Categorie archief: Groepsproces

Puur geluk

“Mwa, die pass, dat was geluk, maar dat ik ‘m er nog in kreeg, dat was pure klasse!”
Kees was overtuigd van zijn eigen kwaliteiten, maar gaf tussen neus en lippen door zijn medespeler een draai om de oren.
“Maak jij geen fouten? Stond jij niet lucht te dekken bij dat tweede doelpunt?” wilde Nick weten.
“Ja, ik stond verkeerd, maar ik werd ook verkeerd gecoacht!”

Elkaar aanspreken op gedrag, zeggen als het niet goed verloopt, is prima. Als de druk hoog oploopt, prestaties achter blijven, dan neemt de druk op de groep toe. Het is makkelijk om een zondebok te zoeken en het niet over het eigen functioneren te hebben. Hier ga je als team niet beter functioneren en als je al naar betere resultaten zou willen streven, ga je die hierdoor niet bereiken.

Op de eerste plaats helpt het niet jezelf op een voetstuk te zetten. Je kan dan nog amper kritisch naar jezelf kijken. Waarom zou je jezelf verbeteren als je al geweldig bent?
Als de ander wel in staat is om kritisch naar zich zelf te kijken schiet je er nog iets mee op. De ander zou zijn coaching kunnen gaan verbeteren of zijn pass nog verder verbeteren. Het kan de ander ook onzeker maken. Als de ander het idee had dat het goed was en hij krijgt op deze wijze kritiek. Piekeren is omgekeerd fantaseren. Ik plaats van denken aan wat beter kan, ga je denken aan wat allemaal niet goed gaat. Waarbij de kans dat je hierin vast komt te zitten aanwezig is.  Je dacht immers dat het goed ging. Het omgedraaide komt ook voor.
“Ik heb liever dat jij het zegt dan iemand met het volle verstand!”
Bij zo’n reactie is de strijdbijl opgegraven. Hier wordt niet meer gedacht aan het nadenken over het nog verder verbeteren van de coaching, het nadenken over het verbeteren van de pass. Dit is met het met gelijke munt terugbetalen.

Complimenten verhogen het gevoel van eigenwaarde, het zelfvertrouwen. Het inzicht in de eigen mogelijkheden worden vergroot. De motivatie om te groeien of beter te worden worden vergroot. Een compliment helpt. Mag je dan niets meer zeggen als je vindt dat iemand het in jouw ogen niet goed doet? Natuurlijk!  Je moet dan wel aan een paar voorwaarde voldoen. Beschrijf het veranderbaar gedrag, doe dit zo concreet mogelijk.  Gebruik de ik vorm, geef aan welk effect dat gedrag op je heeft. Laat de ander ook reageren. Probeer samen tot een oplossing te komen.

Je kan ook de sandwichmethode gebruiken. Je begint met een compliment. Beschrijf wat er goed gaat. Geef daarna aan waar jij vindt dat de ander zich zou moeten verbeteren. Je eindigt daarna weer met een compliment.

Als je als team wil presteren is het noodzakelijk dat het gaat over de zaken die verbetert moeten worden. Je mag elkaar hier op aanspreken. Geef elkaar echter ook de ruimte. Zet je zelf niet op een voetstuk ten koste van de ander. Hier help je jezelf niet mee, maar de ander nog minder.

klavertjevier

Stof op de planken

Geboortekwartaaleffect

“Jij geeft aan dat procesmatig werken zal leiden tot een hoger niveau van onze elftallen? Kun je dat uitleggen? Ik ben bang dat ondanks dit de trainers toch zullen kiezen voor de beste 11 in de wedstrijd of selectie.”

Een gesprek over het fenomeen geboortekwartaaleffect, leidde tot een discussie over het nut van procesmatig werken. Mijn gesprekspartner was bang dat de meeste trainers toch altijd, aan het begin van het seizoen, bij een wedstrijd, toch altijd zullen kiezen voor de beste 11. Een open deur natuurlijk, want eerlijk is eerlijk, wie zou dat niet doen? De vraag is alleen, zijn de beste spelers van 1 juni, ook de beste aan het eind van het seizoen of nog verder, zijn dit de spelers die straks in het eerste elftal gaan spelen? In de jaren ’90 van de vorige eeuw ontdekte aan Canadese journaliste dat op het hoogte niveau van de NHL veel heel veel spelers geboren waren in maar een paar maanden van het jaar. Later ontdekte men dat ook in het Nederlandse voetbal er wel heel veel spelers in het betaald voetbal geboren bleken te zijn in juist de eerste drie maanden na de peildatum. Dit betekende niet dat talenten niet in zomer geboren konden zijn. Dit had alles te maken met oneerlijke concurrentie, met iedereen over een kam scheren. Co Adriaanse, destijds hoofd opleiding, bij Ajax verzuchtte dat zij, door deze oogkleppen, misschien wel talenten, van het caliber Johan Cruyff, aan de dijk hadden gezet. Top spelers in de dop, die nu achter de geraniums zitten, zonder dat ze ooit hun talent hebben kunnen laten zien, zonder dat iemand ooit naar hen omgekeken had.  Uit Europees onderzoek kwam naar voren dat het probleem binnen het voetbal niet kleiner maar groter wordt, zo bleek uit een onderzoek onder profs uit 12 Europese competities. Uit een artikel van Rick Lenders (maart 2015) bleek dat in de jeugdopleidingen van Nederlandse profclubs bijna vier keer zoveel spelers uit januari, februari of maart dan uit oktober, november of december rondlopen:

http://www.tussendelinies.nl/het-geboortemaand-effect-in-de-nederlandse-opleidingen

Nu scouten deze profclubs bij de amateurverenigingen in hun regio. Je zou dus kunnen verwachten dat ook daar een vergelijkbaar effect te zien zal zijn. Een eerste inventarisatie van een website voor voetbaltrainers laat niet al te hoopvolle cijfers zien. De KNVB heeft nu aangegeven dat zij nu, bijna 16 jaar nadat Ajax dit probleem binnen de eigen jeugdopleiding al signaleerde, hier wat aan gedaan moet worden. Ik verwacht er niet  veel van. Als winnen, gaan voor een kampioenschap, niet willen degraderen, kortom resultaten, het ultieme doel worden, kies je voor de korte termijn, kies je voor spelers met wie jij ook gaat winnen, met wie je niet zal degraderen, met je kampioen zal gaan worden. Hiermee kies voor de korte termijn bevrediging in plaats van het lange termijn resultaat. Leiden wij op om voetballers beter te maken of gaat opleiden over korte halen, snel thuis?

Stof op de planken

De nieuwe spelvormen van de KNVB laten zien dat de KNVB geleerd heeft. Centraal staat niet winnen, centraal staat plezier. Centraal staan veel balcontacten, kleinere teams, op kleinere veldjes. De voetbalwereld zou de voetbalwereld niet zijn als er weer een legioen aan mensen op zouden staan die het plan maar niets vinden. Good old Wim Jansen mocht in De Telegraaf zijn gal spuien. De Telegraaf is er op een of andere manier alles aangelegen om alles bij het oude te laten. Je vraagt je soms af waarom er in tegenstelling tot andere sporten nog steeds niet gewoon is om met een videoscheidsrechter te werken, waarom ongewenst gedrag op en langs de lijn maar niet opgelost kan worden? Waarom toch zou het Nederlandse voetbal zo afgegleden zijn? Het is alsof deze subcultuur niet wakker wil worden. Voor de duidelijkheid, de wereld is veranderd. Blaas het stof van de planken en kijk eens kritisch naar je eigen sport, naar de organisatie van je eigen club en hoe jij binnen die organisatie als trainer, als coacht functioneert. Probeer eens uit de comfortzone te treden.

217d77e62ffc1866bc3bd5c866b47dbe

Pygmalion effect

Het gebeurd mij niet vaak, ik heb altijd een goed vertrouwen, maar vandaag had ik, voorafgaand aan de wedstrijd het gevoel dat wij niet zouden winnen. Dit had niet te maken met een glazen bol of een slinkend vertrouwen in mijn ploeg. Dit had meer te maken met een gevoel dat er een soort fatalisme zich van ons eigen maakt. Een gevoel van ‘Wij kunnen ook helemaal niks!’ Voorafgaand aan de wedstrijd ging het vooral over onze tegenstanders. Hoe goed zij wel niet waren. Daar tegenover werden onze eigen tekortkomingen scherp neergezet. Ook achteraf waren de analyses niet mals. Gezien het verloop van de competitie kon ik dat begrijpen. Wij gaan er alleen niet beter van spelen. Dit fenomeen komt ook vaker voor, er is ook een mooie naam voor: het Pygmalion effect.

self-fulfilling-prophecy-effectg

Hoe ik over mezelf, hoe wij over ons team denken, heeft effect op wat ik, wat wij met ons team presteren. Onze prestaties zorgen weer voor een bepaald beeld bij de buitenwacht, bij de ouders, bij de tegenstanders, bij de club. Dit raakt ons niet onberoerd en dat heeft dan weer invloed op hoe wij over ons zelf denken. De cirkel is rond. Als wij dus al negatief over ons zelf, over ons team, denken dan heeft dat negatieve invloed op onze prestaties. Wij gaan slechter presteren. In het veld zie je dit doordat een fout, een doelpunt, één op één met de keeper en toch niet scoren, niet leidt tot dat schepje er boven op. Het leidt veel eerder tot een moedeloos laten zakken van de schouders. Dit heeft invloed op het beeld dat onze tegenstanders, maar ook de buitenwacht van ons krijgt. Dit voelen wij en dat voelt niet lekker. Hierdoor doet juist de tegenstander er een schepte bovenop en gaan wij nog slechter spelen. Ons zelfvertrouwen wordt zo lager en lager.

Na afloop van de wedstrijd ging het over alles wat mis was gegaan. Over de keuzes die gemaakt werden. Over wat mensen verkeerd deden. Natuurlijk moet het daar over gaan, maar daar zit wat vóór. Als wij de negatieve spiraal willen doorbreken, dan zullen wij het moeten hebben over onze eigen kwaliteiten, over waar wij goed in zijn. Zijn wij dan überhaupt ergens goed in? O ja, zeker wel. Op de eerste plaats spelen wij nooit een hele wedstrijd dramatisch slecht. Wij kunnen soms erg goed beginnen, maar kunnen dit dan in de loop van de wedstrijd niet vasthouden. Het komt ook voor dat wij erg slecht beginnen en, op het moment dat het er eigenlijk niet meer toe doet,  goed gaan spelen. Op de tweede plaats, dit gebeurde ook vandaag kunnen wij regelmatig goed meespelen. Zo ook vandaag tegen de nr. 3 van de competitie. Wij kunnen het dus wel degelijk. Wat wij meer zouden moeten doen is benoemen waar wij goed is zijn. Wat zijn ieders kwaliteiten? Waar zijn wij als team goed in? Als wij dat weten te benoemen zullen onze prestaties beter worden en als onze prestaties beter worden, dan is het beeld wat de buitenwacht van ons heeft ook anders. Dit heeft invloed op ons gevoel van eigenwaarde en daardoor gaan wij nog beter spelen.

Top hockeycoach Marc Lammers zat ooit met een dramatisch slechte spits. Sylvia Karres, spits van notabene het Nederlands team, behaalde op juist de belangrijke toernooien een belabberd rendement. Karres had één probleem, ze kon geen bal met de backhand stoppen. Lammers als rechtgeaarde trainer, ging aan de slag met dit mankement. Het resultaat was dat Karres alleen nog maar slechter en slechter ging spelen. Haar slechte spel had direct gevolg op haar team. Het zelfvertrouwen van Karres was al ver beneden het vriespunt maar dat van haar team kwam dicht in de buurt. Lammers zei hierover dat ze alleen maar bewust bezig waren geweest aan het onbekwame. Als je bewust werkt aan het onbekwame gaan spelers onbewust het onbekwame toepassen. De cirkel was rond. Lammers leerde dat als je uitgaat van de kwaliteit van de speelsters zij veel beter presteren. Karres mocht aangeven hoe zij het beste functioneerde, hoe zij de bal aangespeelde wilde hebben. Het eerste de beste toernooi werd Karres topscoorder van het toernooi, Nederland werd wereld kampioen en de rest in geschiedenis.

Ik heb vertrouwen in mijn team!

Vrolijke ogen

“Kan je nu helemaal niks?” Patrick keek hem woest aan.
“Loop niet zo te kutten, idioot! Doe het zelf beter!” schreeuwde Robin terug.
De sfeer was gezet. Als het ook maar even niet goed liep, was Patrick niet te genieten. Normaal gesproken nam hij het voortouw. Hij was degene die geen peptalk nodig had. De wil om te winnen zat in zijn haarvaten, maar als het even niet liep en dat kon al voor de wedstrijd zijn, dan schold hij iedereen de huid vol. Al kreeg hij dat soms ook ook terug, vaker lieten zijn teamgenoten hem zijn gang gaan, maar klaagde wel achter zijn rug om bij de trainers.

Theo liep ijsberend langs de lijn.
“Hij heeft gewoon gelijk,” zei hij, toen Bram, zijn assistent, een opmerking maakt over het gedrag van Patrick. De meningen over het gedrag van Patrick liepen nogal uit een. Theo vond het prima. Hij kon er zelfs wel van genieten. Spelers met zo’n drive, wie wil dat nu niet? Spelers moeten elkaar aan kunnen spreken tijdens het spel. Bram was het hier wel mee eens, maar volgens Bram ging het wel over de manier waarop. Daar kwam bij dat het Bram opviel dat Patrick en in het verlengde het team niet beter ging spelen, als Patrick zo te keer ging.

Patrick is een jongen die, tijdens de trainingen en de wedstrijden laten we zeggen  aanwezig is. Hij is snel in het oordelen en richt zich hierbij vaak op anderen. Omgedraaid kan hij kritiek op zijn eigen spel moeilijk verwerken. Dit zorgt tijdens de trainingen, maar zeker tijdens de wedstrijden tot behoorlijk wat ruis. Je kon soms letterlijk zien hoe de vlag er bij hing. Als hij wat donker ging kijken, boos ook, dat kon je de klok er op gelijk zetten. Dit kan soms al voor de wedstrijd zijn.

boosss

Lees de rest van dit bericht

Lak aan alles

“Hoe heb je gespeeld?”
“Nou kut!”

Zomaar een reactie, na een verloren wedstrijd. Hoe wij nu van deze opmerkingen bij Vindicat kwamen? Ik weet het niet meer. Soms wil je dingen zo snel mogelijk uit je geheugen wissen. De opmerking over de wedstrijd en het gesprek in de auto zal een vorm van vrij associëren zijn geweest. Een poging om het er niet meer over te hebben.

Wij maken een moeizame start van de competitie door, dat is duidelijk. Spelers die het gevoel hebben niet op de voor hen vertrouwde positie te spelen. Onze rots in de branding, die langdurig geblesseerd is. Wij hebben natuurlijk de pech dat wij de betere ploegen uit de competitie aan het begin van het seizoen hebben. Wij hebben ook een vrijwel complete eerste jaars ploeg, terwijl onze tegenstanders, tot nu toe, een flink aantal spelers tellen die anderhalf tot twee jaar ouder zijn. Zo telde onze tegenstander vandaag in het totaal 5 eerste jaars en die kwamen er pas in de loop van de tweede helft in. Er zijn nog wel meer redenen te bedenken waarom het minder gaat, maar dat ga ik niet doen.

Lees de rest van dit bericht

%d bloggers liken dit: