De rekenmeesters

Ik betrapte mij er op dat ik gisteren in de Voetbal.nl app, bij het team van het zoontje van een goede vriend wilde kijken op welke plek zijn team stond. Ik kreeg de mededeling dat bij O8,9 en 10 pupillen geen uitslagen en standen worden weergegeven. Als uitleg werd daarbij genoemd dat deze kinderen in een ontwikkelfase zitten en dat de competitie geen doel, maar een middel is dat bijdraagt aan het spelplezier en de individuele ontwikkeling. Gelukkig bleek onder de ouders een rekenwonder te zijn die elke zaterdagavond de uitslagen van alle teams op ging vragen en zo wist elke coach aan het eind van het weekend de stand.

Bij de invoering van de nieuwe spelvormen lag het niet meer werken met ranglijsten al onder vuur en menige club zal vast de winterkampioenen bij O8, O9 en O10 gehuldigd hebben. Waarom heeft de KNVB dit überhaupt bedacht? Een club uit de Limburgse Peel beschreef het als volgt: “Er zijn vragen “uit het veld” gekomen waarom de uitslagen en de tussenstand van de competities van de JO9-1 en JO9-2 niet op Voetbal.nl en onze website worden getoond. Ook dàt is onderdeel van de vernieuwing die de KNVB heeft doorgevoerd in deze leeftijdsgroep. De uitslagen worden nog steeds geregistreerd bij de KNVB, maar dat is alleen om een team na de winterstop in een hogere of lagere klasse te kunnen indelen. Vandaar!” 

Eigenlijk zegt een dergelijke verklaring helemaal niets. In Ierland kent men al enkele jaren een zelfde werkwijze. Men gaat daar zelfs nog een stapje verder. Trainers zijn daar verplicht om alle spelertjes minimaal de helft van de wedstrijd te laten spelen, of ze er wat van kunnen of niet. In ons land gaan wij niet zover en hebben wij een polderoplossing gevonden. Jan Dirk van der Zee, directeur Amateur voetbal van de KNVB, geeft aan dat zij denken dat het loslaten van de ranglijsten, de instinctieve prestatiedrang bij trainers en ouders weghaalt en zodoende ruimte geeft om alle spelertjes ongebreideld speelplezier te gunnen. Wij moeten hem overigens niet verkeerd begrijpen. Het winnen van de wedstrijd blijft natuurlijk wel gewoon belangrijk en superleuk! Ook hij was vroeger ook niet te genieten na een gelijk spel of verlies. Met die laatste twee zinnen haalt hij, wat mij betreft, het hele argument onder deze spelregelwijziging keihard onderuit. Je kan je zelfs serieus afvragen of iemand die spelregelwijziging echt goed begrepen heeft. Als bijna elke competitie, vereniging, wel ergens iemand heeft die elk weekend even uitrekent wat de stand is en wie er op kampioenskoers zijn.

Welke gedachte ligt er nu echt achter deze regel?  Ruud Dokter op, de Nederlandse High Performance Director van de Ierse voetbalbond FAI en voormalig bondscoach van Nederlandse
jeugdelftallen, zegt daar het volgende over: Trainers mogen wel wat bescheidener zijn. Eerst denk je: Speler A is mijn grootste talent en een jaar later is die speler ingehaald door speler B, niet zelden iemand waar je het nauwelijks van verwachtte. Dan is er dus maar één conclusie mogelijk: We moeten onze aandacht geven aan alle spelers. Als trainer moet je als onderwijzer en opvoeder fungeren.”

Met andere woorden, binnen de club werken aan het ontschotten en als trainer meer de onderwijzer, de opvoeder zijn in plaats van de trainer. Wat betekent dan dat onderwijzer, opvoeder zijn?
Van der Zee geeft aan dat hij geen verbeten prestatie-trainers wil zien, maar positieve en enthousiaste coaches, die er voor het plezier van de spelertjes zijn en hen zo min mogelijk druk opleggen
door ze het volle vertrouwen en de vrijheid te geven. Fantastisch maar dit klinkt wel héél erg geitenwollensokken jaren 60. Is er dan geen enkele andere reden? Ja, die is er. Waar gewerkt wordt vallen spaanders, zei mijn moeder wel eens. Een oud Hollands gezegde dat zo veel betekent dat als je aan het werk bent je de kans loopt dat je fouten maakt. Als wij dat nu eens omdraaien, dan is er eigenlijk niet gewerkt als er geen fouten meer gemaakt worden. Het gaat er ook niet om dat er geen fouten gemaakt mogen worden. Het gaat er om wat je met die fouten doet. Wij leren met vallen en opstaan. Dat je valt is niet zo erg, waar het omgaat is dat je elke keer wel weer opstaat. Als wij kinderen een sport willen leren, leren voetballen, leren volleyballen, leren hockeyen, dan lukt dat niet in een keer. Als kinderen op 8, 9 jarige leeftijd geen fouten meer zouden maken dan zou ik als voetbaltrainer Koeman bellen en zelfs de mannen die Koeman oproept maken fouten. Op dit moment ligt Pasveer bij Vitesse aardig onder het vergrootglas. Hij maakt iets meer fouten dan een gemiddelde eredivisiekeeper. Ik laat dan even buiten beschouwing dat in een teamsport, elke speler, functioneert binnen de context van het team. Terug naar die 8, 9 jarigen. Als zelfs eredivisiespelers, als zelfs internationals, fouten maken. Hoeveel fouten mag een kind van 8, 9 jaar dan maken? Pasveer heeft, zo beweren zijn ‘supporters’, Vitesse als 10 punten gekost. Hoeveel punten zou Sjors uit O8-2 zijn team al gekost hebben? Als trainers bij O8,O9 en O10 de ranglijst centraal zouden stellen dan leren wij kinderen dat zij fouten moeten mijden omdat dit punten kost. Waar gewerkt wordt vallen spaanders. Als wij nu gaan vermijden dat er spaanders vallen wordt er niet gevoetbald. Dan leren kinderen geen nieuwe dingen, ze leren niet de problemen waar zij in het veld tegen aan lopen zelf op te lossen. Het maken van fouten is dus enorm belangrijk. Iedereen mag vallen maar moet daarna weer opstaan. Als kinderen geen fouten mogen maken dan neemt het vertrouwen om nieuwe dingen uit te proberen af. Als dat vertrouwen om nieuwe dingen uit te proberen afneemt zullen kinderen ook geen risico’s nemen, wat leidt tot een lagere eigen vaardigheid. Deze lagere eigen vaardigheid leidt er toe dat zij nog minder zelfvertrouwen krijgen om nieuwe dingen uit te proberen. Dit is een vicieuze cirkel die leidt tot een steeds lagere eigen vaardigheid. Omgedraaid werkt dit hetzelfde. Kinderen die fouten mogen maken, blijven uitdagingen zoeken, blijven nieuwe dingen uitproberen. Kinderen die nieuwe dingen uit mogen proberen, krijgen daardoor een hogere eigen vaardigheid. Doordat ze een hogere eigen vaardigheid krijgen, durven ze ook weer nieuwe dingen uit te proberen. Zij mogen fouten maken, en worden er niet op afgerekend dat ze het team als een aantal punten hebben gekost.

Achter het centraal stellen van spelplezier zit dus wat achter. De trainers moeten kinderen dus uitdagen nieuwe vaardigheden uit te proberen. Dat opvoedende zit er dus in dat je het kind niet afrekent op zijn of haar fouten maar dat je het kind telkens weer stimuleert op te staan en het opnieuw te proberen.

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s