Uren maken

“Drie keer 2 uur trainen per week te veel? Jullie weten werkelijk niet waar je over praat!”
Het ging er even heftig aan toe, die avond. Jan, de trainer van O13-1, wilde graag meer gaan trainen met zijn team. Los van de vraag of er ergens in het trainingsrooster nog ruimte was, vonden eigenlijk alle trainers dat het aantal trainingsuren gewoon een te grote belasting was voor de kinderen. Twee keer, twee uur per week, dat moest genoeg zijn. Voetbal was een fysieke zware sport en de club wilde waken voor over belasting. Onze O13-1 ging dan ook géén derde keer trainen.

Toen ik in 1980 mijn eerste volleybalteam trainde trainde wij 1x per week, 1 uur en dat was prima. Elf, een enkeling twaalf jaar oud waren ze. Wij trainde in een gymzaaltje. De club had het goed georganiseerd, voor elke speler één bal. Het trainingsuur werd effectief gebruikt, veel oefeningen met een bal. Volleybal is niet voor niets een balsport. Vrijwel elke club trainde in die tijd, met deze leeftijdscategorie, gewoon een keer per week, één uur. In 1985 deed ik voor het eerst met een team mee aan het NK of Nationaal Mini-Volleybal Toernooi zoals dat toen nog heette. Via een regionale voorronde plaatsten wij ons voor de finale in Nijmegen. In de finale liep het crescendo tot de kruisfinale, daar was de later winnaar net een maatje te groot. Uiteindelijk werden wij dat jaar derde van Nederland. Het jaar daarop plaatste ik mij, met een nieuw team, andermaal voor de finaleronde. Wij eindigde echter niet in de top 3. In de eindronde werden wij achtste van de acht. Had ik toen een slechter team? Ik dacht het niet. Toch was er, ten opzichte van 1985 wel wat veranderd. Wij trainde nog steeds een keer per week, een uur. Al onze tegenstanders in de finaleronde maakte meer trainingsuren. De landskampioen, dat jaar was, kort door de bocht, ook het team dat de meeste trainingsuren maakte.

Meer trainingsuren was bij mijn kleine club, zonder eigen accommodatie eigenlijk niet bespreekbaar. Uiteindelijk kon ik een half uur meer trainen. Het was mogelijk om die anderhalf uur op te knippen in twee keer 45 minuten. Een half uurtje meer, maar wel 2x per week trainen, het leverde het jaar daarop een 4e plek op in de finale. De jaren daarop werd het aantal trainingsuren in volleyballand drastisch opgevoerd. Zo kon het gebeuren dat kinderen van zo’n 12 jaar zo’n 18 uur per week trainde. Tenminste 3x per week bij de club, op zondagmorgen bij de volleybalschool, op de maandagmiddag onder schooltijd. Op zaterdag  wedstrijden en soms 2 wedstrijden op één dag, ’s ochtends met het eigen team en dan ‘middags met een hoger, ouder team, vaak met een seniorenteam. Alles draaide om de sport. Je vrienden deden dezelfde sport en zaten in hetzelfde ritme. Toetsen? Die moesten vaak op andere dagen ingehaald worden. In de schoolvakanties werd er gewoon door getraind. Het leggen van contacten met nieuwe klasgenoten op de nieuwe school? Het viel niet mee. Het was fysiek en mentaal zwaar. Heeft sport eeuwigheidswaarde of is de wereld ernaast en erna misschien wel veel belangrijker?

Oefening baart kunst, maar is die beroemde 10000 uren grens wel zo heilig en zijn andere zaken niet veel belangrijker om het vol te houden? Uit onderzoek blijkt namelijk dat die 10000 uren norm niet de garantie is voor succes op de langere termijn. Sommige sporters komen, na relatief weinig trainingsuren, tot uitzonderlijk goede resultaten. Zo was er een sporter die al op vijftienjarige leeftijd de 5e plaats op Olympische Spelen behaalde, na pas 4 jaar een beetje bewust getraind te hebben. Die 10000 uur norm was nog lang niet bereikt. Er is ook een voorbeeld van een sporter die zich nadat ze amper een jaar de sport beoefende plaatste voor de Spelen. Er moest iets anders spelen. Misschien was ze voor de sport geboren? Misschien was de sporter op het juiste moment tegen de juiste trainer aangelopen? Misschien was het iets met meer doen met minder trainingsuren. Kunnen wij slimmer trainen? Als volleybaltrainer vond ik het altijd een uitdaging om steeds weer leuke nieuwe oefenstof te bedenken. Voor elke oefening bedacht ik ook namen, waardoor ik soms maar aan een woord genoeg had om de organisatie van een oefening neer te zetten. De training moest, vond ik, attractief en dynamisch zijn én mijn spelers moesten, door de variatie aan oefenvormen veel leren. Of ik hiermee meer deed in minder tijd, ik weet het niet. Als ik voetbaltrainingen zie, dan zie ik vaak dezelfde oefeningen, dezelfde warming-up en soms week in week uit, hetzelfde programma. Veel herhalingen, dodelijk saai eigenlijk. Er is niets mis met herhalen, want zo leren wij vaak. Rijtjes als “an auf hinter in neben uber unter vor zwischen” kan ik nog steeds dromen. Het resultaat van dag in dag uit vreselijk stampen. Of ik nog iets met Duits doe? Liever niet. Tijdens de cursus Neurotraining bij het Instituut Toegepaste Neurowetenschappen, vertelde de docent dat een schaatser, die op de ijsbaan eigenlijk altijd de bochten dezelfde kan op maakt, om de bochtentechniek goed te leren, ook af en toe even tegen het verkeer in moet schaatsen. In de eerste aflevering van De staat van Oranje was een kunstenaar aan het woord. Hij had een soort voetbalkooi ontworpen, waarbij de bal door een machine werd ingebracht, steeds weer anders en moest de bal dan in een gat geschoten worden. Dit zijn niet de standaard oefenvormen, die is niet het klassieke rondootje. Nu pleit ik er niet voor dat elke club zo’n kooi moet hebben en dit het antwoord is op al de vragen, maar goed kijken naar hoe je effectiever met je tijd om kan gaan en of minder uren maken maar die uren beter inrichten en dat gekoppeld aan meer aandacht voor al die andere aspecten die belangrijk zijn voor ieder individu, zou de moeite waard zijn.

Als trainer bereikte ik 16x de eindronde van een NK, waar veel verenigingen drastisch meer uren gingen trainen, trainde ik 2x per week zo’n anderhalf uur. Ik moet bekennen dat wij bij goed weer, nog wel eens een derde keer buiten gingen trainen, door een park heen rennen, bankjes springen, maar die 18 uur? Zover kwam ik niet. Als ik tegenwoordig spelers tegenkom die ik vroeger heb getraind dan herinneren zij de lol, het ijs aan het eind van het seizoen, of zoiets idioots als de spreekbeurtmap. Bijna al die jongens van toen, volleyballen nog steeds, zijn soms zelf trainer geworden of hebben kinderen die volleyballen. In een land waar de bewegingsarmoede steeds groter wordt, de roep voor meer uren gym en vakleerkrachten in het onderwijs nu ook in de kamer klinkt, is het goed om ook kritisch te kijken naar de inhoud van de trainingen maar ook moeten wij goed kijken naar de context waarin wij sporten, alleen dan zijn wij in staat om het vol te houden, een leven lang te sporten.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s