Spelen met gedrag

Ik kan mij Ruben nog goed herinneren. De allereerste keer dat ik kennis met hem maakte was bij de selectietrainingen voor de D1. Ruben kon goed volleyballen en dat wist hij ook. Ruben was aanwezig. Na het inleidend praatje, de warming up, gestart werd met lopen. De warming up was nog geen 5 minuten aan de gang toen Ruben de jongens voor hem ging inhalen. Bij het passeren van van Tim hield hij even in en gaf hem een enorme beuk. Tim kwam hard tegen de muur terecht. Ik stond erbij en keek er naar. Dit was natuurlijk gedrag dat niet door de beugel kon. Ruben mocht op de bank plaatsnemen. Als de eerste kennismaking veel zeggend is, dan was dit een slechte start. Na een goed gesprek verliep de rest van de training rustig. Dit gedrag liet Ruben de maanden daarna met enige regelmaat zien.  Telkens gebeurde dit terwijl wij er bij stonden, niets in het geniep. Telkens mocht hij op de bank plaatsnemen en telkens volgt een pittig gesprek. Ruben zocht regelmatig de strijd op. Ik pakte hem stevig aan, bij ongewenst gedrag mocht hij op de bank plaats nemen en even uitrazen. Als hij na enige tijd aangaf dat hij weer normaal mee kon doen, kon hij weer mee doen.

Ruben was het oudste kind uit een groot gezin. Zijn vader was militair en zat door de week in Duitsland. Regelmatig stond Ruben op vrijdagavond met zijn vader bij mij voor de deur. Hij moest dan zijn excuses aanbieden voor het gedrag dat hij op de training had laten zien. Dit moest niet leuk zijn. Deze processie voltrok zich een aantal keren. Ik begon daar moeite mee te krijgen. Die moeite had ik ook meerdere keren uitgesproken richting de vader van Ruben, maar dat maakte geen einde aan de terugkerende vrijdagavond bezoeken.

Voor mij staat centraal dat iedereen plezier moet kunnen beleven aan sport. Dat gold voor iedereen in het team, dus ook voor Ruben. Ik realiseerde mij ook dat ik wel erg veel geduld had tijdens de training. Hoe kwam het toch dat Ruben altijd de strijd op zocht, ruzie maakte maar dat ook weer zo opvallend deed dat iedereen het zag? Waarom toch was hij thuis zo open over zijn gedrag, dusdanig dat hij regelmatig vrijdags met zijn vader bij mij voor de deur stond?

Om dat een beetje te verklaren gebruikte ik een schema dat veel lijkt op de Roos van Leary.

 

  • Kinderen met veel Boven-gedrag willen graag de baas spelen en kunnen anderen slecht volgen. Zij zijn goed in controle houden, maar kunnen minder goed afwachten en luisteren.
  • Kinderen met veel Ander-gedrag zijn vaak afhankelijk van anderen, hebben ook veel bevestiging nodig. Zij kunnen zich goed inleven in de ander. Zij komen vaak minder goed voor zich zelf op.
  • Kinderen met veel Onder-gedrag wachten in veel situaties af of trekken zich terug. Zij zijn goed in observeren en luisteren. Zij nemen minder goed en ook minder snel het initiatief.
  • Kinderen met veel Ik-gedrag tonen veel emoties, vooral boosheid en soms zelfs agressiviteit. Zij kunnen gemakkelijk hun gevoelens uiten, maar zijn minder goed in het opbrengen van begrip voor de ander.

Ruben was een voorbeeld van een jongen die veel Ik-gedrag liet zien. In een groot gezin, met een vader die door de weeks, veelal in het buitenland verbleef zat hij ook thuis, zal hij ook voor zich zelf op moeten komen. Op de vrijdag was het vast anders. De jongen bij mij voor de deur, was telkens een timide ogende jongen, die mij het liefst niet aan keek.

Leary leerde ons dat elke actie een reactie oproept en dat die reacties een patroon gaan vormen. Als ik, als trainer, veel ‘Ander-gedrag’ laat zien, dan laat ik ruimte voor een ander om veel Boven-gedrag te pakken. Ruben was een jongen die veel Ik gedrag liet zien, maar ook bekend was met Boven-gedrag van vader.

Mijn eerste stap was duidelijk Boven gedrag te laten zien, geen begrip meer. Voor Ruben betekende dit de weken daarop dat hij bij agressief gedrag, geen tweede kans meer kreeg die training. Dit resulteerde er in dat Ruben meer Onder-gedrag liet zien. Deze fase duurde wel een week of 6. Aan het eind van deze fase heb ik Ruben in een gesprek gevraagd hoe hij het vond gaan. Hij vond het niet leuk. Dit bood ruimte om het ook te hebben over hoe anderen het hadden ervaren op die momenten dat hij boos of zelfs agressief was. De conclusie was dat ook dit niet leuk was. In dat gesprek heb ik hem ook gevraagd hoe hij het vond dat hij met zijn vader regelmatig zijn excuses moest aanbieden. Ook dit vond hij eigenlijk niet leuk. Wij hebben toen de afspraak gemaakt dat hij thuis best mocht vertellen hoe de training was gegaan, maar dat het niet noodzakelijk was om te vertellen dat hij zich minder vriendelijk had gedragen, om het ongewenste gedrag even een plek te geven. Deze afspraak gaf rust. Ruben was beter bereikbaar. Niet dat het ongewenste gedrag direct ophield maar als het voorkwam waren excuses tijdens de training aan degene die het betrof voldoende. Wij konden verder.

Wil je weten hoe het met Ruben is afgelopen? Bestel ‘Sport, niet altijd leuk!’

https://www.boekscout.nl/shop2/boek.php?bid=5946

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s