De vereniging naar de top

Je kent dat wel. Verenigingen die verder willen, senioren selectieteams op een hoger niveau, liefst nog met spelers afkomstig uit de eigen jeugd. Dit is vaak een hele uitdaging. Het niveau van deze senioren selectieteams is veelal te hoog om jeugd zonder enig afbreukrisico in te laten stromen, met als gevolg dat er maar weinig jeugdspelers doorstromen naar een eerste of tweede elftal. Daar komt bij dat met name bij de oudere jeugdelftallen er vaak sprake is van uitstroom waardoor de spoeling sowieso dun is. De oplossing lijkt vaak het investeren in je selectie elftallen, betere trainers, meer uren trainen, in de omgeving van de vereniging scouten en actief spelers benaderen. De bewuste elftallen zullen daar werkelijk beter worden. Hiermee zal het niveau van de selectie elftallen dichter bij elkaar komen. Het gat dat hiermee zal ontstaan is het gat tussen de selectie elftallen en de niet selectie elftallen. Met de B1 speelde wij 4e divisie. Bij blessures moest teruggevallen worden op de B2, dat maar liefst 3 niveaus lager speelde. Niet altijd waren deze spelers blij als zij meegevraagd werden en geef ze eens ongelijk. Met andere woorden je vult het ene gat, met het andere gat.

Wat voor vereniging wil je zijn?

De onderliggende vraag is eigenlijk, wat voor vereniging wil je zijn? Waarom wil je koste wat het kost met je eerste elftallen op een hoger niveau spelen? Waarom moet dit met eigen jeugd? Kan je dit ook realiseren met spelers die je van buiten de vereniging haalt? Wat doen wij met niet-selectieteams? Kunnen wij en willen wij binnen onze vereniging onderscheid maken tussen prestatieteams – wedstrijdteams en recreatieteams? Wat houdt dit onderscheid in? Hoeveel uur en hoeveel keer per week traint een prestatieteam? Hoe veel uur en hoeveel keer per week trainen dan de overige teams per week? Wat organiseer je aan activiteiten voor je prestatieteams? Wat voor activiteiten voor je wedstrijdteams en recreatieteams? Wat vinden de spelers van al die elftallen zelf? Wat maakt nu dat je een vereniging bent waar iedereen, of in ieder geval zoveel mogelijk leden achter de genomen besluiten kunnen staan?

Hoe kom je nu van een goed jeugdbeleid tot een goede technische lijn? 

De oplossing tot het op een hoger niveau brengen en houden van de selectie elftallen, waarbij deze toch het liefst met spelers uit de eigen jeugd gevuld moeten zijn, begint niet zelden bij de jeugd. Als het besluit genomen is dat de eerste elftallen nu eenmaal, zo veel mogelijk uit spelers uit de eigen jeugd moeten bestaan, is dat niet eens zo’n vreemde stap. Toch zit daar iets voor. Alles begint met het verenigingsbeleidsplan. Wat voor club willen wij zijn? Wat is onze missie? Wat is de visie van waaruit wij willen werken?

Op de website van Quick Boys staat een mooi voorbeeld:

Visie

  • Binnen de voetbalsport is er ruimte voor een vereniging die staat voor een resultaatgerichte instelling met aandacht voor het familiegevoel. Voor onze selectieteams betekent dit dat prestatie voorop staat en dat op een zo hoog mogelijk niveau gespeeld moet worden.
  • Voor de overige teams staat plezier in het voetbal op een voor hen passend niveau voorop. Onze vereniging is een over de gehele linie goed geleide organisatie die professionaliteit uitstraalt.
  • Voorwaarden hierbij zijn: de juiste mensen op de juiste plek, het hebben en onderhouden van een financieel gezonde organisatie, een positief imago, het open blijven staan voor de wereld om ons heen en het hebben van goede relaties met belanghebbende partijen.

Missie

  • Quick Boys wil een toonaangevende voetbalvereniging zijn in Nederland op het gebied van:
  • aansprekende resultaten van haar selectieteams
  • sportief gedrag binnen en buiten de velden
  • plezier in voetbal
  • het hebben van een representatieve en gewaarborgd veilige accommodatie die beschikbaar is van maandag tot en met zaterdag
  • het beschikken over een representatieve A-selectie waarvan de meerderheid bestaat uit eigen jeugdspelers, die speelt met passie en teamgeest

Dit is eigenlijk de start. Zo’n visie en missie roepen natuurlijk een aantal vragen op die op een nadere uitwerking schreeuwen. Want hoe herkennen wij een resultaatgerichte instelling? Wat is dat, familiegevoel? Hoe geven zij dat gevoel vorm? Wat zijn de selectieteams? Welke eisen worden aan deze teams, spelers van deze teams gesteld?
Wat is het niveau, als wij het hebben over een zo hoog mogelijk niveau? Zit daar een grens aan? In de missie heeft men het over de overige teams. Waar hebben wij het dan over? Wat zijn de doelgroepen? Het plezier komt zowel in de visie, als ook in de missie terug, maar wat is dat? Wanneer spreken wij van plezier? Hoe verhoud plezier zich tot het niet bereiken van aansprekende resultaten? Wat verstaan wij onder sportief gedrag? Wat doet de vereniging als spelers zich niet sportief gedragen en maken ze dan onderscheid tussen een jeugdspeler uit Jo-13-4 en een spelbepalende selectiespeler uit het 1e elftal? Een veilige accommodatie, wat verstaat men daar dan onder? Wanneer vinden wij dat het veilig genoeg is of willen zij continu werken aan een steeds veiligere omgeving? Wil je daarin investeren en wat mag dat dan gaan kosten? De missie van Quick Boys eindigt met een representatieve A-selectie waarvan de meerderheid bestaat uit eigen jeugdspelers. Over hoeveel jeugdspelers hebben wij het dan? Hoe zorg je er voor dat deze spelers ook daadwerkelijk daar kunnen komen en in die A-selectie, op een zo hoog mogelijk niveau willen en ook kunnen spelen? Met welke trainers doe je dat? Wat voor niveau moeten deze trainers hebben? Welke opleiding? Welke ervaring? Over welke competenties moeten zij beschikken om training te kunnen geven? Wat is hierin dan het verschil tussen de selectietrainers en de overige trainers?

Voordat je aan de slag gaat met het invullen van het technische plaatje heb je het dus eerst over andere thema’s, het verenigingsbeleidsplan. Uit dit verenigingsbeleidsplan zou ook een verenigingsjeugdbeleidsplan kunnen volgen.

Verenigingsjeugdbeleidsplan

Het kan natuurlijk zijn dat de vereniging zich uitsluitend wil richten op de senioren en geen jeugdteams wil. Veelal zullen verenigingen echter zowel senioren- als ook jeugdteams in huis hebben. Het is verstandig om aansluitend aan het verenigingsbeleid specifiek beleid te ontwikkelen de jeugd. Wat houdt de jeugd bezig? Hoe kunnen wij hen bij de vereniging betrekken? Hoe kan de jeugd uitgedaagd worden en als dat niet meer lukt, wat is dan de reden waarom jeugdleden stoppen? Uit onderzoek uit de jaren 90 van de vorige eeuw bleek dat naar mate jeugdleden ouder worden, het aantal ‘drop outs’ groter wordt. Hier voor zijn drie groepen factoren aan de te wijzen, te weten sportgebonden, verenigingsgebonden en persoonsgebonden factoren.

Al eerder kwam naar voren dat veel verenigingen, zoals ook Quick Boys in hun missie hebben staan dat de A-selecties zoveel mogelijk moeten bestaan uit spelers uit de eigen jeugd. Als je dat afzet tegen het feit dat juist bij de oudere jeugd het aantal drop outs toeneemt, doe je er goed aan om te onderzoeken en blijvend te onderzoeken wat de motivaties zijn van jeugdleden die stoppen? Vraag hier ook vooral op door! Dit is gratis feedback waar je veel van kan leren.

Technisch Beleidsplan

Als je weet wat je missie en visie is. Als je in beeld hebt wat voor vereniging je wilt zijn. Als je weet wat de doelen zijn waar aan je wil gaan werken, dan kan je hierna ook heel specifiek gaan werken aan technisch beleid. Stel vast wat, zoals bij Quick Boys zo mooi is beschreven ‘het zo hoogst mogelijke niveau’ is waarop je wil acteren. Wat is dat niveau voor je A-selectie? Wat is dan niveau voor je reserve elftal? Op welk niveau moet je Jo19-1 spelen en zo verder voor alle selectie elftallen.

Opbouw FC Emmen

Wat is er dan voor nodig om daar te komen of, als je al op dat niveau actief bent, om daar te blijven? Hoeveel uur moet er dan per week getraind worden? Hoe vaak moet er dan per week getraind worden? Hoe worden die trainingen vorm gegeven? Zijn de trainingen uitsluitend wedstrijd gericht of wellicht ontwikkelingsgericht? Wat moeten de spelers, op welk niveau leren? Ga je afspraken maken over het te spelen of het te leren spelsysteem of laat je dit volledig los?

Opbouwschema trainingsfrequentie

Welke trainers moeten dit dan gaan vorm geven? Welke achtergrond moeten zij hebben en hoe moeten zij die kennis en vaardigheden bij houden? Hoe vindt de doorstroming plaats? Welke spelers gaan op welk moment met hogere teams meetrainen en welke afspraken ga je maken over het meespelen op een hoger niveau? Belangrijk in dit kader is ook dat je dan weet welke teams wat niveau betreft op een vergelijkbaar of aansluitend niveau trainen en spelen. Zo zou het goed kunnen dat Jo16-1 het selectieteam is, maar dat Jo16-3 het bouwteam is waar spelers uit een jongere lichting, tussen oudere spelers, ervaring op kunnen doen. Hier zou je een getrapt schema voor kunnen opstellen.

Voorbeeld opbouwschema

Lego

Of het nu gaat om het verenigingsbeleid, het jeugdbeleid, het technisch beleid of het technisch jeugdbeleid, het is nooit af. Ook binnen de sport is Deming een graag geziene gast. Je plant wat, je voert het uit, je check of je doet wat je afgesproken hebt, je neemt je verbeteringen mee en gaat weer aan de slag. Het is wat dat betreft net alsof je met lego een huis aan het bouwen bent. Je bedenkt wat voor huis het moet worden. Je gaat aan de slag. Halverwege bekijk je het bouwwerk eens van een afstand, past wat dingen aan in het concept en gaat weer verder. Het huis is nooit af.

Aan de slag

Van jeugdbeleid naar technisch jeugdbeleid

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s