Categorie archief: Coachen

Onder inmense druk

Deze week waren velen verbaasd door eerst het statement van Noami Osaka en kort daarop het terugtrekken van Osaka bij Roland Garros. Osaka had, zo vertelde zij, erg veel moeite met de persconferenties na afloop van een wedstrijd. Als ze gewonnen had, oké dat ging nog wel maar voor het doorzagen door journalisten ná een verloren wedstrijd. Dat raakte diep. Zij kon daar niet langer tegen. De toernooi organisatie reageerde direct na de aankondiging dat zij de persconferenties zou gaan mijden. Zij zou uit het toernooi worden gezet en zou daar bovenop nog een flinke boete krijgen. Je zou wat meer bijval verwachten van haar collegae maar nee, alleen Serena Williams snapte de situatie. Mannetjesputters als Djokovic en Nadal maar ook Barty hadden weinig begrip. Als je ziet hoe snel de toernooi organisatie reageerde en met welke maatregelen zijn dreigde, kan je daar met een beetje gevoel nog begrip voor opbrengen. Ik moest terugdenken aan een aantal jaren geleden, het moment dat enkele wielrenners hun nood klaagde over een levensgevaarlijk parcours waar de wedstrijd organisatie de renners langs wilde sturen. Alles voor de kijkcijfers, er even aan voorbijgaand dat wij met mensen te maken hebben.

In een artikel op Nu.nl braken enkele sportpsychologen een lans voor Osaka. Het was dapper wat zij had gedaan en, zo dacht men, hier zouden tennissers op termijn hun voordeel mee kunnen doen. Osaka had een lans gebroken voor juist haar collega’s, zij wilde aandacht vragen voor de mentale gezondheid van tennissers. Tennissers zijn, je zou het bijna vergeten, ook mensen. Net als die wielrenners zijn zij geen instrument in handen van projectontwikkelaars die over de rug van sporters hun geld verdienen.

In een gesprek met vrienden over de actie van Osaka werd mijn standpunt keihard onderuit geschoffeld. Zo zat topsport nu eenmaal in elkaar en als je hier niet tegen kon je er maar beter niet aan beginnen. Ze verdiende genoeg, meer dan genoeg, ging mijn vriend in de overtreffende trap. Dit hoorde er nu eenmaal bij en hij zou er geen seconde minder om kijken. Ik was uitgekakt, hier kon ik niet tegenop. Nadat ik er wat langer over had nagedacht, kwam ik tot de conclusie dat hij misschien wel de kern van de zaak raakte. Het boeit ons als kijker, als consument, echt helemaal niks. Het ging om het vermaak en als sinds de gladiatoren in het oude Rome, boeide het de kijker echt geen drol dat de artiest er onder door ging. Wij willen ons identificeren met de winnaar. Iets niet goed kunnen, fouten maken, de wedstrijd verliezen, het wordt er al jong ingepompt, ingetrapt soms. Een wedstrijd is gelijk aan falen en falen is soms letterlijk dodelijk.

Top 5: De grootste gladiatoren | historianet.nl



Ik zag begin deze week de wedstrijd van Jong Oranje tegen Frankrijk. In de laatste minuut van de blessuretijd, op een 1-1 stand, besloot Justin Bijlow de bal niet bij zich te houden maar om de bal direct uit te spelen. De commentator had het niet over een geniale actie van de keeper, maar over het influisteren. De actie kon door de keeper zelf bedacht zijn. In de nabeschouwing ging het over het overzicht dat Stengs had en helemaal het geniale doelpunt van Boadu. Niemand had het meer over de actie waar alles mee begon. Keepers, verdedigers kunnen in het voetbal eigenlijk niets goeds doen. Houden ze een bal tegen, dan is dat dood normaal, hoort bij je taak, laten ze een speler lopen, tast de keeper mis, is het een doelpunt. Over de psyche van de keeper heb ik eerder een verhaal geschreven. Nadat de duitse keeper Robert Enke zich zelf van het leven had beroofd. Het keihard afstraffen van fouten, van vergissingen, zit er vroeg in. Langs de lijn bij een willekeurige pupillenwedstrijd doet pijn aan de ogen. In het volleybal hadden ze rond het maken van fouten zelfs een wedstrijdvorm gedacht. In het oude Circulatie volleybal kon je naar de kant als je de bal had laten vallen. Alles om kinderen te prikkelen geen fouten te maken. Als ik bang was geweest om te vallen, als mijn vader mij had vertelt nadat ik de eerste keer keihard op de grond was gevallen, had ik misschien wel nooit leren fietsen. Door fouten te maken leren wij, waar gewerkt wordt vallen spaanders. Het is dan ook veel belangrijker om niet zo spatisch met fouten, missers om te gaan, maar om er van te leren. Dat leren kost tijd en die tijd hebben wij niet. Wij leiden in heel veel sporten kinderen op die fouten het liefst willen mijden, die zelfs als een berg op zien tegen het bespreken van acties die misschien iets minder goed zijn verlopen. Soms bewust, maar ook vaak geheel onbewust, voeden wij angstige, foutenmijdende kinderen op. Het begint al met de vermaledijde selectietrainingen. Alsof wij met z’n allen een heel seizoen niet gekeken hebben, niet geluisterd hebben. Een soort CITO toets die niet zo zeer de huidige stand van zaken meet maar veel meer de mate waarin iemand in de ogen van de trainer het goed doet. Trainers selecteren niet op de lange termijn, die zijn niet bezig met dat punt op de horizon. Trainers zijn bezig met dat punt aan het eind van de straat, met hun eigen CV. Wij leiden met z’n allen kinderen op die vreselijk druk zijn om zich zelf met anderen te vergelijken, in plaats van met zich zelf te vergelijken. De enige vooruitgang die objectief en ook meetbaar is, is de vegelijking met jezelf. Winnen is ook niet winnen van de ander, van je tegenstander, winnen is winnen van jezelf. Elke dag beter worden dan dat je gisteren was.

Is jouw mindset vast of groeigericht? Doe de test! - HeartState


Terug naar Osaka en haar statement, de aandacht die zij vraagt voor de mentale gezondheid van tennissers. Een systeem is aan het denken gezet, denken sportpsychologen Jan Sleijfer en Kelly Dekker. Ik mag het hopen. Ik zou er voor willen pleiten om niet alleen binnen de tenniswereld eens na te denken over zoiets als mentale gezondheid, maar ook andere sporten aandacht te besteden aan de volledig doorgeschoten focus op foutloos resultaat sport. Prima dat je uiteindelijk wil winnen, maar laten wij leren fouten maken, laat ons vergissingen maken. Wij werken niet met een machine, wij hebben te maken met mensen. Ik zou Osaka enorm veel succes willen wensen en ik hoop dat de luiken bij tennissers als Djokovic, Nadal en Barty open gaan. Laten we de sport weer teruggeven aan de kinderen, aan de sporters, zonder die bemoeienis van sportbonsen, organisaties van wielerrondes, toernooi organisaties, zonder bemoeienis van rijke oliesjeiks of stinkend rijke oliegargen. Er zijn nogal wat sporten die volledig doorgeschoten zijn terwijl wij er met z’n allen bijstonden.

Dien je project in voor de Nationale Sportinnovator Prijs 2019 - Van  prestatie naar plezier - ZonMw

Niet zeuren

Het is alweer een tijd geleden dat ik een blog geschreven heb. Niet dat ik het enorm druk was met andere zaken, er was gewoon weinig te melden. De sport lag dan ook vrijwel stil. Nu heb ik in het begin van de hele Corona crisis nog een paar verhalen geschreven over juist die Coronacrisis, over hoe wij het kunnen volhouden, hoe trots ik was en ben op die mensen bij onze voetbalclub, de mannen met wie ik al twee jaars een groots jeugdvoetbaltoernooi probeer te organiseren. Mannen die als geen ander buiten de kaders weten te denken en ondanks alles de moed niet opgeven. Ook daar over blijven schrijven houdt een keer op en hoewel ik nog steeds niet gevaccineerd ben en ook geen idee heb wanneer ik aan de beurt ben, gaan wij binnenkort weer eens een Teams overleg plannen om de plannen voor 2022 te bespreken. Het moet er toch eens van komen. Nee, dit verhaal gaat niet over Corona. Dit verhaal gaat wel over teleurstellingen, over letterlijk ziek worden door sport. Dit verhaal gaat over pesten, treiteren, vernederen, over het stoppen met sport en dat alles omdat er trainers zijn die hun eigen CV, hun eigen ego belangrijker vinden dan de kinderen die zijn mogen trainen.

Gisteren werd het onderzoeksrapport “Ongelijke leggers” gepresenteerd. Een schokkend relaas waaruit bleek dat 66% van de respondenten te maken had met grensoverschrijdend gedrag door trainers. Het ging dan over pesten, treiteren, uitschelden, negeren, apart zetten. Tijdens de vooravond vertelde een gewezen top turnster dat zij met blessures doortrainde. Ze durfde haar trainer niets te vertellen over haar pijn. Er waren turnsters die een eetstoornis ontwikkelde, er waren er zelfs die opgenomen diende te worden omdat ze psychisch volledig vast gelopen waren. Het NOS sportjournaal bagataliseerde het rapport en concludeerde dat niet heel turnend Nederland had meegewerkt aan het onderzoek. Het kon het topje van de ijsberg zijn, het kon ook reuze meevallen. Een schandalige reactie, maar past in een patroon. De NOS was ook rijkelijk laat met het erkennen van de dopingproblematiek in het wielrennen

Ook op Social media logen de reacties er niet om. Zo was er iemand die vond dat grensoverschrijdend gedrag er gewoon bij hoorde. Wil je Olympische medailles winnen dan moest je nu eenmaal grenzen verleggen. Het uitschelden, apart zetten, was normaal, welke ouder doet dat niet. Opvoeden heet dat.

Dit soort opvattingen zijn even schokkend, als ook pertinent onjuist. Wij weten al sinds 2005 dat het pedagogisch leerklimaat dat de trainer weet neer te zetten, bepalend is voor het al dan niet doorgaan van de (top!) sporter met zijn of haar sport. Een klimaat dat al te zeer gericht is op resultaten leidt tot afhaken. Sporters verlaten de sport.

Wij hebben het in ons land vaak over de winnaarsmentaliteit van de Amerikanen. Dat is niet voor niets, want er is geen land dat meer Olympische medailles binnen heeft gesleept dan de VS. Laten nu net twee Amerikaanse sportwetenschappers daar onderzoek naar gedaan hebben. Uitgebreid wetenschappelijk onderzoek van de Amerikaanse sportwetenschappers Frank Smoll en Ronald Smith (University of Washington, Seattle) onder topcoaches uit bijvoorbeeld de NBA en de NHL leverde op dat juist die coaches niet bezig zijn met het resultaat maar juist met het proces, met de uitvoering.  Uit onderzoek naar talentontwikkeling in de sport is gebleken dat talenten meer gericht te zijn op de eigen, individuele vooruitgang, het zelf beter worden, dan met het korte-termijn succes, het winnen van wedstrijden.

Wij vergeten bij dit alles dat die turnsters nog kinderen waren toen hen dit overkwam. Kinderen die afhankelijk waren van een volwassen trainer. Een van de turnsters zei gisteren ook dat het niet in je opkwam om er iets van te zeggen. De documentaire Turn liet ons al zien dat het niet alleen de trainers waren, maar dat kinderen ook enorm gepusht werden door fanatieke ouders. Die fanatieke ouders hadden wij al langer in beeld. Sterker nog, waar de slogan ooit was ‘Ouders graag gezien’, waren veel trainers die ouders liever kwijt dan rijk. Ouders waren lastig, waren vaak iets te blij dat hun oogappel niet in de selectie zat. Clubs en trainers hadden hier zelfs een naam voor, Curlingouders. Kinderen moesten maar leren dat de weg naar de top niet over rozen ging. O ja en niet elk kind is een nieuwe Marco van Basten. Je zal maar kind zijn en gemangeld worden door een scheldende trainer en een vader die je op z’n minst op het podium bij de Olympische Spelen wil zien. Een van de aanbevelingen uit het rapport Ongelijke Leggers is het werken met het vier ogen principe. Trainers mogen niet meer alleen gelaten worden met de kinderen. Best een heftige maatregel. In de kinderopvang kennen ze een dergelijke werkwijze al wel en na Dutreaux stond geen enkele Belgische trainer nog alleen in de zaal. In Duitsland hebben ze, in het voetbal, net een experiment met juist die ouders op afstand.

Wij kunnen afspreken wat wij willen, maar zolang wij kinderen blijven zien als mini volwassenen. Zolang wij denken dat het behalen van resultaten uitsluitend behaald kan worden door kinderen hard aan te pakken. Zolang grenzen verleggen synoniem is met grensoverschrijdend gedrag, schieten wij er niets mee op.

Ik had het er al over dat turnsters nog kinderen waren toen zij onderdeel uitmaakte van dit systeem. Ik weet nog goed dat ik lang geleden, geregeld op Papendal de trainingen van de Jong Oranje volleyballers bezocht. In de turnhal trainde de turnselectie. Jonge meisjes die al bezig waren met EK, WK en Olympische Spelen. Je kon er niet vroeg genoeg bij zijn. Er vroeg bij willen zijn zien wij ook in andere sporten. In het voetbal wordt op hele jonge leeftijd gescout en een club als Manchester City, wie kent ze niet, heeft een selectie met kleuters van vijf jaar en jonger. Eerder schreef ik al dat uit Australisch onderzoek bleek dat onder 256 Olympische topsporters, medaillewinnaars, slechts 7% als kind ook uitblonk. Maar liefst 84% blonk als kind niet uit, was nooit gescout en had zelden of nooit in het eerste team van een vereniging gespeeld. Er gaat dus iets goed mis bij al dat vroeg selecteren van kinderen. Wij jagen kinderen over de kling en alles voor het geld of de CV van de trainer.

Het wordt tijd dat wij sport weer terugbrengen tot de essentie. Kinderen gaan sporten omdat ze de sport leuk vinden, misschien omdat vriendjes dezelfde sport beoefenen. Geen enkel kind start met een sport met het ultieme doel om de absolute top te halen. Tuurlijk, ook ik was Johan Neeskens en ik heb werkelijk teams met Ron Zwervers en Edwin Benne’s getraind, maar beste trainers en beste ouders, dit betekent niet dat dit het ultieme doel was. Als kind graafde wij loopgrave, bouwde wij hutten en speelde wij op het braakliggende terrein aan de overkant van de straat hele veldslagen na. Dat wilde niet zeggen dat ik ook maar een seconde als kind dacht bij Defensie te tekenen. Iets later wilde ik bioloog worden. Dat was al iets serieuzer, ook dat ben ik uiteindelijk niet geworden. Ik vond het struinen in de natuur leuk, het was allemaal spel. Wij denken, als volwassenen heel vaak dat wij wel weten wat goed is voor onze kinderen. Hierbij vergeten wij echter vaak het kind zelf. Dat gebeurt in het turnen, dat gebeurd in werkelijk elke sport. Laten wij die ongelijke leggers eens gelijk zetten. Laten wij als trainers, als ouders, eens stoppen met zeuren. Laten wij de sport weer teruggeven aan de kinderen.

SIRE | Geef kinderen hun spel terug - YouTube

Volhouden

Ik moet bekennen dat ik wel respect kan opbrengen voor al die amateur voetballers voor wie het afgelopen seizoen al als een nachtkaars uitging en voor wie nadat dit seizoen nog maar amper begonnen was, het al weer voorbij was. Het was wrang dat voor het betaald voetbal een uitzondering gemaakt werd. Zij leefde in een bubbel. Voor de amateurclubs die nog in de beker zaten, betekende dit, dat ook dit, van het een op het andere moment, afgelopen was. Na een break begonnen trainers, binnen de kaders, te zoeken naar oplossingen om toch te kunnen trainen. In groepen van vier, exclusief de trainer. Het was behelpen, maar het was iets. Na de laatste toespraak van onze premier zakte alles als de spreekwoordelijke plumpudding in elkaar. Waar trainde je nog voor? Het lopende seizoen was al gestaakt en als dit na de lockdown mogelijk op gestart zou kunnen worden, was het maar de vraag of het seizoen ook afgemaakt kan worden. Waar het afgelopen seizoen al onbevredigend afliep, kan je van het lopende seizoen misschien nu al stellen dat het niet gespeeld is?
Hoe zou je al die wedstrijden nog moeten inhalen? Zou het kunnen dat het seizoen na de 19e januari nog even niet opgestart kan worden? Het zou toch kunnen dat de vaccinatieprogramma’s later starten? Hoe zou er omgegaan worden met spelers die nog niet gevaccineerd zijn of die, dat kan ook, in het geheel niet gevaccineerd willen worden? Je zou er moedeloos van worden. Gewoon volgend seizoen, dan zal alles toch weer normaal zijn? Of teams dan weer met dezelfde spelers aan de start zullen staan is maar helemaal de vraag. In zo’n periode waarin de prioriteiten ergens anders liggen, de motivatie afbrokkeld, is het spannend wie het volhouden. Toch is volhouden, ook tijdens deze tweede golf belangrijk. Uit de eerste Coronagolf weten we dat een goede conditie helpt bij het doorstaan van een besmetting met dit virus.

In een artikel in het Algemeen Dagblad zegt Afke van der Wouw, voormalig prestatiecoach bij FC Utrecht, dat het goed is om al vast dingen vooruit te plannen en daar, van moment tot moment naar toe te leven. Het bekende slaan van piketpaaltjes.

Nu lijkt mij dat, onder normale omstandigheden, een prima advies. Mijn zoon, woonachtig in het Verenigd Koninkrijk, had het plan ons in het voorjaar te bezoeken. De eerste Coronagolf fietste daar even doorheen. Eerst hier in quarantaine en daarna bij terugkomst, ook weer 10 dagen in quarantaine, was niet haalbaar. Houd vol zeiden wij, er komt een moment dat het weer gaat lukken. Na de eerste golf, volgde echter de tsunamie van de 2e golf. Zijn vakantiedagen raakte maar niet op. Rond oud en nieuw was daarna het plan. De Kerst met de familie vieren, dat zou wel heel erg fijn zijn. Daar kwam echter een mutatie van het virus tussendoor. De grenzen met het Verenigd Koninkrijk werden gesloten. Een bezoek aan de familie met de feestdagen zat er niet in. Waar de overheid tijdens de eerste golf al die mensen die, tegen beter weten in op vakantie gingen naar diep rode gebieden, heeft teruggehaald kunnen al die expats, al die mensen die nu vast zitten in Engeland, barsten. Hier kunnen wij niet aan beginnen, aldus De Jonge. Ondertussen vormen de topsporters waar Van der Wouw mee werkt een uitzondering. Toen onze zoon minstens 20 dagen in quarantaine zou moeten, speelde het nederlands elftal gewoon een interland, met spelers als een Wijnaldum en Van Dijk, die in Engeland in dezelfde regio woonachtig en werkzaam zijn, gewoon in Amsterdam een interland. Niks geen quarantaine. Het begrip quarantaine is namelijk niet langer een medisch begrip, maar een politiek begrip. Met een staatsecretaris die maar wat graag straks sporters op de foto wil met sporters die een medaille hebben gewonnen in Tokyo.

Het slaan van piketpaaltjes, ergens naar toewerken, werkt absoluut maar dan moet je wel ergens controle hebben over die tussendoelen anders wordt het aardig frustrerend. Topsporters kunnen werken met die piketpaatjes, want geld maakt op een gegeven moment alles mogelijk. Hoe anders is het voor die amateursporters. Die amateurvoetballers, die al een heel onbevredigend eind van het afgelopen seizoen kende. Die amateursvoetballer die vol goede moed aan dit seizoen begonnen, maar toen nog een keer te maken kregen met het staken van de competitie. In het begin toonde al die trainers zich werkelijk van hun creatiefste kant. De trainingen gingen door, op ander halve meter, in groepjes van maximaal 4 spelers. Je had ergens om naar toe te werken. Je wilde klaar staan als alles weer door kon gaan. Een pikketpaaltje waar iedereen naar uit keek. Daarkwam echter een mokerslag overheen. Alles ligt weer stil en trainen in groepjes van 2 wordt schaken waarbij je op anderhalve meter net niet meer bij de stukken kan.

De motivatie moeten deze spelers niet halen uit die piketpaatjes. De motivatie moeten ze ook even niet halen uit de wens om ooit nog weer eens te kunnen voetballen. De motivatie moeten ze halen uit het bewegen zelf. Uit het gezond willen blijven. Er is niets belangrijker dan dat. Bij mij op zolder is een sportschool verezen. Een trainingsbankje, halters, dynabanden, een mat. Je kan een volledige workout doen. Verder heb je niet veel nodig om te gaan hardlopen, te gaan fietsen, in mijn geval kan het ook een flinke wandeling met de hond zijn. Dat zijn doelen die ik werkelijk onder eigen controle heb. Tegen iedereen, houd vol, zorg dat je niet afhankelijk ben van anderen voor het bereiken van je doelen. Leef bij de dag want morgen kan het wel anders zijn.

Klikspaan

Ik had vroeger een jongentje in de klas, die bij alles wat zijn klasgenootjes deden, wat eigenlijk niet mocht, het ging vertellen aan de juf. Negen van de tien keer had zij niets gezien, maar een melding van ongewenst gedrag in de ogen van Bas, zo heette het jochie, was voor haar aanleiding tot onderzoek. Je kan je voorstellen dat Bas niet populair was in de klas.

Nu zal ik de laatste zijn om te zeggen dat ongewenst gedrag gewoon moet kunnen. Als het echt schokkend was, prima dat Bas naar de juf liep. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik dat lef niet had. Of kon jij het wel hebben als je zusje het nodig vond om bij je moeder te melden dat jij een koekje uit de koektrommel had gepakt terwijl dat niet mocht. Ik was pislink.

Gisteravond keek ik de wedstrijd van Ajax tegen Bergamo. Het was een mooie wedstrijd. Veel strijd, het spel golfde op en neer. Ajax speelde goed en dat is, voor ons land, ook voor een niet Ajax supporter goed nieuws. Ik heb mij echter groen en geel geergerd aan het theatrale gedrag van enkele spelers van Ajax. Zo deed talent Traoré alsof hij bijna doormidden geschopt was door Gosens, waarna de scheidsrechter de bal op de stip legde. De kroon spande in mijn ogen Antony, die heel oprichtig om een kaart ging smeken nadat zijn directe tegenstander aan zijn shirt had getrokken.

Ik kan mij hier beoorlijk aan ergeren. Deze spelers verdienen niet alleen hun brood met deze sport en je zou dit als ongewenst gedrag kunnen beschouwen richting de tegenstander. Ze hebben ook een voorbeeld functie. Ook kinderen en jongeren kijken naar deze wedstrijd, zien deze spelers als hun helden, hun voorbeeld en laten dit ongewenste gedrag ook doodleuk op zaterdag tijdens hun wedstrijd zien. Ik ben vijf jaar leider geweest van selectie jeugdelftallen en het smeken om kaarten was meer dan normaal. Gewoon op staan, je tegenstander een hand geven, wie doet dat nog. Natuurlijk worden er ook keiharde overtredingen gemaakt en daar moet hard ingrijpen, maar laten we met z’n allen eens dat overdreven gedrag, dat theater, dat smeken om kaarten, eens aanpakken. In plaats van een strafschop had Traoré gewoon een krijgen en ook Antony was degene die even vermanend toegesproken had moeten worden door de scheidsrechter. Als Traoré en Antony nu de enige waren, helaas wekelijks zien bij dit theater op TV.
“Even blijven liggen, kermen van de pijn.” Dat wordt spelers al jong geleerd. Het probleem voor scheidsrechters is dat het verschil soms maar moeilijk te zien is. Wanneer is er serieus iets aan de hand en wanneer is het theater. Scheidsrechters laten ook regelmatig gewoon doorspelen, terwijl een speler serieus geblesseerd op het veld ligt.

In 1965 deed de psycholoog Albert Bandura – bekend geworden van zijn sociaal-cognitieve leertheorie – een klassiek geworden onderzoek. In dit onderzoek toonde hij aan dat mensen agressieve gedragingen imiteren. In het experiment kregen kinderen van vier jaar een filmpje te zien waarin een volwassene een pop agressief bejegende. De eerste groep kinderen zag dat de volwassenen achteraf werd beloond door een andere volwassenen. De tweede groep zag dat de volwassene de les werd gelezen en de derde groep zag dat het gedrag van de volwassene zonder gevolgen bleef. Na vertoning van de film werden de kinderen in de gelegenheid gesteld om te spelen met de pop te midden van ander speelgoed. De kinderen uit de groep die hadden gezien dat de volwassene werd beloond voor zijn agressieve gedrag, vertoonden meer agressie, dan de kinderen die hadden gezien dat de volwassene was terechtgewezen. Kortom, als kinderen zien dat ongewenst gedrag positief beloond wordt is er een grotere kans dat zij dit gedrag ook elders laten zien.

We Observe and Nothing Else. | Albert Bandura's Bobo the Clo… | Flickr

Als de UEFA met de KNVB in haar kielzog nu echt werk wil maken van Fair Play, pak dan heel concreet dit volstrekt ongewenste gedrag aan! Ik ben daar echter pesimistisch over. Enige mate van maatschappelijk verantwoord gedrag is bij deze sportbonden ver te zoeken, maar wellicht komt het ooit goed. Dicherbij huis hebben trainers en clubs hier natuurlijk ook een taak. Ik prijs mij gelukkig, als elftalleider samengewerkt te mogen hebben met trainers die wars waren van theatraal, aanstellerig gedrag en helemaal het zeuren om kaarten. Gewoon wisselen ….

Theater Granada irriteert PSV'ers: 'Maar we hadden slimmer moeten zijn' |  NU - Het laatste nieuws het eerst op NU.nl

Vernederd, gespuugd en geslagen

Het zal ergens begin jaren 80 van de vorige eeuw zijn geweest. De Jong Oranje volleybalmannen trainde in die tijd op Papendal en een van mijn teamgenoten zat bij de selectie. In die ben ik, als net startende trainer, wezen kijken bij Jong Oranje. Ik wilde wel weten hoe zij trainde. In een ander deel van hetzelfde complex bleek de turnhal te zitten. Het leek een grote speeltuin met een grote bak met piepschuin vlak voor de tribune. In de hal trainde erg jonge meisjes, basisschoolleeftijd, niet ouder. De meisjes waren druk met de voorbereidingen op WK en Olympische Spelen, zoveel werd duidelijk uit de gesprekken die je op de tribune kon meekrijgen. Ik vond dat best bijzonder. Wat ik ook bijzonder vond waren de schriftjes die al die meisjes hadden en waar ze, na een training van alles in schreven. Het was allemaal best serieus, hele jonge meisjes in volle ernst bezig met de voorbereiding op de Olympische Spelen. Ik kon echter  toen niet vermoeden wat er afgelopen week over deze sport, over deze meiden misschien wel, naar buiten zou komen.

Al weer enkele maanden geleden, het was begin oktober, zag ik de 2Doc Turn. Een documentaire over fanatieke turnouders en gewetenloze trainers. Mijn Twittertimeline explodeerde. Mensen spraken er schande van, sommigen konden de documentaire niet afkijken, zo erg vonden ze het geen getoond werd. Huilende kinderen en ouders en trainers die vonden dat het kind nog niet hard genoeg z’n best deed. Mij verbaasde vooral die ophef, want kwam dat fanatieke gedrag, die gewetenloze trainers, voor wie een kind niet meer is dan materiaal, niet in alle takken van sport voor? Stonden die fanatieke vaders niet ook langs het voetbalveld? Ik schreef er destijds ook blog over. Zo snel als de storm opstak, zo snel was het ook weer over. Turn was al snel een vergeten documentaire, tot afgelopen week.

Afgelopen week was daar het interview met Top turncoach Gerrit Beltman. Beltman vertelde in het verleden turnsters, kinderen, te hebben geslagen, mishandeld. Hij intimideerde, manipuleerde, kleineerde en maakte zijn pupillen monddood.

Köhler en Heitinga, twee vrouwen die als kind door hem getraind waren, schreven in 2013 het boek De onvrije oefening, waarin zij uitgebreid en gedetailleerd zijn misdragingen opsomden. De oud-turnsters schetste een onthutsend beeld van een brute coach, zonder mededogen, die zowel fysiek als mentaal de grenzen van het toelaatbare ver overschreed. Beltman reageerde, destijds, in het geheel niet op dit boek, zo is te lezen in een artikel in het NRC. Tot afgelopen week.

Tenminste zo leek het, want ook in het laatste interview bagetaliseert hij zijn gedrag. Het was een andere tijd en ja hij had er van geleerd en zag geen enkele grond om niet gewoon aan de slag te blijven als turntrainer. Beltman stoorde zich aan het beeld dat hij de enige was en pleitte voor een cultuuromslag bij de KNGU. Hij werd op zijn wenken bediend want in de slipstream van Beltman werden ook huidige bondscoaches Wevers en in mindere maten Wiersma beschuldigd van ongewenst gedrag. In een artikel in het Algemeen Dagblad vertelde oud turnster Goedkoop als jonge turnster in Oldenzaal door Wevers te zijn geschopt en geslagen en op dagelijkse basis te zijn gekleineerd. Oud-pupillen van Wevers Wyomi Masela en Ayla Wilbrink zeiden zich deels te herkennen in het verhaal van Goedkoop, maar niet waar het ging om fysieke mishandeling.

Alleen de nuance al, het kleineren kwam dagelijks  voor, maar de fysieke mishandeling was niet voor iedereen. Ook de dochter van Wevers benoemd dat zij met name het fysieke deel niet herkent. Wevers wordt gewoon als streng ervaren, zoals een gewone vader.

Een Friese turnster beschreef dat ze elkaar na de training gewoon een hand gaven. Zij zag hem meer als een tweede vader. Nu ben ik misschien geen goede vader maar volgens mij is streng is niet synoniem aan kleineren en vernederen. Bij fysieke mishandeling is menig vader uit de ouderlijke macht gezet. Als verklaring wordt genoemd dat deze trainers de trainingsmethoden uit het voormalig Oostblok en China copieërde omdat zij dachten dat dit nodig was voor het neerzetten van prestaties.

De algemeen directeur van de KNGU gaf in OP1 aan dat ongewenst gedrag moeilijk bewijsbaar is. Wat is nu grensoverschrijdend is moeilijk vast te stellen.
Ik ben begin jaren 90 van de vorige eeuw afgestudeerd op het toepassen van dwangmiddelen binnen de ouderen psychiatrie. Ouderen werden daar dagelijks nog in bed gefixeerd, achter een plankje in een stoel gezet, alles om te voorkomen dat mensen zouden gaan lopen en, in het verlengde, zouden vallen. Daar moest altijd een melding van worden gemaakt en telkens werd dan aangegeven dat de cliënt geen bezwaar had. Ik vond daar wel wat van, want was huilen, verdrietig kijken, niet óók een signaal? Het moment dat ik had aangegeven dat ik onderzoek wilde doen naar dit onderwerp werd mij dit door, notabene de opleiding, afgeraden. Het zou namelijk een nogal gevoelig onderwerp zijn.

Bij de KNGU wisten ze van de hoed en de rand, zou je denken. Een tweetal ex turnsters hadden al een boek uitgebracht over deze manier van training geven en ook de een inmiddels oud bestuurder had, naar aanleiding van een eerder onderzoek, al aan de bel getrokken.

De directeur van de KNGU benoemde dat er best al wel dingen waren veranderd. Vroeger kreeg als kind puntenaftrek als je een broekje onder je turnpakje droeg. Ik moest terug denken aan de balletjuf van mijn dochter. Zij danste bij Danstique en onder een balletpakje mocht echt helemaal niets. Zij kreeg als kleuter ook geen kleurplaat toen ze bij Ariël de kleine Zeermeermin aan de kant bleef zitten en in tranen opbiechte dat ze nog niet kon zwemmen, nadat de balletjuf vertelt had dat de hele vloer een diepe oceaan was. Bijna griezelig en dan bedoel ik niet de oceaan.

Is de grens niet gewoon het kind? In Turn zagen wij een jochie die, in tranen, nog even geholpen werd met het actief stretchen. Wie de top wil halen moet pijn leiden, zoiets zal het zijn.

Wevers kwam recent met een verklaring naar buiten. Hij ontkent dat hij turnsters geschopt en geslagen heeft. Het andere deel, het geestelijk mishandelen, dat vind hij, met de kennis van nu, niet goed. Het wegen van jonge meiden was met terugwerkende kracht niet goed. Ergens lijkt er een gat tussen het wat de turnsters verklaren en het geen wordt benoemd. Het onderzoek van de KNGU, dat is aangekondigd, zal daar wellicht uitsluitsel over geven. Wij moeten dit even afwachten daar met eerdere onderzoeken, zo lijkt het, weinig meegedaan is.

De ontboezemingen en de reacties volgen elkaar in rap tempo op. Aan de ene kant is dit schokkend, aan de andere kant is dit ook wel goed. Er kan nu over gesproken worden en wellicht leidt dit tot veranderingen.

De KNGU ligt onder vuur. Iedereen buitelt over elkaar heen. Ik vroeg mij af of het bij andere sporten echt zo veel anders is. Het turnen is al heel lang een sport waarbij kinderen op hele jonge leeftijd op top niveau moeten presteren. Zij waren daarin destijds vrij uniek. Toen ik, ik zat destijds ik de 6e klas, ging volleyballen moest ik eerst maar een jaartje trainen. Volleybal was zo’n moeilijke sport. Eerst maar de sport leren, wedstrijden kwamen later en in die wedstrijden ook nog eens prestaties neerzetten kwam daarna. Met het circulatie volleybal werd de drempel lager en werd het spelen van wedstrijden eenvoudiger en werd ook de grens waarop prestaties geleverd moesten worden lager. Ik weet nog dat ik, nu al weer lang geleden, een artikel schreef over het team dat ik trainde. Een damesteam waarin naast enkele moeders van rond de 30 ook een tweetal meisjes uit groep 8. Talenten, dat zonder meer, maar het verschillen in de belevingswereld tussen de moeders en de meiden die vlak voor hun Cito toets stonden waren enorm. Ik zette daar wel vragen bij. Inmiddels is het doorselecteren de normaalste zaak van de wereld.

In het voetbal was men lang wars van doorselecteren. Spelers moesten alle fasen doorlopen. Daarop was één uitzondering, al het ‘talent’ dat vroeg selecteert zijn weg vond richting een of andere betaald voetbalclub. Enkele weken geleden kopte het Sport voetbalmagazine dat het verontrustend was wat wij kinderen aan deden. In een lezenswaardig artikel zette Michel Bruijnickx uit een wat er allemaal mis was in het voetbal. Daarbij had hij het niet eens over die schreeuwende en coachende trainers. Daar moeten kinderen maar mee leren omgaan, hoor ik vaak langs de lijn. Als je de top wil halen moet je mensen als Derksen van Gijp maar laten wel gevallen en je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen, het afzijken, het kleineren van jonge kinderen. Aan de ene kant plaatsen wij in het voetbal talentjes mega snel op een voetstuk maar als het even tegenzit wordt dat voetstuk met dezelfde snelheid ontmanteld.

Echt trainers, van de oude stempel, zoals in het turnen, je komt ze overal tegen. Natuurlijk wordt in trainerscurussen aandacht besteed aan zoiets als positief coachen, aan de pedagogiek van de sport. Toch kom je ze nog tegen, trainers die een kind dat minder goed is, ook minder laten spelen. Je komt ze nog tegen, trainers die in een TC vergadering gewoon beloven dat een minder talentvol kind, voor de kerst de vereniging verlaten heeft. Zijn wij het het volleybal, in het voetbal, veel beter? Durven wij kritiek te leveren op de turnsport en daarbij tegelijkertijd met opgeheven hoofd in de spiegel te kijken?

 

 

 

%d bloggers liken dit: