De uitdager uitgedaagd

Ik had laatste een discussie met een trainer. De man had, vond hij, een heel vervelend team.

“Wat is nu moeilijk team?”
“Nou, dit team, wat een drama!”

Vaak zegt zo’n trainer dat hij de groep niet aan kan, dat de kinderen lastig zijn en vraagt hij zich serieus af of de kinderen de sport die zij doen wel leuk vinden. Hoe komt dit en is dit ook altijd waar?

Laat ik maar direct een stelling deponeren; er bestaan geen lastige en moeilijke kinderen. Er is slechts sprake van gedrag dat als moeilijk, als lastig ervaren wordt. Er bestaat geen moeilijke jeugd, er bestaan slechts trainers die daar maar moeilijk om kunnen gaan met bepaald gedrag. Wat zijn nu grootst gemene delers als het gaat om moeilijk gedrag? Veel trainers zien de jeugd als niet serieus ongeïnteresseerd en ongemotiveerd. Ze komen vaak te laat, zeggen vlak voor de training pas af of komen gewoon helemaal niet, zonder af te zeggen. Ze zijn onsportief en nemen anderen daar in mee.

Trainer in de groep

Ik houd er van  om alles in een bredere context te plaatsen. In mijn beleving ontstaat gedrag altijd in interactie. Een dominante, verbaal aanwezige trainer, roept bepaald gedrag op. Een trainer die alles over zijn kant laat gaan, die niet ingrijpt als het uit de klauwen dreigt te lopen, roept bepaald gedrag op bij zijn spelers.  Als trainer maak je onderdeel uit van de groep.

 

Wat vindt de jeugd nu zelf belangrijk? Zij hebben het dan over een trainer die leuk is, grappig wordt ook genoemd. Een trainer moet behulpzaam zijn, rekening houden met de verschillende leden van het team. Hij moet wel in staat zijn om ze de sport te leren die ze beoefenen. Leuk alleen is dus niet genoeg. Opvallend is dat het winnen van wedstrijden, het gaan voor een kampioenschap niet eens in de top 10 voorkomt.

Nu kan je alle trainers niet over een kam scheren. Trainers vinden over het algemeen dat een training best leuk mag zijn. Een goede trainer is iemand die goed kan luisteren, die positief is, iemand die spelers kan stimuleren. Toch hebben ook deze trainers, hebben wij misschien wel allemaal, moeite met vooral die laatste twee kenmerken. Positief zijn en anderen stimuleren, zo lastig! Zo hebben wij hebben de onhebbelijke gewoonte om ons te focussen op dat wat slecht gaat, op wat niet lukt.  Wie herinnert zich niet de meester van groep 8?

“Jammer Bert, je had 4 fout bij Topo Frankrijk. Je hebt een 6. Volgende keer nog iets beter leren!”

Een opmerking, als ‘je hebt er 6 goed. Klasse man! Je hebt dan een 6′. Ga je nu voor 7 goed?’ levert hetzelfde resultaat op maar klinkt een stuk uitdagender. Ik had namelijk keihard geleerd. Tijdens de toets wist ik het gewoon even niet meer. In mijn opleiding als verpleegkundige, midden jaren 80 werd mij geleerde om volgens de theorie van Van de Brink Tjebbes verpleegplannen te schrijven. Van de Brink Tjebbes stond synoniem voor zelfzorgtekorten. Je inventariseerde wat iemand allemaal nog kon, wat dat wat een probleem om daarna daar een smart beschreven plan voor op te stellen.

Mateloos frustrerend, werken aan dat wat je niet kan. 

Dat iemand iets niet kon, had niet zelden een reden. Zo’n verpleegplan belande dan ook vaak in een la. Het schoot niet op. Die meester uit groep 8, maar blijven wijzen op dat wat ik allemaal fout deed, het stimuleerde niet echt. In een eerder blog schreef ik ooit over een juf van de basisschool. Ik lig er niet meer wakker van, maar geloof mij deze juf had te maken met een lading aan ongewenst gedrag in haar klas. Leerlingen stimuleren behoorde niet tot haar kernkwaliteiten. De klas liep tegen het eind van het schooljaar over haar heen, ze werd niet meer serieus genomen.

Routeplan

Dit verhaal ging over mijn lagere school, maar ik denk dat iedereen, binnen de sportvereniging, wel zo’n trainer kent? Iemand die als een bullebak voor de groep staat, iemand die van zichzelf vindt dat hij of soms ook zij, de trainer is waar alles om draait. In mijn boek beschrijf ik, per fase in het groepsproces, de rol van de trainer. In het begin van het groepsproces is het belangrijk dat de trainer de structuur aangeeft. Het is dan goed om te beschrijven wat voor gedrag je wil zien. Om de regels ook draagvlak te geven is het goed om je team mee te laten praten over de regels. Laat spelers meepraten. Als de training leuk moet zijn, wat is dan leuk? Is het akkoord dat je te laat komt op de training en als je te laat komt, wat is dan de maatregel? Maak je team, je spelers mede verantwoordelijk, maar maak ook duidelijk dat jij als trainer eindverantwoordelijk bent.  Training geven is net als met je gezin op vakantie gaan, iedereen mag meepraten over de bestemming, maar uiteindelijk ben jij de chauffeur, want jij hebt een rijbewijs. Wees onderweg ook consequent. Consequent zijn zorgt ook voor een zeker mate van veiligheid. Een trainer die bepaald gedrag de ene keer aanpakt en de volgende keer door de vingers ziet omdat het even niet uitkomt. Als we de metafoor van de vakantie even doortrekken, praten is prima maar niet tijdens het rijden. Naar de training vertaald. Als jij als trainer een oefening uitlegt dan houden de spelers even hun mond. Ook zoiets als onderweg het nog even over de eindbestemming, niet handig. Is een speler het niet eens met de doelen, laat ‘m uitstappen. Dat uitstappen brengt wel met zich mee dat je als trainer vooraf heel goed met je team over de eindbestemming hebt gesproken. Wat zijn de doelen, wat wil je leren, waar ga je aan werken? Heb je dat niet goed, of onvoldoende gedaan, of ergers heb je jouw ideeën opgelegd dan stapt in de loop van de route iedereen uit en houd je geen team over.

Dat routeplan suggereert enige structuur. Die structuur zit ‘m niet alleen in de rode lijn gedurende het seizoen, die zit ‘m ook in de training zelf, zeg maar in de etappe. Een vaste structuur in de training geeft regelmaat, de kinderen weten waar ze aan toe zijn. Voorkom storende prikkels, plan vooraf de oplossingen in. Ik was bijvoorbeeld nooit een voorstander van ouders die elke training, van het begin tot het eind langs het veld zaten. Bij mij geen ouders langs de lijn. Ik plande wel periodiek een ouderavond in. Voorafgaand aan elke ouderavond nodigde ik de ouders nadrukkelijk wel uit tijdens de training en vroeg ze zich net zo te gedragen als dat ze tijdens de wedstrijden deden, om hun kind toe te roepen, aan te moedigen. Na afloop kon ik het dan hebben over op de eerste plaats de vooruitgang, het proces, maar konden wij het ook hebben over wat er nu geroepen werd en of dat nu hielp.

Resumé

          • Als trainer sta je niet boven de groep, maar maak daar onderdeel van uit.
          • Bepaal, samen met je team, de gedragsregels.
          • Voorkom storende prikkels en denk vooraf na over de oplossingen.
          • Zorg voor structuur gedurende het seizoen, werk planmatig.
          • Zorg voor structuur in elke training.
          • Wees consequent in de wijze waarop je met ongewenst gedrag omgaat.
Advertenties

Over CoachBert62

Ik ben een creatief denker, een pro-actieve mensgerichte coach, iemand met een helikopterview, iemand die snel kan schakelen.

Geplaatst op 25 mei 2019, in Coachen, Groepsproces, ongewenst gedrag, Pesten, Spelplezier, Sport en getagd als , , , , , , , , . Markeer de permalink als favoriet. Een reactie plaatsen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: