalen op de wagen. Hij concludeerde dat hij door al dat spelen en helpen op de boerderij, zich misschien heel veel motorische vaardigheden had eigen gemaakt, die later van pas kwamen in het volleybal. Een brede motorische ontwikkeling. In de bewegingsschool te Grimbergen heeft hij de boerderij als het waren naar binnen gehaald. Bij gebrek aan buitenspelen, aan ruimte misschien, moet het dan maar georganiseerd worden. De basis is een brede motorische ontwikkeling.

Op de website www.hockey.nl staat, op dit moment, een zeer lezenswaardig interview met Max Caldas, de bondscoach van de Nederlandse hockeymannen. Ook Caldas geloofd in een brede motorische ontwikkeling. Hij stelt dat het nationaal hockeyteam niet alleen de beste hockeyers van Nederland telt, maar ook vooral de beste ‘bewegers’. Caldas put uit ervaring. Caldas groeide op in Argentinië, een land dat bekend staat om zijn vele omnisportclubs. Hij vond rugby de mooiste sport, maar ook basketbal en volleybal en nog wat sporten passeren de revue. Hij deed veel sporten en vaak ook zonder trainer. Hij stelt dat het leven vroeger veel simpeler was.
“De jeugd heeft tegenwoordig veel meer afleiding en juist binnen de sport is alles erg georganiseerd.”

Ik heb zelf een aantal jaren de schoolvolleybalteams van een aantal basisscholen mogen trainen. Soms kwam je een talentvolle speler of speelster, iemand die je graag in je volleybalteam zou willen hebben. Helaas bleek zo’n jongen of meisjes ook talentvol te zijn in een andere sport, in hockey, in gymnastiek, voetbal. Die talentjes waren, zoals Caldas ook al noemde, goede bewegers.

In het voetballen is het al jaren dood normaal dat kinderen op hele jonge leeftijd gaan voetballen. Het is daar ook al jaren heel gewoon dat kinderen op die hele jonge leeftijd gescout worden door betaald voetbal organisaties. Want je weet maar nooit. Je zou in die vijver van potentiële talentjes het grootste talent maar missen. Inmiddels richten ook andere sporten zich op de kleuter en peuterfase. Vroeger was het zo dat kinderen pas een sport mochten kiezen als ze een zwemdiploma hadden behaald.  Tegenwoordig zitten wij daar al  voor en stoppen kinderen vaak met zwemmen, nádat ze het zwem ABC binnen hebben. Ze richten zich dan veelal op één sport.

Kinderen worden op die leeftijd vaak al heel sportspecifiek getraind. Welke voetbaltrainer laat de kinderen bokspringen, koprollen maken? Welke volleybaltrainer laat zijn kinderen een balletje aannemen en trappen?  Ik hoor mijn broer zeggen, bij het atletiek wel! Daar krijgen kinderen een algemeen motorische scholing en weetje ik geloof dat best, maar laat die atletiektrainer zijn kinderen ook een balletje hooghouden of even strafworpen nemen op de basket? De kinderen van Caldas doen allemaal, drie of meer sporten. Ik weet niet hoe het met u zit, maar met drie kinderen kost dat wat veel. Ik deed vroeger aan volleybal, op straat voetbalde wij en speelde ik honkbal, een handschoen, een honkbal en een houten knuppel. Dat was nog te betalen. Eerste honk, op het veld voor de school. Thuis hadden wij een tafeltennistafel en het duurde nog best een tijd voordat ik mijn vader wist te verslaan. Oefenen met een penhoudergreep, het kost even tijd, maar dan heb je wel wat. Mijn kinderen hebben ook meerdere sporten uitgeoefend. Allemaal volleybal, maar of gelijk dan wel aansluitend sporten als jazzballet, tennis en voetbal. Ik ben er van overtuigd dat een volleyballer wat heeft aan een balletles en misschien een voetballer ook wel. Als je Cruyff vroeger zag. Waarom zijn volleyballer zulke goede keepers, iets met timing?

Ik ben net als Caldas een groot voorstander van een brede motorische ontwikkeling. Bij mij in de volleybaltraining werd meer gebruikt dan alleen een volleybal. Ook een rugbybal, een tennisbal en zelfs een frisbee heb ik wel gebruikt. Ik daag elke trainer, in welke sport dan ook, uit om eens buiten de kaders te denken. Kijk eens naar andere sporten en pas dit toe in je eigen training.

Toen ik in 1985, met het team dat ik toen trainde, 3e van Nederland werd, mochten wij als beloning een interland spelen tegen de beste teams uit België. Op die finaledag nam ik een rugbybal en twee frisbee’s mee. Onze toenmalige voorzitter sprak daar schande van. Hij snapte het niet, laten we het zo omschrijven. Er is namelijk naast die brede motorische ontwikkeling nog iets, namelijk plezier. Spelplezier is, naast die brede motorische scholing, het aller belangrijkste!! Wat Caldas ook en meer dan terecht aangeeft, een jeugdopleiding moet gericht zijn op ontwikkeling, plezier en niet op winnen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s