Een complimentje

Ik vond het wel een vondst, Thomas Dekker die, rijdend hij over gevaarlijke wegen, langs diepe ravijnen nog even uitlegt hoe het toch zo mis kon gaan. Zijn reispartner snapte er helemaal niets van. Hoe kon iemand zo ver gaan? Dekker schetste een ontluisterend beeld  van de wielerwereld. Een wereld die, als wij de coureurs mogen geloven, nu veel schoner is. Ik vraag mij dat af. Ontegenzeggelijk is er veel veranderd, het dopingpaspoort, de Where abouts en een veel transparantere sportcultuur.

Afgelopen week kwamen er andermaal twee sporters naar buiten met een bekentenis, Karsten Kroon en Lieuwe Westra. Beide zijn inmiddels gestopt met wielrennen. Ik vind het wel bijzonder dat ze nu naar buiten komen met deze bekentenissen.  Een gezamenlijk onderzoek van de Nederlandse wielerploegen en de wielrenunie KNWU, in 2013, leverde geen nieuwe dopingbekentenissen op. Renners en oud-renners die in het kader van dat onderzoek dopinggebruik bekenden, zouden er met een relatief lichte straf vanaf komen.  Waarom zou je dan nu bekennen? Aan Kroon kleefde een zweem van doping gebruik, al was hij nooit betrapt. Hij behoorde wel tot de generatie gebruikers en verkeerde in het milieu waarin meerdere renners betrapt waren. Eurosport lijkt het wel prima te vinden. Een analist met zulke ervaring wil iedereen wel. Een soort hacker die nu bij de politie gaat uitleggen hoe het toch allemaal ging. Westra gebruikte de bekentenis als een soort voorproefje op zijn boek. Michael Boogerd, iemand die al eerder bekende doping te hebben gebruikt, gaf aan dat je in die tijd zonder dat spul eigenlijk niet mee kon doen. Een betere recensie kan iemand zich niet wensen.

Westra benoemd in zijn boek dat je resultaten moest boeken om een complimentje te krijgen. Dat kennen wij natuurlijk allemaal.

Een complimentje, het lijkt zo vanzelfsprekend en toch geven wij het niet vaak. Wij zijn meer gericht op alles wat verkeerd gaat. Alles wat goed gaat vinden wij maar normaal, terwijl alles wat even niet naar loopt zoals wij verwacht hadden wordt uitvergroot. Noem het onze Hollands, noem het de geneugten van een Calvinistische achtergrond, het helpt ons niet. Het helpt al helemaal niet als wij het verkrijgen van een complimentje koppelen aan het al dan niet behalen van een resultaat waarover wij weinig eigen controle hebben. Westra kan op vijf kilometer voor de meet simpelweg lek rijden. Weg etappewinst. Wie herinnert zich niet Johnny Hogerland? Hij reed een erg goede Tour de France tot het moment dat hij door een volgauto het prikkeldraad in werd gereden. Weg etappewinst, weg complimentje.

Complimentjes, positieve aandacht, motiveren meer dan cadeaus, promotie of simpelweg geld. Complimenten activeren het beloningscentrum in ons brein. De hoeveelheid Dopamine neemt toe en dat geeft ons een goed gevoel. Het goede gevoel maakt ook dat iemand het gedrag waarvoor hij een compliment heeft gekregen vaker zal vertonen. Complimenten werken ook langer door. Iemand straffen, helpt een moment, maar is niet duurzaam. Een volgende keer zal een hardere straf nodig zijn om iemand in het gareel te houden. Een trainer kan na een verloren wedstrijd een straftraining inlasten, maar bij nog een verloren wedstrijd helpt zo straftraining al niet meer of hij zal zijn team nog harder moeten straffen.

Een complimentje doet wonderen, maar moeten wij dan maar te pas en te onpas met complimenten strooien? Ik denk het niet. Bij een dolfijn die bij elke keer dat hij door een ring heen springt een visje krijgt, is het trucje snel voorbij als hij een aantal keren achter elkaar geen visje krijgt. Wees dus selectief in het geven van complimenten. Er zijn voor het geven van een compliment ook wel enkele aanbevelingen. Geef geen compliment over het behaalde resultaat, maar benoem het proces. Benoem concreet gedrag. Benadruk inzet.
“Zie je wel, nu gaat de smash goed maar daar heb je dan ook hard op getraind.”

Je kan een wedstrijd winnen, maar gewoon belabberd gespeeld hebben. Omgedraaid, je kan ook verliezen maar de beste wedstrijd van het seizoen gespeeld hebben. Ik sprak afgelopen week een pupillentrainer en die zij dit letterlijk:
“Wij verloren met 3-1, maar ik denk dat de jongens de beste wedstrijd van het seizoen gespeeld hebben!”
Ik vind dat mooi, alles klopte die wedstrijd. Natuurlijk waren er puntjes ter verbetering, maar er kwam uit waar ze op getraind hadden en de jongens hadden een geweldige inzet getoond.

Of wij vinden het helemaal fantastisch, of er deugt helemaal niks van. Wij gebruiken vaak grote woorden, een fantastisch goed team, een team met talenten, een talentvolle speler, een topper. Met alle beste bedoelingen plaatsen wij kinderen, onze eigen spelers, op een voetstuk. Daarmee kweken wij, zou je kunnen zeggen, gemakzucht. Waarom zou je je best doen als je al fantastisch bent? Ouders doen dit met de beste bedoelingen, want een zelfvertrouwen doet worden en zoals wij al zagen, door een complimentje gaan spelers zich ook echt beter voelen en zal het vertoonde gedrag waarover het compliment gegeven werd ook vaker terug komen. Wil je dat gewenst gedrag vaker wordt vertoond, richt je compliment dan ook op dat concrete gedrag. Benadruk de groei, elke vooruitgang is goed, maar het kan altijd beter! Ik vraag mij wel af of Westra geen doping gebruikt zou hebben als hij vaker een groei complimentje had gekregen?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s