Auteursarchief: CoachBert62

De Bubbel

Ik heb mij de afgelopen weken wat verbaasd. De voetbaldames, bij monde van de KNVB waren van mening dat zij te weinig bewegingsvrijheid hadden. Ze hadden niet het idee dat ze deelname aan de Olympische Spelen. De sporters die wellicht iets meer dat idee hadden, zij die in het Olympisch dorp verbleven, klaagde ook. Het ging daar niet zo zeer om de omstandigheden van de deelnemende sporters, maar meer om de omstandigheden van die sporters die positief hadden getest op Corona. Zij diende in quarantaine in een speciaal daarvoor ingericht hotel. Het was zuur voor al die sporters dat ze niet mee konden doen. Zij hadden daar jaren voor getraind en na twee keer knipperen met de ogen was het voorbij. Het hotel was natuurlijk ook mensonterend, zo zagen de sporters geen direct daglicht.

Natuurlijk was het moeilijk, vervelend en inderdaad het ontbreken van daglicht is niet humaan. Het eerste dat ik mij wel afvroeg was of ze ook door hadden dat wij te maken hebben met een pandemie en dat nu net het land waar de spelen werden gehouden daar nu niet bepaald een sluitende oplossing voor gevonden had. Zouden ze weten, vroeg ik mij af, dat in de stad waar de Spelen werden georganiseerd, een noodtoestand gold?

The Games must go on

Het IOC wilde van geen wijken weten, ‘the Games must go on’. IOC voorzitter Bach roemde vooraf al de organisatie, het zouden andermaal de beste Spelen ooit worden. Ik vond het bijzonder dat de voorzitter van World Health Organization, Tedros Adhanom Ghebreyesus op een congres van het IOC bij aanvang van de Spelen in Japan letterlijk zei dat deze pandemie een test is en dat de wereld faalt voor die test.


“Wie denkt dat de pandemie over is, leeft in een vals paradijs.”

Ondertussen weten wij dat grote delen van de wereld bevolking niet gevaccineerd is tegen het virus. Weten wij ook dat zelfs al ben je volledig gevaccineerd je weliswaar minder ziek wordt, maar je het virus wel bij je kan dragen en dús ook anderen kan besmetten. Dat Japan, waar de vaccinatiegraad onder de bevolking schrikbarend laag is, dus voor al die sporters en begeleiders erg strenge regels heeft gesteld, is dus erg logisch. Het zou wat zijn als onze sporters, maar vooral ook hun reisleiders, dit ook zouden begrijpen. Ik vrees echter dat dit wat te veel gevraagd is, want in de aanloop van de Spelen, kregen juist deze sporters voorrang bij de vaccinatie. Zij waren ruim eerder gevaccineerd dan de ouderen en kwetsbaren in onze samenleving, want ja, je zou maar eens ziek worden.


Concentratie

Waar ik misschien nog wel meer mee zat, of wat ik mij zat af te vragen was de vraag of al die sporters nu beter zouden gaan spelen door al die aandacht voor de omstandigheden. Die sporters in dat quarantaine hotel kwamen niet meer aan sporten toe. Zelfs een frisse neus was een probleem. Voor de sporters die nog wel konden sporten was die afleiding natuurlijk wel een probleem. Al eerder schreef ik over flow en over de concentratiecirkels. Sporters presteren het best als ze optimaal gefocused zijn, als er geen afleiding is. Ze presteren optimaal als ze alleen maar bezig zijn met hun taak. Een taak waar ze echt jaren op getraind hebben. Die ze onder de perfecte omstandigheden ook perfect kunnen uitvoeren. De tennisers leken te leiden onder die Corona problematiek. Het wegvallen van een teamgenoot was voor Bertens en haar dubbelspel partner een dingentje. Het mocht er in de persconferentie na hun uitschakeling ook niet overgaan. Kennelijk was er afgesproken dat er niet over gesproken mocht worden. Had dit nu vooraf afgesproken, dacht ik, dan was het nu minder een probleem geweest, zat ik mij te bedenken. Wij speelde ooit zelf een wedstrijd in Zwolle. Het was enorm druk op het sportcomplex. Wij moesten de warming up doen met nog een stuk of vijf andere elftallen om een veld dat nog kleiner was dan een Cruyffcourt. Wij, als begeleiding waren furieus. Ik ben nog met de scheidsrechter in gesprek gegaan om te bekijken of onze wedstrijd niet een half uur uitgesteld kon worden. Alle moeite voor niets. Het netto resultaat was dat het voor de wedstrijd niet meer ging over het voetbal. Het ging uitsluitend over de omstandigheden. Het resultaat na afloop laat zich raden.

De roeiers deden het beter. Konden zij zich beter afsluiten, focussen op hun taak, namelijk het zo hard mogelijk roeien? Bij de roeiers bracht zelfs een misslag hen amper in de problemen. Oké toegegeven het was bij de roeiers de coach die positief testte, maar toch, wat deed deze coach anders? De roeicoach zal ook zeker gebaald hebben en ook de roeiers die jaren met hem getraind hadden, met hem opgetrokken hadden, zullen het vast en zeker ingewikkeld hebben gevonden. De roeicoach zou, als wij het mogen geloven, gezegd hebben dat zijn roeiers er klaar voor waren, het zelf prima konden uitvoeren zonder hem. Daarmee moest ik, toch weer, terugdenken aan Marc Lammers en zijn ervaringen met de Nederlandse Hockeydames. Lammers was een coach die zeer sturend coachte, als ik het mag geloven. Hij was ook de trainer die zijn speelsters wat wilde leren. Kon een speelster is niet of, laat ik mij het nederlands team zeggen, minder goed beheerste dan moest daar aan gewerkt worden. Legendarisch is het verhaal over Sylvia Karres, een van de beste spitsen die ons land ooit heeft gekend. Karres had echter een probleem, zij had moeite met haar backhand. Daar ging Lammers mee aan de slag, daar werd keihard op getraind en omdat iemand iets pas echt beheerst als hij of zij het ook in een wedstrijd kon toepassen diende Karres ook in de wedstrijden op backhand aangespeeld worden, iets waar zij, als wij het mogen geloven, erg veel moeite mee had. De gehele teamtactiek draaide zo’n beetje om het verbeteren van de backhand van Karres. Dit had gevolgen voor het spel en laten we er niet om heen draaien, dat was niet best.

Loslaten

De speelsters wisten het ook niet meer, kwamen er niet uit en op dat moment had Lammers waarschijnlijk zijn Eureka moment, wat hij liet het aan de speelsters zelf. Waar ben je goed in, hoe wil jij het ’t liefst hebben. Hij maakte de speelsters eigenaar van hun eigen proces en dat werkte. De roeicoach deed, misschien noodgedwongen, hetzelfde. Doordat hij positief testte op Corona, moesten de roeiers het nu echt helemaal zelf doen. Geen coach die nog wat tips gaf, die met een goed bedoeld advies kwam. Nee ze moesten het nu zelf doen. De rest is geschiedenis.

Wij vinden ons zelf, als coach enorm belangrijk. Ik moet bekennen dat ik dat zelf ook vond. Ik had van training tot training, van wedstrijd tot wedstrijd uitgestippeld wat er moest gebeuren, hoe er getraind werd, hoe de wedstrijd gespeeld moest worden en ja net als Lammers liet ik ook doodleuk mijn spelers juist in de wedstrijd acties uitvoeren die ze niet goed beheerste. Ik moet er bij zeggen dat ik al snel er achter kwam dat dit niet altijd de juiste werkwijze was. Zo heb ik nog wel geworsteld met die jongens die rechtshandig waren maar het echt altijd het verkeerde aanloopritme liepen bij de aanval. Hierover heb ik destijds ook een ingezonde brief geschreven naar de toenmalige redactie van de Volley Techno. De huidige directeur van PSV, toen nog actief in het volleybal, Toon Gebrands schreef een reactie. Laat ik zeggen, een leermomentje. Wat ik bijzonder vond was dat hij mijn voorbeelden herkende. Sterker nog, in de Gouden ploeg van Atlanta speelde iemand die met hetzelfde probleem kampte. Lang verhaal kort, het advies was, controleer wat minder, geef meer ruimte.

Door de Coronamaatregelen werd alles anders. Wij kregen, zonder dat wij dat echt wilde, een andere samenleving. Trainingen gingen niet door en diende later in de nog steeds doorlopende crisis, anders vorm gegeven te worden. Waar het eerst ging om het beschermen van ouderen en kwetsbaren, weten wij inmiddels dat ook jongeren geraakt kunnen worden. Zwangeren, niet gevaccineerde vrouwen, lopen een net zo groot risico dan ouderen en kwetsbaren. Alles werd anders, wij kregen een testsamenleving, er ontstond een strijd tussen gevaccineerden en bewust niet gevaccineerden. Wedstrijden gingen niet door en daarna zonder publiek. Het ging er niet alleen om wie nu van wie gewonnen had, plots werd de opstelling medebepaald door een positieve of negatieve testuitslag. Het zou de moeite waard zijn om eens te onderzoek in hoeverre dit nu invloed gehad heeft op de resultaten.

Welkom in je eigen bubbel | BlueHealth Innovation Center

De druk van de natie

Afgelopen zondag speelde Engeland, in eigen huis, in een zo goed als vol stadium, de EK finale tegen Italië. Na 55 jaar kwam het voetbal weer thuis. Alles leek goed te gaan, al na ongeveer drie minuten scoorde de Engelsen en het duurde tot in de tweede helft eer de Italianen iets terug konden doen. Uiteindelijk liep het uit op een verlenging en ook daarin werd niet gescoord. De team waren aan elkaar gewaagd. Na de verlenging dus strafschoppen. Niet echt fijn, wel spannend. De Engelsen mistte in de slot minuten drie strafschoppen. Je zou kunnen zeggen slecht ingeschoten, je zou kunnen zeggen, prima keeper bij Italië. Het kan allemaal. Na afloop ging het alleen nog over de donkere spelers die de strafschoppen mistte. Het ging over de donkere jongens die de strafschoppen mistte. Spelers werden tot op het bot gediscrimineerd, onheus bejegend en dan druk ik mij zacht uit. Twitter ging volledig los. Ergens is dat toch ook de beerput van onze samenleving.

Op Twitter verscheen ook dit bericht:
This lad is 19 and carried the hope of a nation on his shoulders. When I was 19 I worked in Boots and giggled when I had to restock the Anusol. What an impressive young man

De Tweet, afkomstig van een bekende Britse, ging over Bykayo Saka. Saka, ,speler van Arsenal, was een van de jongens die een strafschop mistte. Ook Saka kreeg rechts extremistisch, rasistisch Engeland over zich heen. Medespelers, de bondscoach, de premier en ook de kroonprins steunde hem. Enorm goed natuurlijk! Waar ik ook wel mee zat was de vraag waarom je in hemelsnaam de hoop van een heel volk op de schouders van een negentienjarige kan leggen? Ik ben het volstrekt eens met de bekende Britse dame die schreef ‘What an impressive young man’. Ook ik vroeg mij af wat ik deed toen ik 19 was. Ik zat nog op school en was vrijwilliger bij het Apeldoorns Vakantiespel. Ik was de vos tijdens een vossenjacht, hielp kinderen bij het maken van een leuke tekening. Ik organiseerde een speurtocht voor kinderen die niet op vakantie konden en als ik tussen de lessen door vrij was, ging ik naar het strand. Ik had niet de last van een heel volk op mijn schouders. Op social media reacties dat we niet zo moesten zeuren, dat jochie was prof, was geselecteerd en moest daar maar gewoon staan. Daar kwam bij, hij werd er goed voor betaald en inderdaad zijn salaris staat in geen verhouding tot de 100 euro vrijwilligersvergoeding die ik voor mijn vakantiespel activiteiten kreeg. Ik vroeg mij af of dat salaris dan een regitimatie is voor de druk die je op de schouders van zo’n kind legt? Ik heb mij overigens altijd afgevraagd waarom de reserve keeper van Sparta meer verdiende dat een arts in het Erasmus. Het was een kwestie van marktwerking, kreeg ik dan te horen. Topspelers verdiende enorme salarissen omdat ze het ook opleveren. Dat zal ook vast de reden zijn waarom een volk ook zijn hele vertrouwen op de schouders van een negentienjarige legt, omdat wij ook met z’n allen zijn shirtje kopen, een seizoenskaart hebben van zijn club enzovoort. De boodschap was, het is gewoon een marktcomform salaris. Ik heb dat nooit begrepen, maar dat ligt echt aan mij.

Hoe kan het nu zijn dat de hoop van een heel volk op de schouders rust van een negentienjarige jongen?
Dat lijkt mij alleen mogelijk als je er veel en hard voor getraind heb. Ik heb geen idee op welke leeftijd Saka begonnen is, maar als je dan weet dat een club als Manchester City een selectieteam heeft voor kleuter jonger dan vijf jaar, dan krijg je wellicht enig idee waar ergens de weg richting de hoop van een volk ergens begint. Ik weet niet hoe het met u is, maar ik vind dat kleuters van 4 en 5 jaar nog lekker in de zandbak moeten kunnen spelen, zich moeten kunnen verstoppen. Als een dergelijke topclub al een selectie elftal met kleuters heeft dan kan je misschien nog een beetje begrijpen waarom ook Nederlandse clubs kinderen steeds jonger scouten, uit de eigen vertrrouwde omgeving weghalen. Al eerder schreef ik over een kind dat door Ajax helemaal uit Almelo werd gehaald. Een jeugdscout van Ajax zei ook een tijd geleden, ik citeer “Als wij niet doen, doet iemand anders dit!” Ouders zijn, trost op hun kind, niet zelden blij dat hun kind door een grote club gescout is. De documentaire Turn liet ons zien hoe ouders, in dit geval in de turmsport, ook gewoon een rol spelen in dit hele proces. Ook de vereniging waar het kind tot dat moment met vriendjes voetbalde is trots. Regelmatig kom je hele verhalen tegen op de websites van clubs waarin zijn ‘hun’ talent enorm veel succes toewensen bij willekeurig welke betaaldvoetbalclub.

In deze hele ratrace, waarin geld een enorme rol speelt, brengen wij kinderen op zeer jonge leeftijd bij elkaar en worden zij opgeleid, getraind, om ooit, op negentien jarige leeftijd de hoop van niet alleen hun eigen ouders, maar van een heel volk te zijn.

Wat deed jij toen je negentien was?

Geen fotobeschrijving beschikbaar.

De druk van de natie

Afgelopen zondag speelde Engeland, in eigen huis, in een zo goed als vol stadium, de EK finale tegen Italië. Na 55 jaar kwam het voetbal weer thuis. Alles leek goed te gaan, al na ongeveer drie minuten scoorde de Engelsen en het duurde tot in de tweede helft eer de Italianen iets terug konden doen. Uiteindelijk liep het uit op een verlenging en ook daarin werd niet gescoord. De team waren aan elkaar gewaagd. Na de verlenging dus strafschoppen. Niet echt fijn, wel spannend. De Engelsen mistte in de slot minuten drie strafschoppen. Je zou kunnen zeggen slecht ingeschoten, je zou kunnen zeggen, prima keeper bij Italië. Het kan allemaal. Na afloop ging het alleen nog over de donkere spelers die de strafschoppen mistte. Het ging over de donkere jongens die de strafschoppen mistte. Spelers werden tot op het bot gediscrimineerd, onheus bejegend en dan druk ik mij zacht uit. Twitter ging volledig los. Ergens is dat toch ook de beerput van onze samenleving.

Op Twitter verscheen ook dit bericht:
This lad is 19 and carried the hope of a nation on his shoulders. When I was 19 I worked in Boots and giggled when I had to restock the Anusol. What an impressive young man

De Tweet, afkomstig van een bekende Britse, ging over Bykayo Saka. Saka, ,speler van Arsenal, was een van de jongens die een strafschop mistte. Ook Saka kreeg rechts extremistisch, rasistisch Engeland over zich heen. Medespelers, de bondscoach, de premier en ook de kroonprins steunde hem. Enorm goed natuurlijk! Waar ik ook wel mee zat was de vraag waarom je in hemelsnaam de hoop van een heel volk op de schouders van een negentienjarige kan leggen? Ik ben het volstrekt eens met de bekende Britse dame die schreef ‘What an impressive young man’. Ook ik vroeg mij af wat ik deed toen ik 19 was. Ik zat nog op school en was vrijwilliger bij het Apeldoorns Vakantiespel. Ik was de vos tijdens een vossenjacht, hielp kinderen bij het maken van een leuke tekening. Ik organiseerde een speurtocht voor kinderen die niet op vakantie konden en als ik tussen de lessen door vrij was, ging ik naar het strand. Ik had niet de last van een heel volk op mijn schouders. Op social media reacties dat we niet zo moesten zeuren, dat jochie was prof, was geselecteerd en moest daar maar gewoon staan. Daar kwam bij, hij werd er goed voor betaald en inderdaad zijn salaris staat in geen verhouding tot de 100 euro vrijwilligersvergoeding die ik voor mijn vakantiespel activiteiten kreeg. Ik vroeg mij af of dat salaris dan een regitimatie is voor de druk die je op de schouders van zo’n kind legt? Ik heb mij overigens altijd afgevraagd waarom de reserve keeper van Sparta meer verdiende dat een arts in het Erasmus. Het was een kwestie van marktwerking, kreeg ik dan te horen. Topspelers verdiende enorme salarissen omdat ze het ook opleveren. Dat zal ook vast de reden zijn waarom een volk ook zijn hele vertrouwen op de schouders van een negentienjarige legt, omdat wij ook met z’n allen zijn shirtje kopen, een seizoenskaart hebben van zijn club enzovoort. De boodschap was, het is gewoon een marktcomform salaris. Ik heb dat nooit begrepen, maar dat ligt echt aan mij.

Hoe kan het nu zijn dat de hoop van een heel volk op de schouders rust van een negentienjarige jongen?
Dat lijkt mij alleen mogelijk als je er veel en hard voor getraind heb. Ik heb geen idee op welke leeftijd Saka begonnen is, maar als je dan weet dat een club als Manchester City een selectieteam heeft voor kleuter jonger dan vijf jaar, dan krijg je wellicht enig idee waar ergens de weg richting de hoop van een volk ergens begint. Ik weet niet hoe het met u is, maar ik vind dat kleuters van 4 en 5 jaar nog lekker in de zandbak moeten kunnen spelen, zich moeten kunnen verstoppen. Als een dergelijke topclub al een selectie elftal met kleuters heeft dan kan je misschien nog een beetje begrijpen waarom ook Nederlandse clubs kinderen steeds jonger scouten, uit de eigen vertrrouwde omgeving weghalen. Al eerder schreef ik over een kind dat door Ajax helemaal uit Almelo werd gehaald. Een jeugdscout van Ajax zei ook een tijd geleden, ik citeer “Als wij niet doen, doet iemand anders dit!” Ouders zijn, trost op hun kind, niet zelden blij dat hun kind door een grote club gescout is. De documentaire Turn liet ons zien hoe ouders, in dit geval in de turmsport, ook gewoon een rol spelen in dit hele proces. Ook de vereniging waar het kind tot dat moment met vriendjes voetbalde is trots. Regelmatig kom je hele verhalen tegen op de websites van clubs waarin zijn ‘hun’ talent enorm veel succes toewensen bij willekeurig welke betaaldvoetbalclub.

In deze hele ratrace, waarin geld een enorme rol speelt, brengen wij kinderen op zeer jonge leeftijd bij elkaar en worden zij opgeleid, getraind, om ooit, op negentien jarige leeftijd de hoop van niet alleen hun eigen ouders, maar van een heel volk te zijn.

Wat deed jij toen je negentien was?

Geen fotobeschrijving beschikbaar.

Op papier ons derde toernooi

Het is alweer twee jaar geleden dat aantal enthousiaste jeugdtrainers bij elkaar kwamen om hun gedachten te laten gaan over iets waar ze alle vier enthousiast over waren. Hoewel zijn dik tevreden waren over de club ontbrak er in hun ogen wel iets op de evenementenkalender, een groot meerdaags jeugdtoernooi. De vier bevlogen trainers, de mannen van het eerste uur, schetsen snel de eerste contouren van hun droom. Een tweedaags jeugdtoernooi diende er te komen, compleet met allerlei site events. Zij wilde een toernooi organiseren waar alle deelnemers nog jaren over zouden praten, een toernooi waar de deelnemers graag naar toe zouden willen komen.

De deelnemende teams zouden bij Columbia overnachten, er diende een camping te komen op het terrein van de club. Voor de site events werden er contact gelegd met allerlei partijen. De plannen kregen al vrij snel vorm. In een later stadium werd ook ik gevraagd mee te helpen bij de organisatie. Er diende een vergunning aangevraagd te worden, een veiligheidsplan gemaakt te worden.

Het Pinksterweekend zou het Toernooiweekend worden. Als site event kwam het idee naar voren om met alle deelnemers de Champions league finale op een groot scherm te gaan bekijken. De toernooicommissie kwam inmiddels elke week bij elkaar. De tenten, extra toiletgelegenheid, elektra in de tenten, de Columbia camping kreeg geleidelijk aan vorm. De deelnemers diende natuurlijk ook te eten, ook daar werden afspraken over gemaakt. Om lijn te brengen in alle ideeën schreef ik een Plan van Aanpak dat later omgevormd zou kunnen worden tot een draaiboek.

Al snel kwamen de eerste inschrijvingen binnen. Het toernooi liep vol. Het leek een gat in de markt. Er werden afspraken gemaakt met Centraal Beheer om daar de parkeerplaats te kunnen gebruiken voor alle deelnemende teams. Pendeldiensten werden georganiseerd. Met Accres werden afspraken gemaakt over de site events. Het toernooi kreeg steeds meer vorm.

Een toernooi in deze omgang kan niet bestaan zonder vrijwilligers. Functiebeschrijvingen werden geschreven. Gesprekken met het bestuur, een presentatie tijdens de Algemene Ledenvergadering.

Zoals wij allemaal weten stak het Corona virus een enorm stok in het wiel. Wat ons eerste toernooi had moeten zijn was door de maatregelen die genomen diende te worden onmogelijk geworden. Onze leveranciers, de deelnemende teams, iedereen kon begrip op brengen voor ons besluit. Het bleek echter dat ook het afgelopen jaar het toernooi om identieke redenen geen doorgang kon vinden. Waar wij het gehele toernooi zo optimaal mogelijk hadden ingericht. Volledig Coronaproof, met vaste looproutes, een aparte in én uitgang, een procedure voor bron en contactonderzoek, afspraken over het testen vooraf. Extra hygiënische maatregelen, bleek ook dat onvoldoende. Ons veiligheidsplan werd herschreven, paragrafen over hoe wij diende te reageren bij een besmetting, hoe wij bron- en contactonderzoek diende vorm te geven. Welke eisen wij stelde aan deelnemende teams. Het ging allemaal een stapje verder. De complimenten voor de organisatie maar ook dit jaar ging ons toernooi niet door.

Columbia Cup 2021 afgelast vanwege Covid-19


Op dit moment zijn wij bezig met de voorbereidingen voor, op papier, onze derde toernooi. Het is enorm fijn om te zien dat onze leveranciers ons niet in de steek hebben gelaten en dat ook de verenigingen van het allereerste uur, de weg naar Columbia weer weten te vinden. Wij waren al twee keer eerder rond met de organisatie, Wij richten ons nu op 2022. Ik heb geen idee wat de situatie op dat moment zal zijn. Ik hoop dat wij Covid dan redelijk onder controle hebben. Hoewel zo mijn vraagtekens zet bij termen als eigen verantwoordelijk en zoiets vaags als gezond verstand zullen er weinig toernooien zijn die bij aanvang zo enorm goed voorbereid zijn als ons toernooi. Laat ik zeggen dat ik er nu al zin in heb!

Denken in achterstand, creëert achterstanden

Wij hebben het, zo langs de lijn, op de tribune, niet zelden over kinderen die minder getalenteerd lijken. Al eerder schreef ik een artikel over het feit dat wij bij de club onze eigen waarheid realiseren. Wij laten kinderen afvallen omdat een kind, volgens onze, subjectieve waarneming, minder talentvol is. Trainers selecteren ook niet op de lange termijn, ze bekijken met wie zij op de korte termijn, het beste zouden kunnen presteren. De kinderen die geselecteerd worden mogen meer trainen, krijgen ook betere trainers en zie hier de self fulfilling prophecy. Dat is wat wij talentontwikkeling noemen. Het probleem is ook niet dat wij kinderen hebben die op enig moment minder talentvol lijken en, op dat moment, misschien ook wel zijn. Het probleem is dat wij in ons land erg gewend om kinderen te vergelijken. Het is volstrekt normaal om van jongsaf kinderen te selecteren. Wij meten en vergelijken wat af. Ik weet niet hoe het jullie is, maar wij vergeleken vroeger geregeld onze cijfers na een toets met elkaar. Voor de vakken geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde vond ik dat niet zo’n probleem. Bij de vakken Engels en vooral Frans vond ik dat een stuk minder grappig. Het gebeurde niet zelden dat thuis gevraagd werd hoe anderen een toets gemaakt hadden. In de sport doen wij niet anders. Het hele idee van competitie is gebaseerd het vergelijken met anderen. Toch zijn ook daar de omstandigheden niet gelijk, niet iedereen heeft dezelfde trainingsomstandigheden, traint ook evenveel uren. In 1985 werd ik met mijn team 3e op het NK. De top 10 trainde een gelijk aantal uren. Het jaar daarna haalde ik niet eens de eindronde. Het jaar daarop werd ik 7e. Ondertussen trainde wij nog steeds 1x in de week, maar onze tegenstanders in de eindronde, allemaal 2 of meer keren per week. Het verschil was gemaakt. Alweer enige tijd geleden schreef ik een verhaal over Thijs. Thijs viel af bij de selectietrainingen. Zijn vriendje Sjors werd wel gelecteerd. Sjors kreeg een betere trainer, kreeg betere trainingsvoorzieningen en ging ook direct fors meer uren trainen. Na nog geen half jaar was Sjors beter dan Thijs. Thijs haakte na verloop van tijd, een illusie armer, af.

Ergens is vergelijken met anderen erg gewoon. Schieten wij er erg veel mee op? Helpt het ons veel verder?

Het zou helpen als wij allen gelijk waren, als de omstandigheden voor iedereen ook gelijk zouden zijn. Ik hoop dat het een open deur is als ik toch moet concluderen dat niet iedereen gelijk is, niet iedereen gelijke kansen krijgt, de omstandigheden voor niet iedereen gelijk zijn. Wat heeft vergelijken dan voor zin, behoudens dat de conclusie dat je weet dat iemand die 4x per week traint wellicht beter zal zijn dan iemand die slechts 1x per week traint?

In het onderwijs lijken testen het ultieme doel geworden. In plaats van het leren leren, de kinderen voor te bereiden op een volwaardige deelname aan de maatschappij worden kinderen dood gegooid met testen. Er moet gemeten worden. Ja, eens, meten is weten maar wat weten wij dan na een test? Meten wij dan wat een kind weet of meten wij direct de ondersteuning die het kind van huis uit mee krijgt mee? Meten wij ook het feit dat een kind thuis niet (altijd) de beschikking heeft over een computer of een rustige werkplek? Meten wij niet ook de mate waarin een kind stressgevoelig is mee en mocht een kind stress gevoelig zijn, meten wij dan ook waar dat door komt? Ik heb in mijn kennissenkring ouders die hoge cijfers enorm belangrijk vinden. Er moet gepresteerd worden. Onze samenleving draait nu eenmaal om presteren, om beter zijn dan de rest.

Uit onderzoeken weten wij dat een al te zeer gericht zijn om prestatie leidt tot drop outs. Kinderen, maar ook volwassen sporters stoppen dus vaker als hun trainer al te zeer gericht is op prestaties. Toen ik dat las vroeg ik mij af waarom kinderen toch ooit waren gaan sporten. Waarom gaan kinderen voetballen? Waarom gaan kinderen volleyballen of hockeyen, of misschien turnen? Ik ging als kind op volleybal omdat ik het spelletje leuk vond. Bij de club leerde ik vrienden kennen. Er zijn er ook die een bepaalde sport gaan beoefenen omdat vriendjes dat ook doen. Een enkeling gaat een sport doen omdat ouders die sport ook beoefenen. Ik geef toe, mijn jongste zoon ging volleyballen omdat het voor ons logistiek handig was. Ik was actief in het volleybal en ook onze andere twee kinderen volleybalde. Hij vond volleyballen echter niet echt leuk en stopte daar ook snel mee. Hierna is gaan tennissen. Op zich vond hij dit leuk alleen mocht hij alleen maar trainen. Tennis was zo’n moeilijke sport, hij moest eerst maar een jaartje of zo alleen gaan trainen. Die ontzettend foute gedachte was ook in het volleybal langere tijd zeer gangbaar. Ook in het volleybal vonden wij dat onze sport zo moeilijk was dat kinderen eerst maar eens een paar jaar moesten trainen voordat ze wedstrijdjes mochten spelen. Heel veel kinderen vonden het om die reden al heel snel niet heel erg leuk meer en haakje af. Na het tennissen volgde het voetbal en op dat moment vonden wij het niet heel erg leuk. Het was te hard, te zwaar maar …. ze mochten wel direct wedstrijdjes spelen. Belangrijker was, maar ik geef toe, het duurde even voor ik zover was, hij vond het fantastisch. Voetbal was leuk en niet onbelangrijk. Zijn vriendjes voetbalde. Geen enkel kind gaat een sport beoefenen met het voorop gezette plan om wereld of Olympisch kampioen te worden of er op termijn zijn of haar geld mee te gaan verdienen. Dat zijn doelen die veelste ver liggen. Het kan best op enig moment in beeld komen, maar dat zijn het wij, de ouders, de trainers die dergelijke vergezichten schetsen.

Ik ben altijd een trainer geweest die methodisch wilde werken. Wat kan mijn team op dit moment? Wat moeten ze nog leren (lees wat kunnen ze nog niet) en wat zou ik ze in een seizoen kunnen leren? Met die informatie maakte in een plan. Van week tot week beschreef ik wat er geleerd moest worden. Ook ik gebruikte testjes om te kunnen bekijken wat de stand van zaken was. Het enige verschil was dat ik géén vergezichten schetste, zelfs het winnen van wedstrijden was niet een doel. Ik heb altijd twee doelen gehad, dat was leren volleyballen en plezier voor iedereen in de groep. Los van dat plezier ging ik mij dat doel om te leren volleyballen uit van wat mijn spelers niet beheerste, wat ze niet konden. Ik was mij nog niet zo bewust van het feit dat alles wat je aandacht geeft groeit. Met andere woorden dat ik met al mijn aandacht op alles wat niet goed ging het misschien wel steeds minder goed ging en ik het dus goed aan het verprutsen was. Hockeycoach Marc Lammers legde dit ooit perfect uit.

In het verlengde hiervan bevindt zich ook de constatering dat denken in achteruitgang ook achteruitgang creëert. Begin dit jaar publiceerde het Brabants Nieuwsblad hier een artikel over.

Het échte probleem is niet het verschijnsel van leerachterstanden, maar het feit dat we het volstrekt normaal vinden dat we kinderen al van jongs af aan vergelijken en selecteren. Dat belemmert hun ontwikkeling.

Even verder op staat te lezen “Kinderen die steeds vergeleken worden met anderen en minder goed presteren, raken eerder gedemotiveerd. Een self fulfilling prophecy.” Hier gaat het een klein beetje over Thijs.

Dan wordt in het artikel geconstateerd dat het spreken in achterstanden niet alleen schadelijk is voor kinderen en hun ontwikkelingspotentieel, maar ook een belediging voor alle leraren en ouders die zich hebben ingespannen om te doen wat mogelijk is onder deze bizarre omstandigheden. Of het nu een belediging is voor leraren en ouders waag ik te betwijfelen. Het waren toch die leerkrachten en die ouders die steeds aan het vergelijken waren? Het zijn niet de kinderen die in net NOS journaal komen melden wat de gemiddelde CITO score dit jaar was. Hij zijn niet de kinderen die aan die CITO score een advies koppelen voor een eventuele vervolg opleiding. In de sport kennen wij diezelfde drang met betrekking tot meten, ook wij kennen dat ultieme meetmoment, de selectietraining. Het verschil met het onderwijs is dat wij in de sport kinderen direct afserveren. Thijs haakte uiteindelijk af. Wij blijven ook in de sport ronddobberen in een heel fout paradigma. Wij gaan er volledig aan voorbij dat ontwikkeling niet lineair verloopt. Elke ontwikkeling heeft zijn eigen tempo. Iedereen krijgt vroeg of laat te maken met tegenslag, haperingen maar ook versnellingen.

Het denken in achterstand, creeërt achterstanden. Gaan wij uit van kinderen die het op enige moment wel kunnen en zetten wij dat af tegen kinderen die het niet kunnen creëren wij onze eigen waarheid en daarmee doen wij kinderen echt te kort. Wij leven onze eigen waarheid, volledig in de mist van waar wij varen. Het wordt tijd dat wij ophouden met selecteren, met kinderen af te schrijven voor ze nog begonnen zijn zich te ontwikkelen.

Varen bij slecht zicht of mist - Varen doe je samen
%d bloggers liken dit: