Auteursarchief: CoachBert62

Koffietijd

Meer respect met aftrapsessies, aldus de KNVB. Samen een kop koffie aan het begin van de wedstrijd, leidt in de regio Den Haag tot meer begrip en respect op het veld. De aftrapsessies zijn een vervolg op het project ‘Weer spelen tegen’ van de KNVB. Een project dat werd opgetuigd na de vele incidenten tijdens wedstrijden met als gevolg dat vele teams liever niet tegen Haagse elftallen wilde spelen.

Het format is vrij eenvoudig. De KNVB stuurt iemand vooraf naar een wedstrijd die, op voorhand, als risicovol wordt ingeschat.  Deze persoon brengt een aantal sleutelfiguren rondom de wedstrijd bij elkaar. Je moet dan denken aan de aanvoerders, coaches en de scheidsrechter. Vervolgens gaan ze met elkaar om tafel zitten. De, laten we hem, coördinator noemen, stelt de vraag wat er nodig is om er een leuke wedstrijd van te maken. Vervolgens worden daar afspraken over gemaakt. Moeilijker is het niet. Natuurlijk gebeurd in dat gesprek meer, ze maken een rondje, iedereen stelt zichzelf voor, vertelt iets over zijn achtergrond, de voetbalcarrière, ze leren elkaar wat beter kennen en stappen tijdens de wedstrijd wat makkelijker op elkaar af of een conflict in de minnen te schikken. Het ei van Columbus, zo lijkt ’t want, zo blijkt het werkt, minder incidenten en leukere wedstrijden. Wat een goede ontvangst al niet doet.

Lees de rest van dit bericht

Herinneringen

Ik kwam laatst, gewoon in de stad, een oud collega tegen. Hij was, samen met zijn dochter, aan het winkelen. Hoewel mijn oud collega inmiddels de pensioengerechtigde leeftijd ruim gepasseerd was, herkende wij elkaar direct.
“Ha Bert, lang niet gezien zeg! Hoe gaat het met je?  Zijn dochter keek hem vragend aan.
“Jij kent ook iedereen!” zei ze.
“Haar vader schoot in de lach.
“Maar jij kent Bert ook hoor, even goed kijken, even heel diep nadenken!”
Het kwartje viel.
“Oooh ja, volleybal, de trainer van de liter ijs voor de winnaar van ‘de tafel van 10’ aan het eind van het seizoen!”
“Jeetje, Debbie, dat je dat nog weet!”
“Whahahaha, dat jij mij naam nog weet!”
“Ja wat wil je, ik ben niet heel vaak leuke trainers tegengekomen die ook nog heel aardig konden training geven.”

Lees de rest van dit bericht

Op zoek naar water

Een van mijn favoriete boeken is het boek ‘De Barrevlucht’. Barre vlucht is het indrukwekkende, waar gebeurde, verhaal van Slavomir Rawicz, die met zes mannen uit een Siberisch strafkamp ontsnapt. Dit is het onvergetelijke verslag van hun helse tocht naar de vrijheid. Rawicz is een Pool die, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereld oorlog, door de Russen wordt gearresteerd op verdenking van spionage. Hij wordt veroordeeld tot 25 jaar dwangarbeid in Siberië. Hartje winter bereikt zijn groep na vele ontberingen en ten koste van veel levens Kamp 303, vlak bij de Poolcirkel. Na een paar maanden onderneemt hij, met zes medegevangenen, een geslaagde ontsnapping. Dan begint de voettocht dwars over het Aziatisch continent, door de bloedhete Gobi woestijn, door de sneeuw in de Himalaya, naar India, waar ze ruim een jaar later, met nog maar vier overlevenden, uitgeput arriveren.

Op de tocht door de woestijn kampte de mannen regelmatig met dorst. Waar vind je in de woestijn water? Waar je aan de ene kant op de vlucht bent, ook haast hebt, moet je ook zorgen dat je het volhoudt, dat je voldoende voedsel, voldoende vocht binnen krijgt. Hoewel de vlucht uit het kamp redelijk voorbereid was, waren ze ook niet in staat om van alles mee te nemen, laat staan dat ze voor een heel jaar proviand mee konden nemen. Als iemand ook daadwerkelijk dorst had werd eerst gekeken of een van de anderen nog water over had, zodat er gedeeld kon worden. Pas als het water op was gingen de mannen op zoek naar water, dit betekende gedurende langere tijd dorst lijden, afzien.

Lees de rest van dit bericht

Achtergrond

Ik kom uit een relatief groot gezin. Op de lagere school wilde graag bioloog worden. Na de middelbare school was alles anders. Ik  deed veel aan sport. Voornamelijk volleybal, maar liep ook bijna elk weekend een cross, in Arnhem, Deventer, Zwolle, de Sonsbeekcross, rondom Bussloo, de Daventria Cross. Overal waar maar wat georganiseerd werd wilde ik mee doen. In mijn vrije tijd voetbalde, maar ook honkbalde wij ook op het grasveldje bij de school. Thuis werd menig tafeltennis wedstrijd gespeeld. Mijn vader verslaan, dat was een uitdaging. Na de middelbare school wilde ik niets liever dan iets te gaan doen in de sport. Hier staken mijn ouders, na nauw overleg met de schooldecaan, een stokje voor. Een CIOS papiertje leverde geen baanzekerheid. Het werd MTS electro. Een geweldig leuke school, alleen voelde ik mij niet echt thuis. Wat interesseerde het mij dat iemand zijn brommer weer eens hand opgevoerd of een TV uit elkaar had gehaald en weer in elkaar had gezet zonder een buis over  te houden? Wie er nu het weekend in de eredivisie had gewonnen, dat interesseerde mijn klasgenoten helemaal niets. Een mismatch zeg maar. Uiteindelijk werd het de Sociale Academie, richting Cultureel Werk. In die tijd echt een geitenwollen sokken opleiding. Wiet in de kantine zeg maar. Ook dat bleek het niet helemaal, maar wat mij in die opleiding wel mateloos boeide was het groepsgericht werken. Hoe verloopt het proces in de groep? Hoe krijg je mensen mee? Hoe realiseer je eigenaarschap? Vooral dat laatste. Ik merkte dat zelf verantwoordelijk zijn voor je eigen proces, voor de dingen die je doet, enorm motiverend werkte. Aan de andere kant was, zeker op mijn leeftijd, enige sturing wel fijn. Samen leren, samen werken. Dit is mijn achtergrond. Dit is wat ik mee neem.

Elke trainer, elke speler, neemt een bepaalde bagage mee. Niemand staat volledig blanco voor de groep en voor elke trainer, elke speler, geldt dat zijn manier om met bepaalde zaken om te gaan mede bepaald wordt door zijn ervaring, zijn achtergrond. Dat Samen werken, samen leren was dus ook prima toepasbaar bij mijn volleybalteams.

Lees de rest van dit bericht

Lanterfanteren

Het onderzoek van de KNVB blijkt ook onderwerp van gesprek langs de lijn. In mijn laatste blog schreef ik al over de weerstand die bij sommige trainers zit. Er moet en zal toch ergens geselecteerd worden. Dat wij afstappen van het selecteren bij O9 was prima maar bij O10, waarom niet? Er bleek nog een wereld te winnen.

Ook ouders van kinderen uit selectieteams blijken kanttekeningen te plaatsen bij de mogelijkheid dat elk kind misschien wel talent zou kunnen hebben. Zo sprak ik afgelopen weekend een moeder die van mening was dat het plan van de KNVB geen rekening houdt met inzet.
“Je hebt fanatieke sporters en gezelligheidssporters, zonder daar een oordeel over te willen vellen overigens. Maar de sportbeleving, en dus ook het spelplezier, is bij deze groepen erg verschillend.”

Lees de rest van dit bericht

%d bloggers liken dit: