Auteursarchief: CoachBert62

Clubhoppen

Op Facebook las ik recent een meer dan aardige post: “Clubhoppers: een bijzonder fenomeen”

Aan het eind van het seizoen, soms eerder, trainen of voetballen ze ineens mee: jeugdspelers van andere verenigingen uit de regio.Meestal een fanatieke ouder erbij. Nee, lid zijn ze nog niet, want ze willen eerst de zekerheid dat ze in de ‘selectie’ komen. Krijgen ze dat ja-woord niet, dan zoeken ze verder of blijven ze bij hun oude club. Het zijn vaak leuke spelers. Niet goed genoeg voor een BVO, maar het gras bij de buurman is voor de clubhopper toch net iets groener dan bij zijn eigen club. Die nieuwe club speelt misschien wel op divisieniveau! Wow, dat vindt de clubhopper stoerder dan zijn eigen club naar een hoger niveau brengen.De trainer van het selectieteam wil het nieuwe seizoen graag goed voor de dag komen. Hij is al snel erg enthousiast over de inzet en voetbalkwaliteiten van zíjn aanwinst. Daarmee kan hij presteren en trots door de kantine lopen.Dus trappen ze er met open ogen in. Altijd ten koste van andere spelers die dan maar een team lager moeten gaan spelen. Vaak zijn dit spelers die al jaren lid zijn en dat waarschijnlijk ook jarenlang zouden blijven.Het zal de clubhopper, diens ouders èn de trainer een worst wezen. Zij hebben het in ieder geval voor één of twee seizoenen goed voor elkaar! Waarna de clubhopper meestal weer verder trekt. Op zoek naar nog meer voetbalgeluk…Tel uit je winst!

Het bericht werd enkele malen gedeeld en diverse keren geliked. Terecht, als je het mij vraagt. Toch zette het mij wel aan het denken. Wat vond ik er van? Lag dit probleem ook echt bij die fanatieke voetbalouders? In de reacties ging het hier enkele keren over. Zo vond iemand het toch een raar fenomeen vinden dat voetbalouders hun identiteit en status halen uit de prestataties van hun kinderen. Een ander vond dat ouders de prestaties van hun kroost nu eenmaal door een roze bril bekijken. Ik miste de de zelfreflectie bij veel reacties. Wat was de rol van de clubs, van de trainers?

Volgens mij voorkom je het geschetste probleem alleen door werkelijk anders naar sport te kijken. Ik las recent dat Arsenal een jochie van 10 heeft vastgelegd. Geen mens die dan zegt ‘Belachelijk, is dit geen kinderarbeid? Moet dat kind niet gewoon lekker thuis met z’n vriendjes spelen?” Nee, in het voetbal is dit dood normaal geworden. Trainers zijn niet van de lange termijn, trainers zijn niet bezig met de ontwikkeling van het kind, die zijn bezig met de korte termijn, met hun kampioenschap, inderdaad met hun eigen CV! Bij gebrek aan een spiegel wijzen clubs, trainers, maar wat graag naar ouders.

Ouders zoeken niet zelden een soort compensatie voor vaak het eigen gebrek aan talent. Je hebt echter ook ouders die gewoon kwaliteit vragen van de trainer, de club, waar hun kind lid van is. Clubs hebben echter vaak gewoon geen idee van waar ze mee bezig zijn. Wat hun werkwijze doet met een kind. Het is zijn volwassenen die over de rug van kinderen slechts met zich zelf bezig zijn.

De film Turn gaf ons een aardig inkijkje in de Turn sport. Het waren zeker ouders die een rol speelde, maar ook trainers, clubs en sinds kort weten wij, ook bij de bond, hebben boter op hun hoofd en dat alles over de rug van jonge jonge kinderen. Dit soort beelden zijn met hetzelfde gemak óók in het voetbal te maken. Ook daar lopen trainers, bestuurders rond, die vrij weinig kaas gegeten hebben van pedagogisch verantwoord trainen, kindgericht werken.

Wat is overigens in Godsnaam is talent? Wij denken dit te weten, elke nitwit heeft een glazenbol. Kinderen zijn regelmatig geblesseerd, vroeg opgebrand, maar dat boeit die volwassenen niet, die zien dat als collateral damage.

Ik kijk nog steeds met verbazing rond in de voetbalsport. Wij hebben het vaak over ouders. Zeker, die spelen een rol, maar clubs, trainers, het hele systeem is hier debet aan. Je zou het ziek kunnen noemen. Plezier is in het voetbal volledig wegbezuinigd. In het voetbal draait het vaak maar om 1 ding, dat is resultaat, dat is de korte termijn. Er zijn zelfs mensen die denken dat plezier en resultaat ook aan elkaar gekoppeld zijn, zonder resultaat geen plezier. Dat, beste mensen is de weeffout die er voor zorgt dat kinderen afhaken, dat wij clubhoppers hebben. Werkelijk helemaal niets anders.

Week Tegen Pesten 2016: Wat kun je ertegen doen?- voor alle sporters en  sportclubs van Nederland

Niet zeuren

Het is alweer een tijd geleden dat ik een blog geschreven heb. Niet dat ik het enorm druk was met andere zaken, er was gewoon weinig te melden. De sport lag dan ook vrijwel stil. Nu heb ik in het begin van de hele Corona crisis nog een paar verhalen geschreven over juist die Coronacrisis, over hoe wij het kunnen volhouden, hoe trots ik was en ben op die mensen bij onze voetbalclub, de mannen met wie ik al twee jaars een groots jeugdvoetbaltoernooi probeer te organiseren. Mannen die als geen ander buiten de kaders weten te denken en ondanks alles de moed niet opgeven. Ook daar over blijven schrijven houdt een keer op en hoewel ik nog steeds niet gevaccineerd ben en ook geen idee heb wanneer ik aan de beurt ben, gaan wij binnenkort weer eens een Teams overleg plannen om de plannen voor 2022 te bespreken. Het moet er toch eens van komen. Nee, dit verhaal gaat niet over Corona. Dit verhaal gaat wel over teleurstellingen, over letterlijk ziek worden door sport. Dit verhaal gaat over pesten, treiteren, vernederen, over het stoppen met sport en dat alles omdat er trainers zijn die hun eigen CV, hun eigen ego belangrijker vinden dan de kinderen die zijn mogen trainen.

Gisteren werd het onderzoeksrapport “Ongelijke leggers” gepresenteerd. Een schokkend relaas waaruit bleek dat 66% van de respondenten te maken had met grensoverschrijdend gedrag door trainers. Het ging dan over pesten, treiteren, uitschelden, negeren, apart zetten. Tijdens de vooravond vertelde een gewezen top turnster dat zij met blessures doortrainde. Ze durfde haar trainer niets te vertellen over haar pijn. Er waren turnsters die een eetstoornis ontwikkelde, er waren er zelfs die opgenomen diende te worden omdat ze psychisch volledig vast gelopen waren. Het NOS sportjournaal bagataliseerde het rapport en concludeerde dat niet heel turnend Nederland had meegewerkt aan het onderzoek. Het kon het topje van de ijsberg zijn, het kon ook reuze meevallen. Een schandalige reactie, maar past in een patroon. De NOS was ook rijkelijk laat met het erkennen van de dopingproblematiek in het wielrennen

Ook op Social media logen de reacties er niet om. Zo was er iemand die vond dat grensoverschrijdend gedrag er gewoon bij hoorde. Wil je Olympische medailles winnen dan moest je nu eenmaal grenzen verleggen. Het uitschelden, apart zetten, was normaal, welke ouder doet dat niet. Opvoeden heet dat.

Dit soort opvattingen zijn even schokkend, als ook pertinent onjuist. Wij weten al sinds 2005 dat het pedagogisch leerklimaat dat de trainer weet neer te zetten, bepalend is voor het al dan niet doorgaan van de (top!) sporter met zijn of haar sport. Een klimaat dat al te zeer gericht is op resultaten leidt tot afhaken. Sporters verlaten de sport.

Wij hebben het in ons land vaak over de winnaarsmentaliteit van de Amerikanen. Dat is niet voor niets, want er is geen land dat meer Olympische medailles binnen heeft gesleept dan de VS. Laten nu net twee Amerikaanse sportwetenschappers daar onderzoek naar gedaan hebben. Uitgebreid wetenschappelijk onderzoek van de Amerikaanse sportwetenschappers Frank Smoll en Ronald Smith (University of Washington, Seattle) onder topcoaches uit bijvoorbeeld de NBA en de NHL leverde op dat juist die coaches niet bezig zijn met het resultaat maar juist met het proces, met de uitvoering.  Uit onderzoek naar talentontwikkeling in de sport is gebleken dat talenten meer gericht te zijn op de eigen, individuele vooruitgang, het zelf beter worden, dan met het korte-termijn succes, het winnen van wedstrijden.

Wij vergeten bij dit alles dat die turnsters nog kinderen waren toen hen dit overkwam. Kinderen die afhankelijk waren van een volwassen trainer. Een van de turnsters zei gisteren ook dat het niet in je opkwam om er iets van te zeggen. De documentaire Turn liet ons al zien dat het niet alleen de trainers waren, maar dat kinderen ook enorm gepusht werden door fanatieke ouders. Die fanatieke ouders hadden wij al langer in beeld. Sterker nog, waar de slogan ooit was ‘Ouders graag gezien’, waren veel trainers die ouders liever kwijt dan rijk. Ouders waren lastig, waren vaak iets te blij dat hun oogappel niet in de selectie zat. Clubs en trainers hadden hier zelfs een naam voor, Curlingouders. Kinderen moesten maar leren dat de weg naar de top niet over rozen ging. O ja en niet elk kind is een nieuwe Marco van Basten. Je zal maar kind zijn en gemangeld worden door een scheldende trainer en een vader die je op z’n minst op het podium bij de Olympische Spelen wil zien. Een van de aanbevelingen uit het rapport Ongelijke Leggers is het werken met het vier ogen principe. Trainers mogen niet meer alleen gelaten worden met de kinderen. Best een heftige maatregel. In de kinderopvang kennen ze een dergelijke werkwijze al wel en na Dutreaux stond geen enkele Belgische trainer nog alleen in de zaal. In Duitsland hebben ze, in het voetbal, net een experiment met juist die ouders op afstand.

Wij kunnen afspreken wat wij willen, maar zolang wij kinderen blijven zien als mini volwassenen. Zolang wij denken dat het behalen van resultaten uitsluitend behaald kan worden door kinderen hard aan te pakken. Zolang grenzen verleggen synoniem is met grensoverschrijdend gedrag, schieten wij er niets mee op.

Ik had het er al over dat turnsters nog kinderen waren toen zij onderdeel uitmaakte van dit systeem. Ik weet nog goed dat ik lang geleden, geregeld op Papendal de trainingen van de Jong Oranje volleyballers bezocht. In de turnhal trainde de turnselectie. Jonge meisjes die al bezig waren met EK, WK en Olympische Spelen. Je kon er niet vroeg genoeg bij zijn. Er vroeg bij willen zijn zien wij ook in andere sporten. In het voetbal wordt op hele jonge leeftijd gescout en een club als Manchester City, wie kent ze niet, heeft een selectie met kleuters van vijf jaar en jonger. Eerder schreef ik al dat uit Australisch onderzoek bleek dat onder 256 Olympische topsporters, medaillewinnaars, slechts 7% als kind ook uitblonk. Maar liefst 84% blonk als kind niet uit, was nooit gescout en had zelden of nooit in het eerste team van een vereniging gespeeld. Er gaat dus iets goed mis bij al dat vroeg selecteren van kinderen. Wij jagen kinderen over de kling en alles voor het geld of de CV van de trainer.

Het wordt tijd dat wij sport weer terugbrengen tot de essentie. Kinderen gaan sporten omdat ze de sport leuk vinden, misschien omdat vriendjes dezelfde sport beoefenen. Geen enkel kind start met een sport met het ultieme doel om de absolute top te halen. Tuurlijk, ook ik was Johan Neeskens en ik heb werkelijk teams met Ron Zwervers en Edwin Benne’s getraind, maar beste trainers en beste ouders, dit betekent niet dat dit het ultieme doel was. Als kind graafde wij loopgrave, bouwde wij hutten en speelde wij op het braakliggende terrein aan de overkant van de straat hele veldslagen na. Dat wilde niet zeggen dat ik ook maar een seconde als kind dacht bij Defensie te tekenen. Iets later wilde ik bioloog worden. Dat was al iets serieuzer, ook dat ben ik uiteindelijk niet geworden. Ik vond het struinen in de natuur leuk, het was allemaal spel. Wij denken, als volwassenen heel vaak dat wij wel weten wat goed is voor onze kinderen. Hierbij vergeten wij echter vaak het kind zelf. Dat gebeurt in het turnen, dat gebeurd in werkelijk elke sport. Laten wij die ongelijke leggers eens gelijk zetten. Laten wij als trainers, als ouders, eens stoppen met zeuren. Laten wij de sport weer teruggeven aan de kinderen.

SIRE | Geef kinderen hun spel terug - YouTube

Volhouden

Ik moet bekennen dat ik wel respect kan opbrengen voor al die amateur voetballers voor wie het afgelopen seizoen al als een nachtkaars uitging en voor wie nadat dit seizoen nog maar amper begonnen was, het al weer voorbij was. Het was wrang dat voor het betaald voetbal een uitzondering gemaakt werd. Zij leefde in een bubbel. Voor de amateurclubs die nog in de beker zaten, betekende dit, dat ook dit, van het een op het andere moment, afgelopen was. Na een break begonnen trainers, binnen de kaders, te zoeken naar oplossingen om toch te kunnen trainen. In groepen van vier, exclusief de trainer. Het was behelpen, maar het was iets. Na de laatste toespraak van onze premier zakte alles als de spreekwoordelijke plumpudding in elkaar. Waar trainde je nog voor? Het lopende seizoen was al gestaakt en als dit na de lockdown mogelijk op gestart zou kunnen worden, was het maar de vraag of het seizoen ook afgemaakt kan worden. Waar het afgelopen seizoen al onbevredigend afliep, kan je van het lopende seizoen misschien nu al stellen dat het niet gespeeld is?
Hoe zou je al die wedstrijden nog moeten inhalen? Zou het kunnen dat het seizoen na de 19e januari nog even niet opgestart kan worden? Het zou toch kunnen dat de vaccinatieprogramma’s later starten? Hoe zou er omgegaan worden met spelers die nog niet gevaccineerd zijn of die, dat kan ook, in het geheel niet gevaccineerd willen worden? Je zou er moedeloos van worden. Gewoon volgend seizoen, dan zal alles toch weer normaal zijn? Of teams dan weer met dezelfde spelers aan de start zullen staan is maar helemaal de vraag. In zo’n periode waarin de prioriteiten ergens anders liggen, de motivatie afbrokkeld, is het spannend wie het volhouden. Toch is volhouden, ook tijdens deze tweede golf belangrijk. Uit de eerste Coronagolf weten we dat een goede conditie helpt bij het doorstaan van een besmetting met dit virus.

In een artikel in het Algemeen Dagblad zegt Afke van der Wouw, voormalig prestatiecoach bij FC Utrecht, dat het goed is om al vast dingen vooruit te plannen en daar, van moment tot moment naar toe te leven. Het bekende slaan van piketpaaltjes.

Nu lijkt mij dat, onder normale omstandigheden, een prima advies. Mijn zoon, woonachtig in het Verenigd Koninkrijk, had het plan ons in het voorjaar te bezoeken. De eerste Coronagolf fietste daar even doorheen. Eerst hier in quarantaine en daarna bij terugkomst, ook weer 10 dagen in quarantaine, was niet haalbaar. Houd vol zeiden wij, er komt een moment dat het weer gaat lukken. Na de eerste golf, volgde echter de tsunamie van de 2e golf. Zijn vakantiedagen raakte maar niet op. Rond oud en nieuw was daarna het plan. De Kerst met de familie vieren, dat zou wel heel erg fijn zijn. Daar kwam echter een mutatie van het virus tussendoor. De grenzen met het Verenigd Koninkrijk werden gesloten. Een bezoek aan de familie met de feestdagen zat er niet in. Waar de overheid tijdens de eerste golf al die mensen die, tegen beter weten in op vakantie gingen naar diep rode gebieden, heeft teruggehaald kunnen al die expats, al die mensen die nu vast zitten in Engeland, barsten. Hier kunnen wij niet aan beginnen, aldus De Jonge. Ondertussen vormen de topsporters waar Van der Wouw mee werkt een uitzondering. Toen onze zoon minstens 20 dagen in quarantaine zou moeten, speelde het nederlands elftal gewoon een interland, met spelers als een Wijnaldum en Van Dijk, die in Engeland in dezelfde regio woonachtig en werkzaam zijn, gewoon in Amsterdam een interland. Niks geen quarantaine. Het begrip quarantaine is namelijk niet langer een medisch begrip, maar een politiek begrip. Met een staatsecretaris die maar wat graag straks sporters op de foto wil met sporters die een medaille hebben gewonnen in Tokyo.

Het slaan van piketpaaltjes, ergens naar toewerken, werkt absoluut maar dan moet je wel ergens controle hebben over die tussendoelen anders wordt het aardig frustrerend. Topsporters kunnen werken met die piketpaatjes, want geld maakt op een gegeven moment alles mogelijk. Hoe anders is het voor die amateursporters. Die amateurvoetballers, die al een heel onbevredigend eind van het afgelopen seizoen kende. Die amateursvoetballer die vol goede moed aan dit seizoen begonnen, maar toen nog een keer te maken kregen met het staken van de competitie. In het begin toonde al die trainers zich werkelijk van hun creatiefste kant. De trainingen gingen door, op ander halve meter, in groepjes van maximaal 4 spelers. Je had ergens om naar toe te werken. Je wilde klaar staan als alles weer door kon gaan. Een pikketpaaltje waar iedereen naar uit keek. Daarkwam echter een mokerslag overheen. Alles ligt weer stil en trainen in groepjes van 2 wordt schaken waarbij je op anderhalve meter net niet meer bij de stukken kan.

De motivatie moeten deze spelers niet halen uit die piketpaatjes. De motivatie moeten ze ook even niet halen uit de wens om ooit nog weer eens te kunnen voetballen. De motivatie moeten ze halen uit het bewegen zelf. Uit het gezond willen blijven. Er is niets belangrijker dan dat. Bij mij op zolder is een sportschool verezen. Een trainingsbankje, halters, dynabanden, een mat. Je kan een volledige workout doen. Verder heb je niet veel nodig om te gaan hardlopen, te gaan fietsen, in mijn geval kan het ook een flinke wandeling met de hond zijn. Dat zijn doelen die ik werkelijk onder eigen controle heb. Tegen iedereen, houd vol, zorg dat je niet afhankelijk ben van anderen voor het bereiken van je doelen. Leef bij de dag want morgen kan het wel anders zijn.

Amper van invloed

Wij zuchten al langere tijd onder de gevolgen van een wereldwijde pandemie. Het moet voor mensen die over onze veiligheid beslissen zijn als rijden op de snelweg. Je wil veilig op de plaats van bestemming zijn, met zo min mogelijk oponthoud. Je hebt chauffeur die dan, erg langzaam gaan rijden, alsof het gevaar uit elke hoek kan komen. Je hebt er ook die, zonder gebruik van de driepuntsgordel, kris kras, plankgas over die snelweg racen, alsof ze alleen op de wereld zijn. Iedereen moet rekening met hen houden en achteraf zijn dat de mensen die jou vertellen dat het allemaal reuze meeviel.

Het bijzondere aan de maatregelen waar wij in ons land mee te maken hebben is dat ze nog wel eens veranderen. Opvallend is ook, maar wellicht is behoort dat bij onze traditie, vind iedereen er wel wat van, heeft iedereen er verstand van en bemoeid ook iedereen zich er mee. Alles met de beste bedoelingen natuurlijk. Onze regering gaat over werkelijk elke maatregel in bedat met de Tweede Kamer en als er geen meerderheid is voor een maatregel, dan wordt die maatregel net zo hard weer teruggedraaid. Waarschijnlijk vanuit de aanname dat iedereen de cijfers op waarde weet te schatten, krijgen wij dagelijks de dagkoersen voorgeschoteld. Een daling van het aantal besmettingen wordt met geluich ontvangen en wij eisen een verklaring op het moment dat een dag later het aantal besmettingen weer toeneemt. De sporters onder ons zouden toch moeten weten dat de prijzen pas aan het eind van het seizoen vergeven worden. Je kan bij de Winterstop er nog goed voorstaan maar aan het eind toch kunnen degraderen. Met een van mijn jeugdteam bij Robur et Velocitas stonden wij er medio November uitermate beroerd voor. Veel blessures, veel wedstrijden werden nipt verloren. Vanaf begin december, het team was toen pas compleet, werd er niet meer verloren en plaatsen wij ons aan het eind eenvoudig voor de nacompetitie. Wij werden net geen kampioen. Waarom wij ons zo blindstaren op die dagkoersen is mij een raadsel.

Iets anders waar ik mij hooglijk over verbaas is het feit dat sommige groepen nog steeds het idee hebben dat ze in een bubbel leven. Bijzonder is ook dat deze mensen dat ook hun bubbel noemen. Zij denken dat er een soort bescherminglaag over de groep heen te creeëren is waardoor niemand ziek kan worden. Dit is natuurlijk een eutopie. Sporters, want die leven in bubbels, wonen niet op een eiland. Ze komen thuis, doen ook boodschappen, doen soms wellicht nog een opleiding. De selectie van AZ werd zwaar getroffen door Corona en ook in de Giro moesten sporters na een besmetting naar huis. Het gaat in wedstrijden niet meer om de vraag wie nu het beste elftal, op het juiste moment, op het veld kan brengen. Het gaat er tegenwoordig om wie de mazzel heeft dat er geen selectiespelers ziek zijn. Wat zegt dit over de mate waarin de competitie eerlijk kan verlopen?

Meer dan terecht vroegen de topvolleyballers, hockeyers, basketballers, handballers in ons land zich terecht af waarom zij niet uitgesloten waren? Zij vroegen zich terecht af waarom er plots toch een uitzondering was voor het vrouwenvoetbal. In een pandemie, zoals waar wij nu midden in zitten, zou je verwachten dat er maar een uitzonderingsregel zou mogen zijn en die zou zuiver medisch moeten zijn. Ik vraag mij oprecht af of de keuzes die gemaakt zijn wel zuiver medisch zijn. Waar de overige sportbonden in het begin nog wel begrip op konden brengen voor de maatregelen en het zeer ‘m meer zat in de uitzondering die het voetbal andermaal innam, begint men nu te morren. De motivatie, er komen toch Olympische Spelen aan en wij willen daar toch ook goed presteren, kon ik nog inkomen. Het excuus vind ik echter bijzonder. Al moet ik zeggen dat ook dat geluid mij bekend in de oren klonk. Plots waren de sportbonden van mening dat de sporters geen risico zouden lopen. Wat zou er plots veranderd zijn? De horeca werd eerst gesloten, daarna troffen deze ondernemers allerlei voorzieningen, mochten de café’s en restaurants weer open, daarna werd alles weer gesloten en nu wordt geroepen dat mensen in de kroeg helemaal niet zo’n groot risico lopen. Als je er last van begint te krijgen, wordt er anders naar hetzelfde probleem gekeken. Er is verder niks veranderd. Mensen zijn nog niet gevaccineerd en ons land is inmiddels het Wuhan van Europa en toch zijn er overal van die groepen die plots denken dat ook zij in zo’n bubbel leven. Vroeger kende wij de Haagse kaasstolp. Een term voor Haagse politici die wat wereldvreemd besluiten namen, zonder ook maar enigzins het idee te hebben wat er in de samenleving leeft. Inmiddels heb ik het idee dat er in ons land wat meer van die kaasstolpjes neergezet zijn. Wij hadden er al een in Zeist en alsof de duvel er mee speelt staat er plots ook een in de buurt van Arnhem, op het Nationaal Sportcentrum. Alsof of de Olympus nog steeds de Goden wonen.

 

 

 

Ik heb het even gemist denk ik. Kom onder die kaasstolp vandaan. De snelste weg uit deze rotzooi is ons aan de regels te houden. De snelste weg uit deze rotzooi is om even geen uitzonderingen te maken en vooral niet te denken dat je een uitzondering vormt. Werkelijk iedereen kan ziek worden, bij werkelijk iedereen kan het verloop van deze ziekte ernstig verlopen en als je het geluk hebt dat jij alleen milde klachten hebt, dan nog kan jij dit rot virus doorgeven aan iemand die er dood aan gaat. Inmiddels zijn er vaccins ontwikkelt en heeft het Verenigd Koninkrijk zelfs al aangekondigd dat zijn nog dit jaar starten met het vaccineren. Het is nu zaak om nog even vol te houden en niet te roepen dat het jou niet kan overkomen en niet te bleren dat de Olympische Spelen of welk ander Toernooi belangrijker zijn. 

Geen uitzonderingen stock illustratie. Illustratie bestaande uit zegel -  109188668

Energielek

Door ‘de Corona’ zitten wij al heel lang thuis. Zo lijkt ’t ten minste. Mensen klagen, er is hen een flink stuk vrijheid afgenomen. Hoe langer het duurt, hoe moeilijker het wordt. Afgelopen week heb ik, ja ze bestaan echt, een workshop ‘Mentaal fit tijdens Corona’ gevolgd. Onderwerpen als energiegevers, energievreters en het belang van balans werden uitgebreid behandeld. Weinig nieuws onder de zon, want het was mij eigenlijk al jaren duidelijk dat bepaalde zaken, activiteiten mij energie gaven en dat sommige zaken mij gewoon enorm veel energie kostte. Het geven van training, het mogen werken met enthousiaste volleyballers gaf mij enorm veel energie. Ook de rol als teamleider van de selectie elftallen bij de voetbalclub was echt fantastisch om te doen. Er voor zorgen dat alles rondom het team op rolletjes liep, dat de jongens plezier konden beleven aan hun sport, het samenwerken met al even enthousiaste ouders, dat gaf mij energie. Vergaderingen voorzitten met veel discussie en mensen die alleen maar dwarslagen, daar zag ik tegen op en die kostte mij altijd veel energie. Een balans tussen die twee is fijn. Stel dat ik veel van die vergaderingen zou hebben, met altijd van die moeilijke, lastige mensen, zou ik het niet lang volhouden. Omgedraaid, alleen maar activiteiten op je agenda hebben die je veel energie geven is ook best vermoeiend. Ik dacht tot voor kort dat het fijn was als mensen betrokken en bevlogen waren. Betrokken bij hun werk, bij het geen ze doen, Ik heb altijd gedacht dat bevlogen mensen echt fijn waren, prettig om mee samen te werken. Hart voor de zaak. Ik weet nu, door schade en schande wijs geworden, dat de grens met te betrokken en te bevlogen, wel heel erg vaag is. Mensen die echt alleen maar activiteiten kennen die hen energie geven, moeten toch op enig moment, de behoefte hebben om een pauze te nemen. Ik reisde bijna twee jaar lang op en neer naar Den Haag. Mijn wekker ging dagelijks om 4 uur en vaak was ik pas rond elf uur ’s avonds thuis en ik klaag niet. Ik deed het met plezier. Het werk was leuk, ik had echt hele fijne collega’s maar ik belandde wel eind februari in het ziekenhuis. Mijn lichaam had hard op de rem getrapt. Ik was keihard over mijn eigen grenzen heen gegaan. Zo hard zelfs dat ik niet door had gehad dat ik over de grens heen ging. Te bevlogen en te betrokken. Wat er ook gebeurd, ergens komt er een moment dat je teruggefloten wordt.

Klapband

Waar ik echter, tot vorige week, nog nooit van gehoord had was het begrip energielek. Een klapband waardoor je volledig op leegloopt, waardoor je in een keer al je energie kwijt raakt. Die kan een situatie zijn, maar dit kan ook een persoon of personen zijn. Tijdens genoemde workshop diende wij, na een presentatie over energiegevers en energievreters, in tweetallen proberen te achterhalen wat nu toch een ieders energielek was. Het bleek dat ik volledig leegloop op mensen die klagen, mensen die alles zwaar, moeilijk en ingewikkeld vinden en daarbij geen geduld kunnen opbrengen voor het moment dat er wellicht betere kansen en mogelijkheden zijn.

evodammer: Klapband

Nu kom ik die mensen nog wel eens tegen en om nu elke lekke band te gaan plakken, is enorm veel werk. Waarbij iedereen zich zou kunnen voorstellen dat een klapband eigenlijk niet te repareren is. Is dan de beste tip te zorgen dat je band niet lek raakt? Er bestaan van die banden die niet lek kunnen. Moet je dus zorgen voor voldoende eelt op je ziel?

Een beetje klagen, zeuren, dat kan ik best hebben. Sterker nog, het geeft soms ook wel een soort samenhorigheidsgevoel. Als ik door de stromende regen naar het werk toe ben gefietst en ik kom doorweekt binnenlopen, dat is het wel fijn dat ik niet de enige ben, dat er meer mensen zijn die zijknat binnenkomen lopen en het is wel lekker om dat samen even te klagen. Het moet wel ergens ophouden. Iemand die voortdurend klaagt is funest voor teams, maar ook voor individuen. Zie ook mijn klapband. Mensen die heel erg veel klagen zijn vaker ziek, zitten zich zelf niet zelden in de weg en slepen anderen daarin mee. Ik merk bij mezelf dat ik mij hierdoor zeker laat meeslepen. Voor mij is het belangrijk om mij te realiseren dat klager passievolle mensen zijn, mensen met hart voor de zaak. Er zijn ook mensen die allang zijn afgehaakt, die niet meer meedoen, meedenken en misschien wel riskanter voor de club zijn

Is er dan helemaal niets goed?
Is alles moeilijk en ingewikkeld?
Is erdan echt geen oplossing?

Zoals ik al benoemde, echt klagen heeft zin. Kap een klager dan ook niet zomaar af. Klagers vinden niet zelden in het geheel niet dat ze klagen. Anderen klagen. Dit wordt ook wel de klaagparadox genoemd. Al die Amerikanen die nu klagen over het verloop van de verkiezingen vinden echt niet dat zij klagen. Hun waarheid is de waarheid en zie daar maar eens wat tegen in te brengen. Enig tactisch vernuft in deze is handig. Plomp verloren benoemen dat de ander zeurt is niet echt helpend. Het is net Judo. Het is verstandig om begrip te tonen, mee te buigen, te spiegelen, soms letterlijk herhalen wat de klager heeft gezegd, zonder dat je ‘m voor gek zet. Probeer ook te onderzoeken waarover je het wel eens bent met de klager. Over welke positieve elemementen ben je het wel eens? Probeer een positieve draai te geven aan het gesprek. Dit valt nog niet mee. Mensen die erg veel klagen zijn niet zelden dominante, extraverte mensen. Heb je echter overeenstemming, zijn er gezamelijke positieve punten, dan ga je daar op door. Probeer dat negatieve patroon te doorbreken. Eigenlijk is ook dat net judo.

File:Judothrow.jpg - Wikimedia Commons



Geen gezeur

Ondertussen hebben wij besloten om ons tweedaags jeugdtoernooi van komend jaar toch nog met een jaar te verschuiven. Wij hebben het vermoeden dat Covid tegen die tijd het land nog niet uit is en dat wij tegen die tijd nog niet allemaal voldoende gevaccineerd zijn. Wij zetten nu in op 2022 voor de start van ons toernooi. Opvallend was dat in de vergadering er niet geklaagd werd, niemand zeurde over de omstandigheden waarin wij verkeren. Bijzonder aan dit overleg, dat overigens Online vervoerd werd, was de overtuiging dat wij een enorm goed en leuk toernooi willen organiseren. Wat is het fijn om deel uit te maken van dit team!

%d bloggers liken dit: