Het team dat je verdiend

Het is een vrij eenvoudige rekensom. Sjors, 10 jaar oud, wordt geselecteerd voor de O12-1 van zijn vereniging. Dit team traint 3x per week, laten we zeggen, 1 uur. Zijn vriendje Thijs viel helaas af. Al moet ik toegeven, de meningen waren verdeeld. Thijs kwam in O12-2. Dit team trainde 1x per week, 1 uur. Na 5 weken heeft Sjors 15 uur getraind. Thijs heeft op dat moment 5 uur getraind. Na 40 weken, zeg maar  eind van het seizoen, heeft Sjors 120 uur getraind. Thijs heeft opdat moment 40 uur getraind. Thijs viel niet alleen af, hij heeft na 1 seizoen ook direct fors minder trainingsuren gemaakt dan zijn vriendje. Bij de club slagen ze er altijd wel in om voor de selectieteams goed opgeleide trainers, trainers met een trainersdiploma te vinden. Het team van Thijs had bij aanvang van het seizoen géén trainer. De O12-2 moest het de eerste anderhalve maand doen met wisselende trainers. Een aantal keren moesten ze samen trainen met de O12-3. Uiteindelijk bleek een vader van een van de jongens bereid het team te trainen.

Na 1 seizoen is Sjors een beter voetballer geworden, het gaat allemaal wat makkelijker dan aan het begin van het seizoen. Thijs is niet veel beter geworden. De technische commissie was tevreden, de selectietrainingen hadden de juiste teamindelingen opgeleverd. De beste jongens, zo werd geconcludeerd, zaten ook in de selectieteams. Thijs bewees met zijn progressie het gelijk van het systeem.Lees meer »

Advertenties

Achter op de fiets leer je niets

Onze kinderen konden al vroeg fietsen. Het achterop zitten was dan ook van korte duur. Ze vonden het feit dat ze konden fietsen veel te leuk. Er ging letterlijk een wereld voor hen open. De basisschool lag aan de andere kant van de stad.  Min of meer bewust gekozen, een Daltonschool in plaats van de reguliere basisschool in de buurt. De afstand betekende echter ook dat onze kinderen al jong een flink stuk moesten fietsen. Zij hadden natuurlijk achterop gekund, wij hadden er naast kunnen fietsen, maar zij vonden het leuk om voor ons te fietsen. Wij zorgde er voor dat ze op zicht en hoor afstand voor ons uit fietste. Zij moesten dus zelf bij het oversteken naar links en naar rechts kijken en bij een stoplicht stoppen.

Laatst in Engeland viel mij op dat nog vrij grote kinderen, de peuterleeftijd toch wel ontgroeit nog met een tuigje lopen. Zo’n leuk rugzakje met leiband. Loopt het kind weg, dan trek je even aan de leiband. In ons land minder van dit soort leibanden of het moet een hond zijn. Honden hebben in ons land, zelfs aangelijnd meer speelruimte dan mening kind in Engeland. In ons land zie je nog wel eens kinderen achterop of in zo’n mooie fietsbak, waarvan je denkt, kan dat kind niet zelf fietsen?Lees meer »

LTAD

De Gelderlander plaatste op 31 maart j.l. een artikel over het geboortekwartaaleffect. Naast PSV bleek dat ook bij clubs als Vitesse, NEC en De Graafschap het aantal ‘talenten’ geboren in het eerste kwartaal van het jaar wel erg groot was. Het artikel bleek de opmaat tot een groter artikel dat op 1 april geplaatst werd. De timing is opvallend, want jawel, zou dit niet een grote grap zijn?Lees meer »

Ontschotten

De tweede seizoenshelft is begonnen. De eerste wedstrijden zijn al weer gespeeld. Op naar een kampioenschap, of hard werkend om degradatie te voorkomen of gewoon meedeinen op de golven van de competitie. Aan het eind van dit seizoen zullen al die spelers weer op moeten voor de selectietrainingen. Dan wordt je weer gewogen en soms te licht bevonden.
Dan worden de teamindelingen bekend gemaakt. Dan is bekend welke spelers in de selectie elftallen mogen uitkomen en welke spelers meer recreatief mogen ballen. Selecteren is niet eenvoudig. Want doe maar eens een voorspelling over het verloop van een wedstrijd, laat staan over het verloop van een seizoen. Blijven al mijn spelers fit, lopen wij niet tegen, al dan niet onnodige, schorsingen aan? Hoe verloopt het seizoen bij de concurrentie? Ook dat is van invloed op het verloop van een wedstrijd, als ook de competitie. Wij maken onderscheid tussen resultaatdoelen en procesdoelen. Bij resultaatdoelen heb je het over kampioen worden, maar ook over niet degraderen. Bij procesdoelen heb je het over aannemen van de bal, het passen van een bal. Stukje moeilijker is dan het 1x raken. Dit soort doelen hebben spelers onder eigen controle en zijn daardoor een stuk uitdagender dan ‘Wij moeten vanmiddag winnen van CSV Apeldoorn’. Lees meer »

De vereniging naar de top

Je kent dat wel. Verenigingen die verder willen, senioren selectieteams op een hoger niveau, liefst nog met spelers afkomstig uit de eigen jeugd. Dit is vaak een hele uitdaging. Het niveau van deze senioren selectieteams is veelal te hoog om jeugd zonder enig afbreukrisico in te laten stromen, met als gevolg dat er maar weinig jeugdspelers doorstromen naar een eerste of tweede elftal. Daar komt bij dat met name bij de oudere jeugdelftallen er vaak sprake is van uitstroom waardoor de spoeling sowieso dun is. De oplossing lijkt vaak het investeren in je selectie elftallen, betere trainers, meer uren trainen, in de omgeving van de vereniging scouten en actief spelers benaderen. De bewuste elftallen zullen daar werkelijk beter worden. Hiermee zal het niveau van de selectie elftallen dichter bij elkaar komen. Het gat dat hiermee zal ontstaan is het gat tussen de selectie elftallen en de niet selectie elftallen. Met de B1 speelde wij 4e divisie. Bij blessures moest teruggevallen worden op de B2, dat maar liefst 3 niveaus lager speelde. Niet altijd waren deze spelers blij als zij meegevraagd werden en geef ze eens ongelijk. Met andere woorden je vult het ene gat, met het andere gat.

Lees meer »

De Palingkweker

Aan de vooravond van de wedstrijd van Oranje tegen Wit-Rusland liet de NOS Huub Stevens aan het woord. Stevens geeft zijn visie op de staat van Oranje. In niet mis te verstane woorden fileert hij de Hollandse School. Stevens heeft er ook geen vertrouwen meer in dat Oranje zich gaat plaatsen voor het WK. Volgens Stevens gaat het al mis bij de jeugd.

“Techniek trainen? Uitstekend, maar wel onder weerstand. Dan werk je ook aan de mentale weerbaarheid.”

In het volleybal kende wij, kort door de bocht, twee scholen. Zo had je daar de verenigingen die geheel volgens het onderwijsmodel zeer planmatig werkte, jaarplannen kende, soms zelfs inclusief de 10 minuten gesprekjes. Het model waarin kinderen alle leeftijdsniveaus moesten doorlopen omdat dit goed voor de ontwikkeling was. Kinderen speelden met, als ook tegen leeftijdsgenoten. In de reguliere competitie deden deze teams het fantastisch, ze wonnen alles. Zij presteerde ook goed tijdens de gesloten club kampioenschappen. Bij de open club kampioenschappen, het Nederlands kampioenschap waar de teams weliswaar op leeftijd waren ingedeeld maar de spelers/speelsters ook in hogere teams mochten spelen zag je deze teams niet meer terug.

Lees meer »

Alles draait om winnen

Na het debacle tegen de Fransen, werd tegen de Bulgaren de laatste strohalm gegrepen. Tenminste dat moesten wij allemaal geloven. Wij moesten dit ook geloven, want nog een keer niet op een hoofdtoernooi aanwezig, dat zou te veel zijn. Dat dan wel de overige wedstrijden gewonnen diende te worden en dat daarbij ook nog eens een bijna buitenaards aantal doelpunten gemaakt diende te worden, dat was zorg voor later. Wij vergeten voor het gemak het feit dat het toch al weer 6 jaar geleden is dat Nederland op de 1e plaats stond op de wereldranglijst. Wij verdringen dat wij in die zes jaar van plek 1 naar plek 36 zijn afgezakt.

Nederland heeft lang gedacht een gidsland te zijn. Wij wisten hoe het spel gespeeld moest worden. Onze toptrainers deden aan ontwikkelingswerk. Dat alles is nog niet eens zo heel lang geleden, want nadat Danny Blind de pijp aan Maarten gaf, was het binnen halen van een buitenlandse coach toch echt taboe. Wij wisten hoe het zat en hadden alles in huis om het debacle af te wenden.

Aan Einstein wordt de volgende zinsnede toegeschreven:
Je kunt een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt
Bij het zoeken naar oplossingen is de KNVB, in al haar wijsheid, op zoek gegaan naar oplossingen binnen het eigen, bekende, netwerk. Wij kunnen niet zeggen dat dit nu direct het gewenste resultaat had, maar wie maalt daar om. Veranderingsprocessen nemen nu eenmaal tijd. Keulen en Aken zijn ook niet op een dag gebouwd. Het probleem is misschien wel de snelle behoefte bevrediging. Er moet resultaat zijn en wel morgen. Opvallend aan al dat resultaat is dat het maar moeizaam gaat, op het moment dat er een resultaat neergezet moet worden. Eerlijk is eerlijk, uit het rapport ‘Winnaars van morgen’ blijkt dat er over de eigen schutting heen is gekeken. Ook is er duidelijk sprake van een langere termijn visie. Het gaat ook niet om de winnaars van nu, maar om de winnaars van morgen. Toch zitten in dit rapport een aantal hardnekkige miscalculaties. Want waarom is het belangrijk om vast te houden aan de eigen voetbalcultuur? Is onze eigen voetbalcultuur anno 2017 dan zaligmakend? Verder komt in dit rapport ook de winning mindset als een soort heilige graal bovendrijven. Wij kunnen in Nederland niet meer winnen. Plat gezegd, onze kinderen zijn watjes, verwend, ze weten niet meer dat voetbal om winnen draait.

Ik vond dat een bijna schokkende constatering. Niet omdat ik het herkende en van mening ben dat dit ook de missing link is, nee het schokkende zat ‘m er in dat ik in de jaren dat ik langs de lijn bij het voetbalveld sta zelden tot nooit een coach, een ouder, tegenkom die winnen niet prominent tot eerste en enige aandachtspunt heeft verheven. Sterker nog. Ik ben coaches, ouders ook, tegengekomen die tegen hun team, hun kind te keer gingen omdat de wedstrijd verloren was, het kind een fatale fout had gemaakt waardoor er alsnog verloren werd. Hebben wij geen winnaarsmentaliteit? Man, dat winnen wordt ons vanaf een jaar of 4 met de paplepel ingegoten. Wij creëren spelers die niet meer zelf oplossingen durven te bedenken omdat ze bang zijn om het fout te doen. Wij creëren kinderen die fouten maar het liefst mijden. Hoezo moeten wij werken aan een winning mindset? Wij hebben er iets te veel van.

Natuurlijk gaat het in de sport om winnen en verliezen. De focus op winnen en het ontwikkelen van vaardigheden in de sport staat echter op gespannen voet. Dit is niet nieuw, dit weten wij eigenlijk al heel lang.  Wij associëren de winnaarsmentaliteit vaak met de atleten uit de Verenigde Staten. Voor hen is schitteren op de Olympische Spelen de ultieme droom. Nu is er, juist in dat land, onderzoek gedaan naar het effect van gaan voor het resultaat. In een artikel van Christopher Munsey, op de website van de American Psychological Association, wordt een onderzoek aangehaald dat Richard E. Smith, professor aan de Universiteit van Washington, begin jaren 70 van de vorige eeuw uitvoerde.

“The best way to maximize performance is by creating an environment in which athletes are having fun, are highly motivated, they’re trying to improve, they’re giving maximum effort, and you have a good relationship with them, so they’re more likely to listen to what you tell them,” aldus Smith. “That’s the way you get to winning.”

Smith en Smoll zijn van mening dat winnen en verliezen onderdeel uitmaken van de sport. Trainers en coaches moeten goed begrijpen wat dit betekent voor de individuele spelers. Smith en Smoll benadrukken echter altijd dat bevordering van plezier, het terugdringen van de angst en het verbeteren van prestaties een team zijn beste kans voor succes geeft (Journal of Sport and Exercise Psychology, Vol. 29, No. 1).

Met andere woorden, plezier, het terugdringen van de angst het fout te doen, de focus op de verbetering van de uitvoering, vergroot de kans dat een speler, een team, succesvol zal zijn. De winnaars van morgen zijn dus die kinderen, die jeugdigen, die spelers die fouten mogen maken, die plezier hebben in wat zij doen en die voortdurend bezig zijn met zelf beter te zijn dan dat ze de dag, de week, daarvoor waren. Zij zijn dus getraind door trainers die deze spelers uitdagen zich zelf te verbeteren, die begrijpen dat fouten maken niet vermeden moet worden maar hoort bij de ontwikkeling. Zij zijn getraind door trainers die plezier centraal stellen. Einstein had het nog niet zo heel verkeerd.