Categorie archief: Beleid

Klikspaan

Ik had vroeger een jongentje in de klas, die bij alles wat zijn klasgenootjes deden, wat eigenlijk niet mocht, het ging vertellen aan de juf. Negen van de tien keer had zij niets gezien, maar een melding van ongewenst gedrag in de ogen van Bas, zo heette het jochie, was voor haar aanleiding tot onderzoek. Je kan je voorstellen dat Bas niet populair was in de klas.

Nu zal ik de laatste zijn om te zeggen dat ongewenst gedrag gewoon moet kunnen. Als het echt schokkend was, prima dat Bas naar de juf liep. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik dat lef niet had. Of kon jij het wel hebben als je zusje het nodig vond om bij je moeder te melden dat jij een koekje uit de koektrommel had gepakt terwijl dat niet mocht. Ik was pislink.

Gisteravond keek ik de wedstrijd van Ajax tegen Bergamo. Het was een mooie wedstrijd. Veel strijd, het spel golfde op en neer. Ajax speelde goed en dat is, voor ons land, ook voor een niet Ajax supporter goed nieuws. Ik heb mij echter groen en geel geergerd aan het theatrale gedrag van enkele spelers van Ajax. Zo deed talent Traoré alsof hij bijna doormidden geschopt was door Gosens, waarna de scheidsrechter de bal op de stip legde. De kroon spande in mijn ogen Antony, die heel oprichtig om een kaart ging smeken nadat zijn directe tegenstander aan zijn shirt had getrokken.

Ik kan mij hier beoorlijk aan ergeren. Deze spelers verdienen niet alleen hun brood met deze sport en je zou dit als ongewenst gedrag kunnen beschouwen richting de tegenstander. Ze hebben ook een voorbeeld functie. Ook kinderen en jongeren kijken naar deze wedstrijd, zien deze spelers als hun helden, hun voorbeeld en laten dit ongewenste gedrag ook doodleuk op zaterdag tijdens hun wedstrijd zien. Ik ben vijf jaar leider geweest van selectie jeugdelftallen en het smeken om kaarten was meer dan normaal. Gewoon op staan, je tegenstander een hand geven, wie doet dat nog. Natuurlijk worden er ook keiharde overtredingen gemaakt en daar moet hard ingrijpen, maar laten we met z’n allen eens dat overdreven gedrag, dat theater, dat smeken om kaarten, eens aanpakken. In plaats van een strafschop had Traoré gewoon een krijgen en ook Antony was degene die even vermanend toegesproken had moeten worden door de scheidsrechter. Als Traoré en Antony nu de enige waren, helaas wekelijks zien bij dit theater op TV.
“Even blijven liggen, kermen van de pijn.” Dat wordt spelers al jong geleerd. Het probleem voor scheidsrechters is dat het verschil soms maar moeilijk te zien is. Wanneer is er serieus iets aan de hand en wanneer is het theater. Scheidsrechters laten ook regelmatig gewoon doorspelen, terwijl een speler serieus geblesseerd op het veld ligt.

In 1965 deed de psycholoog Albert Bandura – bekend geworden van zijn sociaal-cognitieve leertheorie – een klassiek geworden onderzoek. In dit onderzoek toonde hij aan dat mensen agressieve gedragingen imiteren. In het experiment kregen kinderen van vier jaar een filmpje te zien waarin een volwassene een pop agressief bejegende. De eerste groep kinderen zag dat de volwassenen achteraf werd beloond door een andere volwassenen. De tweede groep zag dat de volwassene de les werd gelezen en de derde groep zag dat het gedrag van de volwassene zonder gevolgen bleef. Na vertoning van de film werden de kinderen in de gelegenheid gesteld om te spelen met de pop te midden van ander speelgoed. De kinderen uit de groep die hadden gezien dat de volwassene werd beloond voor zijn agressieve gedrag, vertoonden meer agressie, dan de kinderen die hadden gezien dat de volwassene was terechtgewezen. Kortom, als kinderen zien dat ongewenst gedrag positief beloond wordt is er een grotere kans dat zij dit gedrag ook elders laten zien.

We Observe and Nothing Else. | Albert Bandura's Bobo the Clo… | Flickr

Als de UEFA met de KNVB in haar kielzog nu echt werk wil maken van Fair Play, pak dan heel concreet dit volstrekt ongewenste gedrag aan! Ik ben daar echter pesimistisch over. Enige mate van maatschappelijk verantwoord gedrag is bij deze sportbonden ver te zoeken, maar wellicht komt het ooit goed. Dicherbij huis hebben trainers en clubs hier natuurlijk ook een taak. Ik prijs mij gelukkig, als elftalleider samengewerkt te mogen hebben met trainers die wars waren van theatraal, aanstellerig gedrag en helemaal het zeuren om kaarten. Gewoon wisselen ….

Theater Granada irriteert PSV'ers: 'Maar we hadden slimmer moeten zijn' |  NU - Het laatste nieuws het eerst op NU.nl

Ouders graag gezien

Vandaag een verhaal afgerond wat al even op de plank lag, maar wat vanwege de Coronacrisis was blijven liggen. Ik realiseer mij dat ouders op dit moment ook minder, of misschien wel helemaal niet op de club komen. Bij ons hebben wij voor de pupillen een soort drive-truth. Ouders rijden hier met de auto doorheen, zetten hun kind af en rijden door. Barbara Barend vond er wel wat van, het feit dat ouders niet meer op de club konden komen en deels heeft zij natuurlijk gelijk. Een vier ogen principe zal je als club nu echt anders moeten organiseren. Ouders zijn er op school ook niet de gehele dag bij. De situatie maakt dat wij het anders moeten organiseren. Dit wil niet zeggen dat ouders enorm belangrijk zijn.

Op Twitter trof ik, dus nu enkele maanden geleden, de volgende tweet van het account Sportief Besturen:

Voor veel bestuurders herkenbaar, wel of geen verplichte bardiensten voor ouders?

Hoe ’t kan werken lees je op:
https://www.tvsportplezier.nl/vereniging/doen-laten-verplichte-bardiensten/ …

Nieuwsgierig geworden heb ik de site bekeken. Op de pagina een artikel over de verplichte bardiensten van basketbalvereniging Locomotief uit Rijswijk. Onder de subkop ‘een andere tijd, een andere aanpak’ een wervend verhaal over de voordelen van het verplicht stellen van het draaien van de bardienst. Noem mij een geitenwollen sokken type, maar bij het woord verplicht stellen krijg ik kriebels.

Ik ben op mijn elfde begonnen met volleyballen. Op mijn 16 gaf ik, na een interne trainingscursus mij eerste team trainen. Nu, na 40 jaar later, vele opleidingen en cursussen, vele vrijwilligerstaken later, blijf ik er van overtuigd dat je mensen taken moet laten doen die bij hen passen, waar ze plezier aan beleven. Ik loop sinds een tijdje, naast het volleybal tegenwoordig ook rond als vrijwilliger binnen een voetbalvereniging. Andere club, andere tak van sport, maar er is een ding hetzelfde, het zijn allemaal mensen. Ik heb verschillende taken uitgevoerd, binnen verschillende verenigingen, verschillende sporten, zowel op verenigingsniveau, regionaal niveau als ook landelijk niveau. Ik ben sinds mijn zestiende actief als trainer/coach. Ik ben bij meerdere verenigingen lid geweest van de clubblad redactie, lid van verschillende technische commissies. Ik ben leider van voetbalelftal, lid van een werkgroep Sportiviteit en Respect. Ik ben ook redacteur van een magazine voor volleybaltrainers geweest en opleider van nieuwe trainers voor de sportbond. Er zijn zo nog wat andere taken die ik heb uitgevoerd. Ik ben dan ook absoluut voor de stelling dat ouders er niet vanaf komen met het droppen van hun kinderen, als was het een peuterspeelzaal. Ik vind dat wij af moeten van het maar consumeren. De sportvereniging, dat zij wij met z’n allen. Ik zeg echter altijd en dat vind ik ook echt, er zijn twee taken die je mij niet moet vragen, dat is het fluiten of vlaggen van wedstrijden en het draaien van een bardienst. Dat zijn taken die ik echt minder goed kan en die ik ook niet leuk vind. Ik ben niet een type dat vroeger in de kroeg rond hing, ik was in de sporthal en als het afgelopen was dan ging ik naar huis. Noem het saai, maar ook die mensen bestaan. Ook het fluiten of vlaggen van een wedstrijd laat ik graag aan anderen over. Ik kan dan niet, zie het niet snel genoeg en ik ben niet rechtlijnig genoeg om deze taak ook naar behoren uit te voeren.

Ik ben een van die mensen die vind dat apartheid bestaat, niemand is gelijk. Ieder mens is uniek, ieder mens heeft kwaliteiten. Maak daar als vereniging gebruik van! Bij de voetbalvereniging waar mijn jongste zoon voetbalt houden de algemeen coördinator van de leeftijdscategorie een intake gesprek met elk nieuw jeugdlid en ouder(s). In dat gesprek wordt duidelijk gemaakt dat de club van mening is dat wij met z’n allen de club vormen en dat van mij, als ouder, verwacht wordt dat ik wat doe voor de club. Ik mocht destijds ook aangeven wat mij leuk leek. Ik zit sindsdien in de clubredactie, in de werkgroep Sportiviteit en Respect en ben sinds twee jaar leider van een elftal en geloof me, het is fantastisch. Ook van mijn zoon werd verwacht dat hij activiteiten voor de club zou gaan doen. Hij is inmiddels keeperstrainer en fluit de wedstrijden van de pupillen. Hebben wij bij de voetbalclub het dan goed voor elkaar? Nee, die indruk heb ik nog niet, maar er wordt aangewerkt.

Als leider van het elftal organiseer ik diverse taken rondom het team. Zo organiseer ik het vervoer naar uitwedstrijden, het vlaggen van de wedstrijden en het wassen van de kleding. Niet dat ik dit allemaal zelf doe, ik zorg dat het gebeurd, waarbij ik zelf wel participeer in het vervoer en in het wassen van de kleding. Het vlaggen van de wedstrijden; daar heb ik het eerder al over gehad. Ik heb dat een keer gedaan en toen zei mij zoon: “Pap, serieus, dit moet jij echt niet meer doen”. Dit jaar moet ik ook er voor zorgen dat ouders de aan ons toebedeelde bardiensten gaan draaien en dat de spelers de wedstrijden fluiten van de aan ons toebedeelde pupillenteams. Als leider heb je soms een dagtaak. Ik vind het prima, want dit organiseren vind ik leuk. Al moet ik toegeven dat het soms  ook best lastig is.

Basisschool JP Waale Gorinchem - Ouders

Vernederd, gespuugd en geslagen

Het zal ergens begin jaren 80 van de vorige eeuw zijn geweest. De Jong Oranje volleybalmannen trainde in die tijd op Papendal en een van mijn teamgenoten zat bij de selectie. In die ben ik, als net startende trainer, wezen kijken bij Jong Oranje. Ik wilde wel weten hoe zij trainde. In een ander deel van hetzelfde complex bleek de turnhal te zitten. Het leek een grote speeltuin met een grote bak met piepschuin vlak voor de tribune. In de hal trainde erg jonge meisjes, basisschoolleeftijd, niet ouder. De meisjes waren druk met de voorbereidingen op WK en Olympische Spelen, zoveel werd duidelijk uit de gesprekken die je op de tribune kon meekrijgen. Ik vond dat best bijzonder. Wat ik ook bijzonder vond waren de schriftjes die al die meisjes hadden en waar ze, na een training van alles in schreven. Het was allemaal best serieus, hele jonge meisjes in volle ernst bezig met de voorbereiding op de Olympische Spelen. Ik kon echter  toen niet vermoeden wat er afgelopen week over deze sport, over deze meiden misschien wel, naar buiten zou komen.

Al weer enkele maanden geleden, het was begin oktober, zag ik de 2Doc Turn. Een documentaire over fanatieke turnouders en gewetenloze trainers. Mijn Twittertimeline explodeerde. Mensen spraken er schande van, sommigen konden de documentaire niet afkijken, zo erg vonden ze het geen getoond werd. Huilende kinderen en ouders en trainers die vonden dat het kind nog niet hard genoeg z’n best deed. Mij verbaasde vooral die ophef, want kwam dat fanatieke gedrag, die gewetenloze trainers, voor wie een kind niet meer is dan materiaal, niet in alle takken van sport voor? Stonden die fanatieke vaders niet ook langs het voetbalveld? Ik schreef er destijds ook blog over. Zo snel als de storm opstak, zo snel was het ook weer over. Turn was al snel een vergeten documentaire, tot afgelopen week.

Afgelopen week was daar het interview met Top turncoach Gerrit Beltman. Beltman vertelde in het verleden turnsters, kinderen, te hebben geslagen, mishandeld. Hij intimideerde, manipuleerde, kleineerde en maakte zijn pupillen monddood.

Köhler en Heitinga, twee vrouwen die als kind door hem getraind waren, schreven in 2013 het boek De onvrije oefening, waarin zij uitgebreid en gedetailleerd zijn misdragingen opsomden. De oud-turnsters schetste een onthutsend beeld van een brute coach, zonder mededogen, die zowel fysiek als mentaal de grenzen van het toelaatbare ver overschreed. Beltman reageerde, destijds, in het geheel niet op dit boek, zo is te lezen in een artikel in het NRC. Tot afgelopen week.

Tenminste zo leek het, want ook in het laatste interview bagetaliseert hij zijn gedrag. Het was een andere tijd en ja hij had er van geleerd en zag geen enkele grond om niet gewoon aan de slag te blijven als turntrainer. Beltman stoorde zich aan het beeld dat hij de enige was en pleitte voor een cultuuromslag bij de KNGU. Hij werd op zijn wenken bediend want in de slipstream van Beltman werden ook huidige bondscoaches Wevers en in mindere maten Wiersma beschuldigd van ongewenst gedrag. In een artikel in het Algemeen Dagblad vertelde oud turnster Goedkoop als jonge turnster in Oldenzaal door Wevers te zijn geschopt en geslagen en op dagelijkse basis te zijn gekleineerd. Oud-pupillen van Wevers Wyomi Masela en Ayla Wilbrink zeiden zich deels te herkennen in het verhaal van Goedkoop, maar niet waar het ging om fysieke mishandeling.

Alleen de nuance al, het kleineren kwam dagelijks  voor, maar de fysieke mishandeling was niet voor iedereen. Ook de dochter van Wevers benoemd dat zij met name het fysieke deel niet herkent. Wevers wordt gewoon als streng ervaren, zoals een gewone vader.

Een Friese turnster beschreef dat ze elkaar na de training gewoon een hand gaven. Zij zag hem meer als een tweede vader. Nu ben ik misschien geen goede vader maar volgens mij is streng is niet synoniem aan kleineren en vernederen. Bij fysieke mishandeling is menig vader uit de ouderlijke macht gezet. Als verklaring wordt genoemd dat deze trainers de trainingsmethoden uit het voormalig Oostblok en China copieërde omdat zij dachten dat dit nodig was voor het neerzetten van prestaties.

De algemeen directeur van de KNGU gaf in OP1 aan dat ongewenst gedrag moeilijk bewijsbaar is. Wat is nu grensoverschrijdend is moeilijk vast te stellen.
Ik ben begin jaren 90 van de vorige eeuw afgestudeerd op het toepassen van dwangmiddelen binnen de ouderen psychiatrie. Ouderen werden daar dagelijks nog in bed gefixeerd, achter een plankje in een stoel gezet, alles om te voorkomen dat mensen zouden gaan lopen en, in het verlengde, zouden vallen. Daar moest altijd een melding van worden gemaakt en telkens werd dan aangegeven dat de cliënt geen bezwaar had. Ik vond daar wel wat van, want was huilen, verdrietig kijken, niet óók een signaal? Het moment dat ik had aangegeven dat ik onderzoek wilde doen naar dit onderwerp werd mij dit door, notabene de opleiding, afgeraden. Het zou namelijk een nogal gevoelig onderwerp zijn.

Bij de KNGU wisten ze van de hoed en de rand, zou je denken. Een tweetal ex turnsters hadden al een boek uitgebracht over deze manier van training geven en ook de een inmiddels oud bestuurder had, naar aanleiding van een eerder onderzoek, al aan de bel getrokken.

De directeur van de KNGU benoemde dat er best al wel dingen waren veranderd. Vroeger kreeg als kind puntenaftrek als je een broekje onder je turnpakje droeg. Ik moest terug denken aan de balletjuf van mijn dochter. Zij danste bij Danstique en onder een balletpakje mocht echt helemaal niets. Zij kreeg als kleuter ook geen kleurplaat toen ze bij Ariël de kleine Zeermeermin aan de kant bleef zitten en in tranen opbiechte dat ze nog niet kon zwemmen, nadat de balletjuf vertelt had dat de hele vloer een diepe oceaan was. Bijna griezelig en dan bedoel ik niet de oceaan.

Is de grens niet gewoon het kind? In Turn zagen wij een jochie die, in tranen, nog even geholpen werd met het actief stretchen. Wie de top wil halen moet pijn leiden, zoiets zal het zijn.

Wevers kwam recent met een verklaring naar buiten. Hij ontkent dat hij turnsters geschopt en geslagen heeft. Het andere deel, het geestelijk mishandelen, dat vind hij, met de kennis van nu, niet goed. Het wegen van jonge meiden was met terugwerkende kracht niet goed. Ergens lijkt er een gat tussen het wat de turnsters verklaren en het geen wordt benoemd. Het onderzoek van de KNGU, dat is aangekondigd, zal daar wellicht uitsluitsel over geven. Wij moeten dit even afwachten daar met eerdere onderzoeken, zo lijkt het, weinig meegedaan is.

De ontboezemingen en de reacties volgen elkaar in rap tempo op. Aan de ene kant is dit schokkend, aan de andere kant is dit ook wel goed. Er kan nu over gesproken worden en wellicht leidt dit tot veranderingen.

De KNGU ligt onder vuur. Iedereen buitelt over elkaar heen. Ik vroeg mij af of het bij andere sporten echt zo veel anders is. Het turnen is al heel lang een sport waarbij kinderen op hele jonge leeftijd op top niveau moeten presteren. Zij waren daarin destijds vrij uniek. Toen ik, ik zat destijds ik de 6e klas, ging volleyballen moest ik eerst maar een jaartje trainen. Volleybal was zo’n moeilijke sport. Eerst maar de sport leren, wedstrijden kwamen later en in die wedstrijden ook nog eens prestaties neerzetten kwam daarna. Met het circulatie volleybal werd de drempel lager en werd het spelen van wedstrijden eenvoudiger en werd ook de grens waarop prestaties geleverd moesten worden lager. Ik weet nog dat ik, nu al weer lang geleden, een artikel schreef over het team dat ik trainde. Een damesteam waarin naast enkele moeders van rond de 30 ook een tweetal meisjes uit groep 8. Talenten, dat zonder meer, maar het verschillen in de belevingswereld tussen de moeders en de meiden die vlak voor hun Cito toets stonden waren enorm. Ik zette daar wel vragen bij. Inmiddels is het doorselecteren de normaalste zaak van de wereld.

In het voetbal was men lang wars van doorselecteren. Spelers moesten alle fasen doorlopen. Daarop was één uitzondering, al het ‘talent’ dat vroeg selecteert zijn weg vond richting een of andere betaald voetbalclub. Enkele weken geleden kopte het Sport voetbalmagazine dat het verontrustend was wat wij kinderen aan deden. In een lezenswaardig artikel zette Michel Bruijnickx uit een wat er allemaal mis was in het voetbal. Daarbij had hij het niet eens over die schreeuwende en coachende trainers. Daar moeten kinderen maar mee leren omgaan, hoor ik vaak langs de lijn. Als je de top wil halen moet je mensen als Derksen van Gijp maar laten wel gevallen en je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen, het afzijken, het kleineren van jonge kinderen. Aan de ene kant plaatsen wij in het voetbal talentjes mega snel op een voetstuk maar als het even tegenzit wordt dat voetstuk met dezelfde snelheid ontmanteld.

Echt trainers, van de oude stempel, zoals in het turnen, je komt ze overal tegen. Natuurlijk wordt in trainerscurussen aandacht besteed aan zoiets als positief coachen, aan de pedagogiek van de sport. Toch kom je ze nog tegen, trainers die een kind dat minder goed is, ook minder laten spelen. Je komt ze nog tegen, trainers die in een TC vergadering gewoon beloven dat een minder talentvol kind, voor de kerst de vereniging verlaten heeft. Zijn wij het het volleybal, in het voetbal, veel beter? Durven wij kritiek te leveren op de turnsport en daarbij tegelijkertijd met opgeheven hoofd in de spiegel te kijken?

 

 

 

Wat wij kinderen aandoen

Wat wij kinderen aandoen

In juni van dit jaar kopte het Sport voetbalmagazine:

‘Het is erg verontrustend wat wij kinderen in het voetbal aandoen’

Schrijver van dit, op zich lovenswaardig artikel, was voetbaltrainer en pionier op het gebied van het Breincentraal leren, Michel Bruijnickx. Hij vraagt zich af of het nog langer verantwoord is om wetenschappelijke knowhow met zo’n positieve impact op het leven van kinderen links te laten liggen.

Het artikel volgt dan met verwijzing naar artikelen waarin duidelijk wordt gemaakt dat het rendement van de jeugdopleiding in België erg laag is. Daar komt bij dat zelfopgeleide spelers in België, in vergelijking met andere topcompetities erg weinig speeltijd krijgen. Overal in Europa worden de noodklokken geluid. In Duitsland heeft Bayern Munchen, zo vertelt Bruininckx, een deel van zijn jeugdopleiding opgedoekt en werden er in 2019 overall, maar liefst 3450 minder jeugdteams ingeschreven. Bruijnincks verwijst vervolgens naar Gary Lineker, die in Engeland al langer waarschuwt voor de negatieve sfeer in het jeugdvoetbal. In het artikel waar naar verwezen wordt gaat Lineker  niet van leer tegen de clubs maar tegen de ouders die volgens hem gewoon hun kop moeten houden en kinderen niet zo moeten pushen.

Lees de rest van dit bericht

Kampioenschap

Wij zitten midden in een crisis die zijn weerga niet kent. Een nog veel diepere, grotere crisis dan de financiële crisis van eerder deze eeuw. Wij hebben te maken met een virus dat wij nog niet kennen. Het gaat niet om een griepje, het verloop van dit virus kan mild verlopen maar heel veel mensen gaan er ook dood aan. Toen alles, ver weg, in China begon, daar een hele provincie op slot ging, sliepen wij nog. Toen het virus in het noorden van Italië al huis hield, gingen wij nog gewoon op wintersport, vierde wij nog carnaval. De dag nadat onze premier in een persconferentie de maatregelen afkondigde, spraken bijna alle sportbonden af dat het ook gedaan was met de trainingen en de competitie. De KNVB zorgde echter die dag ook verwarring door een artikel op hun website te plaatsen waarin stond dat de regels niet voor hen golden. Onduidelijkheid al om. Want waarom golden de regels over samenkomsten, over met niet met meer dan drie personen bij elkaar, voor iedereen behalve voor de KNVB. Waarom anticipeerde iedereen zich al op een verlenging van de slimme lockdown en werkte de KNVB nog met een scenario waarin de competitie na 6 april gewoon weer zou worden opgestart?

Ondertussen brachten andere sportbonden naar buiten dat zij zo snel mogelijk duidelijkheid zouden scheppen over promotie, degradatie, over kampioenschappen. Afgelopen week bracht de Nevobo naar buiten hoe zij naar de problematiek zou gaan kijken. Een goed verstaander wist toen al hoe de vlag er bij hing. De dag van de laatste persconferentie bracht de Nevobo naar buiten wie de kampioenen zijn, welke teams zouden degraderen en hoe de competitie er het komend seizoen uit zou gaan zien. Er werd zelfs een tweede topdivisie in het leven geroepen. Die dag, ongeveer een half uur ná de persconferentie, waar een journalist onze premier toch nog even moest vragen hoe het nu zat met de KNVB, bracht de KNVB naar buiten dat het seizoen voor de amateurs en de jeugdteams niet meer afgemaakt zou gaan worden, er zouden geen kampioen zijn, er zou niemand degraderen. Een nieuw seizoen, nieuwe kansen zullen we maar zeggen. Over het betaald voetbal nog even niets, want ja, wij leven niet in het luchtledige en dit moest afgestemd worden binnen UEFA verband. Je kan je toch werkelijk niet voorstellen dat men in Italië met op dit moment al 12428 besmettingen, met 11500 doden in Italië en 78.797 besmettingen en al 15000 doden in Spanje, dat men daar nog aan voetbal denkt? De voorzitter van Brescia uit Lombardije was hier heel duidelijk over. Wat er ook gebeurd, er wordt niet gevoetbald. De UEFA dacht hier anders over. Sterker nog, zij dreigde met het nemen van maatregelen tegen clubs die hen tegen zouden werken.

Ik vind het fantastisch dat de competitie’s niet door gaan. Prima besluit. Ik heb er ook baad bij, ik heb COPD, ben net ontslagen uit het ziekenhuis waar ik ook diabetes bleek te hebben. Ik behoor, mede gezien door mijn leeftijd, gewoon tot de risicogroep. Wat ik niet snap, waarom duurt besluitvorming bij de KNVB zo ontzettend lang? Waarom is men niet gekomen met een maatregel die, gezien de omstandigheden, recht doet aan iedereen? Je zou aan een oplossing kunnen denken, zoals de volleybalbond. Je zou ook kunnen bedenken dat er wel kampioenen zijn maar niemand degradeert en dat je voor het komend seizoen gaat werken aan een versterkte promotie-degradatie, zodat teams die nu middels de nacompetitie niet in aanmerking komen voor promotie dan wel degradatie als nog zouden kunnen promoveren dan wel degraderen.

%d bloggers liken dit: