Koffietijd

Meer respect met aftrapsessies, aldus de KNVB. Samen een kop koffie aan het begin van de wedstrijd, leidt in de regio Den Haag tot meer begrip en respect op het veld. De aftrapsessies zijn een vervolg op het project ‘Weer spelen tegen’ van de KNVB. Een project dat werd opgetuigd na de vele incidenten tijdens wedstrijden met als gevolg dat vele teams liever niet tegen Haagse elftallen wilde spelen.

Het format is vrij eenvoudig. De KNVB stuurt iemand vooraf naar een wedstrijd die, op voorhand, als risicovol wordt ingeschat.  Deze persoon brengt een aantal sleutelfiguren rondom de wedstrijd bij elkaar. Je moet dan denken aan de aanvoerders, coaches en de scheidsrechter. Vervolgens gaan ze met elkaar om tafel zitten. De, laten we hem, coördinator noemen, stelt de vraag wat er nodig is om er een leuke wedstrijd van te maken. Vervolgens worden daar afspraken over gemaakt. Moeilijker is het niet. Natuurlijk gebeurd in dat gesprek meer, ze maken een rondje, iedereen stelt zichzelf voor, vertelt iets over zijn achtergrond, de voetbalcarrière, ze leren elkaar wat beter kennen en stappen tijdens de wedstrijd wat makkelijker op elkaar af of een conflict in de minnen te schikken. Het ei van Columbus, zo lijkt ’t want, zo blijkt het werkt, minder incidenten en leukere wedstrijden. Wat een goede ontvangst al niet doet.

Ik moest terugdenken aan Jack. Jack was onze wedstrijdsecretaris. Vrijwel elke zaterdag kon je hem terugvinden in de bestuurskamer. Hij ontving de scheidsrechters, de teams. Hij zorgde voor de koffie met koek en soms een plakje cake. Een moment om kennis te maken met de scheidsrechter en, veelal de leider en de trainers van de tegenstander. Jack zorgde behalve voor de koffie ook voor een goed verhaal. Je voelde je direct thuis. Of het aan de koffie lag of aan het soms ontbreken van de cake, een goede ontvangst wilde niet zeggen dat het ook altijd in pais en vree verliep.

Ik moest ook direct denken aan onze wedstrijd bij Barneveld. Ruim een week voor die wedstrijd ontving ik een email van de scheidsrechter. Of ik mij, samen met onze grensrechter anderhalf uur voor de wedstrijd, wilde melden in het clubhuis van SDV Barneveld. Ik diende ook de confectiemaat van onze grensrechter door te geven. Wij hebben hier vooraf nog wel even over gesproken. De ontvangst bij Barneveld was prima. De scheidsrechter bleek een man van regels. Hij overhandigde mij als ook de leider van SDV Barneveld een kaartje waarop zijn regels stonden. Opdat wij het niet zouden vergeten. Na zijn betoog verdween hij, met de beide grensrechters naar de kleedkamer. Na een kwartiertje kwamen ze gedrieën in vol ornaat de kleedkamer uit om gezamenlijk de beide teams in de kleedkamer te bezoeken. Een minuut of 10 duurde het betoog van de scheidsrechter. Het was duidelijk dat deze man geenszins over zich heen liet lopen en dat gebeurde dan ook. De regels waren duidelijk, akelig duidelijk. De wedstrijd verliep zonder problemen, maar of dit nu een garantie is voor succes?

Wat weten wij van de wijze waarop wedstrijden escaleren?  Slijkerman (2017) deed hier onderzoek naar. Zij maakt in haar onderzoek onderscheid tussen gereglementeerd geweld en ongereglementeerd geweld.   Onder de eerste vorm wordt verstaan dat wat niet is toegestaan maar past binnen het spel. Denk bijvoorbeeld aan een tackle. Onder de tweede vorm van geweld wordt geweld buiten het spel om, de wedstrijd ligt stil en is bijvoorbeeld geen sprake van een duel om de bal. Uit haar onderzoek kwam naar voren dat, bij de individuele voetballer, de belangrijkste reden voor ongereglementeerd geweld, frustratie is. Frustratie die met name wordt veroorzaakt door slechte of oneerlijke arbitrage. Dat laatste is in natuurlijk interpretatie, want de scheidsrechter zou natuurlijk, objectief, gewoon een prima wedstrijd kunnen fluiten. In de praktijk blijkt, zo komt in het onderzoek naar voren, de grens tussen wat nu reglementair geweld is en wat ongereglementeerd geweld is, nogal vaag is.

Dat geweld op het voetbalveld een probleem is en dat enig geweld ook gewoon binnen de kaders van de sport past is duidelijk. Op 8 december 2012 kopte het AD dat het geweld op het voetbalveld alleen maar toe neemt. Aanleiding tot dit artikel was de dood van een grensrechter bij een wedstrijd van Buitenboys enkele dagen daarvoor. De KNVB reageerde in het artikel in het AD dat het aantal excessieve overtredingen niet toe, maar afneemt, zij het wel lichtjes.

Na het overlijden van de grensrechter bij Buitenboys is er het nodige gebeurd, heeft de KNVB veel acties opgezet. De afstrapsessies zijn daar slechts een voorbeeld van. Ook moet gezegd worden dat waar, ook ik altijd direct denk aan het voetbal als het gaat om excessief gedrag, blijkt dat eigenlijk elke sport
hier incidenteel mee te maken heeft. Hierbij valt het waterpolo dan weer op, met 13 procent van alle gedragingen binnen de sport als excessief wordt beoordeeld. Dit is nog exclusief vergelijkbare
handelingen die wel binnen de regels van het spel vallen. Voetbal kenmerkt zich door het relatief hoge
percentage (15%) negatieve gedragingen die niet direct tot fysiek of verbaal geweld gerekend worden. Aldus de Monitor Veilig Sportklimaat 2018 .

“Sinds het seizoen 2015/2016 heeft de KNVB een speciale aanpak voor verenigingen waar
bovengemiddeld vaak iets mis gaat. Deze incidentenaanpak bestaat uit drie fases, te weten: duiden,
sturen en straffen. Van verenigingen die meer dan gemiddeld met tuchtrecht te maken hebben, wordt
een dossier gevormd. Daarbij kent de KNVB een waarde toe voor ieder exces, gestaakte wedstrijd,
foutief ingevuld wedstrijdformulier en andere zaken   In het afgelopen seizoen zijn nog steeds verenigingen in West 1 oververtegenwoordigd, nu samen met West 2. Net als in voorgaande seizoenen zijn ook in het afgelopen seizoen geen verenigingen geroyeerd door de KNVB.”  West 2 is ook de regio waar de KNVB nu werkt met de afstrapsessies.

De KNVB is sinds 2014 ook de samenwerking aangegaan met bureau Halt.  Halt voert dan vervangende tuchtstraffen uit, het gaat dan om een training Sport en Gedrag bestaat uit twee varianten. De lichte variant is gericht op uitsluitingen tussen de zes en tien wedstrijden. De zwaardere variant is bedoeld voor schorsingen tussen de zes en 36 maanden. In beide varianten wordt een deel (een derde) van de opgelegde schorsing kwijtgescholden als de training met succes is afgerond. Waar ik dan benieuwd naar ben is de vraag of deze training Sport en Gedrag ook enigszins beklijven.  In de Monitor Veilig Sportklimaat komt dit mijns inziens niet duidelijk naar voren. Wel worden enkele succesfactoren benoemd.  Zo is het contact tussen de Halt-medewerker en de jongere, plus hun ouders belangrijk. Ik kan mij daar wel wat bij voorstellen. Ouders weten niet altijd hoe hun kind zich gedraagt op en naast het veld. Daarbij kan het ook voorkomen dat het ongewenst gedrag een oorzaak heeft in de wijze waarop ouders naar het voetbal kijken. In het rapport wordt aangegeven dat de trainingen vooral van toegevoegde waarde zijn bij de ‘logische’ overtreders. Dit zijn ‘heetgebakerde jongeren die vaker tegen problemen aanlopen op of buiten het voetbalveld’.

Naast inzet op kwalitatief goede Halt-medewerkers en focus op de recidivisten (‘logische’ overtreders) adviseren de onderzoekers onder andere om het karakter van de training minder vrijwillig te maken en om een terugkoppeling te organiseren een paar maanden nadat de training heeft plaatsgevonden.

In de ambities van het VSK programma van de rijksoverheid VSK worden acht thema’s benoemd waarop maatregelen afgesproken zijn en ondersteuning wordt geboden. Zo wordt er gesproken over maatregelen gericht op spelregels, op tuchtrecht, gedragsregels, maatregelen gericht op excessen (door de sport) en door politie en justitie. Verder worden bestuurders ondersteund, trainers en coaches en natuurlijk scheidsrechters. De monitor Veilig Sportklimaat beschrijft dat het doel is dat trainers, coaches en jeugdleiders van de relevante sportbonden/partijen op termijn de benodigde vaardigheden hebben om te functioneren in een veiliger sportklimaat. Bovendien zijn de huidige trainers, coaches en begeleiders van deze bonden bijgeschoold op deze vaardigheden. Hier ligt natuurlijk een gigantische uitdaging, daar veel voetbalverenigingen maar moeilijk trainers kunnen vinden, laat staan, capabele trainers kunnen vinden. Je bent al blij dat je iemand op het veld hebt staan.

De verenigingen hebben, aldus is het plan, de interventie ‘Er is meer te winnen’, ‘coachen op sociaal
gedrag’ en ‘inzicht in trainer-sporter-interactie’ gevolgd. Twee enorm belangrijke thema’s. Zou het ook binnen het voetbal lukken om iedereen er van te overtuigen dat winnen echt beschreven dient te worden als:

zelf beter zijn dan dat jezelf was de dag daarvoor

Het winnen komt echt veel later en zelf dan, als je gaat voor het resultaat vergeet je toch hoe het uitgevoerd moet worden.

Volgens het plan dienen ook scheidsrechters, net als trainers en coaches, ondersteund te worden. Nieuwe scheidsrechters worden standaard geschoold in weerbaarheid. De huidige scheidsrechters (niveau 3 en hoger!) krijgen dit in de bijscholing. Ook worden scheidsrechters, sportbreed ondersteund in het omgaan met ongewenst gedrag en escalaties op en rondom het veld. Als ik spelers spreek, als ik wedstrijden zie, in het voetbal, in het volleybal, dan blijkt keer op keer toch weer dat er toch altijd weer sprake van enige wederkerigheid, van actie en reactie, bij het ontstaan van ongewenst gedrag. Hierover schreef ik eerder een blog. Natuurlijk kennen wij al enige jaren de Week van de Scheidsrechter, maar opvallend is hoe snel wij toch weer in het oude patroon vallen. Slijkerman doet in haar onderzoek ook de aanbeveling om verder onderzoek te doen het bestaan van risicoscheidsrechters.

Het programma Veilig Sportklimaat kent verschillende facetten en het blijkt ook dat een veilig sportklimaat verschillende aandachtsgebieden kent. Een kopje koffie voor de wedstrijd, als het helpt, dat moeten wij dat voor doen en misschien niet alleen in het voetbal en niet alleen in de regio’s waar het tot voor kort heel erg fout ging. Zelf heb ik ooit de opleiders opleiding bij de Academie voor Sportkader gevolgd. Een opleiding waarin docenten van trainerscursussen en scheidsrechters opgeleid werden, samen in een cursusgroep. Ik moet zeggen, een eyeopener, samen van gedachte wisselen over onze gezamenlijke passie, van gedachte wisselen over hoe een trainer nu naar zijn werk kijkt maar ook hoe een scheidsrechter dat doet. Misschien moeten alle trainers en scheidsrechters gewoon samen op cursus, leren van elkaar.

 

Advertenties

Over CoachBert62

Ik ben een creatief denker, een pro-actieve mensgerichte coach, iemand met een helikopterview, iemand die snel kan schakelen.

Geplaatst op 14 februari 2019, in Beleid, Coachen, Groepsproces, ongewenst gedrag, Psychologie, Spelplezier, Sport, voetbal, Volleybal en getagd als , , , , , . Markeer de permalink als favoriet. Een reactie plaatsen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: