Categorie archief: Spel

Vroeg rijp, vroeg rot

Er is zo’n aanname dat alles wat goed is snel komt. Wij kennen echter ook dat gezegde van vroeg rijp, vroeg rot. Zijn wij in staat om al op hele jonge leeftijd te voorspellen welke kinderen op latere leeftijd gaan uitblinken? Er zijn veel kinderen die al heel jong het label ‘talent’ kregen die het bij nader inzien niet bleken te zijn.

Absoluut er zijn ook kinderen die al jong in beeld waren, talentvol bleken te zijn en op jonge leeftijd tot grote prestaties kwamen. Bjorn Borg was daar een voorbeeld van, ook Simone Biles is een sporter die op jonge leeftijd op wereldniveau presteerde. Ook mag in dit rijtje Bukayo Saka in dit rijtje niet ontbreken. Deze 19 jarige jongen stond in de finale van het EK en zou als laatste in de strafschoppen serie een strafschop nemen. Hij zou het voetbal terug naar huis brengen. Hij faalde en daarna viel een halve natie over hem heen. Tijdens de Olympische Spelen trok Biles zich op enkele onderdelen terug. Zij kon het niet meer aan. In de aanloop naar de Spelen was duidelijk geworden dat de zijn sexueel misbruik was door de ploegarts. Biles vroeg tijdens de Spelen ook aandacht voor de mentale druk die op jonge sporters gelegd wordt. Iets soort gelijks, speelde ook in de Nederlandse Turnwereld. Hier was, voor zover ik weet, geen sprake van sexueel misbruik maar bleken meerdere turnsters jaren lang geestelijk mishandeld, vernederd te zijn. Waar Biles tijdens een rechtzitting eerder deze week aangaf dat de FBI een oogje dicht had geknepen was het in ons land de bond zelf die, laten we zeggen, een oogje dicht hadden geknepen. Niet dat hier ook sprake was van seksueel misbruik, het ging in ons land meer om machtsmisbruik, om grensoverschrijdende trainingsmethodes. De bond zou hier al jaren van de op hoogte zijn geweest, maar niet hebben ingegrepen. Alles voor het resultaat. Uiteindelijk zette de bond een aantal trainers, hangende een onderzoek, op non actief. Iets wat kort voor de Olympische Spelen tot de nodige onrust leidde.

Inmiddels zijn de Spelen al weer lang achter de rug en moest ik, heel bijzonder, terug denken aan de marathon. De zilveren medaille van Nederland bij de mannen en hoe deze atleet zijn goede vriend, een Belg, stimuleerde om in de laatste kilometers het uiterste uit zich zelf te halen. Het plezier dat hij uitstraalde was voor mij het voorbeeld van de Olympische gedachte. Nog meer moest ik echter denken aan die belgische atlete die zich tijdens haar allereerste marathon plaatste voor de Spelen. Een vrouw die pas op latere leeftijd ging hardlopen en die in Japan pas haar tweede marathon ooit liep. Zij had nog geen idee hoe je nu zo’n marathon indeeld en toen zijn zag dat ze nog maar vijf kilometer behoefde te lopen dat ze dat is van huis naar de supermarkt , dat ga ik wel redden.

Wat mij al langere tijd enorm bezighoudt is de vraag of wij kinderen niet gewoon hun sport terug moeten geven. Gaat het niet heel simpel om bewegen en plezier in plaats van die focus op resultaat, op het vroeg labelen, in hokjes stoppen van kinderen. Is die ratrace met kinderen niet gewoon iets soort gelijks als een wapenwegloop? Iemand anders begint, jij bent bang dat je achter gaat lopen dus doe je mee, sterker je gaat net een stapje verder. De ander denkt, wat gebeurd mij nu en gaat weer een stapje verder, waarop jij je dan weer genoodzaakt ziet om op te reageren. Is het niet gewoon heel vreemd om onze volwassen normen en waarden op de jeugdsport te plakken?

In een recente column deed Thijs Zonneveld een oproep tot ‘een mentaliteitsverandering in de hele samenleving’. Een wat populitisch pleidooi volgde:

Het is een bizarre paradox. Aan de ene kant zijn we obsessief bezig met gezondheid, met IC-cijfers en met de besmettingsgraad. We kieperen miljarden en miljarden in de gezondheidszorg. 

Dit statement werd gevolgd door een oproep om meer aandacht en vooral geld te investeren in de sport. Iets waar je het nog mee eens kon zijn ook, alleen kwam daarna de dubbele bodem te voorschijn.

We pretenderen een land te zijn met een sportcultuur, maar dat is vooral omdat we ons blindstaren op de toptien van het landenklassement op de Olympische Spelen. Meejuichen met successen, dat kunnen we goed. Maar we stellen zelden de vraag hoe al die sporters op dat niveau zijn gekomen en hoe we ervoor kunnen zorgen dat er in de toekomst ook sporters doorbreken. Bij veel sportbonden lopen de ledenaantallen, zeker onder jongeren, al jaren gestaag achteruit. De vijver wordt kleiner en kleiner, maar we zien het niet omdat we te druk zijn met onszelf te bewonderen in de medaillespiegel.  

Het aantal leden van sportbonden loopt inderdaad achteruit, maar misschien komt dit wel omdat sportclubs, bonden misschien wel te veel met die prijzen, die medailles kijken en vergeten dat niet sport een eerste levensbehoefte is maar spel en bewegen. Willen wij werken aan onze gezondheid, de ziekenhuisopnames naar beneden brengen, zitten wij niet te wachten om een grotere vijver en nog meer Olympische medailles, dan moeten wij aandacht besteden aan bewegen, aan het spel en in het verlengde aan het plezier. Wij moeten alles namelijk ook nog eens een levenlang volhouden.

 In beweging blijven - RIVM Corona Gedragsunit

Op papier ons derde toernooi

Het is alweer twee jaar geleden dat aantal enthousiaste jeugdtrainers bij elkaar kwamen om hun gedachten te laten gaan over iets waar ze alle vier enthousiast over waren. Hoewel zijn dik tevreden waren over de club ontbrak er in hun ogen wel iets op de evenementenkalender, een groot meerdaags jeugdtoernooi. De vier bevlogen trainers, de mannen van het eerste uur, schetsen snel de eerste contouren van hun droom. Een tweedaags jeugdtoernooi diende er te komen, compleet met allerlei site events. Zij wilde een toernooi organiseren waar alle deelnemers nog jaren over zouden praten, een toernooi waar de deelnemers graag naar toe zouden willen komen.

De deelnemende teams zouden bij Columbia overnachten, er diende een camping te komen op het terrein van de club. Voor de site events werden er contact gelegd met allerlei partijen. De plannen kregen al vrij snel vorm. In een later stadium werd ook ik gevraagd mee te helpen bij de organisatie. Er diende een vergunning aangevraagd te worden, een veiligheidsplan gemaakt te worden.

Het Pinksterweekend zou het Toernooiweekend worden. Als site event kwam het idee naar voren om met alle deelnemers de Champions league finale op een groot scherm te gaan bekijken. De toernooicommissie kwam inmiddels elke week bij elkaar. De tenten, extra toiletgelegenheid, elektra in de tenten, de Columbia camping kreeg geleidelijk aan vorm. De deelnemers diende natuurlijk ook te eten, ook daar werden afspraken over gemaakt. Om lijn te brengen in alle ideeën schreef ik een Plan van Aanpak dat later omgevormd zou kunnen worden tot een draaiboek.

Al snel kwamen de eerste inschrijvingen binnen. Het toernooi liep vol. Het leek een gat in de markt. Er werden afspraken gemaakt met Centraal Beheer om daar de parkeerplaats te kunnen gebruiken voor alle deelnemende teams. Pendeldiensten werden georganiseerd. Met Accres werden afspraken gemaakt over de site events. Het toernooi kreeg steeds meer vorm.

Een toernooi in deze omgang kan niet bestaan zonder vrijwilligers. Functiebeschrijvingen werden geschreven. Gesprekken met het bestuur, een presentatie tijdens de Algemene Ledenvergadering.

Zoals wij allemaal weten stak het Corona virus een enorm stok in het wiel. Wat ons eerste toernooi had moeten zijn was door de maatregelen die genomen diende te worden onmogelijk geworden. Onze leveranciers, de deelnemende teams, iedereen kon begrip op brengen voor ons besluit. Het bleek echter dat ook het afgelopen jaar het toernooi om identieke redenen geen doorgang kon vinden. Waar wij het gehele toernooi zo optimaal mogelijk hadden ingericht. Volledig Coronaproof, met vaste looproutes, een aparte in én uitgang, een procedure voor bron en contactonderzoek, afspraken over het testen vooraf. Extra hygiënische maatregelen, bleek ook dat onvoldoende. Ons veiligheidsplan werd herschreven, paragrafen over hoe wij diende te reageren bij een besmetting, hoe wij bron- en contactonderzoek diende vorm te geven. Welke eisen wij stelde aan deelnemende teams. Het ging allemaal een stapje verder. De complimenten voor de organisatie maar ook dit jaar ging ons toernooi niet door.

Columbia Cup 2021 afgelast vanwege Covid-19


Op dit moment zijn wij bezig met de voorbereidingen voor, op papier, onze derde toernooi. Het is enorm fijn om te zien dat onze leveranciers ons niet in de steek hebben gelaten en dat ook de verenigingen van het allereerste uur, de weg naar Columbia weer weten te vinden. Wij waren al twee keer eerder rond met de organisatie, Wij richten ons nu op 2022. Ik heb geen idee wat de situatie op dat moment zal zijn. Ik hoop dat wij Covid dan redelijk onder controle hebben. Hoewel zo mijn vraagtekens zet bij termen als eigen verantwoordelijk en zoiets vaags als gezond verstand zullen er weinig toernooien zijn die bij aanvang zo enorm goed voorbereid zijn als ons toernooi. Laat ik zeggen dat ik er nu al zin in heb!

Clubhoppen

Op Facebook las ik recent een meer dan aardige post: “Clubhoppers: een bijzonder fenomeen”

Aan het eind van het seizoen, soms eerder, trainen of voetballen ze ineens mee: jeugdspelers van andere verenigingen uit de regio.Meestal een fanatieke ouder erbij. Nee, lid zijn ze nog niet, want ze willen eerst de zekerheid dat ze in de ‘selectie’ komen. Krijgen ze dat ja-woord niet, dan zoeken ze verder of blijven ze bij hun oude club. Het zijn vaak leuke spelers. Niet goed genoeg voor een BVO, maar het gras bij de buurman is voor de clubhopper toch net iets groener dan bij zijn eigen club. Die nieuwe club speelt misschien wel op divisieniveau! Wow, dat vindt de clubhopper stoerder dan zijn eigen club naar een hoger niveau brengen.De trainer van het selectieteam wil het nieuwe seizoen graag goed voor de dag komen. Hij is al snel erg enthousiast over de inzet en voetbalkwaliteiten van zíjn aanwinst. Daarmee kan hij presteren en trots door de kantine lopen.Dus trappen ze er met open ogen in. Altijd ten koste van andere spelers die dan maar een team lager moeten gaan spelen. Vaak zijn dit spelers die al jaren lid zijn en dat waarschijnlijk ook jarenlang zouden blijven.Het zal de clubhopper, diens ouders èn de trainer een worst wezen. Zij hebben het in ieder geval voor één of twee seizoenen goed voor elkaar! Waarna de clubhopper meestal weer verder trekt. Op zoek naar nog meer voetbalgeluk…Tel uit je winst!

Het bericht werd enkele malen gedeeld en diverse keren geliked. Terecht, als je het mij vraagt. Toch zette het mij wel aan het denken. Wat vond ik er van? Lag dit probleem ook echt bij die fanatieke voetbalouders? In de reacties ging het hier enkele keren over. Zo vond iemand het toch een raar fenomeen vinden dat voetbalouders hun identiteit en status halen uit de prestataties van hun kinderen. Een ander vond dat ouders de prestaties van hun kroost nu eenmaal door een roze bril bekijken. Ik miste de de zelfreflectie bij veel reacties. Wat was de rol van de clubs, van de trainers?

Volgens mij voorkom je het geschetste probleem alleen door werkelijk anders naar sport te kijken. Ik las recent dat Arsenal een jochie van 10 heeft vastgelegd. Geen mens die dan zegt ‘Belachelijk, is dit geen kinderarbeid? Moet dat kind niet gewoon lekker thuis met z’n vriendjes spelen?” Nee, in het voetbal is dit dood normaal geworden. Trainers zijn niet van de lange termijn, trainers zijn niet bezig met de ontwikkeling van het kind, die zijn bezig met de korte termijn, met hun kampioenschap, inderdaad met hun eigen CV! Bij gebrek aan een spiegel wijzen clubs, trainers, maar wat graag naar ouders.

Ouders zoeken niet zelden een soort compensatie voor vaak het eigen gebrek aan talent. Je hebt echter ook ouders die gewoon kwaliteit vragen van de trainer, de club, waar hun kind lid van is. Clubs hebben echter vaak gewoon geen idee van waar ze mee bezig zijn. Wat hun werkwijze doet met een kind. Het is zijn volwassenen die over de rug van kinderen slechts met zich zelf bezig zijn.

De film Turn gaf ons een aardig inkijkje in de Turn sport. Het waren zeker ouders die een rol speelde, maar ook trainers, clubs en sinds kort weten wij, ook bij de bond, hebben boter op hun hoofd en dat alles over de rug van jonge jonge kinderen. Dit soort beelden zijn met hetzelfde gemak óók in het voetbal te maken. Ook daar lopen trainers, bestuurders rond, die vrij weinig kaas gegeten hebben van pedagogisch verantwoord trainen, kindgericht werken.

Wat is overigens in Godsnaam is talent? Wij denken dit te weten, elke nitwit heeft een glazenbol. Kinderen zijn regelmatig geblesseerd, vroeg opgebrand, maar dat boeit die volwassenen niet, die zien dat als collateral damage.

Ik kijk nog steeds met verbazing rond in de voetbalsport. Wij hebben het vaak over ouders. Zeker, die spelen een rol, maar clubs, trainers, het hele systeem is hier debet aan. Je zou het ziek kunnen noemen. Plezier is in het voetbal volledig wegbezuinigd. In het voetbal draait het vaak maar om 1 ding, dat is resultaat, dat is de korte termijn. Er zijn zelfs mensen die denken dat plezier en resultaat ook aan elkaar gekoppeld zijn, zonder resultaat geen plezier. Dat, beste mensen is de weeffout die er voor zorgt dat kinderen afhaken, dat wij clubhoppers hebben. Werkelijk helemaal niets anders.

Week Tegen Pesten 2016: Wat kun je ertegen doen?- voor alle sporters en  sportclubs van Nederland

Niet zeuren

Het is alweer een tijd geleden dat ik een blog geschreven heb. Niet dat ik het enorm druk was met andere zaken, er was gewoon weinig te melden. De sport lag dan ook vrijwel stil. Nu heb ik in het begin van de hele Corona crisis nog een paar verhalen geschreven over juist die Coronacrisis, over hoe wij het kunnen volhouden, hoe trots ik was en ben op die mensen bij onze voetbalclub, de mannen met wie ik al twee jaars een groots jeugdvoetbaltoernooi probeer te organiseren. Mannen die als geen ander buiten de kaders weten te denken en ondanks alles de moed niet opgeven. Ook daar over blijven schrijven houdt een keer op en hoewel ik nog steeds niet gevaccineerd ben en ook geen idee heb wanneer ik aan de beurt ben, gaan wij binnenkort weer eens een Teams overleg plannen om de plannen voor 2022 te bespreken. Het moet er toch eens van komen. Nee, dit verhaal gaat niet over Corona. Dit verhaal gaat wel over teleurstellingen, over letterlijk ziek worden door sport. Dit verhaal gaat over pesten, treiteren, vernederen, over het stoppen met sport en dat alles omdat er trainers zijn die hun eigen CV, hun eigen ego belangrijker vinden dan de kinderen die zijn mogen trainen.

Gisteren werd het onderzoeksrapport “Ongelijke leggers” gepresenteerd. Een schokkend relaas waaruit bleek dat 66% van de respondenten te maken had met grensoverschrijdend gedrag door trainers. Het ging dan over pesten, treiteren, uitschelden, negeren, apart zetten. Tijdens de vooravond vertelde een gewezen top turnster dat zij met blessures doortrainde. Ze durfde haar trainer niets te vertellen over haar pijn. Er waren turnsters die een eetstoornis ontwikkelde, er waren er zelfs die opgenomen diende te worden omdat ze psychisch volledig vast gelopen waren. Het NOS sportjournaal bagataliseerde het rapport en concludeerde dat niet heel turnend Nederland had meegewerkt aan het onderzoek. Het kon het topje van de ijsberg zijn, het kon ook reuze meevallen. Een schandalige reactie, maar past in een patroon. De NOS was ook rijkelijk laat met het erkennen van de dopingproblematiek in het wielrennen

Ook op Social media logen de reacties er niet om. Zo was er iemand die vond dat grensoverschrijdend gedrag er gewoon bij hoorde. Wil je Olympische medailles winnen dan moest je nu eenmaal grenzen verleggen. Het uitschelden, apart zetten, was normaal, welke ouder doet dat niet. Opvoeden heet dat.

Dit soort opvattingen zijn even schokkend, als ook pertinent onjuist. Wij weten al sinds 2005 dat het pedagogisch leerklimaat dat de trainer weet neer te zetten, bepalend is voor het al dan niet doorgaan van de (top!) sporter met zijn of haar sport. Een klimaat dat al te zeer gericht is op resultaten leidt tot afhaken. Sporters verlaten de sport.

Wij hebben het in ons land vaak over de winnaarsmentaliteit van de Amerikanen. Dat is niet voor niets, want er is geen land dat meer Olympische medailles binnen heeft gesleept dan de VS. Laten nu net twee Amerikaanse sportwetenschappers daar onderzoek naar gedaan hebben. Uitgebreid wetenschappelijk onderzoek van de Amerikaanse sportwetenschappers Frank Smoll en Ronald Smith (University of Washington, Seattle) onder topcoaches uit bijvoorbeeld de NBA en de NHL leverde op dat juist die coaches niet bezig zijn met het resultaat maar juist met het proces, met de uitvoering.  Uit onderzoek naar talentontwikkeling in de sport is gebleken dat talenten meer gericht te zijn op de eigen, individuele vooruitgang, het zelf beter worden, dan met het korte-termijn succes, het winnen van wedstrijden.

Wij vergeten bij dit alles dat die turnsters nog kinderen waren toen hen dit overkwam. Kinderen die afhankelijk waren van een volwassen trainer. Een van de turnsters zei gisteren ook dat het niet in je opkwam om er iets van te zeggen. De documentaire Turn liet ons al zien dat het niet alleen de trainers waren, maar dat kinderen ook enorm gepusht werden door fanatieke ouders. Die fanatieke ouders hadden wij al langer in beeld. Sterker nog, waar de slogan ooit was ‘Ouders graag gezien’, waren veel trainers die ouders liever kwijt dan rijk. Ouders waren lastig, waren vaak iets te blij dat hun oogappel niet in de selectie zat. Clubs en trainers hadden hier zelfs een naam voor, Curlingouders. Kinderen moesten maar leren dat de weg naar de top niet over rozen ging. O ja en niet elk kind is een nieuwe Marco van Basten. Je zal maar kind zijn en gemangeld worden door een scheldende trainer en een vader die je op z’n minst op het podium bij de Olympische Spelen wil zien. Een van de aanbevelingen uit het rapport Ongelijke Leggers is het werken met het vier ogen principe. Trainers mogen niet meer alleen gelaten worden met de kinderen. Best een heftige maatregel. In de kinderopvang kennen ze een dergelijke werkwijze al wel en na Dutreaux stond geen enkele Belgische trainer nog alleen in de zaal. In Duitsland hebben ze, in het voetbal, net een experiment met juist die ouders op afstand.

Wij kunnen afspreken wat wij willen, maar zolang wij kinderen blijven zien als mini volwassenen. Zolang wij denken dat het behalen van resultaten uitsluitend behaald kan worden door kinderen hard aan te pakken. Zolang grenzen verleggen synoniem is met grensoverschrijdend gedrag, schieten wij er niets mee op.

Ik had het er al over dat turnsters nog kinderen waren toen zij onderdeel uitmaakte van dit systeem. Ik weet nog goed dat ik lang geleden, geregeld op Papendal de trainingen van de Jong Oranje volleyballers bezocht. In de turnhal trainde de turnselectie. Jonge meisjes die al bezig waren met EK, WK en Olympische Spelen. Je kon er niet vroeg genoeg bij zijn. Er vroeg bij willen zijn zien wij ook in andere sporten. In het voetbal wordt op hele jonge leeftijd gescout en een club als Manchester City, wie kent ze niet, heeft een selectie met kleuters van vijf jaar en jonger. Eerder schreef ik al dat uit Australisch onderzoek bleek dat onder 256 Olympische topsporters, medaillewinnaars, slechts 7% als kind ook uitblonk. Maar liefst 84% blonk als kind niet uit, was nooit gescout en had zelden of nooit in het eerste team van een vereniging gespeeld. Er gaat dus iets goed mis bij al dat vroeg selecteren van kinderen. Wij jagen kinderen over de kling en alles voor het geld of de CV van de trainer.

Het wordt tijd dat wij sport weer terugbrengen tot de essentie. Kinderen gaan sporten omdat ze de sport leuk vinden, misschien omdat vriendjes dezelfde sport beoefenen. Geen enkel kind start met een sport met het ultieme doel om de absolute top te halen. Tuurlijk, ook ik was Johan Neeskens en ik heb werkelijk teams met Ron Zwervers en Edwin Benne’s getraind, maar beste trainers en beste ouders, dit betekent niet dat dit het ultieme doel was. Als kind graafde wij loopgrave, bouwde wij hutten en speelde wij op het braakliggende terrein aan de overkant van de straat hele veldslagen na. Dat wilde niet zeggen dat ik ook maar een seconde als kind dacht bij Defensie te tekenen. Iets later wilde ik bioloog worden. Dat was al iets serieuzer, ook dat ben ik uiteindelijk niet geworden. Ik vond het struinen in de natuur leuk, het was allemaal spel. Wij denken, als volwassenen heel vaak dat wij wel weten wat goed is voor onze kinderen. Hierbij vergeten wij echter vaak het kind zelf. Dat gebeurt in het turnen, dat gebeurd in werkelijk elke sport. Laten wij die ongelijke leggers eens gelijk zetten. Laten wij als trainers, als ouders, eens stoppen met zeuren. Laten wij de sport weer teruggeven aan de kinderen.

SIRE | Geef kinderen hun spel terug - YouTube

Even een break

De competitie’s waren nog maar net begonnen. De voorronde van de beker nog niet eens afgerond. Inmiddels ligt alles echter al weer stil en als ik onze premier mag geloven voor de rest van dit jaar. In kleine groepjes wordt er nog wel getraind, maar een contactsport op ander halve meter, het is wat behelpen. Veel mensen die ik spreek snappen goed waarom dit nodig is, maar dit neemt niet weg dat ze het wel moeilijk vinden. Die trainingen zijn aardig maar dat voetballen op anderhalve meter, het blijft behelpen. De spelers die ik spreek hebben allemaal wel ouders, een opa of oma of dichterbij een jonger familielid die tot de doelgroep behoort. De verhalen over leeftijdgenoten die tegen alle verwachtingen in toch in het ziekenhuis belanden of erger nog op de IC, gingen tijdens de eerste golf nog aan hen voorbij, maar nu komt het toch dichterbij. Waar ik tijdens de eerste golf vooral zelf benauwd was ziek te worden maar alles toch op afstand aan mij voorbij leek te gaan, heb ook ik inmiddels in mijn directe nabijheid mensen die in het ziekenhuis opgenomen moesten worden en zelfs gedurende langere tijd op de IC verbleven. Het raakt je.

Tijdens een workshop over mentale fitheid ging het ook over het begrip energielek, met andere woorden waar loop je op leeg. Wat maakt dat al je energie in een keer kwijt raakt. Het bleek dat ik maar erg moeilijk kan tegen mensen die negatief zijn, die alles maar moeilijk en ingewikkeld vinden. Het bleek dat ik en dat staat hier bijna haaks op, het enorm fijn vind om te denken ik kansen. Wat is nog wel mogelijk? Wat kunnen wij nog doen, binnen de nieuwe kaders?

De krachtigste manier om meer positieve emoties te creeëren, om beter met tegenslagen om te kunnen gaan, is dankbaar te zijn met wat je nog wel hebt. Hoe vaker wij bewust stil staan bij wat er goed gaat, bij wat mooi is, hoe makkelijker er ook goede gedachten bij je naar boven komen.

Dit voorjaar, net voordat wij overspoelt werden door de eerste Corona, belandde ik in het ziekenhuis. Ik bleek diabetes te hebben. Aangezien ik ook een chronisch astmatische bronchitis heb, toch wel overgewicht en niet meer piep jong, behoorde ik plots tot de risicogroep. Door dat laatste raakte ik ook nog mijn baan kwijt. Alle reden zou je denken om kwaad te zijn, depressief te zijn, bij de pakken neer te gaan zitten. Ik moet bekennen dat dat mijn eerste reactie was. Ik was boos, kwaad, verdrietig om wat mij overkomen was, om wat mij was aangedaan. Het leverde mij echter niets op. Sterker mijn bloedsuikerwaardes ging tegen alles in, weer omhoog.

Ik ben daarna op de eerste plaats heel praktisch op mijn eten gaan letten. Doordat ik toch thuis zat, had ik alle tijd. Er werd zoveel mogelijk koolhydraatarme maaltijden gegeten. Ik ging weer sporten, voor de boodschappen niet met de auto maar gewoon op de fiets. Daarnaast ben ik een dagboek gaan bijhouden en, aan het einde van de dag, schreef ik telkens drie dingen op waar ik dankbaar voor was. Noem het zweverig en ik moet zeggen, ik zag het in het begin niet echt

Alles wat je aandacht geeft groeit. Geef je dus het negatieve aandacht, zal dat groeien. Geef je het positieve aandacht, dan zal dat groeien. Het aandacht geven aan positieve dingen is ook niet iets van ‘dat doe ik vandaag even, kijken of het werkt’. Het gaat om een onderhoudsdosering. Mag je dan niet stil staan bij zaken die je moeilijk en ingewikkeld vindt? O ja zeker wel, maar probeer ook altijd te blijven zien wat nog wel goed gaat.

Tijdens de eerste Coronagolf viel mij op dat heel veel mensen het moeilijk en vervelend vonden, maar dat men door had waarvoor die maatregelen nodig waren. Er onstonden ook allerlei initiatieven. Zo werden op Social Media allerlei challenges gedeeld, bekende en minder bekende sporters daagde hun volgers uit om thuis, in huis, of in de tuin te blijven oefenen, te blijven trainen. De uitdagingen hadden een oplopende moeilijkheidsgraad. Fantastisch!!! Voor mijn jongste zoon hielden de trainingen plotseling op en ook de competitie lag stil. Sterker hij is met zijn team kampioen geworden, gepromoveerd, terwijl de competitie niet eens meer is uitgespeeld. Hij heeft in die periode, echter zelf geen seconde minder gesport. Hij heeft thuis allerlei halters, trainingsbanden, een trainingsbankje en trainde zo’n beetje elke dag. Mijn dochter, in haar vrije tijd, werkzaam als personal trainer. Heeft geen seconde minder werk gehad. De personal training en de bootcamp werden vanuit de tuin verzorgd. De laptop op de tuintafel en al haar klanten deden in hun eigen tuin, woonkamer, de oefeningen mee. In plaats van een halter, een liter fles cola. Ik kan hier zo blij van worden. Het denken in mogelijkheden in plaats van onmogelijkheden.

In mijn vriendenkring was men tijdens de eerste golf nog redelijk actief. Er werd buiten getraind, met kleinere groepen. Er werd gekeken naar wat nog wel mogelijk was. Nu, tijdens deze Tsunamie, is het redelijk stil. Sommige zijn echt gestopt, alle activiteiten liggen stil. Van vrienden in de VS hoorde ik dat in sommige staten de activiteiten tot in Maart volgend jaar stil liggen. Er gebeurd helemaal niets meer. Bijzonder want weer andere trainers, in weer andere staten, proberen binnen de kaders wel tot activiteiten te komen.

Vanuit de Veiligheidskunde weten we dat veiligheid binnen zekere marges dient te verlopen. Veiligheid is geen lineair proces. Om te voorkomen dat je buiten deze marges komt spreek je veiligheidsmaatregelen af. Het dragen van mondkapjes, het houden van andere halve meter afstand. hygiënische maatregelen als het wassen van je handen, het in je ellebogen hoesten. Daar binnen is er van alles mogelijk. Als je doel is en blijft dat het gewoon moet blijven zoals het was, dan gaat dat voorlopig niet gebeuren. Een curve die ver buiten de de marge valt, waarbij heel veel mensen ziek worden, weer anderen zullen besmetten en mensen zullen overlijden, is een scenario dat niet veel mensen zullen wensen. Om het vol te houden, zou het te wensen zijn dat mensen wat meer zouden denken in mogelijkheden en wat meer dankbaar zouden zijn voor wat ze wel hebben.

De kracht van dankbaarheid • ActionCOACH
%d bloggers liken dit: