Categorie archief: geboortekwartaaleffect

Slimme jochies

Talenten zijn kinderen die iets snel doorhebben. Kinderen die aan weinig aanwijzingen genoeg hebben. Kinderen die leergierig zijn, die weten waar het over gaat, die geconcentreerd aan het werk zijn.”

Zo klaar als een klontje. Toen ik dit hoorde, dacht ik, ‘Ja, dat zijn onze talenten’
Zet alle high archievers bij elkaar en zie hier, het probleem van de teloorgang van het Nederlandse voetbal is opgelost. Als ervaringsdeskundige ouder en dan heb ik het even niet over sport, moest ik direct denken aan de definitie uit het boek Gifted Children: Myths and Realities van Ellen Winner:

“An insistence on marching to their own drummer – “Gifted children not only learn faster than average or even bright children but also learn in a quantitatively different way.

Begaafde kinderen leren niet alleen sneller, maar ook op een andere manier. Soms doen deze kinderen iets, ze weten het antwoord op bijvoorbeeld een som, maar hebben geen idee hoe ze hier nu toe komen. Soms weten ze prima wat ze doen en waarom ze iets doen, bijvoorbeeld weer die som, maar snapt de omgeving werkelijk niet hoe ze hier nu toe komen. “Ja, maar zó heb ik je dat niet geleerd,’ krijg zo’n kind dan te horen.

“A rage to master – “Gifted children are intrinsically motivated to make sense of the domain in which they show precocity.”

Deze kinderen zijn intrinsiek gemotiveerd om bezig te zijn met waar zij in uitblinken.
Ook dit is, voor mij als ervaringsdeskundige ouder, zó herkenbaar. Een hoogbegaafd kind dat goed is in biologie, zal ook tot op het bot gemotiveerd zijn om daarin uit te blinken. Het zal een groot deel van de dag hiermee vullen. Een kind dat uitblinkt in voetbal, dat hier ook wel talent voor heeft, zal veel van zijn of haar tijd bezig zijn met voetbal. Dit laatste hoorde ik begin ’97  voor het eerst op een symposium Sportpsychologie en Mentale training in Utrecht. Dat ik daar was had een reden. Ik vond het een waanzinnig interessant onderwerp, maar ik was ook zoekende op het terrein van het thema kinderen met talent.

Inmiddels ben ik afgehaakt. Gifted Children leven niet in een glazenbol. Ze staan met twee benen in onze maatschappij. In een wereld die hen regelmatig niet begrijp. In een wereld die zij soms niet begrijpen. Soms blinken zij uit, als de omgeving uitdagend is en ze niet bij het minste geringste neergesabeld worden. Soms kunnen deze kinderen ook onder het verwachte niveau presteren, omdat ze de kop niet boven het maaiveld willen uitsteken of alleen omdat zij denken dat de omgeving dat van hen verwacht.
Als niemand het ziet, zal het ook wel niet de oplossing zijn.”

Hoogbegaafde kinderen kunnen drummen wat ze willen, in harmonie met anderen is het vaak een stuk leuker.

Hoogbegaafdheid is niet een statisch begrip. Het is eigenlijk een werkwoord. Je hebt ergens aanleg voor, maar je moet je wel onderhouden. Nu lijkt dit ingewikkelder dan het is, want waren deze talenten niet al intrinsiek gemotiveerd voor het geen hen drijft? Toch is ook de omgeving belangrijk. Niemand functioneert in het luchtledige. Wat doet een groep met die ene speler die nog even door wil trainen, zich zelf wil verbeteren? Is dat gewoon top of is dat een uitslover die je maar het beste buiten de groep kan plaatsen?

Het was ergens in de jaren 70 van de vorige eeuw, dat ik een artikel las waarin stond dat een groot deel van de kinderen in het speciaal onderwijs geboren was in slechts een beperkt aantal maanden. Namelijk de maanden kort voor de peildatum. Het kon aan mij liggen, maar dat vond ik vreemd. Waarom waren de kinderen geboren in die maanden dommer dan de kinderen geboren in de eerste maanden na de peildatum? Eigenlijk bleek alles te maken te hebben met de wijze waarop wij met een groep omgaan. Wij zijn maar moeilijk in staat om per kind, te beoordelen wat iemand presteert. Het moet altijd, op een of andere manier, vergeleken worden. Hoe groter de spreiding van leeftijden in de groep, hoe groter ook de kans dat kinderen buiten de boot vallen die misschien, op de langere termijn misschien wel veel meer in hun mars hebben. Wij kiezen vaak voor de oudere kinderen. Iets met leeftijdsdiscriminatie, op jonge leeftijd.

In de sport zijn de groepen vaak nog ‘twee jaars groepen’, waardoor de spreiding nog groter wordt. Een geboortekwartaaleffect ligt op de loer. Gaan wij die high archievers dan überhaupt wel opmerken? Of zien wij nog steeds die kinderen die op het oog alles snel doorhebben, maar wel twee jaar ouder zijn dan dat snotjochie dat er even iets langer over moet nadenken en nog zo speels is?  Ik las laatst een tweet waarin, ik denk een vader, na de 0-10 winst van het een Jo-O9 team, schreef dat het team de focus goed had. Ik dacht, hoezo de focus goed? Leuk dat je met zulke cijfers wint, maar hallo hoe oud zijn die kinderen? Wij hebben het dan over 7 en 8 jarige. Gaat het bij deze kinderen dan om een goede focus of hoort spelplezier belangrijk te zijn? Zijn dit dan de talenten waar ons land op zit te wachten? De tegenstander had een stuk minder leuke ochtend, vermoed ik, maar  wat zegt deze uitslag. Misschien zijn deze kinderen wel een stuk talentvoller, misschien wat jonger, misschien iets minder focus, maar hoort dat niet bij deze leeftijd?

Iemand die dag in dag uit, seizoen in seizoen uit, tegen teleurstellingen aanloopt, haakt vroeg of laat af. Dat kunnen echter wel, op de langere termijn, dé toptalenten die ons land nodig heeft. Alleen komen wij daar nóóit meer achter.

 

Stof op de planken

Geboortekwartaaleffect

“Jij geeft aan dat procesmatig werken zal leiden tot een hoger niveau van onze elftallen? Kun je dat uitleggen? Ik ben bang dat ondanks dit de trainers toch zullen kiezen voor de beste 11 in de wedstrijd of selectie.”

Een gesprek over het fenomeen geboortekwartaaleffect, leidde tot een discussie over het nut van procesmatig werken. Mijn gesprekspartner was bang dat de meeste trainers toch altijd, aan het begin van het seizoen, bij een wedstrijd, toch altijd zullen kiezen voor de beste 11. Een open deur natuurlijk, want eerlijk is eerlijk, wie zou dat niet doen? De vraag is alleen, zijn de beste spelers van 1 juni, ook de beste aan het eind van het seizoen of nog verder, zijn dit de spelers die straks in het eerste elftal gaan spelen? In de jaren ’90 van de vorige eeuw ontdekte aan Canadese journaliste dat op het hoogte niveau van de NHL veel heel veel spelers geboren waren in maar een paar maanden van het jaar. Later ontdekte men dat ook in het Nederlandse voetbal er wel heel veel spelers in het betaald voetbal geboren bleken te zijn in juist de eerste drie maanden na de peildatum. Dit betekende niet dat talenten niet in zomer geboren konden zijn. Dit had alles te maken met oneerlijke concurrentie, met iedereen over een kam scheren. Co Adriaanse, destijds hoofd opleiding, bij Ajax verzuchtte dat zij, door deze oogkleppen, misschien wel talenten, van het caliber Johan Cruyff, aan de dijk hadden gezet. Top spelers in de dop, die nu achter de geraniums zitten, zonder dat ze ooit hun talent hebben kunnen laten zien, zonder dat iemand ooit naar hen omgekeken had.  Uit Europees onderzoek kwam naar voren dat het probleem binnen het voetbal niet kleiner maar groter wordt, zo bleek uit een onderzoek onder profs uit 12 Europese competities. Uit een artikel van Rick Lenders (maart 2015) bleek dat in de jeugdopleidingen van Nederlandse profclubs bijna vier keer zoveel spelers uit januari, februari of maart dan uit oktober, november of december rondlopen:

http://www.tussendelinies.nl/het-geboortemaand-effect-in-de-nederlandse-opleidingen

Nu scouten deze profclubs bij de amateurverenigingen in hun regio. Je zou dus kunnen verwachten dat ook daar een vergelijkbaar effect te zien zal zijn. Een eerste inventarisatie van een website voor voetbaltrainers laat niet al te hoopvolle cijfers zien. De KNVB heeft nu aangegeven dat zij nu, bijna 16 jaar nadat Ajax dit probleem binnen de eigen jeugdopleiding al signaleerde, hier wat aan gedaan moet worden. Ik verwacht er niet  veel van. Als winnen, gaan voor een kampioenschap, niet willen degraderen, kortom resultaten, het ultieme doel worden, kies je voor de korte termijn, kies je voor spelers met wie jij ook gaat winnen, met wie je niet zal degraderen, met je kampioen zal gaan worden. Hiermee kies voor de korte termijn bevrediging in plaats van het lange termijn resultaat. Leiden wij op om voetballers beter te maken of gaat opleiden over korte halen, snel thuis?

Stof op de planken

De nieuwe spelvormen van de KNVB laten zien dat de KNVB geleerd heeft. Centraal staat niet winnen, centraal staat plezier. Centraal staan veel balcontacten, kleinere teams, op kleinere veldjes. De voetbalwereld zou de voetbalwereld niet zijn als er weer een legioen aan mensen op zouden staan die het plan maar niets vinden. Good old Wim Jansen mocht in De Telegraaf zijn gal spuien. De Telegraaf is er op een of andere manier alles aangelegen om alles bij het oude te laten. Je vraagt je soms af waarom er in tegenstelling tot andere sporten nog steeds niet gewoon is om met een videoscheidsrechter te werken, waarom ongewenst gedrag op en langs de lijn maar niet opgelost kan worden? Waarom toch zou het Nederlandse voetbal zo afgegleden zijn? Het is alsof deze subcultuur niet wakker wil worden. Voor de duidelijkheid, de wereld is veranderd. Blaas het stof van de planken en kijk eens kritisch naar je eigen sport, naar de organisatie van je eigen club en hoe jij binnen die organisatie als trainer, als coacht functioneert. Probeer eens uit de comfortzone te treden.

217d77e62ffc1866bc3bd5c866b47dbe

Een slechte lichting

Ik sprak laatst een voetbaltrainer. Hij had net, met zijn team, ongenadig hard verloren. Op mijn vraag hoe het ging, antwoordde hij verontschuldigend, dat hij te maken had met een slechte lichting. Het zat gewoon even niet mee.
“Dat vroeg ik niet,” antwoordde ik, ik vroeg hoe het gaat.  Hij keek mij verbaasd aan en reageerde toe, iet wat gepikeerd, “Wat denk je zelf?”

Het excuus van een slechte lichting heb ik vaker gehoord en ik vind het een slecht excuus. Het hebben van een slechte lichting gaat over ‘schapen over een kam scheren’. Het hebben van een slechte lichting gaat over het gehecht zijn aan winnen van wedstrijden in plaats van het beter maken van sporters.

Lees de rest van dit bericht

Zuigelingen selectie

Klokslag 7 uur ging het hek van het sportpark open. Ruim 27 moeders en een enkele verdwaalde vader duwde hun kinderwagen vlot door het hek naar binnen. Op het raam bij de kantine hingen de papieren. Ik moest mij, met Leroy, melden op veld 2, maar voor dat de selectietraining begon, eerst opwarmen in het clubhuis.

“Heeft u voor mij een kopje koffie en kan ik ergens de fles voor mijn zoontje warm maken?”
“Ik zal even een flesverwarmer voor u pakken. Bij de achterste tafels vindt u een paar stopcontacten.”
Ik kreeg een flesverwarmer mee, vulde ‘m deels met water en haalde de fles uit de sporttas. Leroy was vanmorgen al vroeg op en had voor het laatst vlak voor het slapen gaan zijn flesje gehad. Het was onverstandig om al wat brood of een potje Olvarit te geven vlak voor een zware training, maar wat lichters, gewoon een klein flesje Nutrilon werd geadviseerd.

Leroy was uitgenodigd voor een selectietraining van Barcalona. De club organiseerde door heel Europa selectietrainingen. Ouders konden hun zoontje hier voor opgeven. Je kreeg dan via email een uitnodiging met daarin een weblink naar een vragenlijst die je dan moest invullen. Vragen over, het geboortegewicht, de Apcar score, maar ook over de lengte van vader en moeder, of de ouders ook aan sport hebben gedaan en zo ja, op welk niveau, of het kind te vroeg, dan wel te laat was geboren. Het was een hele lijst met vragen. Na een week of vier kwam de uitnodiging.

Wij mochten met Leroy komen. Onze buren waren best teleurgesteld, want Klaas bleek niet goed genoeg. Sonja, Klaas’s moeder bleek te klein en wat ook meespeelde, zij had nooit op een beetje niveau aan sport gedaan. Ze kon fantastisch viool spelen, maar die ervaring telde niet mee.

 

babytopsport_1

Lees de rest van dit bericht

Jij bent te klein

“Bert!!” riep mijn moeder van onderaan de trap.
“Er staan jongens op jouw te wachten of je buiten komt spelen?”
Ik was op mijn kamer met Lego aan het spelen en had eigenlijk geen zin.
“Zeg je nog wat?” riep mijn moeder.
Ik stond op en liep naar het raam. In de tuin stonden John, Warner en Chris.
Warner en Chris waren broers, zij woonde achter ons. John zat bij mij in de klas. Ik speelde eigenlijk nooit met Warner en Chris. Zij waren ook een stuk ouder.
John zag mij staan.
“Hey Bert, wij gaan voetballen tegen de Scheldelaan, doe je mee?”
Hoewel ik eigenlijk geen zin had, liet ik mijn Lego bouwwerk voor wat het was en liep naar beneden.
“De Scheldelaan, wil tegen ons spelen,” zei Warner toen ik naar buiten kwam.
“Doe je mee, want anders hebben wij niet genoeg?”
Ik vond het wel een eer dat Warner en Chris aan mij gedacht hadden. Ik pakte mijn jas en liep met ze mee. Op het veld langs de Filters stonden al een heleboel jongens. De jongens aan de andere kant waren de jongens uit de Scheldelaan. De jassen werden op de grond gegooid om de doels te maken. Warner maakte de opstelling.
“Bert, jij begint er naast, oké? Jij komt er straks wel in.”
De wedstrijd begon. Ik stond langs de kant. De Scheldelaan maakte er een echte wedstrijd van. Het leek wel of ze allemaal groter waren. Wij kwamen al snel achter, drie corners penalty, dan gaat het hard. De tweede helft mocht ik er in van Warner. Warner zette zijn broer er even uit. Het was geen succes, het ging snel, ik wist niet waar ik moest lopen en werd al snel weer gewisseld. Chris mocht weer op mijn plaats.
Na onze verloren wedstrijd kwam Warner mij vertellen dat ik eigenlijk te klein was, ik snapte het nog niet zo goed. Voor voetballen moest je slim zijn, zei hij. Teleurgesteld liep ik naar huis.
“Was het leuk?” vroeg mijn moeder toen ik de keuken in liep.
“Ik ben te klein,” zei ik boos en liep stampvoetend de trap op.
Ik was kleiner dan de andere jongens. Ik zat ook een klas lager en zat ook nog maar net op voetbal. Met Warner scheelde ik bijna twee jaar. Met John maar twee maanden, maar John zat al wel twee jaar op voetbal. Hij wist al beter dan ik wat er bedoeld werd. Ook bij de voetbalclub was ik de jongste, dus de slechtste. Ook daar werd ik vaak als laatste gekozen. Geboren in september betekende ook dat ik daar tot de jongste behoorde. Ook daar had ik het moeilijk. In mijn klas waren er niet veel jonger dan ik. Ik scheelde bijna een jaar met de oudste van de klas. De juf op school vond dat ik nog erg speels was, vaak afwezig tijdens de les. Er ging geen dag voorbij dat zij niet zei:
“Wanneer leer jij het nu eens?

Lees de rest van dit bericht

%d bloggers liken dit: