De Ivoren toren

Enige tijd terug werd in het programma Radio EenVandaag gesproken over het dilemma dat steeds vaker ouders komen klagen bij de sportclub omdat ze het niet eens zijn met de selectiekeuzes op de club. Ze vinden dat hun kind wel in het hoogste team kan spelen. In de social media wordt de discussie daarover amper gevoerd. Sportbestuurders, trainers vinden ouders maar lastig. Zij weten als geen ander wat goed voor het kind is. Wim Keizer van Skerpe Jeugd, was duidelijk:

“Ouders willen graag deelgenoot zijn van de activiteiten van hun kinderen. Wanneer ze dat met gezonde betrokkenheid doen, dan is dat prima. Wanneer ze te betrokken raken, worden ze misschien wel fanatiek, luidruchtig en kritisch.”

Untitled-1

Lees Meer

De Toren van Babel

Genesis 2,9

“De gehele aarde nu was een van taal en een van spraak. Toen zij oostwaarts trokken vonden zij een vlakte in het land Sinear, niet ver van de Eufraat, waar zij zich vestigden. Zij zeiden tot elkander: welaan laten wij tichelen maken en die goed bakken. En de tichel diende hen tot steen en het asfalt diende hen tot leem. Ook zeiden zij, welaan laten wij een stad bouwen met een toren, waarvan de top tot in de hemel reikt en laten wij ons een naam maken, opdat wij niet over de gehele aarde verstrooid worden. Toen daalde de HERE neder om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien, 6 en de HERE zeide: Zie, het is één volk en zij allen hebben één taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn.” 

Tot zover even het Bijbelverhaal. Een van de verhalen uit de Bijbel die het meest tot de verbeelding spreekt is het verhaal van de Toren van Babel. Een verhaal over mensen die letterlijk de top wilde halen, maar daar in faalde. Ik dacht, zo tussen Pasen en Pinksteren, is het goed om eens vanuit de Bijbel te kijken naar een begrip als talentontwikkeling. De mensen uit het Bijbel verhaal wilde een stad stichten. Zij wilde daarbij ook een toren bouwen die tot in de Hemel reikte. Men streefde letterlijk naar het bereiken van de top. De Here zei hierop, zo leert de Bijbel, dat omdat iedereen dezelfde taal sprak, er voor mensen niets zou zijn dat onuitvoerbaar zou zijn.

torenvanbabel

Lees Meer

Jij bent te klein

“Bert!!” riep mijn moeder van onderaan de trap.
“Er staan jongens op jouw te wachten of je buiten komt spelen?”
Ik was op mijn kamer met Lego aan het spelen en had eigenlijk geen zin.
“Zeg je nog wat?” riep mijn moeder.
Ik stond op en liep naar het raam. In de tuin stonden John, Warner en Chris.
Warner en Chris waren broers, zij woonde achter ons. John zat bij mij in de klas. Ik speelde eigenlijk nooit met Warner en Chris. Zij waren ook een stuk ouder.
John zag mij staan.
“Hey Bert, wij gaan voetballen tegen de Scheldelaan, doe je mee?”
Hoewel ik eigenlijk geen zin had, liet ik mijn Lego bouwwerk voor wat het was en liep naar beneden.
“De Scheldelaan, wil tegen ons spelen,” zei Warner toen ik naar buiten kwam.
“Doe je mee, want anders hebben wij niet genoeg?”
Ik vond het wel een eer dat Warner en Chris aan mij gedacht hadden. Ik pakte mijn jas en liep met ze mee. Op het veld langs de Filters stonden al een heleboel jongens. De jongens aan de andere kant waren de jongens uit de Scheldelaan. De jassen werden op de grond gegooid om de doels te maken. Warner maakte de opstelling.
“Bert, jij begint er naast, oké? Jij komt er straks wel in.”
De wedstrijd begon. Ik stond langs de kant. De Scheldelaan maakte er een echte wedstrijd van. Het leek wel of ze allemaal groter waren. Wij kwamen al snel achter, drie corners penalty, dan gaat het hard. De tweede helft mocht ik er in van Warner. Warner zette zijn broer er even uit. Het was geen succes, het ging snel, ik wist niet waar ik moest lopen en werd al snel weer gewisseld. Chris mocht weer op mijn plaats.
Na onze verloren wedstrijd kwam Warner mij vertellen dat ik eigenlijk te klein was, ik snapte het nog niet zo goed. Voor voetballen moest je slim zijn, zei hij. Teleurgesteld liep ik naar huis.
“Was het leuk?” vroeg mijn moeder toen ik de keuken in liep.
“Ik ben te klein,” zei ik boos en liep stampvoetend de trap op.
Ik was kleiner dan de andere jongens. Ik zat ook een klas lager en zat ook nog maar net op voetbal. Met Warner scheelde ik bijna twee jaar. Met John maar twee maanden, maar John zat al wel twee jaar op voetbal. Hij wist al beter dan ik wat er bedoeld werd. Ook bij de voetbalclub was ik de jongste, dus de slechtste. Ook daar werd ik vaak als laatste gekozen. Geboren in september betekende ook dat ik daar tot de jongste behoorde. Ook daar had ik het moeilijk. In mijn klas waren er niet veel jonger dan ik. Ik scheelde bijna een jaar met de oudste van de klas. De juf op school vond dat ik nog erg speels was, vaak afwezig tijdens de les. Er ging geen dag voorbij dat zij niet zei:
“Wanneer leer jij het nu eens?

Lees Meer

Examen

Mijn rijexamen was, laten we zeggen, traumatisch. Ik heb er in totaal vijf jaar over gedaan om mijn rijbewijs te halen. Niet dat ik vijf jaar aaneengesloten rijles heb gehad overigens. Nee, er zaten periodes tussen dat ik het echt had gehad met autorijden. Periodes dat ik het nut van een rijbewijs niet kon in zien en dat ik, voor die momenten dat ik toch een auto nodig had, wel op zoek ging naar een chauffeur. Het zat dan ook niet altijd mee; de examinator en ik zullen nooit goede vrienden worden. Lees Meer