Categorie archief: Pesten

Vernederd, gespuugd en geslagen

Het zal ergens begin jaren 80 van de vorige eeuw zijn geweest. De Jong Oranje volleybalmannen trainde in die tijd op Papendal en een van mijn teamgenoten zat bij de selectie. In die ben ik, als net startende trainer, wezen kijken bij Jong Oranje. Ik wilde wel weten hoe zij trainde. In een ander deel van hetzelfde complex bleek de turnhal te zitten. Het leek een grote speeltuin met een grote bak met piepschuin vlak voor de tribune. In de hal trainde erg jonge meisjes, basisschoolleeftijd, niet ouder. De meisjes waren druk met de voorbereidingen op WK en Olympische Spelen, zoveel werd duidelijk uit de gesprekken die je op de tribune kon meekrijgen. Ik vond dat best bijzonder. Wat ik ook bijzonder vond waren de schriftjes die al die meisjes hadden en waar ze, na een training van alles in schreven. Het was allemaal best serieus, hele jonge meisjes in volle ernst bezig met de voorbereiding op de Olympische Spelen. Ik kon echter  toen niet vermoeden wat er afgelopen week over deze sport, over deze meiden misschien wel, naar buiten zou komen.

Al weer enkele maanden geleden, het was begin oktober, zag ik de 2Doc Turn. Een documentaire over fanatieke turnouders en gewetenloze trainers. Mijn Twittertimeline explodeerde. Mensen spraken er schande van, sommigen konden de documentaire niet afkijken, zo erg vonden ze het geen getoond werd. Huilende kinderen en ouders en trainers die vonden dat het kind nog niet hard genoeg z’n best deed. Mij verbaasde vooral die ophef, want kwam dat fanatieke gedrag, die gewetenloze trainers, voor wie een kind niet meer is dan materiaal, niet in alle takken van sport voor? Stonden die fanatieke vaders niet ook langs het voetbalveld? Ik schreef er destijds ook blog over. Zo snel als de storm opstak, zo snel was het ook weer over. Turn was al snel een vergeten documentaire, tot afgelopen week.

Afgelopen week was daar het interview met Top turncoach Gerrit Beltman. Beltman vertelde in het verleden turnsters, kinderen, te hebben geslagen, mishandeld. Hij intimideerde, manipuleerde, kleineerde en maakte zijn pupillen monddood.

Köhler en Heitinga, twee vrouwen die als kind door hem getraind waren, schreven in 2013 het boek De onvrije oefening, waarin zij uitgebreid en gedetailleerd zijn misdragingen opsomden. De oud-turnsters schetste een onthutsend beeld van een brute coach, zonder mededogen, die zowel fysiek als mentaal de grenzen van het toelaatbare ver overschreed. Beltman reageerde, destijds, in het geheel niet op dit boek, zo is te lezen in een artikel in het NRC. Tot afgelopen week.

Tenminste zo leek het, want ook in het laatste interview bagetaliseert hij zijn gedrag. Het was een andere tijd en ja hij had er van geleerd en zag geen enkele grond om niet gewoon aan de slag te blijven als turntrainer. Beltman stoorde zich aan het beeld dat hij de enige was en pleitte voor een cultuuromslag bij de KNGU. Hij werd op zijn wenken bediend want in de slipstream van Beltman werden ook huidige bondscoaches Wevers en in mindere maten Wiersma beschuldigd van ongewenst gedrag. In een artikel in het Algemeen Dagblad vertelde oud turnster Goedkoop als jonge turnster in Oldenzaal door Wevers te zijn geschopt en geslagen en op dagelijkse basis te zijn gekleineerd. Oud-pupillen van Wevers Wyomi Masela en Ayla Wilbrink zeiden zich deels te herkennen in het verhaal van Goedkoop, maar niet waar het ging om fysieke mishandeling.

Alleen de nuance al, het kleineren kwam dagelijks  voor, maar de fysieke mishandeling was niet voor iedereen. Ook de dochter van Wevers benoemd dat zij met name het fysieke deel niet herkent. Wevers wordt gewoon als streng ervaren, zoals een gewone vader.

Een Friese turnster beschreef dat ze elkaar na de training gewoon een hand gaven. Zij zag hem meer als een tweede vader. Nu ben ik misschien geen goede vader maar volgens mij is streng is niet synoniem aan kleineren en vernederen. Bij fysieke mishandeling is menig vader uit de ouderlijke macht gezet. Als verklaring wordt genoemd dat deze trainers de trainingsmethoden uit het voormalig Oostblok en China copieërde omdat zij dachten dat dit nodig was voor het neerzetten van prestaties.

De algemeen directeur van de KNGU gaf in OP1 aan dat ongewenst gedrag moeilijk bewijsbaar is. Wat is nu grensoverschrijdend is moeilijk vast te stellen.
Ik ben begin jaren 90 van de vorige eeuw afgestudeerd op het toepassen van dwangmiddelen binnen de ouderen psychiatrie. Ouderen werden daar dagelijks nog in bed gefixeerd, achter een plankje in een stoel gezet, alles om te voorkomen dat mensen zouden gaan lopen en, in het verlengde, zouden vallen. Daar moest altijd een melding van worden gemaakt en telkens werd dan aangegeven dat de cliënt geen bezwaar had. Ik vond daar wel wat van, want was huilen, verdrietig kijken, niet óók een signaal? Het moment dat ik had aangegeven dat ik onderzoek wilde doen naar dit onderwerp werd mij dit door, notabene de opleiding, afgeraden. Het zou namelijk een nogal gevoelig onderwerp zijn.

Bij de KNGU wisten ze van de hoed en de rand, zou je denken. Een tweetal ex turnsters hadden al een boek uitgebracht over deze manier van training geven en ook de een inmiddels oud bestuurder had, naar aanleiding van een eerder onderzoek, al aan de bel getrokken.

De directeur van de KNGU benoemde dat er best al wel dingen waren veranderd. Vroeger kreeg als kind puntenaftrek als je een broekje onder je turnpakje droeg. Ik moest terug denken aan de balletjuf van mijn dochter. Zij danste bij Danstique en onder een balletpakje mocht echt helemaal niets. Zij kreeg als kleuter ook geen kleurplaat toen ze bij Ariël de kleine Zeermeermin aan de kant bleef zitten en in tranen opbiechte dat ze nog niet kon zwemmen, nadat de balletjuf vertelt had dat de hele vloer een diepe oceaan was. Bijna griezelig en dan bedoel ik niet de oceaan.

Is de grens niet gewoon het kind? In Turn zagen wij een jochie die, in tranen, nog even geholpen werd met het actief stretchen. Wie de top wil halen moet pijn leiden, zoiets zal het zijn.

Wevers kwam recent met een verklaring naar buiten. Hij ontkent dat hij turnsters geschopt en geslagen heeft. Het andere deel, het geestelijk mishandelen, dat vind hij, met de kennis van nu, niet goed. Het wegen van jonge meiden was met terugwerkende kracht niet goed. Ergens lijkt er een gat tussen het wat de turnsters verklaren en het geen wordt benoemd. Het onderzoek van de KNGU, dat is aangekondigd, zal daar wellicht uitsluitsel over geven. Wij moeten dit even afwachten daar met eerdere onderzoeken, zo lijkt het, weinig meegedaan is.

De ontboezemingen en de reacties volgen elkaar in rap tempo op. Aan de ene kant is dit schokkend, aan de andere kant is dit ook wel goed. Er kan nu over gesproken worden en wellicht leidt dit tot veranderingen.

De KNGU ligt onder vuur. Iedereen buitelt over elkaar heen. Ik vroeg mij af of het bij andere sporten echt zo veel anders is. Het turnen is al heel lang een sport waarbij kinderen op hele jonge leeftijd op top niveau moeten presteren. Zij waren daarin destijds vrij uniek. Toen ik, ik zat destijds ik de 6e klas, ging volleyballen moest ik eerst maar een jaartje trainen. Volleybal was zo’n moeilijke sport. Eerst maar de sport leren, wedstrijden kwamen later en in die wedstrijden ook nog eens prestaties neerzetten kwam daarna. Met het circulatie volleybal werd de drempel lager en werd het spelen van wedstrijden eenvoudiger en werd ook de grens waarop prestaties geleverd moesten worden lager. Ik weet nog dat ik, nu al weer lang geleden, een artikel schreef over het team dat ik trainde. Een damesteam waarin naast enkele moeders van rond de 30 ook een tweetal meisjes uit groep 8. Talenten, dat zonder meer, maar het verschillen in de belevingswereld tussen de moeders en de meiden die vlak voor hun Cito toets stonden waren enorm. Ik zette daar wel vragen bij. Inmiddels is het doorselecteren de normaalste zaak van de wereld.

In het voetbal was men lang wars van doorselecteren. Spelers moesten alle fasen doorlopen. Daarop was één uitzondering, al het ‘talent’ dat vroeg selecteert zijn weg vond richting een of andere betaald voetbalclub. Enkele weken geleden kopte het Sport voetbalmagazine dat het verontrustend was wat wij kinderen aan deden. In een lezenswaardig artikel zette Michel Bruijnickx uit een wat er allemaal mis was in het voetbal. Daarbij had hij het niet eens over die schreeuwende en coachende trainers. Daar moeten kinderen maar mee leren omgaan, hoor ik vaak langs de lijn. Als je de top wil halen moet je mensen als Derksen van Gijp maar laten wel gevallen en je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen, het afzijken, het kleineren van jonge kinderen. Aan de ene kant plaatsen wij in het voetbal talentjes mega snel op een voetstuk maar als het even tegenzit wordt dat voetstuk met dezelfde snelheid ontmanteld.

Echt trainers, van de oude stempel, zoals in het turnen, je komt ze overal tegen. Natuurlijk wordt in trainerscurussen aandacht besteed aan zoiets als positief coachen, aan de pedagogiek van de sport. Toch kom je ze nog tegen, trainers die een kind dat minder goed is, ook minder laten spelen. Je komt ze nog tegen, trainers die in een TC vergadering gewoon beloven dat een minder talentvol kind, voor de kerst de vereniging verlaten heeft. Zijn wij het het volleybal, in het voetbal, veel beter? Durven wij kritiek te leveren op de turnsport en daarbij tegelijkertijd met opgeheven hoofd in de spiegel te kijken?

 

 

 

Langs de lijn

Ruim vier weken geleden speelde FC Den Bosch tegen Excelsior. Niet direct een wedstrijd waar ik voor thuis zou blijven. Gedurende wedstrijd vulde mijn timeline op Twitter zich met allerlei berichten over het staken van de wedstrijd en niet veel later een filmpje over een jongen die tot twee maal toe, zo leek het, de Hitlergroet bracht. Ik heb die avond de wedstrijd maar eens teruggekeken. Ik zag een speler die volledig overstuur was van het geen vanaf de tribune geroepen werd, K neger, K zwarte, K zwarte Piet, K katoenplukker. De scheidsrechter vertelde later dat hij zag wat dit deed met de speler en vond het niet verantwoord om de wedstrijd door te laten spelen. De wedstrijd werd gestaakt. De wedstrijd werd tijdelijk gestaakt, daar Excelsior de wedstrijd wilde uitspelen. De speler die voor alles en nog wat was uitgemaakt deed het enige dat je in zo’n geval zou moeten doen, hij scoorde. Na de wedstrijd deed de club FC Den Bosch zo’n beetje alles wat zij in zo’n geval zouden moeten doen verkeerd. De trainer noemde de speler van Excelsior een misselijk mannetje en de voorzitter van de club bagatelliseerde het hele incident. Er was niets aan de hand, het waren kraaiengeluiden die daar al klinken sinds Hans Kraaij daar speelde. De speler in kwestie deed nadat de wedstrijd tijdelijk gestaakt was het enige juiste, hij scoorde en liet de daders zien dat hij boven hen stond.

Verantwoordelijkheid

Half Nederland viel daarna over FC Den Bosch heen en terecht. Ook de KNVB stond in het beklaagdenbankje. Op haar beurt wees de bond er op dat het het toch een maatschappelijk probleem was en dat zij al genoeg deden om dit probleem te tackelen.  Onderzoek naar racisme in voetbal leidt zelden tot strafbaarstelling, stelt hoogleraar sport en recht Marjan Olfers. In het NRC gaat zij hier verder op in. Het strafrecht wordt te weinig ingezet bij racisme in het voetbal, terwijl het ook in dit geval om een strafbaar feit gaat. Justitie moet keuzes maken, ze hebben een beperkte capaciteit. Er is volgens Olfers maar één oplossing, bestuurders moeten dit gedrag niet bagatelliseren maar hier hun verantwoordelijkheid nemen. Het bestuur van FC Den Bosch bagatelliseerde het geen gebeurd was in eerste instantie en de KNVB wees in eerste instantie ook elke verantwoordelijkheid af. Het voetbal was nu eenmaal een dwarsdoorsnee van de samenleving, daar kon men niets aan doen.

Geschiedenis

Op een of andere manier is racisme sinds de VOC niet uit ons gedachtegoed verdwenen. In elke taal is Apartheid het woord om aan te duiden dat er sprake is van discriminatie. Dit is, vermoed ik, niet voor niets een Nederlands woord. Wij hebben dit uitgevonden. Racisme en discriminatie is nooit uit onze samenleving verdwenen. Je zou het bijna een traditie kunnen noemen. Het komt ook overal voor. De KNVB heeft in die zin natuurlijk gelijk. Racisme, discriminatie is een maatschappelijk probleem. Dit gaat echter verder dan zwarte Piet. Hamas, Hamas gaat over hetzelfde als het roepen van Katoenplukker. Het meenemen van opblaasbananen gaat over hetzelfde als het excuus dat het om kraaiengeluiden zou gaan. Niet alleen in de grote stadions komt dit gedrag voor. Ook bij willekeurig welke amateurclub wordt er van alles geroepen. Twee jaar geleden bij de wedstrijd tussen Harkemase Boys en VVOG ging het ook mis. De BVO’s zijn geen uitzondering. Hoewel het hele gebeuren, noem het discussie rondom het Sinterklaarfeest, steeds venijniger wordt, is racisme, discriminatie niet strikt gekoppeld aan begin december. Begin Oktober 2017 moesten spelers van PSV het ontgelden in de uitwedstrijd tegen VVV. Op 18 maart vorig jaar werd de wedstrijd van 2e klasser Columbia tegen TVC gestaakt wegens discriminerende opmerkingen van een speler van TVC richting een speler van Columbia.

Waar in Duitsland, met de Tweede Wereldoorlog nog vers in  het geheugen, men hyper gevoelig is als er sprake is van racisme doen wij in Nederland er nogal luchtig over. Ook Italië heeft duidelijk minder moeite met de eigen geschiedenis. Wij moeten het ook niet overdrijven. Wij zijn trots op onze tradities en zelfs premier Balkenende was trots op onze VOC mentaliteit. Diezelfde VOC die zijn geld verdiende met onder andere slavenhandel. Zou hij dit ook geweten hebben?

Rehabilitatie

Wij zijn aan de ene kant naïef als het gaat om racisme. Het zou van zelf ophouden omdat de meeste teams tegenwoordig ‘gekleurd’ zijn. (Racistische) spreekkoren zijn erop gericht om tegenstanders of scheidsrechters te provoceren of te intimideren te maken, niet om het eigen team uit het spel te halen.om discriminatie, schreef iemand op Twitter. Nu kom ik af en toe in een stadion en dit klopt als de speler goed speelt maar zodra deze wat minder speelt gaat dit al niet meer op. Ook eigen spelers zijn slachtoffer en wat te denken dat het racistisch toeroepen van een donkere speler van een tegenstander doet met de donkere spelers in het eigen team? Ik herinner mijn Boetius nog.

Aan de andere kant zijn wij met z’n allen niet meer in gesprek. De jongen die een wegwerpgebaar maakte tijdens de wedstrijd van FC Den Bosch werd publiekelijk aan de schandpaal genageld. Hij was, zo werd geschreven een neo-nazi die de Hitlergroet bracht en dat ook nog eens twee keer. Of zijn baas hier ook van wist? Het zal je kind maar zijn. In mocht mij ooit bezig houden met het schrijven van een beleid Ongewenst Gedrag. In dit beleidsstuk ook een paragraaf over hoe je als organisatie omgaat met het weer rehabiliteren van mensen die onterecht beschuldigd zijn van ongewenst gedrag. Zou dat voor deze jongen ook gelden?

Aan de andere kant is het tegenwoordig vrij gewoon om racistische dingen te zeggen, te delen om, als  je daar op aangesproken wordt te zeggen dat je tegenwoordig niets meer mag zeggen en dat je toch echt geen racist bent. Wat is nu het verschil tussen een racistische opmerking en racisme?  Sigrun Scheve, die bij antidiscriminatiebureau Radar werkt geeft aan dat. “Racisme is een structureel machtsmechanisme, een systeem waarin bepaalde groepen in de maatschappij minder kansen hebben.” De term structureel lijkt mij hier relevant. Iemand kan dus een racistische opmerking maken, zonder een racist te zijn. Een aantal jaren geleden schreef ik een boek over pesten in de sport. Een grap met iemand uithalen is niet per definitie pesten. Ook hier is de term structureel relevant. Wanneer je dagelijks iemand voor gek zet, vernederd, is er sprake van pesten. Dat gaat verder dan een plagerijtje. Een racistische opmerking wordt dus racisme als het structureel voorkomt.

Iedereen is er klaar  mee

Iedereen is er klaar mee en niet alleen in ons land, maar voorlopig blijft het bij symbolische acties, al hebben sommige ook dat niet begrepen. Een gezamenlijke foto achter een spandoek. Een minuut geen voetbal aan het begin van de wedstrijd. Scherpe interviews, waarin gesteld worden dat spelers het veld aflopen als het nog een keer voorkomt. In de Oekraïne kreeg een speler die reageerde om de discriminerende spreekkoren een ode kaart en ook dichterbij huis heb ik al meegemaakt dat een speler die dit zelfde overkwam van het veld werd gestuurd. De scheidsrechter bij Den Bosch tegen Excelsior is in mijn ogen een held. Een scheidsrechter die de verantwoordelijkheid nam voor het welbevinden van de spelers op het veld. Dat namelijk mensen is óók een taak van een scheidsrechter. Het gaat echter verder dan de scheidsrechter. Een veilige omgeving voor iedereen, zowel voor de eigen spelers, de tegenstander, de scheidsrechter. het publiek is een verantwoordelijkheid van de club, sterker nog van alle clubs. Denk na over hoe je omgaat met ongewenst gedrag, beschrijf dit ook en houd je hier aan. Doe aangifte en als de speler die niet wil of durft, doe dit als club. Weer mensen die, na hier een aantal malen op aangesproken te zijn, ongewenst gedrag laten zien van de club. Maak hier als club, maar ook mét clubs , afspraken over. Hier zou de bond een rol in kunnen spelen. Zachte heelmeesters maken nog altijd stinkende wonden.

 

Afbeeldingsresultaat voor say no against racism

De uitdager uitgedaagd

Ik had laatste een discussie met een trainer. De man had, vond hij, een heel vervelend team.

“Wat is nu moeilijk team?”
“Nou, dit team, wat een drama!”

Vaak zegt zo’n trainer dat hij de groep niet aan kan, dat de kinderen lastig zijn en vraagt hij zich serieus af of de kinderen de sport die zij doen wel leuk vinden. Hoe komt dit en is dit ook altijd waar?

Laat ik maar direct een stelling deponeren; er bestaan geen lastige en moeilijke kinderen. Er is slechts sprake van gedrag dat als moeilijk, als lastig ervaren wordt. Er bestaat geen moeilijke jeugd, er bestaan slechts trainers die daar maar moeilijk om kunnen gaan met bepaald gedrag. Wat zijn nu grootst gemene delers als het gaat om moeilijk gedrag? Veel trainers zien de jeugd als niet serieus ongeïnteresseerd en ongemotiveerd. Ze komen vaak te laat, zeggen vlak voor de training pas af of komen gewoon helemaal niet, zonder af te zeggen. Ze zijn onsportief en nemen anderen daar in mee.

Trainer in de groep

Ik houd er van  om alles in een bredere context te plaatsen. In mijn beleving ontstaat gedrag altijd in interactie. Een dominante, verbaal aanwezige trainer, roept bepaald gedrag op. Een trainer die alles over zijn kant laat gaan, die niet ingrijpt als het uit de klauwen dreigt te lopen, roept bepaald gedrag op bij zijn spelers.  Als trainer maak je onderdeel uit van de groep.

 

Lees de rest van dit bericht

Achtergrond

Ik kom uit een relatief groot gezin. Op de lagere school wilde graag bioloog worden. Na de middelbare school was alles anders. Ik  deed veel aan sport. Voornamelijk volleybal, maar liep ook bijna elk weekend een cross, in Arnhem, Deventer, Zwolle, de Sonsbeekcross, rondom Bussloo, de Daventria Cross. Overal waar maar wat georganiseerd werd wilde ik mee doen. In mijn vrije tijd voetbalde, maar ook honkbalde wij ook op het grasveldje bij de school. Thuis werd menig tafeltennis wedstrijd gespeeld. Mijn vader verslaan, dat was een uitdaging. Na de middelbare school wilde ik niets liever dan iets te gaan doen in de sport. Hier staken mijn ouders, na nauw overleg met de schooldecaan, een stokje voor. Een CIOS papiertje leverde geen baanzekerheid. Het werd MTS electro. Een geweldig leuke school, alleen voelde ik mij niet echt thuis. Wat interesseerde het mij dat iemand zijn brommer weer eens hand opgevoerd of een TV uit elkaar had gehaald en weer in elkaar had gezet zonder een buis over  te houden? Wie er nu het weekend in de eredivisie had gewonnen, dat interesseerde mijn klasgenoten helemaal niets. Een mismatch zeg maar. Uiteindelijk werd het de Sociale Academie, richting Cultureel Werk. In die tijd echt een geitenwollen sokken opleiding. Wiet in de kantine zeg maar. Ook dat bleek het niet helemaal, maar wat mij in die opleiding wel mateloos boeide was het groepsgericht werken. Hoe verloopt het proces in de groep? Hoe krijg je mensen mee? Hoe realiseer je eigenaarschap? Vooral dat laatste. Ik merkte dat zelf verantwoordelijk zijn voor je eigen proces, voor de dingen die je doet, enorm motiverend werkte. Aan de andere kant was, zeker op mijn leeftijd, enige sturing wel fijn. Samen leren, samen werken. Dit is mijn achtergrond. Dit is wat ik mee neem.

Elke trainer, elke speler, neemt een bepaalde bagage mee. Niemand staat volledig blanco voor de groep en voor elke trainer, elke speler, geldt dat zijn manier om met bepaalde zaken om te gaan mede bepaald wordt door zijn ervaring, zijn achtergrond. Dat Samen werken, samen leren was dus ook prima toepasbaar bij mijn volleybalteams.

Lees de rest van dit bericht

Huilen op een bankje

De sportvereniging was voor mij de place to be. Hier waren mijn vrienden, hier kon je zijn wie je was. Het was gezellig, samen sporten, samen ook resultaten neer zetten, was geweldig. Mensen met een zelfde doel, een zelfde hobby. Niet dat ik niet wist dat de wereld er ook gewoon heel anders uit kon zien, minder leuk, minder gezellig, bedreigend soms. Dat was mijn middelbare school. Achtervolgd worden op weg naar huis. jongens die je schooltas van je bagagedrager trappen en dan wachten totdat ik mijn tas weer achter op de fiets had, om ‘m er daarna net zo hard weer vanaf te trappen. Een klas binnenlopen en dan zien dat ‘Bert is een homo!’ op het schoolbord geschreven is. Een hond die op je afgestuurd wordt als je door het park naar huis loopt als je fiets kapot is. Dat was mijn middelbare schoolervaring en waarom? Ik had geen idee.

De sportvereniging was veilige plek, hier hoefde ik niet bang te zijn. Hier hoefde ik niet te wachten tot iedereen weg was om dan via een omweg naar huis te fietsen. Ik kon mij werkelijk niet voorstellen dat het ook anders kon zijn. Tot die bewuste avond. Lees de rest van dit bericht

%d bloggers liken dit: