Categorie archief: Psychologie

De Bubbel

Ik heb mij de afgelopen weken wat verbaasd. De voetbaldames, bij monde van de KNVB waren van mening dat zij te weinig bewegingsvrijheid hadden. Ze hadden niet het idee dat ze deelname aan de Olympische Spelen. De sporters die wellicht iets meer dat idee hadden, zij die in het Olympisch dorp verbleven, klaagde ook. Het ging daar niet zo zeer om de omstandigheden van de deelnemende sporters, maar meer om de omstandigheden van die sporters die positief hadden getest op Corona. Zij diende in quarantaine in een speciaal daarvoor ingericht hotel. Het was zuur voor al die sporters dat ze niet mee konden doen. Zij hadden daar jaren voor getraind en na twee keer knipperen met de ogen was het voorbij. Het hotel was natuurlijk ook mensonterend, zo zagen de sporters geen direct daglicht.

Natuurlijk was het moeilijk, vervelend en inderdaad het ontbreken van daglicht is niet humaan. Het eerste dat ik mij wel afvroeg was of ze ook door hadden dat wij te maken hebben met een pandemie en dat nu net het land waar de spelen werden gehouden daar nu niet bepaald een sluitende oplossing voor gevonden had. Zouden ze weten, vroeg ik mij af, dat in de stad waar de Spelen werden georganiseerd, een noodtoestand gold?

The Games must go on

Het IOC wilde van geen wijken weten, ‘the Games must go on’. IOC voorzitter Bach roemde vooraf al de organisatie, het zouden andermaal de beste Spelen ooit worden. Ik vond het bijzonder dat de voorzitter van World Health Organization, Tedros Adhanom Ghebreyesus op een congres van het IOC bij aanvang van de Spelen in Japan letterlijk zei dat deze pandemie een test is en dat de wereld faalt voor die test.


“Wie denkt dat de pandemie over is, leeft in een vals paradijs.”

Ondertussen weten wij dat grote delen van de wereld bevolking niet gevaccineerd is tegen het virus. Weten wij ook dat zelfs al ben je volledig gevaccineerd je weliswaar minder ziek wordt, maar je het virus wel bij je kan dragen en dús ook anderen kan besmetten. Dat Japan, waar de vaccinatiegraad onder de bevolking schrikbarend laag is, dus voor al die sporters en begeleiders erg strenge regels heeft gesteld, is dus erg logisch. Het zou wat zijn als onze sporters, maar vooral ook hun reisleiders, dit ook zouden begrijpen. Ik vrees echter dat dit wat te veel gevraagd is, want in de aanloop van de Spelen, kregen juist deze sporters voorrang bij de vaccinatie. Zij waren ruim eerder gevaccineerd dan de ouderen en kwetsbaren in onze samenleving, want ja, je zou maar eens ziek worden.


Concentratie

Waar ik misschien nog wel meer mee zat, of wat ik mij zat af te vragen was de vraag of al die sporters nu beter zouden gaan spelen door al die aandacht voor de omstandigheden. Die sporters in dat quarantaine hotel kwamen niet meer aan sporten toe. Zelfs een frisse neus was een probleem. Voor de sporters die nog wel konden sporten was die afleiding natuurlijk wel een probleem. Al eerder schreef ik over flow en over de concentratiecirkels. Sporters presteren het best als ze optimaal gefocused zijn, als er geen afleiding is. Ze presteren optimaal als ze alleen maar bezig zijn met hun taak. Een taak waar ze echt jaren op getraind hebben. Die ze onder de perfecte omstandigheden ook perfect kunnen uitvoeren. De tennisers leken te leiden onder die Corona problematiek. Het wegvallen van een teamgenoot was voor Bertens en haar dubbelspel partner een dingentje. Het mocht er in de persconferentie na hun uitschakeling ook niet overgaan. Kennelijk was er afgesproken dat er niet over gesproken mocht worden. Had dit nu vooraf afgesproken, dacht ik, dan was het nu minder een probleem geweest, zat ik mij te bedenken. Wij speelde ooit zelf een wedstrijd in Zwolle. Het was enorm druk op het sportcomplex. Wij moesten de warming up doen met nog een stuk of vijf andere elftallen om een veld dat nog kleiner was dan een Cruyffcourt. Wij, als begeleiding waren furieus. Ik ben nog met de scheidsrechter in gesprek gegaan om te bekijken of onze wedstrijd niet een half uur uitgesteld kon worden. Alle moeite voor niets. Het netto resultaat was dat het voor de wedstrijd niet meer ging over het voetbal. Het ging uitsluitend over de omstandigheden. Het resultaat na afloop laat zich raden.

MijnHockeyTalent.nl - Concentratie

De roeiers deden het beter. Konden zij zich beter afsluiten, focussen op hun taak, namelijk het zo hard mogelijk roeien? Bij de roeiers bracht zelfs een misslag hen amper in de problemen. Oké toegegeven het was bij de roeiers de coach die positief testte, maar toch, wat deed deze coach anders? De roeicoach zal ook zeker gebaald hebben en ook de roeiers die jaren met hem getraind hadden, met hem opgetrokken hadden, zullen het vast en zeker ingewikkeld hebben gevonden. De roeicoach zou, als wij het mogen geloven, gezegd hebben dat zijn roeiers er klaar voor waren, het zelf prima konden uitvoeren zonder hem. Daarmee moest ik, toch weer, terugdenken aan Marc Lammers en zijn ervaringen met de Nederlandse Hockeydames. Lammers was een coach die zeer sturend coachte, als ik het mag geloven. Hij was ook de trainer die zijn speelsters wat wilde leren. Kon een speelster is niet of, laat ik mij het nederlands team zeggen, minder goed beheerste dan moest daar aan gewerkt worden. Legendarisch is het verhaal over Sylvia Karres, een van de beste spitsen die ons land ooit heeft gekend. Karres had echter een probleem, zij had moeite met haar backhand. Daar ging Lammers mee aan de slag, daar werd keihard op getraind en omdat iemand iets pas echt beheerst als hij of zij het ook in een wedstrijd kon toepassen diende Karres ook in de wedstrijden op backhand aangespeeld worden, iets waar zij, als wij het mogen geloven, erg veel moeite mee had. De gehele teamtactiek draaide zo’n beetje om het verbeteren van de backhand van Karres. Dit had gevolgen voor het spel en laten we er niet om heen draaien, dat was niet best.

Loslaten

De speelsters wisten het ook niet meer, kwamen er niet uit en op dat moment had Lammers waarschijnlijk zijn Eureka moment, wat hij liet het aan de speelsters zelf. Waar ben je goed in, hoe wil jij het ’t liefst hebben. Hij maakte de speelsters eigenaar van hun eigen proces en dat werkte. De roeicoach deed, misschien noodgedwongen, hetzelfde. Doordat hij positief testte op Corona, moesten de roeiers het nu echt helemaal zelf doen. Geen coach die nog wat tips gaf, die met een goed bedoeld advies kwam. Nee ze moesten het nu zelf doen. De rest is geschiedenis.

Wij vinden ons zelf, als coach enorm belangrijk. Ik moet bekennen dat ik dat zelf ook vond. Ik had van training tot training, van wedstrijd tot wedstrijd uitgestippeld wat er moest gebeuren, hoe er getraind werd, hoe de wedstrijd gespeeld moest worden en ja net als Lammers liet ik ook doodleuk mijn spelers juist in de wedstrijd acties uitvoeren die ze niet goed beheerste. Ik moet er bij zeggen dat ik al snel er achter kwam dat dit niet altijd de juiste werkwijze was. Zo heb ik nog wel geworsteld met die jongens die rechtshandig waren maar het echt altijd het verkeerde aanloopritme liepen bij de aanval. Hierover heb ik destijds ook een ingezonde brief geschreven naar de toenmalige redactie van de Volley Techno. De huidige directeur van PSV, toen nog actief in het volleybal, Toon Gebrands schreef een reactie. Laat ik zeggen, een leermomentje. Wat ik bijzonder vond was dat hij mijn voorbeelden herkende. Sterker nog, in de Gouden ploeg van Atlanta speelde iemand die met hetzelfde probleem kampte. Lang verhaal kort, het advies was, controleer wat minder, geef meer ruimte.

Door de Coronamaatregelen werd alles anders. Wij kregen, zonder dat wij dat echt wilde, een andere samenleving. Trainingen gingen niet door en diende later in de nog steeds doorlopende crisis, anders vorm gegeven te worden. Waar het eerst ging om het beschermen van ouderen en kwetsbaren, weten wij inmiddels dat ook jongeren geraakt kunnen worden. Zwangeren, niet gevaccineerde vrouwen, lopen een net zo groot risico dan ouderen en kwetsbaren. Alles werd anders, wij kregen een testsamenleving, er ontstond een strijd tussen gevaccineerden en bewust niet gevaccineerden. Wedstrijden gingen niet door en daarna zonder publiek. Het ging er niet alleen om wie nu van wie gewonnen had, plots werd de opstelling medebepaald door een positieve of negatieve testuitslag. Het zou de moeite waard zijn om eens te onderzoek in hoeverre dit nu invloed gehad heeft op de resultaten.

Welkom in je eigen bubbel | BlueHealth Innovation Center

Denken in achterstand, creëert achterstanden

Wij hebben het, zo langs de lijn, op de tribune, niet zelden over kinderen die minder getalenteerd lijken. Al eerder schreef ik een artikel over het feit dat wij bij de club onze eigen waarheid realiseren. Wij laten kinderen afvallen omdat een kind, volgens onze, subjectieve waarneming, minder talentvol is. Trainers selecteren ook niet op de lange termijn, ze bekijken met wie zij op de korte termijn, het beste zouden kunnen presteren. De kinderen die geselecteerd worden mogen meer trainen, krijgen ook betere trainers en zie hier de self fulfilling prophecy. Dat is wat wij talentontwikkeling noemen. Het probleem is ook niet dat wij kinderen hebben die op enig moment minder talentvol lijken en, op dat moment, misschien ook wel zijn. Het probleem is dat wij in ons land erg gewend om kinderen te vergelijken. Het is volstrekt normaal om van jongsaf kinderen te selecteren. Wij meten en vergelijken wat af. Ik weet niet hoe het jullie is, maar wij vergeleken vroeger geregeld onze cijfers na een toets met elkaar. Voor de vakken geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde vond ik dat niet zo’n probleem. Bij de vakken Engels en vooral Frans vond ik dat een stuk minder grappig. Het gebeurde niet zelden dat thuis gevraagd werd hoe anderen een toets gemaakt hadden. In de sport doen wij niet anders. Het hele idee van competitie is gebaseerd het vergelijken met anderen. Toch zijn ook daar de omstandigheden niet gelijk, niet iedereen heeft dezelfde trainingsomstandigheden, traint ook evenveel uren. In 1985 werd ik met mijn team 3e op het NK. De top 10 trainde een gelijk aantal uren. Het jaar daarna haalde ik niet eens de eindronde. Het jaar daarop werd ik 7e. Ondertussen trainde wij nog steeds 1x in de week, maar onze tegenstanders in de eindronde, allemaal 2 of meer keren per week. Het verschil was gemaakt. Alweer enige tijd geleden schreef ik een verhaal over Thijs. Thijs viel af bij de selectietrainingen. Zijn vriendje Sjors werd wel gelecteerd. Sjors kreeg een betere trainer, kreeg betere trainingsvoorzieningen en ging ook direct fors meer uren trainen. Na nog geen half jaar was Sjors beter dan Thijs. Thijs haakte na verloop van tijd, een illusie armer, af.

Ergens is vergelijken met anderen erg gewoon. Schieten wij er erg veel mee op? Helpt het ons veel verder?

Het zou helpen als wij allen gelijk waren, als de omstandigheden voor iedereen ook gelijk zouden zijn. Ik hoop dat het een open deur is als ik toch moet concluderen dat niet iedereen gelijk is, niet iedereen gelijke kansen krijgt, de omstandigheden voor niet iedereen gelijk zijn. Wat heeft vergelijken dan voor zin, behoudens dat de conclusie dat je weet dat iemand die 4x per week traint wellicht beter zal zijn dan iemand die slechts 1x per week traint?

In het onderwijs lijken testen het ultieme doel geworden. In plaats van het leren leren, de kinderen voor te bereiden op een volwaardige deelname aan de maatschappij worden kinderen dood gegooid met testen. Er moet gemeten worden. Ja, eens, meten is weten maar wat weten wij dan na een test? Meten wij dan wat een kind weet of meten wij direct de ondersteuning die het kind van huis uit mee krijgt mee? Meten wij ook het feit dat een kind thuis niet (altijd) de beschikking heeft over een computer of een rustige werkplek? Meten wij niet ook de mate waarin een kind stressgevoelig is mee en mocht een kind stress gevoelig zijn, meten wij dan ook waar dat door komt? Ik heb in mijn kennissenkring ouders die hoge cijfers enorm belangrijk vinden. Er moet gepresteerd worden. Onze samenleving draait nu eenmaal om presteren, om beter zijn dan de rest.

Uit onderzoeken weten wij dat een al te zeer gericht zijn om prestatie leidt tot drop outs. Kinderen, maar ook volwassen sporters stoppen dus vaker als hun trainer al te zeer gericht is op prestaties. Toen ik dat las vroeg ik mij af waarom kinderen toch ooit waren gaan sporten. Waarom gaan kinderen voetballen? Waarom gaan kinderen volleyballen of hockeyen, of misschien turnen? Ik ging als kind op volleybal omdat ik het spelletje leuk vond. Bij de club leerde ik vrienden kennen. Er zijn er ook die een bepaalde sport gaan beoefenen omdat vriendjes dat ook doen. Een enkeling gaat een sport doen omdat ouders die sport ook beoefenen. Ik geef toe, mijn jongste zoon ging volleyballen omdat het voor ons logistiek handig was. Ik was actief in het volleybal en ook onze andere twee kinderen volleybalde. Hij vond volleyballen echter niet echt leuk en stopte daar ook snel mee. Hierna is gaan tennissen. Op zich vond hij dit leuk alleen mocht hij alleen maar trainen. Tennis was zo’n moeilijke sport, hij moest eerst maar een jaartje of zo alleen gaan trainen. Die ontzettend foute gedachte was ook in het volleybal langere tijd zeer gangbaar. Ook in het volleybal vonden wij dat onze sport zo moeilijk was dat kinderen eerst maar eens een paar jaar moesten trainen voordat ze wedstrijdjes mochten spelen. Heel veel kinderen vonden het om die reden al heel snel niet heel erg leuk meer en haakje af. Na het tennissen volgde het voetbal en op dat moment vonden wij het niet heel erg leuk. Het was te hard, te zwaar maar …. ze mochten wel direct wedstrijdjes spelen. Belangrijker was, maar ik geef toe, het duurde even voor ik zover was, hij vond het fantastisch. Voetbal was leuk en niet onbelangrijk. Zijn vriendjes voetbalde. Geen enkel kind gaat een sport beoefenen met het voorop gezette plan om wereld of Olympisch kampioen te worden of er op termijn zijn of haar geld mee te gaan verdienen. Dat zijn doelen die veelste ver liggen. Het kan best op enig moment in beeld komen, maar dat zijn het wij, de ouders, de trainers die dergelijke vergezichten schetsen.

Ik ben altijd een trainer geweest die methodisch wilde werken. Wat kan mijn team op dit moment? Wat moeten ze nog leren (lees wat kunnen ze nog niet) en wat zou ik ze in een seizoen kunnen leren? Met die informatie maakte in een plan. Van week tot week beschreef ik wat er geleerd moest worden. Ook ik gebruikte testjes om te kunnen bekijken wat de stand van zaken was. Het enige verschil was dat ik géén vergezichten schetste, zelfs het winnen van wedstrijden was niet een doel. Ik heb altijd twee doelen gehad, dat was leren volleyballen en plezier voor iedereen in de groep. Los van dat plezier ging ik mij dat doel om te leren volleyballen uit van wat mijn spelers niet beheerste, wat ze niet konden. Ik was mij nog niet zo bewust van het feit dat alles wat je aandacht geeft groeit. Met andere woorden dat ik met al mijn aandacht op alles wat niet goed ging het misschien wel steeds minder goed ging en ik het dus goed aan het verprutsen was. Hockeycoach Marc Lammers legde dit ooit perfect uit.

In het verlengde hiervan bevindt zich ook de constatering dat denken in achteruitgang ook achteruitgang creëert. Begin dit jaar publiceerde het Brabants Nieuwsblad hier een artikel over.

Het échte probleem is niet het verschijnsel van leerachterstanden, maar het feit dat we het volstrekt normaal vinden dat we kinderen al van jongs af aan vergelijken en selecteren. Dat belemmert hun ontwikkeling.

Even verder op staat te lezen “Kinderen die steeds vergeleken worden met anderen en minder goed presteren, raken eerder gedemotiveerd. Een self fulfilling prophecy.” Hier gaat het een klein beetje over Thijs.

Dan wordt in het artikel geconstateerd dat het spreken in achterstanden niet alleen schadelijk is voor kinderen en hun ontwikkelingspotentieel, maar ook een belediging voor alle leraren en ouders die zich hebben ingespannen om te doen wat mogelijk is onder deze bizarre omstandigheden. Of het nu een belediging is voor leraren en ouders waag ik te betwijfelen. Het waren toch die leerkrachten en die ouders die steeds aan het vergelijken waren? Het zijn niet de kinderen die in net NOS journaal komen melden wat de gemiddelde CITO score dit jaar was. Hij zijn niet de kinderen die aan die CITO score een advies koppelen voor een eventuele vervolg opleiding. In de sport kennen wij diezelfde drang met betrekking tot meten, ook wij kennen dat ultieme meetmoment, de selectietraining. Het verschil met het onderwijs is dat wij in de sport kinderen direct afserveren. Thijs haakte uiteindelijk af. Wij blijven ook in de sport ronddobberen in een heel fout paradigma. Wij gaan er volledig aan voorbij dat ontwikkeling niet lineair verloopt. Elke ontwikkeling heeft zijn eigen tempo. Iedereen krijgt vroeg of laat te maken met tegenslag, haperingen maar ook versnellingen.

Het denken in achterstand, creeërt achterstanden. Gaan wij uit van kinderen die het op enige moment wel kunnen en zetten wij dat af tegen kinderen die het niet kunnen creëren wij onze eigen waarheid en daarmee doen wij kinderen echt te kort. Wij leven onze eigen waarheid, volledig in de mist van waar wij varen. Het wordt tijd dat wij ophouden met selecteren, met kinderen af te schrijven voor ze nog begonnen zijn zich te ontwikkelen.

Varen bij slecht zicht of mist - Varen doe je samen

Onder inmense druk

Deze week waren velen verbaasd door eerst het statement van Noami Osaka en kort daarop het terugtrekken van Osaka bij Roland Garros. Osaka had, zo vertelde zij, erg veel moeite met de persconferenties na afloop van een wedstrijd. Als ze gewonnen had, oké dat ging nog wel maar voor het doorzagen door journalisten ná een verloren wedstrijd. Dat raakte diep. Zij kon daar niet langer tegen. De toernooi organisatie reageerde direct na de aankondiging dat zij de persconferenties zou gaan mijden. Zij zou uit het toernooi worden gezet en zou daar bovenop nog een flinke boete krijgen. Je zou wat meer bijval verwachten van haar collegae maar nee, alleen Serena Williams snapte de situatie. Mannetjesputters als Djokovic en Nadal maar ook Barty hadden weinig begrip. Als je ziet hoe snel de toernooi organisatie reageerde en met welke maatregelen zijn dreigde, kan je daar met een beetje gevoel nog begrip voor opbrengen. Ik moest terugdenken aan een aantal jaren geleden, het moment dat enkele wielrenners hun nood klaagde over een levensgevaarlijk parcours waar de wedstrijd organisatie de renners langs wilde sturen. Alles voor de kijkcijfers, er even aan voorbijgaand dat wij met mensen te maken hebben.

In een artikel op Nu.nl braken enkele sportpsychologen een lans voor Osaka. Het was dapper wat zij had gedaan en, zo dacht men, hier zouden tennissers op termijn hun voordeel mee kunnen doen. Osaka had een lans gebroken voor juist haar collega’s, zij wilde aandacht vragen voor de mentale gezondheid van tennissers. Tennissers zijn, je zou het bijna vergeten, ook mensen. Net als die wielrenners zijn zij geen instrument in handen van projectontwikkelaars die over de rug van sporters hun geld verdienen.

In een gesprek met vrienden over de actie van Osaka werd mijn standpunt keihard onderuit geschoffeld. Zo zat topsport nu eenmaal in elkaar en als je hier niet tegen kon je er maar beter niet aan beginnen. Ze verdiende genoeg, meer dan genoeg, ging mijn vriend in de overtreffende trap. Dit hoorde er nu eenmaal bij en hij zou er geen seconde minder om kijken. Ik was uitgekakt, hier kon ik niet tegenop. Nadat ik er wat langer over had nagedacht, kwam ik tot de conclusie dat hij misschien wel de kern van de zaak raakte. Het boeit ons als kijker, als consument, echt helemaal niks. Het ging om het vermaak en als sinds de gladiatoren in het oude Rome, boeide het de kijker echt geen drol dat de artiest er onder door ging. Wij willen ons identificeren met de winnaar. Iets niet goed kunnen, fouten maken, de wedstrijd verliezen, het wordt er al jong ingepompt, ingetrapt soms. Een wedstrijd is gelijk aan falen en falen is soms letterlijk dodelijk.

Top 5: De grootste gladiatoren | historianet.nl



Ik zag begin deze week de wedstrijd van Jong Oranje tegen Frankrijk. In de laatste minuut van de blessuretijd, op een 1-1 stand, besloot Justin Bijlow de bal niet bij zich te houden maar om de bal direct uit te spelen. De commentator had het niet over een geniale actie van de keeper, maar over het influisteren. De actie kon door de keeper zelf bedacht zijn. In de nabeschouwing ging het over het overzicht dat Stengs had en helemaal het geniale doelpunt van Boadu. Niemand had het meer over de actie waar alles mee begon. Keepers, verdedigers kunnen in het voetbal eigenlijk niets goeds doen. Houden ze een bal tegen, dan is dat dood normaal, hoort bij je taak, laten ze een speler lopen, tast de keeper mis, is het een doelpunt. Over de psyche van de keeper heb ik eerder een verhaal geschreven. Nadat de duitse keeper Robert Enke zich zelf van het leven had beroofd. Het keihard afstraffen van fouten, van vergissingen, zit er vroeg in. Langs de lijn bij een willekeurige pupillenwedstrijd doet pijn aan de ogen. In het volleybal hadden ze rond het maken van fouten zelfs een wedstrijdvorm gedacht. In het oude Circulatie volleybal kon je naar de kant als je de bal had laten vallen. Alles om kinderen te prikkelen geen fouten te maken. Als ik bang was geweest om te vallen, als mijn vader mij had vertelt nadat ik de eerste keer keihard op de grond was gevallen, had ik misschien wel nooit leren fietsen. Door fouten te maken leren wij, waar gewerkt wordt vallen spaanders. Het is dan ook veel belangrijker om niet zo spatisch met fouten, missers om te gaan, maar om er van te leren. Dat leren kost tijd en die tijd hebben wij niet. Wij leiden in heel veel sporten kinderen op die fouten het liefst willen mijden, die zelfs als een berg op zien tegen het bespreken van acties die misschien iets minder goed zijn verlopen. Soms bewust, maar ook vaak geheel onbewust, voeden wij angstige, foutenmijdende kinderen op. Het begint al met de vermaledijde selectietrainingen. Alsof wij met z’n allen een heel seizoen niet gekeken hebben, niet geluisterd hebben. Een soort CITO toets die niet zo zeer de huidige stand van zaken meet maar veel meer de mate waarin iemand in de ogen van de trainer het goed doet. Trainers selecteren niet op de lange termijn, die zijn niet bezig met dat punt op de horizon. Trainers zijn bezig met dat punt aan het eind van de straat, met hun eigen CV. Wij leiden met z’n allen kinderen op die vreselijk druk zijn om zich zelf met anderen te vergelijken, in plaats van met zich zelf te vergelijken. De enige vooruitgang die objectief en ook meetbaar is, is de vegelijking met jezelf. Winnen is ook niet winnen van de ander, van je tegenstander, winnen is winnen van jezelf. Elke dag beter worden dan dat je gisteren was.

Is jouw mindset vast of groeigericht? Doe de test! - HeartState


Terug naar Osaka en haar statement, de aandacht die zij vraagt voor de mentale gezondheid van tennissers. Een systeem is aan het denken gezet, denken sportpsychologen Jan Sleijfer en Kelly Dekker. Ik mag het hopen. Ik zou er voor willen pleiten om niet alleen binnen de tenniswereld eens na te denken over zoiets als mentale gezondheid, maar ook andere sporten aandacht te besteden aan de volledig doorgeschoten focus op foutloos resultaat sport. Prima dat je uiteindelijk wil winnen, maar laten wij leren fouten maken, laat ons vergissingen maken. Wij werken niet met een machine, wij hebben te maken met mensen. Ik zou Osaka enorm veel succes willen wensen en ik hoop dat de luiken bij tennissers als Djokovic, Nadal en Barty open gaan. Laten we de sport weer teruggeven aan de kinderen, aan de sporters, zonder die bemoeienis van sportbonsen, organisaties van wielerrondes, toernooi organisaties, zonder bemoeienis van rijke oliesjeiks of stinkend rijke oliegargen. Er zijn nogal wat sporten die volledig doorgeschoten zijn terwijl wij er met z’n allen bijstonden.

Dien je project in voor de Nationale Sportinnovator Prijs 2019 - Van  prestatie naar plezier - ZonMw

Volhouden

Ik moet bekennen dat ik wel respect kan opbrengen voor al die amateur voetballers voor wie het afgelopen seizoen al als een nachtkaars uitging en voor wie nadat dit seizoen nog maar amper begonnen was, het al weer voorbij was. Het was wrang dat voor het betaald voetbal een uitzondering gemaakt werd. Zij leefde in een bubbel. Voor de amateurclubs die nog in de beker zaten, betekende dit, dat ook dit, van het een op het andere moment, afgelopen was. Na een break begonnen trainers, binnen de kaders, te zoeken naar oplossingen om toch te kunnen trainen. In groepen van vier, exclusief de trainer. Het was behelpen, maar het was iets. Na de laatste toespraak van onze premier zakte alles als de spreekwoordelijke plumpudding in elkaar. Waar trainde je nog voor? Het lopende seizoen was al gestaakt en als dit na de lockdown mogelijk op gestart zou kunnen worden, was het maar de vraag of het seizoen ook afgemaakt kan worden. Waar het afgelopen seizoen al onbevredigend afliep, kan je van het lopende seizoen misschien nu al stellen dat het niet gespeeld is?
Hoe zou je al die wedstrijden nog moeten inhalen? Zou het kunnen dat het seizoen na de 19e januari nog even niet opgestart kan worden? Het zou toch kunnen dat de vaccinatieprogramma’s later starten? Hoe zou er omgegaan worden met spelers die nog niet gevaccineerd zijn of die, dat kan ook, in het geheel niet gevaccineerd willen worden? Je zou er moedeloos van worden. Gewoon volgend seizoen, dan zal alles toch weer normaal zijn? Of teams dan weer met dezelfde spelers aan de start zullen staan is maar helemaal de vraag. In zo’n periode waarin de prioriteiten ergens anders liggen, de motivatie afbrokkeld, is het spannend wie het volhouden. Toch is volhouden, ook tijdens deze tweede golf belangrijk. Uit de eerste Coronagolf weten we dat een goede conditie helpt bij het doorstaan van een besmetting met dit virus.

In een artikel in het Algemeen Dagblad zegt Afke van der Wouw, voormalig prestatiecoach bij FC Utrecht, dat het goed is om al vast dingen vooruit te plannen en daar, van moment tot moment naar toe te leven. Het bekende slaan van piketpaaltjes.

Nu lijkt mij dat, onder normale omstandigheden, een prima advies. Mijn zoon, woonachtig in het Verenigd Koninkrijk, had het plan ons in het voorjaar te bezoeken. De eerste Coronagolf fietste daar even doorheen. Eerst hier in quarantaine en daarna bij terugkomst, ook weer 10 dagen in quarantaine, was niet haalbaar. Houd vol zeiden wij, er komt een moment dat het weer gaat lukken. Na de eerste golf, volgde echter de tsunamie van de 2e golf. Zijn vakantiedagen raakte maar niet op. Rond oud en nieuw was daarna het plan. De Kerst met de familie vieren, dat zou wel heel erg fijn zijn. Daar kwam echter een mutatie van het virus tussendoor. De grenzen met het Verenigd Koninkrijk werden gesloten. Een bezoek aan de familie met de feestdagen zat er niet in. Waar de overheid tijdens de eerste golf al die mensen die, tegen beter weten in op vakantie gingen naar diep rode gebieden, heeft teruggehaald kunnen al die expats, al die mensen die nu vast zitten in Engeland, barsten. Hier kunnen wij niet aan beginnen, aldus De Jonge. Ondertussen vormen de topsporters waar Van der Wouw mee werkt een uitzondering. Toen onze zoon minstens 20 dagen in quarantaine zou moeten, speelde het nederlands elftal gewoon een interland, met spelers als een Wijnaldum en Van Dijk, die in Engeland in dezelfde regio woonachtig en werkzaam zijn, gewoon in Amsterdam een interland. Niks geen quarantaine. Het begrip quarantaine is namelijk niet langer een medisch begrip, maar een politiek begrip. Met een staatsecretaris die maar wat graag straks sporters op de foto wil met sporters die een medaille hebben gewonnen in Tokyo.

Het slaan van piketpaaltjes, ergens naar toewerken, werkt absoluut maar dan moet je wel ergens controle hebben over die tussendoelen anders wordt het aardig frustrerend. Topsporters kunnen werken met die piketpaatjes, want geld maakt op een gegeven moment alles mogelijk. Hoe anders is het voor die amateursporters. Die amateurvoetballers, die al een heel onbevredigend eind van het afgelopen seizoen kende. Die amateursvoetballer die vol goede moed aan dit seizoen begonnen, maar toen nog een keer te maken kregen met het staken van de competitie. In het begin toonde al die trainers zich werkelijk van hun creatiefste kant. De trainingen gingen door, op ander halve meter, in groepjes van maximaal 4 spelers. Je had ergens om naar toe te werken. Je wilde klaar staan als alles weer door kon gaan. Een pikketpaaltje waar iedereen naar uit keek. Daarkwam echter een mokerslag overheen. Alles ligt weer stil en trainen in groepjes van 2 wordt schaken waarbij je op anderhalve meter net niet meer bij de stukken kan.

De motivatie moeten deze spelers niet halen uit die piketpaatjes. De motivatie moeten ze ook even niet halen uit de wens om ooit nog weer eens te kunnen voetballen. De motivatie moeten ze halen uit het bewegen zelf. Uit het gezond willen blijven. Er is niets belangrijker dan dat. Bij mij op zolder is een sportschool verezen. Een trainingsbankje, halters, dynabanden, een mat. Je kan een volledige workout doen. Verder heb je niet veel nodig om te gaan hardlopen, te gaan fietsen, in mijn geval kan het ook een flinke wandeling met de hond zijn. Dat zijn doelen die ik werkelijk onder eigen controle heb. Tegen iedereen, houd vol, zorg dat je niet afhankelijk ben van anderen voor het bereiken van je doelen. Leef bij de dag want morgen kan het wel anders zijn.

Amper van invloed

Wij zuchten al langere tijd onder de gevolgen van een wereldwijde pandemie. Het moet voor mensen die over onze veiligheid beslissen zijn als rijden op de snelweg. Je wil veilig op de plaats van bestemming zijn, met zo min mogelijk oponthoud. Je hebt chauffeur die dan, erg langzaam gaan rijden, alsof het gevaar uit elke hoek kan komen. Je hebt er ook die, zonder gebruik van de driepuntsgordel, kris kras, plankgas over die snelweg racen, alsof ze alleen op de wereld zijn. Iedereen moet rekening met hen houden en achteraf zijn dat de mensen die jou vertellen dat het allemaal reuze meeviel.

Het bijzondere aan de maatregelen waar wij in ons land mee te maken hebben is dat ze nog wel eens veranderen. Opvallend is ook, maar wellicht is behoort dat bij onze traditie, vind iedereen er wel wat van, heeft iedereen er verstand van en bemoeid ook iedereen zich er mee. Alles met de beste bedoelingen natuurlijk. Onze regering gaat over werkelijk elke maatregel in bedat met de Tweede Kamer en als er geen meerderheid is voor een maatregel, dan wordt die maatregel net zo hard weer teruggedraaid. Waarschijnlijk vanuit de aanname dat iedereen de cijfers op waarde weet te schatten, krijgen wij dagelijks de dagkoersen voorgeschoteld. Een daling van het aantal besmettingen wordt met geluich ontvangen en wij eisen een verklaring op het moment dat een dag later het aantal besmettingen weer toeneemt. De sporters onder ons zouden toch moeten weten dat de prijzen pas aan het eind van het seizoen vergeven worden. Je kan bij de Winterstop er nog goed voorstaan maar aan het eind toch kunnen degraderen. Met een van mijn jeugdteam bij Robur et Velocitas stonden wij er medio November uitermate beroerd voor. Veel blessures, veel wedstrijden werden nipt verloren. Vanaf begin december, het team was toen pas compleet, werd er niet meer verloren en plaatsen wij ons aan het eind eenvoudig voor de nacompetitie. Wij werden net geen kampioen. Waarom wij ons zo blindstaren op die dagkoersen is mij een raadsel.

Iets anders waar ik mij hooglijk over verbaas is het feit dat sommige groepen nog steeds het idee hebben dat ze in een bubbel leven. Bijzonder is ook dat deze mensen dat ook hun bubbel noemen. Zij denken dat er een soort bescherminglaag over de groep heen te creeëren is waardoor niemand ziek kan worden. Dit is natuurlijk een eutopie. Sporters, want die leven in bubbels, wonen niet op een eiland. Ze komen thuis, doen ook boodschappen, doen soms wellicht nog een opleiding. De selectie van AZ werd zwaar getroffen door Corona en ook in de Giro moesten sporters na een besmetting naar huis. Het gaat in wedstrijden niet meer om de vraag wie nu het beste elftal, op het juiste moment, op het veld kan brengen. Het gaat er tegenwoordig om wie de mazzel heeft dat er geen selectiespelers ziek zijn. Wat zegt dit over de mate waarin de competitie eerlijk kan verlopen?

Meer dan terecht vroegen de topvolleyballers, hockeyers, basketballers, handballers in ons land zich terecht af waarom zij niet uitgesloten waren? Zij vroegen zich terecht af waarom er plots toch een uitzondering was voor het vrouwenvoetbal. In een pandemie, zoals waar wij nu midden in zitten, zou je verwachten dat er maar een uitzonderingsregel zou mogen zijn en die zou zuiver medisch moeten zijn. Ik vraag mij oprecht af of de keuzes die gemaakt zijn wel zuiver medisch zijn. Waar de overige sportbonden in het begin nog wel begrip op konden brengen voor de maatregelen en het zeer ‘m meer zat in de uitzondering die het voetbal andermaal innam, begint men nu te morren. De motivatie, er komen toch Olympische Spelen aan en wij willen daar toch ook goed presteren, kon ik nog inkomen. Het excuus vind ik echter bijzonder. Al moet ik zeggen dat ook dat geluid mij bekend in de oren klonk. Plots waren de sportbonden van mening dat de sporters geen risico zouden lopen. Wat zou er plots veranderd zijn? De horeca werd eerst gesloten, daarna troffen deze ondernemers allerlei voorzieningen, mochten de café’s en restaurants weer open, daarna werd alles weer gesloten en nu wordt geroepen dat mensen in de kroeg helemaal niet zo’n groot risico lopen. Als je er last van begint te krijgen, wordt er anders naar hetzelfde probleem gekeken. Er is verder niks veranderd. Mensen zijn nog niet gevaccineerd en ons land is inmiddels het Wuhan van Europa en toch zijn er overal van die groepen die plots denken dat ook zij in zo’n bubbel leven. Vroeger kende wij de Haagse kaasstolp. Een term voor Haagse politici die wat wereldvreemd besluiten namen, zonder ook maar enigzins het idee te hebben wat er in de samenleving leeft. Inmiddels heb ik het idee dat er in ons land wat meer van die kaasstolpjes neergezet zijn. Wij hadden er al een in Zeist en alsof de duvel er mee speelt staat er plots ook een in de buurt van Arnhem, op het Nationaal Sportcentrum. Alsof of de Olympus nog steeds de Goden wonen.

 

 

 

Ik heb het even gemist denk ik. Kom onder die kaasstolp vandaan. De snelste weg uit deze rotzooi is ons aan de regels te houden. De snelste weg uit deze rotzooi is om even geen uitzonderingen te maken en vooral niet te denken dat je een uitzondering vormt. Werkelijk iedereen kan ziek worden, bij werkelijk iedereen kan het verloop van deze ziekte ernstig verlopen en als je het geluk hebt dat jij alleen milde klachten hebt, dan nog kan jij dit rot virus doorgeven aan iemand die er dood aan gaat. Inmiddels zijn er vaccins ontwikkelt en heeft het Verenigd Koninkrijk zelfs al aangekondigd dat zijn nog dit jaar starten met het vaccineren. Het is nu zaak om nog even vol te houden en niet te roepen dat het jou niet kan overkomen en niet te bleren dat de Olympische Spelen of welk ander Toernooi belangrijker zijn. 

Geen uitzonderingen stock illustratie. Illustratie bestaande uit zegel -  109188668

%d bloggers liken dit: