Mindfuck

Het zal jullie niet verbazen, ik ben een warm voorstander van planmatig werken. Stap voor stap werken aan het verbeteren van de techniek, tactiek, conditie, noem het maar. Ik vind het werken met resultaten als kampioen willen worden, willen promoveren, niet degraderen, winnen van juist de derby, zinloos. Ik vertelde het al eerder, dit zijn doelen die ik als trainer niet onder eigen controle heb. Ik kan met twee vingers in de neus kampioen worden, niet omdat wij zó goed zijn, maar omdat de tegenstanders dramatisch veel slechter zijn. Ik kan degraderen en nog nooit zo’n goed seizoen hebben gehad.

Als ik er voor kiest om planmatig te werken, als ik een team, een speler, echt beter wil maken, is het fijn dat ik als trainer de vooruitgang ook zie. Vooruitgang die in dit geval niet gerelateerd is aan wedstrijdresultaat maar aan de uitvoering, de techniek, de tactiek. Vooruitgang met misschien twee stappen voor- en één achteruit. Geen vooruitgang met zevenmijlslaarzen maar vaak met hele kleine stapjes. Voor mij als trainer, maar ook zeker voor mijn spelers, is het belangrijk dat ik die progressie ook zie. Omdat ik als trainer wekelijks, soms meerdere keren met een team aan de slag ben is vaak moeilijk om de werkelijke progressie te zien. Ik ben vaak meer geneigd om een speler te vergelijken met een medespeler dan dat ik hem kan vergelijken met de speler zelf, maar dan een week daarvoor. Als trainer zie ik steeds maar een heel klein deeltje van het proces en daardoor is het moeilijk om de vooruitgang te bepalen. Dit wordt nog moeilijker als ik die procesdoelen niet beschreven hebt. Want wat is de voortgang als je niet meer weet hoe het was en niet duidelijk hebt wat het einddoel zou moeten zijn?

 

Ons brein kan ons soms aardig voor de gek houden. In ‘Let toch eens op man!’ schreef al dat een speler, volledig geconcentreerd, vaak niet eens merkt wat er langs de lijn gebeurd. Kennelijk kunnen wij ons afsluiten voor prikkels van buiten. Een probleem waar ons brein maar moeilijk mee kan dealen is het zien van veranderingen. Soms sluiten wij ons daarvoor af. Soms is de verandering zó klein dat het niet opvalt. Als ambulant begeleider kon ik dag in dag uit bij een cliënt op bezoek komen en eigenlijk weinig tot geen veranderingen waarnemen, niet in het gedrag, niet in de omgeving. De veranderingen werden pas duidelijk nadat ik drie weken op vakantie was geweest, er even niet geweest was. Wij zijn op een of andere manier blind voor veranderingen. Zeker als vooraf niet duidelijk is waar wij op moeten letten. Daar komt bij dat iedereen kijkt, luistert, vanuit zijn eigen referentiekader. Als ik naar een wedstrijd kijk vallen mij andere dingen op, dan mijn assistent trainer.  Voor die ambulant begeleider was de overdracht, het overleg, enorm belangrijk. In dat overleg werd van gedachte gewisseld over wat een ieder gezien had. De puzzel werd compleet gemaakt. Als trainer kijk ik ook vanuit mijn eigen referentiekader. Ik mis dus  ook dingen, omdat ze mij niet opvallen. Ik mis ook de veranderingen juist omdat ik meerdere keren per week met mijn team, mijn spelers, aan het werk ben. Eigenlijk zou iedere voetbaltrainer, sporttrainer, moeten puzzelen. Werk nooit alleen, bespreek wat je ziet, ga daar de discussie over aan. Wat is de interpretatie van wat je ziet? Als trainers tot slot vooraf niet duidelijk beschreven hebben wat de einddoelen zouden moeten zijn, waar ze op moeten letten, naar moeten kijken, dan wordt talentontwikkeling een soort optische illusie.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s