Categorie archief: Groepsproces

De bank is mijn redding

Vroeger zei ik vaak tegen mijn wisselspelers, dat zij mijn beste spelers waren. Want als je wel beschouwd, wanneer zet je veelal een wisselspeler in? Als het minder goed loopt met je team. Wat verwacht je dan eigenlijk van deze wisselspeler? Dat hij het tij weet te keren. Dat hij het beter doet dan de speler die je oorspronkelijk in de basis had gezet. Nu is dat natuurlijk een dooddoener eerste klas, want welke coach zet nu werkelijk zijn echt beste spelers op de bank, behoudens dan wellicht tegen een onthutsend zwakke tegenstander. Ook van Bronkhorst startte vanmiddag gewoon met zijn beste 11 spelers. Never change a winning team, maar waarom zou je niet terug willen vallen om een geweldige topper op de bank. De eerlijkheid gebied te zeggen dat Feyenoord natuurlijk Kuyt op de bank had, maar die zit ook niet voor niets op de bank.

Hoe win je nu een wedstrijd en welk wisselbeleid past daarbij. Ik ging vroeger uit van het principe dat iedereen, over een heel seizoen, evenveel speelde. Volleyballen leer je door het te doen, niet op de bank. Dat betekende niet dat Iedereen ook in elke wedstrijd evenveel speelde. Het kon zelfs gebeuren dat iemand uiteindelijk niet speelde. Ik paste mijn basisteam aan, aan mijn tegenstanders. Als wij tegen een minder goede tegenstander speelde, dan startte ik met een andere basis, dan tegen de nummer 1. Behalve het winnen van de wedstrijd zijn er natuurlijk legio andere redenen te bedenken die bepalen wat jouw wisselbeleid is. Je zou er ook voor kunnen kiezen om jongere spelers in te passen. Die kan je, bewust in zetten tegen juist de sterkere tegenstanders. Je kan ze ook en ook net zo bewust inzetten tegen minder goede tegenstanders.

Welk wisselbeleid je ook toepast, leg uit wat je doet. Waarom staat iemand in de wissel, waarom haal je iemand er uit of zet je iemand er in. Leg uit wat je doet. Coachen is communiceren, met je basisspelers, maar óók met je wisselspelers.

Een Lichting

“Het is nu eenmaal een slechte lichting. Ze hebben gewoon de pech dat de lichting boven hen erg goed is. Keer op keer wordt die lichting kampioen.”
De trainer van de tegenstander snapt het probleem. Zij hebben dat ook met hun O16 lichting, een erg matige lichting die er eigenlijk steeds tegen aanloopt dat O19-1 zó sterk is. Ik zit er bij en hoor het, met stijgende verbazing aan. Doen wij de individuele spelers hiermee niet te kort? Is praten over een team als zijnde het een lichting, niet iets te veel van dik hout zaagt men planken?

Als wij de Van Dale er op naslaan is een lichting een generatie. Dat is nogal een grote groep. Nu zijn wij over het algemeen gewend om mensen in hokjes te stoppen. Wij hebben behoefte aan overzicht. Het zijn de Moslims, de Boeren, de Chinezen, de Katholieken. Moslims passen zich niet aan, aan onze westerse waarden en zijn over het algemeen terroristen. Boeren praten plat, hebben een niet al te hoge opleiding genoten en stemmen over het algemeen CDA. De Chinezen zijn introverte mensen, en maken deel uit van een hechte, gesloten gemeenschap en elke Chinees is eigenaar van een restaurant of werk in zo’n restaurant.  Katholieken komen allemaal uit grote gezinnen. Het zijn vrolijke mensen, die eigenlijk vrij weinig weten van de Bijbel en o-ja, elke Katholieke priester is eigenlijk doet het met kleine kinderen.

Zo’n opsomming is eigenlijk bizar Eigenlijk weten wij allemaal dat de werkelijkheid anders is. Mensen maken onderdeel uit van een groep, maar zijn niet de groep. Ieder mens is anders, ieder mens is uniek. Een elftal is geen lichting en iedere speler in een elftal is anders, reageert anders, speelt anders en is op zijn of haar manier bijzonder. Hoe kan het dan zijn dat er objectief elftallen zijn die regelmatig een seizoen mee maken waarin zijn veel wedstrijden verliezen? Seizoenen waar in alles tegen lijkt te zitten. Om daar zicht op te krijgen is het belangrijk je te realiseren dat een speler niet in het luchtledige functioneert, dat een elftal niet op een eiland verblijft, dat er veel aspecten zijn die maken dat het team functioneert zoals het functioneert. Als je een team hebt met erg jonge spelers, eerste jaars en je speelt in de competitie tegen teams die grotendeels bestaan uit tweede jaars spelers, dan heb je het zwaar. Als je slechts 1x per week traint en al jouw tegenstanders trainen 2 of zelfs 3x per week dan heb je het zwaar. Je hebt wekelijks minder mogelijkheden dan al jouw tegenstanders om te oefenen. In 1985 werd ik met een team bestaande uit grotendeels 1e jaars D spelers 3e van Nederland. Wij trainde toen 1x per week. Het jaar daarna werd ik, met een nieuw team, 8e van Nederland. Wij bereikte wel weer de eindronde van het Nederlands Kampioenschap, maar in de finale konden wij geen potten breken. Wij trainde nog steeds 1x per week. Onze tegenstanders in de eindronde van 1986 trainde echter 2 of zelfs 3x per week. Het jaar daarna bereikte ik niet eens de eindronde van het NK. Was dit dan plots een slechte lichting? Nee, in het geheel niet. Het was ook appels met peren vergelijken. Ontwikkeling gaat ook niet over dergelijke grootheden. Ontwikkeling gaat over de individuele ontwikkeling en gaat over doelen die iedere individuele speler onder eigen controle heeft. Ontwikkeling gaat over zelf beter zijn dan dat je gisteren was. Dat is de uitdaging van iedere trainer, actief binnen een teamsport.

Paradigma

Als aanvulling op mijn studie Hogere Veiligheidskunde, lees ik op dit moment de bestseller ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’. Een aanrader. Het boek is een aanschakeling van mooie anekdotes die de theorie verhelderen, maar die ook tot nadenken zetten. Wij kijken allemaal vanuit ons eigen referentiekader, door onze eigen bril, naar situaties.

Een aantal oorlogsschepen die voor een oefening deel uitmaakten van een eskader waren op zee bezig met manoeuvres in zwaar weer. Het was een nacht zonder maan en een dichte mist belemmerde het zicht. De kapitein van het schip dat het eskader aanvoerde stond daarom enigszins gespannen op de brug van zijn stampende schip en hield alle scheepsbewegingen goed in de gaten.
Na enige tijd meldde een wacht; “Licht aan stuurboord”.
“Recht of niet?”, vroeg de kapitein.
“Recht kapitein, met gevaar voor aanvaring”.
De kapitein riep tegen de seiner; “” Sein; aanvaring dreigt, verander uw koers 20 graden”.
Aldus geschiedde.
Er werd terug geseind; “”Advies aan u, verander uw koers met 20 graden”.
De kapitein nijdig; “Sein terug; ik ben kapitein, verander uw koers 20 graden“
“Ik ben stuurman 2e klas, was het antwoord, verander uw koers 20 graden”.
De kapitein werd woedend en schreeuwde rood aangelopen; “Sein; dit is een oorlogsschip, ik beveel u uw koers 20 graden te wijzigen !”.
Daarop kwam het signaal; “ Dit is een vuurtoren”.

En het oorlogsschip veranderde van koers.

Bovenstaande verhaal is even hilarisch als schokkend. Ik moest ook direct aan legio andere voorbeelden denken. Situaties waarbij, vanuit mijn eigen referentiekader, kijkend door mijn eigen bril, handelde en daardoor de plank volledig missloeg. Hoe vaak heb ik geen training gegeven aan een groep, waarbij ik dacht, dat een bepaalde speler totaal niet gemotiveerd was. Op basis van mijn eigen beeld van gemotiveerd aan een training deelnemen, beoordeelde ik de speler. In het geheel niet wetend wat daar achter zat. Of de speler wel of niet gemotiveerd was en wat de achtergrond van zijn handelen tijdens die bewuste training was. Zo trainde ik ooit een jochie van 11 jaar oud. Al bij de allereerste training duwde hij een ander kind voor het oog van alle aanwezigen bewust tegen de muur. Hij maakte vaak ruzie, maar ook altijd zodat iedereen het kon zien. Het was klip en klaar wat er gebeurde. Ik kon ook niet anders dan hem daar op aanspreken. Ik was niet zo’n trainer die spelers wegstuurde. Hij mocht, na een dergelijk incident, op de bank gaan zitten, waarna ik hem na enige tijd dan vroeg of hij weer normaal mee kon doen. Meestal ging het daarna goed. Een etterbakje met een dikke gebruiksaanwijzing. Het was enkele weken na onze eerste kennismaking stond hij plots, op een vrijdagavond met zijn vader bij mij thuis voor de deur. Nadat ik de deur open had gedaan en zijn vader zich had voorgesteld, vertelde hij dat zijn zoontje zijn excuses wilde maken. Dit ritueel herhaalde zich de maanden daarna, elke twee weken. Dit ritme intrigeerde mij. Een gesprek met het jochie leerde mij dat zijn vader militair was en veel in het buitenland verbleef. Hij was niet het enigste kind thuis. Het gezin telde naast hem uit nog vijf kinderen. Waar vader veelal in het buitenland verbleef, runde moeder het huishouden. Elke vrijdag, als vader thuis kwam, moest hij met zijn vader mee om zijn excuses aan mij aan te bieden. Waar ik het jochie voor die tijd als een etterbakkie zag, zag ik hem plots anders. Ga er maar aan staan. Je bent het oudste kind uit een groot gezin. Je vader is er vaak niet en als hij er al wel is, moet je met ‘m bij je trainer langs om je excuses aan te bieden. Hoewel ook ik was opgegroeid in een groot gezin, was dit was een plaatje dat ik niet kende. Mijn paradigma verschoof. Ik moest, kon ook plots, op een andere manier kijken.

Een paradigma is samenhangend geheel van opvattingen, overtuigingen, theorieën, religie, bewijzen en modellen die het vigerende antwoord op een bepaalde vraag geven. Paradigma kan worden gezien als het dominante denkbeeld op een bepaald moment. Naarmate een paradigma langer bestaat wordt het als (enige) waarheid gezien en bestaat er consensus. Wij hebben allemaal te maken met paradigma’s, omdat wij op een bepaalde manier zijn opgevoed. Op een bepaalde manier ervaringen hebben opgedaan. Het woord paradigma is afgeleid van het Griekse ‘paradeigma’, wat staat voor voorbeeld of patroon. Ik ben opgegroeid in een groot gezin. Dit heeft mede bepaald wie ik nu ben. Hoe ik nu kijk en denk. Ik ben ook groot gebracht met het principe dat sport vooral ook leuk moest zijn. Dat het ook ander kon en ook anders was, dat had ik niet direct door. Een paradigma verander je ook niet eenvoudig. Belangrijker is misschien dat dat wij ons allemaal realiseren dat de bril waar wij door heen kijken ook maar één bril is. Onze waarheid is niet dé waarheid. Vandaar uit kunnen wij proberen om ook vanuit andere invalhoeken naar situaties te kijken.

fb117adafbd551434bcce082360e688f-licht-vuurtoren-eierland-texel-versus-licht-van-de-maan

Puur geluk

“Mwa, die pass, dat was geluk, maar dat ik ‘m er nog in kreeg, dat was pure klasse!”
Kees was overtuigd van zijn eigen kwaliteiten, maar gaf tussen neus en lippen door zijn medespeler een draai om de oren.
“Maak jij geen fouten? Stond jij niet lucht te dekken bij dat tweede doelpunt?” wilde Nick weten.
“Ja, ik stond verkeerd, maar ik werd ook verkeerd gecoacht!”

Elkaar aanspreken op gedrag, zeggen als het niet goed verloopt, is prima. Als de druk hoog oploopt, prestaties achter blijven, dan neemt de druk op de groep toe. Het is makkelijk om een zondebok te zoeken en het niet over het eigen functioneren te hebben. Hier ga je als team niet beter functioneren en als je al naar betere resultaten zou willen streven, ga je die hierdoor niet bereiken.

Op de eerste plaats helpt het niet jezelf op een voetstuk te zetten. Je kan dan nog amper kritisch naar jezelf kijken. Waarom zou je jezelf verbeteren als je al geweldig bent?
Als de ander wel in staat is om kritisch naar zich zelf te kijken schiet je er nog iets mee op. De ander zou zijn coaching kunnen gaan verbeteren of zijn pass nog verder verbeteren. Het kan de ander ook onzeker maken. Als de ander het idee had dat het goed was en hij krijgt op deze wijze kritiek. Piekeren is omgekeerd fantaseren. Ik plaats van denken aan wat beter kan, ga je denken aan wat allemaal niet goed gaat. Waarbij de kans dat je hierin vast komt te zitten aanwezig is.  Je dacht immers dat het goed ging. Het omgedraaide komt ook voor.
“Ik heb liever dat jij het zegt dan iemand met het volle verstand!”
Bij zo’n reactie is de strijdbijl opgegraven. Hier wordt niet meer gedacht aan het nadenken over het nog verder verbeteren van de coaching, het nadenken over het verbeteren van de pass. Dit is met het met gelijke munt terugbetalen.

Complimenten verhogen het gevoel van eigenwaarde, het zelfvertrouwen. Het inzicht in de eigen mogelijkheden worden vergroot. De motivatie om te groeien of beter te worden worden vergroot. Een compliment helpt. Mag je dan niets meer zeggen als je vindt dat iemand het in jouw ogen niet goed doet? Natuurlijk!  Je moet dan wel aan een paar voorwaarde voldoen. Beschrijf het veranderbaar gedrag, doe dit zo concreet mogelijk.  Gebruik de ik vorm, geef aan welk effect dat gedrag op je heeft. Laat de ander ook reageren. Probeer samen tot een oplossing te komen.

Je kan ook de sandwichmethode gebruiken. Je begint met een compliment. Beschrijf wat er goed gaat. Geef daarna aan waar jij vindt dat de ander zich zou moeten verbeteren. Je eindigt daarna weer met een compliment.

Als je als team wil presteren is het noodzakelijk dat het gaat over de zaken die verbetert moeten worden. Je mag elkaar hier op aanspreken. Geef elkaar echter ook de ruimte. Zet je zelf niet op een voetstuk ten koste van de ander. Hier help je jezelf niet mee, maar de ander nog minder.

klavertjevier

Stof op de planken

Geboortekwartaaleffect

“Jij geeft aan dat procesmatig werken zal leiden tot een hoger niveau van onze elftallen? Kun je dat uitleggen? Ik ben bang dat ondanks dit de trainers toch zullen kiezen voor de beste 11 in de wedstrijd of selectie.”

Een gesprek over het fenomeen geboortekwartaaleffect, leidde tot een discussie over het nut van procesmatig werken. Mijn gesprekspartner was bang dat de meeste trainers toch altijd, aan het begin van het seizoen, bij een wedstrijd, toch altijd zullen kiezen voor de beste 11. Een open deur natuurlijk, want eerlijk is eerlijk, wie zou dat niet doen? De vraag is alleen, zijn de beste spelers van 1 juni, ook de beste aan het eind van het seizoen of nog verder, zijn dit de spelers die straks in het eerste elftal gaan spelen? In de jaren ’90 van de vorige eeuw ontdekte aan Canadese journaliste dat op het hoogte niveau van de NHL veel heel veel spelers geboren waren in maar een paar maanden van het jaar. Later ontdekte men dat ook in het Nederlandse voetbal er wel heel veel spelers in het betaald voetbal geboren bleken te zijn in juist de eerste drie maanden na de peildatum. Dit betekende niet dat talenten niet in zomer geboren konden zijn. Dit had alles te maken met oneerlijke concurrentie, met iedereen over een kam scheren. Co Adriaanse, destijds hoofd opleiding, bij Ajax verzuchtte dat zij, door deze oogkleppen, misschien wel talenten, van het caliber Johan Cruyff, aan de dijk hadden gezet. Top spelers in de dop, die nu achter de geraniums zitten, zonder dat ze ooit hun talent hebben kunnen laten zien, zonder dat iemand ooit naar hen omgekeken had.  Uit Europees onderzoek kwam naar voren dat het probleem binnen het voetbal niet kleiner maar groter wordt, zo bleek uit een onderzoek onder profs uit 12 Europese competities. Uit een artikel van Rick Lenders (maart 2015) bleek dat in de jeugdopleidingen van Nederlandse profclubs bijna vier keer zoveel spelers uit januari, februari of maart dan uit oktober, november of december rondlopen:

http://www.tussendelinies.nl/het-geboortemaand-effect-in-de-nederlandse-opleidingen

Nu scouten deze profclubs bij de amateurverenigingen in hun regio. Je zou dus kunnen verwachten dat ook daar een vergelijkbaar effect te zien zal zijn. Een eerste inventarisatie van een website voor voetbaltrainers laat niet al te hoopvolle cijfers zien. De KNVB heeft nu aangegeven dat zij nu, bijna 16 jaar nadat Ajax dit probleem binnen de eigen jeugdopleiding al signaleerde, hier wat aan gedaan moet worden. Ik verwacht er niet  veel van. Als winnen, gaan voor een kampioenschap, niet willen degraderen, kortom resultaten, het ultieme doel worden, kies je voor de korte termijn, kies je voor spelers met wie jij ook gaat winnen, met wie je niet zal degraderen, met je kampioen zal gaan worden. Hiermee kies voor de korte termijn bevrediging in plaats van het lange termijn resultaat. Leiden wij op om voetballers beter te maken of gaat opleiden over korte halen, snel thuis?

Stof op de planken

De nieuwe spelvormen van de KNVB laten zien dat de KNVB geleerd heeft. Centraal staat niet winnen, centraal staat plezier. Centraal staan veel balcontacten, kleinere teams, op kleinere veldjes. De voetbalwereld zou de voetbalwereld niet zijn als er weer een legioen aan mensen op zouden staan die het plan maar niets vinden. Good old Wim Jansen mocht in De Telegraaf zijn gal spuien. De Telegraaf is er op een of andere manier alles aangelegen om alles bij het oude te laten. Je vraagt je soms af waarom er in tegenstelling tot andere sporten nog steeds niet gewoon is om met een videoscheidsrechter te werken, waarom ongewenst gedrag op en langs de lijn maar niet opgelost kan worden? Waarom toch zou het Nederlandse voetbal zo afgegleden zijn? Het is alsof deze subcultuur niet wakker wil worden. Voor de duidelijkheid, de wereld is veranderd. Blaas het stof van de planken en kijk eens kritisch naar je eigen sport, naar de organisatie van je eigen club en hoe jij binnen die organisatie als trainer, als coacht functioneert. Probeer eens uit de comfortzone te treden.

217d77e62ffc1866bc3bd5c866b47dbe

%d bloggers liken dit: