Categorie archief: selecteren

Zuigelingen selectie

Klokslag 7 uur ging het hek van het sportpark open. Ruim 27 moeders en een enkele verdwaalde vader duwde hun kinderwagen vlot door het hek naar binnen. Op het raam bij de kantine hingen de papieren. Ik moest mij, met Leroy, melden op veld 2, maar voor dat de selectietraining begon, eerst opwarmen in het clubhuis.

“Heeft u voor mij een kopje koffie en kan ik ergens de fles voor mijn zoontje warm maken?”
“Ik zal even een flesverwarmer voor u pakken. Bij de achterste tafels vindt u een paar stopcontacten.”
Ik kreeg een flesverwarmer mee, vulde ‘m deels met water en haalde de fles uit de sporttas. Leroy was vanmorgen al vroeg op en had voor het laatst vlak voor het slapen gaan zijn flesje gehad. Het was onverstandig om al wat brood of een potje Olvarit te geven vlak voor een zware training, maar wat lichters, gewoon een klein flesje Nutrilon werd geadviseerd.

Leroy was uitgenodigd voor een selectietraining van Barcalona. De club organiseerde door heel Europa selectietrainingen. Ouders konden hun zoontje hier voor opgeven. Je kreeg dan via email een uitnodiging met daarin een weblink naar een vragenlijst die je dan moest invullen. Vragen over, het geboortegewicht, de Apcar score, maar ook over de lengte van vader en moeder, of de ouders ook aan sport hebben gedaan en zo ja, op welk niveau, of het kind te vroeg, dan wel te laat was geboren. Het was een hele lijst met vragen. Na een week of vier kwam de uitnodiging.

Wij mochten met Leroy komen. Onze buren waren best teleurgesteld, want Klaas bleek niet goed genoeg. Sonja, Klaas’s moeder bleek te klein en wat ook meespeelde, zij had nooit op een beetje niveau aan sport gedaan. Ze kon fantastisch viool spelen, maar die ervaring telde niet mee.

 

babytopsport_1

Lees de rest van dit bericht

Mijn routeplan, doel of middel

Het opleiden van talenten gebeurd niet volgens één rechte lijn. Het is niet zo dat iemand die, met 5 jaar erg goed kan voetballen dan ook, met 18 jaar, in het Nederlands elftal speelt. In dat tussenliggende 13 jaar kan enorm veel gebeuren. Een talent kan tegen een dramatisch slechte trainer aanlopen, waardoor de lol die hij had in een keer op zeep wordt geholpen. Hij zou ook een enorme schop kunnen krijgen waardoor hij dusdanig letsel oploopt, waardoor hij nooit meer op niveau kan voetballen.  Hij zou ook een leuke vriendin tegen het lijf kunnen lopen, die hem wel erg leuk vindt maar dat voetbal echt niet. Kortom, onderweg kan er van alles gebeuren waardoor een talent niet alles er uit kan halen, uit zal halen, wat er in zit.

Als een kind start met zijn of haar sport zijn veel kinderen van ongeveer hetzelfde niveau. De teams zijn niet ingedeeld naar niveau, vriendjes bij vriendjes. Naar mate een kind langer sport, zullen er op een gegeven moment wel selecties gemaakt worden. De beste in het eerste, de iets minder goede spelers daar onder. De piramide wordt smaller. Talenten vallen op, mogelijk worden ze gescout, geselecteerd voor een regionaal selectieteam. De piramide wordt weer smaller. Uit dit selectiegroepje zullen er weer talenten zijn die opvallen, zij zullen misschien in aanmerking komen voor Jeugd Oranje, later Jong Oranje en misschien, heel misschien zullen zij ooit schitteren in het Nederlands team. Naar boven wordt de piramide iedere keer weer smaller. Iedere keer zullen er spelers, speelsters afvallen.

egipt_giza (1)

Lees de rest van dit bericht

Doelgericht

“Mannen, wat is het fantastisch om hier te staan, om jullie vanavond te mogen coachen, in dit stadion, tegen deze tegenstander! Het eerste vrouwenteam van Heerenveen, dat is een mooie tegenstander. Wat gaan wij doen vanavond?”
“WINNEN!!!” roepen een aantal spelers.
“Dat is mooi, met hoeveel gaan wij vanavond van Heerenveen winnen?”
“Met 0-3! denk Walter.”
“Nou, ik denk wel dat ze een keertje tegen scoren. Ik ga voor 1-2,” roept Casper.
“Dat is een mooi resultaat mannen, maar straks aan het eind van de wedstrijd, staat het 3-0 voor Heerenveen. Tobias, jij krijgt twee strafschoppen tegen en een onterechte vrije trap waar je werkelijk niets aan kon doen. Jij hebt wel vijftien fantastische reddingen verricht. Wat blijft jou dan na vanavond bij van deze wedstrijd?”
“Ja, natuurlijk die twee penalty’s en die vrije trap natuurlijk!”
“Dat is mooi zuur, want je speelde een fantastische wedstrijd!”
“Om te winnen van Heerenveen, is het belangrijk om een aantal zaken van dat team te weten. Wat weten wij van Heerenveen?”
“Nou, dat het vrouwen zijn!”
“Oké, eens wat weten wij nog meer?”
“Dat ze in de eredivisie spelen en met 1-0 van Ajax hebben verloren.”
“Ook goed, maar weten wij hoe zij spelen? Weten wij of zij met twee of met drie spitsen spelen bijvoorbeeld?”
“Geen idee, eerlijk gezegd!”
“Precies, dat weten wij niet. Dit is wel iets wat wij snel te weten moeten zien te komen. Verder, wat weten wij over ons eigen team? Dat is ook belangrijk!”
“Nou, jij zegt altijd breed staan, in de eigen opbouw.”
“Goed, maar wat is dan breed staan?”
“Helemaal op de zijlijn!”
“Klasse, Yassine, jou doel voor de eerste helft is, breed staan bij de eigen opbouw. Het krijt op je schoenen en ….. dat ga ik in de rust controleren.” Lees de rest van dit bericht

Token economy

Wie wel eens naar het Dolfinarium is geweest en daar heeft gezien hoe de dolfijnen worden getraind, zal zijn opgevallen dat de dolfijnen kunstjes uitvoeren en als een kunstje gelukt is zij een visje krijgen. Ik kan mij vergissen maar ik heb nog nooit gezien dat een dolfijn een tik of een trap kreeg wanneer zij faalde. Deze intelligente beesten worden beloond nadat zij gewenst gedrag hebben laten zien. Wij weten dat straffen vaak leidt tot stress en zeker niet tot betere prestaties. Straf werkt pas als er aan maar liefst vijf voorwaarden wordt voldaan en dan nog zal er sprake zijn van een tijdelijk uitdoven van ongewenst gedrag. Wat behavioristen als Skinner al aantoonde en wat de dolfijnentrainers in de praktijk nog dagelijks laten zien is dat bekrachtigen van gewenst gedrag verreweg het effectiefst is.

dolfijnen trainen

Bij het opleiden van talenten in de sport is het al niet anders. Kinderen leren meer binnen een relatief veilige omgeving, waarbinnen ook ruimte is om te leren en ze beloond worden voor dingen die goed gaan en zij de mogelijkheid krijgen om te oefenen in wat nog niet zo goed gaat. Natuurlijk moet een leeromgeving niet optimaal veilig zijn, want je leert het meest buiten je comfortzone. Het moet alleen wel veilig genoeg zijn om daar buiten te treden.

In de sport creëren wij niet altijd die veilige omgeving. Sterker, wij creëren vaak (bewust) een zeer onveilige leeromgeving. Spelers moeten concurreren om in de basisopstelling te komen. Doe je niet je best, maak je in de ogen van de trainer, fouten dan sta je er naast. Met een beetje pech speel je de volgende wedstrijd een team lager. Bij Feyenoord zie je dat Vermeer plots een stuk minder goed keept met Warner Hahn op de bank. Cazim Richard verknolt voor vrijwel open doel een 100% kans op het moment dat Kramer gaat warm lopen. Wij hebben het dan over ervaren professionals. Wij hebben het niet over die speler uit de C1 die nog veel moet leren. Als je er vanuit gaat dat je fouten moet durven maken om te leren. Als je er van uit gaat dat het leerklimaat dusdanig veilig moet zijn wil iemand, uit zijn comfortzone treden, zijn grenzen verleggen, zou jij je kunnen voorstellen dat het vooruitzicht op het mogelijk gewisseld worden het verleggen van je grenzen niet eenvoudiger maakt. Als je ook nog een team terug gezet zou kunnen worden is een dergelijk werkwijze dodelijk voor de talentontwikkeling van de individuele speler maar op de lange termijn ook voor de ontwikkeling van de sportvereniging als geheel.

Uit onderzoek (Julian & Perry, 1967; Yauch & Adkins, 2004) bleek dat de motivatie van werknemers stijgt maar dat de kwaliteit van de werkteams daalt als er onderlinge concurrentie is. Met andere woorden, vertaal dit naar de sport, zullen spelers hard hun best doen om het goed te doen maar de kwaliteit van het vertoonde spel gaat achteruit.

Onderlinge concurrentie doet ook nog iets anders. Onderlinge concurrentie is van invloed op de taakoriëntatie  als ook sociale cohesie binnen het team. Onderlinge concurrentie zorgt voor een meer individuele focus en een verminderde team focus en daarmee ook een verminderde focus op de doelen van het team.  De competitieve verwachtingen zorgen er voor dat het eigen belang boven dat van anderen wordt gesteld en dat er soms zelfs actief wordt geprobeerd om de belangen van anderen te saboteren. Een en ander heeft negatieve gevolgen voor de teamprestaties, als ook voor de ontwikkeling van jeugdspelers. Een team waarin spelers meer elkaars concurrent zijn dan elkaars teamgenoot zal als los zand aan elkaar hangen en zal niet tot die prestaties komen die het zich wellicht op voorhand had gesteld. Spelers die gestraft worden voor de fouten die zij maken, zullen minder geneigd zijn de grenzen op te zoeken, zullen minder leren omdat zij bij het maken van fouten niet meer in de basisopstelling staan of zelfs een team teruggezet zouden kunnen worden.

Bij jeugdteams gaat het niet alleen om winnen. Bij jeugdteams gaat het om de sport te leren. Bij jeugdteams gaat het bovenal om plezier. Je zou de stelling aan kunnen gaan dat het óók bij topsport gaat om plezier. Concurrentie brengt spelers niet direct bij elkaar. De gestelde teamdoelen worden plots ondergeschikt aan de individuele doelen. Jeugdspelers die afgestraft worden omdat zij fouten maken zullen behoudend gaan spelen, zullen niet de grenzen opzoeken. Zij zijn de dolfijn die in plaats van het visje dat hij krijgt op het moment dat een kunstje lukt een ongelooflijk tik op de snuit krijgt op het moment dat het kunstje mislukt. Die laatste dolfijn haalt het niet in zijn kop om nog een keer dat zelfde kunstje te proberen.

Kinderarbeid

Kort geleden zag ik een regisseur in het 8 uur journaal fel van leer trekken tegen minister Ascher. Het Nederlands Fonds voor de Film luidde de noodklok over de beschikbaarheid van acterende kinderen. Als voorgestelde nieuwe regels ingaan, mogen ze straks minder draaidagen maken. Het is dan, zegt men, vrijwel onmogelijk maken om nog kinderfilms en -series te produceren. Slecht voor de economie. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil de regels herzien voor kinderen die acteren. Het grootste probleem is dat kinderen vanaf volgend jaar in plaats van 24 nog maar 18 dagen mogen spelen, zegt directeur Doreen Boonekamp van het filmfonds. Lees de rest van dit bericht

%d bloggers liken dit: