Categorie archief: Groepsproces

De piramide

Als arbo adviseur was het, de afgelopen 17 jaar, een uitdaging om de aandacht voor, de kennis over, veilig en gezond werken bij de collega’s op de werkvloer tussen de oren te krijgen. Arbo was regelmatig iets van; ‘O ja, die wet‘ en ‘Ja, daar doen wij zeker aan, het staat daar in de kast.’
Waarna iedereen over ging tot de orde van de dag en het wachten was op een incident.
Ging het vaak fout? Dat viel eerlijke gezegd reuze mee, maar of dat nu kwam omdat hier nu zwaar nagedacht was over risico’s?
Mijn collega’s op de afdeling, op de locaties, de handen aan het bed of aan het stuur, werden primair gedreven door de wil om goede zorg te leveren. Dat daar ook nog zoiets iets was als een Arbowet en dat er ook nog misschien wel een Inspectie SZW mee wilde kijken? Hoezo?  Ik was er van overtuigd dat ik, als ik in staat was om de aandacht voor arbeidsomstandigheden, voor veiligheid, kon koppelen aan die primaire drijfveer, de aandacht voor goede arbeidsomstandigheden, voor veiligheid, niets meer was, dan onderdeel van hun werk. Ik heb in die periode gepoogd om de aandacht voor arbeidsomstandigheden, voor veiligheid, te koppelen aan de kernwaarden van de organisatie. Deze kernwaarden waren duidelijk zorg gericht, want dat was waarop wij op aarde waren. In de Ri&e’s in documenten probeerde ik die kernwaarden te verwerken. De Ri&e werd niet meer de verplichte sessie met een digitale vragenlijst, maar werd een workshop. Het bijzondere aan die workshops was dat sommige collega’s zeiden:
‘Was dit de Ri&e? Dit ging toch echt over mijn werk!”
Lees de rest van dit bericht

De Zondebok

In teams waarin gepest wordt, kan het voorkomen dat het slachtoffer afhaakt, stopt met zijn of haar sport, zonder dat het onderliggende probleem daadwerkelijk is opgelost. Dit is als een zwerende wond, die hoe langer je deze niet behandeld, meer pijn gaat doen, meer gaat ontsteken.

Een groep waarin gepest wordt, waarin iemand structureel als zondebok gezien wordt, zal gaan leren dat het kennelijk loont  om iemand buiten te sluiten. Het wordt normaal om iemand die je, zo op het oog niet nodig hebt, te kleineren, buiten te sluiten, aan de kans te zetten. Want vroeg of laat haakt die af, probleem opgelost.
Er ontstaat echter een patroon in gedragingen, er ontstaat een groepscultuur. Deze groepscultuur is onveilig. Zelfs als de vereniging besluit om de pester naar een ander team over te plaatsen, omdat de dader nu eenmaal goed is in zijn of haar sport, zal er iemand op staan die deze rol overneemt. Als het slachtoffer afhaakt omdat hij of zij er niet langer tegen kan, zal er niets veranderd. Er wordt een nieuw slachtoffer gezocht. Er wordt namelijk niets gedaan aan het onderliggende probleem, aan de wijze waarop de groep samenwerkt.  Het slachtoffer, heeft geleerd dat groepen onveilig kunnen zijn, dat je buiten gesloten kan worden en zal een volgende keer zijn of haar gedrag daarop aanpassen. Wat de kans vergroot dat gedrag zich herhaald. De dader heeft geleerd dat gedrag loont en de kans dat dit gedrag in een volgende setting zich herhaald is aanwezig. Onveilig gedrag dat in een groep begint kan zich, als er niet wordt ingegrepen, over de gehele vereniging verspreiden. Lees de rest van dit bericht

De bank is mijn redding

Vroeger zei ik vaak tegen mijn wisselspelers, dat zij mijn beste spelers waren. Want als je wel beschouwd, wanneer zet je veelal een wisselspeler in? Als het minder goed loopt met je team. Wat verwacht je dan eigenlijk van deze wisselspeler? Dat hij het tij weet te keren. Dat hij het beter doet dan de speler die je oorspronkelijk in de basis had gezet. Nu is dat natuurlijk een dooddoener eerste klas, want welke coach zet nu werkelijk zijn echt beste spelers op de bank, behoudens dan wellicht tegen een onthutsend zwakke tegenstander. Ook van Bronkhorst startte vanmiddag gewoon met zijn beste 11 spelers. Never change a winning team, maar waarom zou je niet terug willen vallen om een geweldige topper op de bank. De eerlijkheid gebied te zeggen dat Feyenoord natuurlijk Kuyt op de bank had, maar die zit ook niet voor niets op de bank.

Hoe win je nu een wedstrijd en welk wisselbeleid past daarbij. Ik ging vroeger uit van het principe dat iedereen, over een heel seizoen, evenveel speelde. Volleyballen leer je door het te doen, niet op de bank. Dat betekende niet dat Iedereen ook in elke wedstrijd evenveel speelde. Het kon zelfs gebeuren dat iemand uiteindelijk niet speelde. Ik paste mijn basisteam aan, aan mijn tegenstanders. Als wij tegen een minder goede tegenstander speelde, dan startte ik met een andere basis, dan tegen de nummer 1. Behalve het winnen van de wedstrijd zijn er natuurlijk legio andere redenen te bedenken die bepalen wat jouw wisselbeleid is. Je zou er ook voor kunnen kiezen om jongere spelers in te passen. Die kan je, bewust in zetten tegen juist de sterkere tegenstanders. Je kan ze ook en ook net zo bewust inzetten tegen minder goede tegenstanders.

Welk wisselbeleid je ook toepast, leg uit wat je doet. Waarom staat iemand in de wissel, waarom haal je iemand er uit of zet je iemand er in. Leg uit wat je doet. Coachen is communiceren, met je basisspelers, maar óók met je wisselspelers.

Een Lichting

“Het is nu eenmaal een slechte lichting. Ze hebben gewoon de pech dat de lichting boven hen erg goed is. Keer op keer wordt die lichting kampioen.”
De trainer van de tegenstander snapt het probleem. Zij hebben dat ook met hun O16 lichting, een erg matige lichting die er eigenlijk steeds tegen aanloopt dat O19-1 zó sterk is. Ik zit er bij en hoor het, met stijgende verbazing aan. Doen wij de individuele spelers hiermee niet te kort? Is praten over een team als zijnde het een lichting, niet iets te veel van dik hout zaagt men planken?

Als wij de Van Dale er op naslaan is een lichting een generatie. Dat is nogal een grote groep. Nu zijn wij over het algemeen gewend om mensen in hokjes te stoppen. Wij hebben behoefte aan overzicht. Het zijn de Moslims, de Boeren, de Chinezen, de Katholieken. Moslims passen zich niet aan, aan onze westerse waarden en zijn over het algemeen terroristen. Boeren praten plat, hebben een niet al te hoge opleiding genoten en stemmen over het algemeen CDA. De Chinezen zijn introverte mensen, en maken deel uit van een hechte, gesloten gemeenschap en elke Chinees is eigenaar van een restaurant of werk in zo’n restaurant.  Katholieken komen allemaal uit grote gezinnen. Het zijn vrolijke mensen, die eigenlijk vrij weinig weten van de Bijbel en o-ja, elke Katholieke priester is eigenlijk doet het met kleine kinderen.

Zo’n opsomming is eigenlijk bizar Eigenlijk weten wij allemaal dat de werkelijkheid anders is. Mensen maken onderdeel uit van een groep, maar zijn niet de groep. Ieder mens is anders, ieder mens is uniek. Een elftal is geen lichting en iedere speler in een elftal is anders, reageert anders, speelt anders en is op zijn of haar manier bijzonder. Hoe kan het dan zijn dat er objectief elftallen zijn die regelmatig een seizoen mee maken waarin zijn veel wedstrijden verliezen? Seizoenen waar in alles tegen lijkt te zitten. Om daar zicht op te krijgen is het belangrijk je te realiseren dat een speler niet in het luchtledige functioneert, dat een elftal niet op een eiland verblijft, dat er veel aspecten zijn die maken dat het team functioneert zoals het functioneert. Als je een team hebt met erg jonge spelers, eerste jaars en je speelt in de competitie tegen teams die grotendeels bestaan uit tweede jaars spelers, dan heb je het zwaar. Als je slechts 1x per week traint en al jouw tegenstanders trainen 2 of zelfs 3x per week dan heb je het zwaar. Je hebt wekelijks minder mogelijkheden dan al jouw tegenstanders om te oefenen. In 1985 werd ik met een team bestaande uit grotendeels 1e jaars D spelers 3e van Nederland. Wij trainde toen 1x per week. Het jaar daarna werd ik, met een nieuw team, 8e van Nederland. Wij bereikte wel weer de eindronde van het Nederlands Kampioenschap, maar in de finale konden wij geen potten breken. Wij trainde nog steeds 1x per week. Onze tegenstanders in de eindronde van 1986 trainde echter 2 of zelfs 3x per week. Het jaar daarna bereikte ik niet eens de eindronde van het NK. Was dit dan plots een slechte lichting? Nee, in het geheel niet. Het was ook appels met peren vergelijken. Ontwikkeling gaat ook niet over dergelijke grootheden. Ontwikkeling gaat over de individuele ontwikkeling en gaat over doelen die iedere individuele speler onder eigen controle heeft. Ontwikkeling gaat over zelf beter zijn dan dat je gisteren was. Dat is de uitdaging van iedere trainer, actief binnen een teamsport.

Paradigma

Als aanvulling op mijn studie Hogere Veiligheidskunde, lees ik op dit moment de bestseller ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’. Een aanrader. Het boek is een aanschakeling van mooie anekdotes die de theorie verhelderen, maar die ook tot nadenken zetten. Wij kijken allemaal vanuit ons eigen referentiekader, door onze eigen bril, naar situaties.

Een aantal oorlogsschepen die voor een oefening deel uitmaakten van een eskader waren op zee bezig met manoeuvres in zwaar weer. Het was een nacht zonder maan en een dichte mist belemmerde het zicht. De kapitein van het schip dat het eskader aanvoerde stond daarom enigszins gespannen op de brug van zijn stampende schip en hield alle scheepsbewegingen goed in de gaten.
Na enige tijd meldde een wacht; “Licht aan stuurboord”.
“Recht of niet?”, vroeg de kapitein.
“Recht kapitein, met gevaar voor aanvaring”.
De kapitein riep tegen de seiner; “” Sein; aanvaring dreigt, verander uw koers 20 graden”.
Aldus geschiedde.
Er werd terug geseind; “”Advies aan u, verander uw koers met 20 graden”.
De kapitein nijdig; “Sein terug; ik ben kapitein, verander uw koers 20 graden“
“Ik ben stuurman 2e klas, was het antwoord, verander uw koers 20 graden”.
De kapitein werd woedend en schreeuwde rood aangelopen; “Sein; dit is een oorlogsschip, ik beveel u uw koers 20 graden te wijzigen !”.
Daarop kwam het signaal; “ Dit is een vuurtoren”.

En het oorlogsschip veranderde van koers.

Bovenstaande verhaal is even hilarisch als schokkend. Ik moest ook direct aan legio andere voorbeelden denken. Situaties waarbij, vanuit mijn eigen referentiekader, kijkend door mijn eigen bril, handelde en daardoor de plank volledig missloeg. Hoe vaak heb ik geen training gegeven aan een groep, waarbij ik dacht, dat een bepaalde speler totaal niet gemotiveerd was. Op basis van mijn eigen beeld van gemotiveerd aan een training deelnemen, beoordeelde ik de speler. In het geheel niet wetend wat daar achter zat. Of de speler wel of niet gemotiveerd was en wat de achtergrond van zijn handelen tijdens die bewuste training was. Zo trainde ik ooit een jochie van 11 jaar oud. Al bij de allereerste training duwde hij een ander kind voor het oog van alle aanwezigen bewust tegen de muur. Hij maakte vaak ruzie, maar ook altijd zodat iedereen het kon zien. Het was klip en klaar wat er gebeurde. Ik kon ook niet anders dan hem daar op aanspreken. Ik was niet zo’n trainer die spelers wegstuurde. Hij mocht, na een dergelijk incident, op de bank gaan zitten, waarna ik hem na enige tijd dan vroeg of hij weer normaal mee kon doen. Meestal ging het daarna goed. Een etterbakje met een dikke gebruiksaanwijzing. Het was enkele weken na onze eerste kennismaking stond hij plots, op een vrijdagavond met zijn vader bij mij thuis voor de deur. Nadat ik de deur open had gedaan en zijn vader zich had voorgesteld, vertelde hij dat zijn zoontje zijn excuses wilde maken. Dit ritueel herhaalde zich de maanden daarna, elke twee weken. Dit ritme intrigeerde mij. Een gesprek met het jochie leerde mij dat zijn vader militair was en veel in het buitenland verbleef. Hij was niet het enigste kind thuis. Het gezin telde naast hem uit nog vijf kinderen. Waar vader veelal in het buitenland verbleef, runde moeder het huishouden. Elke vrijdag, als vader thuis kwam, moest hij met zijn vader mee om zijn excuses aan mij aan te bieden. Waar ik het jochie voor die tijd als een etterbakkie zag, zag ik hem plots anders. Ga er maar aan staan. Je bent het oudste kind uit een groot gezin. Je vader is er vaak niet en als hij er al wel is, moet je met ‘m bij je trainer langs om je excuses aan te bieden. Hoewel ook ik was opgegroeid in een groot gezin, was dit was een plaatje dat ik niet kende. Mijn paradigma verschoof. Ik moest, kon ook plots, op een andere manier kijken.

Een paradigma is samenhangend geheel van opvattingen, overtuigingen, theorieën, religie, bewijzen en modellen die het vigerende antwoord op een bepaalde vraag geven. Paradigma kan worden gezien als het dominante denkbeeld op een bepaald moment. Naarmate een paradigma langer bestaat wordt het als (enige) waarheid gezien en bestaat er consensus. Wij hebben allemaal te maken met paradigma’s, omdat wij op een bepaalde manier zijn opgevoed. Op een bepaalde manier ervaringen hebben opgedaan. Het woord paradigma is afgeleid van het Griekse ‘paradeigma’, wat staat voor voorbeeld of patroon. Ik ben opgegroeid in een groot gezin. Dit heeft mede bepaald wie ik nu ben. Hoe ik nu kijk en denk. Ik ben ook groot gebracht met het principe dat sport vooral ook leuk moest zijn. Dat het ook ander kon en ook anders was, dat had ik niet direct door. Een paradigma verander je ook niet eenvoudig. Belangrijker is misschien dat dat wij ons allemaal realiseren dat de bril waar wij door heen kijken ook maar één bril is. Onze waarheid is niet dé waarheid. Vandaar uit kunnen wij proberen om ook vanuit andere invalhoeken naar situaties te kijken.

fb117adafbd551434bcce082360e688f-licht-vuurtoren-eierland-texel-versus-licht-van-de-maan

%d bloggers liken dit: