Categorie archief: Spelplezier

Op papier ons derde toernooi

Het is alweer twee jaar geleden dat aantal enthousiaste jeugdtrainers bij elkaar kwamen om hun gedachten te laten gaan over iets waar ze alle vier enthousiast over waren. Hoewel zijn dik tevreden waren over de club ontbrak er in hun ogen wel iets op de evenementenkalender, een groot meerdaags jeugdtoernooi. De vier bevlogen trainers, de mannen van het eerste uur, schetsen snel de eerste contouren van hun droom. Een tweedaags jeugdtoernooi diende er te komen, compleet met allerlei site events. Zij wilde een toernooi organiseren waar alle deelnemers nog jaren over zouden praten, een toernooi waar de deelnemers graag naar toe zouden willen komen.

De deelnemende teams zouden bij Columbia overnachten, er diende een camping te komen op het terrein van de club. Voor de site events werden er contact gelegd met allerlei partijen. De plannen kregen al vrij snel vorm. In een later stadium werd ook ik gevraagd mee te helpen bij de organisatie. Er diende een vergunning aangevraagd te worden, een veiligheidsplan gemaakt te worden.

Het Pinksterweekend zou het Toernooiweekend worden. Als site event kwam het idee naar voren om met alle deelnemers de Champions league finale op een groot scherm te gaan bekijken. De toernooicommissie kwam inmiddels elke week bij elkaar. De tenten, extra toiletgelegenheid, elektra in de tenten, de Columbia camping kreeg geleidelijk aan vorm. De deelnemers diende natuurlijk ook te eten, ook daar werden afspraken over gemaakt. Om lijn te brengen in alle ideeën schreef ik een Plan van Aanpak dat later omgevormd zou kunnen worden tot een draaiboek.

Al snel kwamen de eerste inschrijvingen binnen. Het toernooi liep vol. Het leek een gat in de markt. Er werden afspraken gemaakt met Centraal Beheer om daar de parkeerplaats te kunnen gebruiken voor alle deelnemende teams. Pendeldiensten werden georganiseerd. Met Accres werden afspraken gemaakt over de site events. Het toernooi kreeg steeds meer vorm.

Een toernooi in deze omgang kan niet bestaan zonder vrijwilligers. Functiebeschrijvingen werden geschreven. Gesprekken met het bestuur, een presentatie tijdens de Algemene Ledenvergadering.

Zoals wij allemaal weten stak het Corona virus een enorm stok in het wiel. Wat ons eerste toernooi had moeten zijn was door de maatregelen die genomen diende te worden onmogelijk geworden. Onze leveranciers, de deelnemende teams, iedereen kon begrip op brengen voor ons besluit. Het bleek echter dat ook het afgelopen jaar het toernooi om identieke redenen geen doorgang kon vinden. Waar wij het gehele toernooi zo optimaal mogelijk hadden ingericht. Volledig Coronaproof, met vaste looproutes, een aparte in én uitgang, een procedure voor bron en contactonderzoek, afspraken over het testen vooraf. Extra hygiënische maatregelen, bleek ook dat onvoldoende. Ons veiligheidsplan werd herschreven, paragrafen over hoe wij diende te reageren bij een besmetting, hoe wij bron- en contactonderzoek diende vorm te geven. Welke eisen wij stelde aan deelnemende teams. Het ging allemaal een stapje verder. De complimenten voor de organisatie maar ook dit jaar ging ons toernooi niet door.

Columbia Cup 2021 afgelast vanwege Covid-19


Op dit moment zijn wij bezig met de voorbereidingen voor, op papier, onze derde toernooi. Het is enorm fijn om te zien dat onze leveranciers ons niet in de steek hebben gelaten en dat ook de verenigingen van het allereerste uur, de weg naar Columbia weer weten te vinden. Wij waren al twee keer eerder rond met de organisatie, Wij richten ons nu op 2022. Ik heb geen idee wat de situatie op dat moment zal zijn. Ik hoop dat wij Covid dan redelijk onder controle hebben. Hoewel zo mijn vraagtekens zet bij termen als eigen verantwoordelijk en zoiets vaags als gezond verstand zullen er weinig toernooien zijn die bij aanvang zo enorm goed voorbereid zijn als ons toernooi. Laat ik zeggen dat ik er nu al zin in heb!

Denken in achterstand, creëert achterstanden

Wij hebben het, zo langs de lijn, op de tribune, niet zelden over kinderen die minder getalenteerd lijken. Al eerder schreef ik een artikel over het feit dat wij bij de club onze eigen waarheid realiseren. Wij laten kinderen afvallen omdat een kind, volgens onze, subjectieve waarneming, minder talentvol is. Trainers selecteren ook niet op de lange termijn, ze bekijken met wie zij op de korte termijn, het beste zouden kunnen presteren. De kinderen die geselecteerd worden mogen meer trainen, krijgen ook betere trainers en zie hier de self fulfilling prophecy. Dat is wat wij talentontwikkeling noemen. Het probleem is ook niet dat wij kinderen hebben die op enig moment minder talentvol lijken en, op dat moment, misschien ook wel zijn. Het probleem is dat wij in ons land erg gewend om kinderen te vergelijken. Het is volstrekt normaal om van jongsaf kinderen te selecteren. Wij meten en vergelijken wat af. Ik weet niet hoe het jullie is, maar wij vergeleken vroeger geregeld onze cijfers na een toets met elkaar. Voor de vakken geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde vond ik dat niet zo’n probleem. Bij de vakken Engels en vooral Frans vond ik dat een stuk minder grappig. Het gebeurde niet zelden dat thuis gevraagd werd hoe anderen een toets gemaakt hadden. In de sport doen wij niet anders. Het hele idee van competitie is gebaseerd het vergelijken met anderen. Toch zijn ook daar de omstandigheden niet gelijk, niet iedereen heeft dezelfde trainingsomstandigheden, traint ook evenveel uren. In 1985 werd ik met mijn team 3e op het NK. De top 10 trainde een gelijk aantal uren. Het jaar daarna haalde ik niet eens de eindronde. Het jaar daarop werd ik 7e. Ondertussen trainde wij nog steeds 1x in de week, maar onze tegenstanders in de eindronde, allemaal 2 of meer keren per week. Het verschil was gemaakt. Alweer enige tijd geleden schreef ik een verhaal over Thijs. Thijs viel af bij de selectietrainingen. Zijn vriendje Sjors werd wel gelecteerd. Sjors kreeg een betere trainer, kreeg betere trainingsvoorzieningen en ging ook direct fors meer uren trainen. Na nog geen half jaar was Sjors beter dan Thijs. Thijs haakte na verloop van tijd, een illusie armer, af.

Ergens is vergelijken met anderen erg gewoon. Schieten wij er erg veel mee op? Helpt het ons veel verder?

Het zou helpen als wij allen gelijk waren, als de omstandigheden voor iedereen ook gelijk zouden zijn. Ik hoop dat het een open deur is als ik toch moet concluderen dat niet iedereen gelijk is, niet iedereen gelijke kansen krijgt, de omstandigheden voor niet iedereen gelijk zijn. Wat heeft vergelijken dan voor zin, behoudens dat de conclusie dat je weet dat iemand die 4x per week traint wellicht beter zal zijn dan iemand die slechts 1x per week traint?

In het onderwijs lijken testen het ultieme doel geworden. In plaats van het leren leren, de kinderen voor te bereiden op een volwaardige deelname aan de maatschappij worden kinderen dood gegooid met testen. Er moet gemeten worden. Ja, eens, meten is weten maar wat weten wij dan na een test? Meten wij dan wat een kind weet of meten wij direct de ondersteuning die het kind van huis uit mee krijgt mee? Meten wij ook het feit dat een kind thuis niet (altijd) de beschikking heeft over een computer of een rustige werkplek? Meten wij niet ook de mate waarin een kind stressgevoelig is mee en mocht een kind stress gevoelig zijn, meten wij dan ook waar dat door komt? Ik heb in mijn kennissenkring ouders die hoge cijfers enorm belangrijk vinden. Er moet gepresteerd worden. Onze samenleving draait nu eenmaal om presteren, om beter zijn dan de rest.

Uit onderzoeken weten wij dat een al te zeer gericht zijn om prestatie leidt tot drop outs. Kinderen, maar ook volwassen sporters stoppen dus vaker als hun trainer al te zeer gericht is op prestaties. Toen ik dat las vroeg ik mij af waarom kinderen toch ooit waren gaan sporten. Waarom gaan kinderen voetballen? Waarom gaan kinderen volleyballen of hockeyen, of misschien turnen? Ik ging als kind op volleybal omdat ik het spelletje leuk vond. Bij de club leerde ik vrienden kennen. Er zijn er ook die een bepaalde sport gaan beoefenen omdat vriendjes dat ook doen. Een enkeling gaat een sport doen omdat ouders die sport ook beoefenen. Ik geef toe, mijn jongste zoon ging volleyballen omdat het voor ons logistiek handig was. Ik was actief in het volleybal en ook onze andere twee kinderen volleybalde. Hij vond volleyballen echter niet echt leuk en stopte daar ook snel mee. Hierna is gaan tennissen. Op zich vond hij dit leuk alleen mocht hij alleen maar trainen. Tennis was zo’n moeilijke sport, hij moest eerst maar een jaartje of zo alleen gaan trainen. Die ontzettend foute gedachte was ook in het volleybal langere tijd zeer gangbaar. Ook in het volleybal vonden wij dat onze sport zo moeilijk was dat kinderen eerst maar eens een paar jaar moesten trainen voordat ze wedstrijdjes mochten spelen. Heel veel kinderen vonden het om die reden al heel snel niet heel erg leuk meer en haakje af. Na het tennissen volgde het voetbal en op dat moment vonden wij het niet heel erg leuk. Het was te hard, te zwaar maar …. ze mochten wel direct wedstrijdjes spelen. Belangrijker was, maar ik geef toe, het duurde even voor ik zover was, hij vond het fantastisch. Voetbal was leuk en niet onbelangrijk. Zijn vriendjes voetbalde. Geen enkel kind gaat een sport beoefenen met het voorop gezette plan om wereld of Olympisch kampioen te worden of er op termijn zijn of haar geld mee te gaan verdienen. Dat zijn doelen die veelste ver liggen. Het kan best op enig moment in beeld komen, maar dat zijn het wij, de ouders, de trainers die dergelijke vergezichten schetsen.

Ik ben altijd een trainer geweest die methodisch wilde werken. Wat kan mijn team op dit moment? Wat moeten ze nog leren (lees wat kunnen ze nog niet) en wat zou ik ze in een seizoen kunnen leren? Met die informatie maakte in een plan. Van week tot week beschreef ik wat er geleerd moest worden. Ook ik gebruikte testjes om te kunnen bekijken wat de stand van zaken was. Het enige verschil was dat ik géén vergezichten schetste, zelfs het winnen van wedstrijden was niet een doel. Ik heb altijd twee doelen gehad, dat was leren volleyballen en plezier voor iedereen in de groep. Los van dat plezier ging ik mij dat doel om te leren volleyballen uit van wat mijn spelers niet beheerste, wat ze niet konden. Ik was mij nog niet zo bewust van het feit dat alles wat je aandacht geeft groeit. Met andere woorden dat ik met al mijn aandacht op alles wat niet goed ging het misschien wel steeds minder goed ging en ik het dus goed aan het verprutsen was. Hockeycoach Marc Lammers legde dit ooit perfect uit.

In het verlengde hiervan bevindt zich ook de constatering dat denken in achteruitgang ook achteruitgang creëert. Begin dit jaar publiceerde het Brabants Nieuwsblad hier een artikel over.

Het échte probleem is niet het verschijnsel van leerachterstanden, maar het feit dat we het volstrekt normaal vinden dat we kinderen al van jongs af aan vergelijken en selecteren. Dat belemmert hun ontwikkeling.

Even verder op staat te lezen “Kinderen die steeds vergeleken worden met anderen en minder goed presteren, raken eerder gedemotiveerd. Een self fulfilling prophecy.” Hier gaat het een klein beetje over Thijs.

Dan wordt in het artikel geconstateerd dat het spreken in achterstanden niet alleen schadelijk is voor kinderen en hun ontwikkelingspotentieel, maar ook een belediging voor alle leraren en ouders die zich hebben ingespannen om te doen wat mogelijk is onder deze bizarre omstandigheden. Of het nu een belediging is voor leraren en ouders waag ik te betwijfelen. Het waren toch die leerkrachten en die ouders die steeds aan het vergelijken waren? Het zijn niet de kinderen die in net NOS journaal komen melden wat de gemiddelde CITO score dit jaar was. Hij zijn niet de kinderen die aan die CITO score een advies koppelen voor een eventuele vervolg opleiding. In de sport kennen wij diezelfde drang met betrekking tot meten, ook wij kennen dat ultieme meetmoment, de selectietraining. Het verschil met het onderwijs is dat wij in de sport kinderen direct afserveren. Thijs haakte uiteindelijk af. Wij blijven ook in de sport ronddobberen in een heel fout paradigma. Wij gaan er volledig aan voorbij dat ontwikkeling niet lineair verloopt. Elke ontwikkeling heeft zijn eigen tempo. Iedereen krijgt vroeg of laat te maken met tegenslag, haperingen maar ook versnellingen.

Het denken in achterstand, creeërt achterstanden. Gaan wij uit van kinderen die het op enige moment wel kunnen en zetten wij dat af tegen kinderen die het niet kunnen creëren wij onze eigen waarheid en daarmee doen wij kinderen echt te kort. Wij leven onze eigen waarheid, volledig in de mist van waar wij varen. Het wordt tijd dat wij ophouden met selecteren, met kinderen af te schrijven voor ze nog begonnen zijn zich te ontwikkelen.

Varen bij slecht zicht of mist - Varen doe je samen

Clubhoppen

Op Facebook las ik recent een meer dan aardige post: “Clubhoppers: een bijzonder fenomeen”

Aan het eind van het seizoen, soms eerder, trainen of voetballen ze ineens mee: jeugdspelers van andere verenigingen uit de regio.Meestal een fanatieke ouder erbij. Nee, lid zijn ze nog niet, want ze willen eerst de zekerheid dat ze in de ‘selectie’ komen. Krijgen ze dat ja-woord niet, dan zoeken ze verder of blijven ze bij hun oude club. Het zijn vaak leuke spelers. Niet goed genoeg voor een BVO, maar het gras bij de buurman is voor de clubhopper toch net iets groener dan bij zijn eigen club. Die nieuwe club speelt misschien wel op divisieniveau! Wow, dat vindt de clubhopper stoerder dan zijn eigen club naar een hoger niveau brengen.De trainer van het selectieteam wil het nieuwe seizoen graag goed voor de dag komen. Hij is al snel erg enthousiast over de inzet en voetbalkwaliteiten van zíjn aanwinst. Daarmee kan hij presteren en trots door de kantine lopen.Dus trappen ze er met open ogen in. Altijd ten koste van andere spelers die dan maar een team lager moeten gaan spelen. Vaak zijn dit spelers die al jaren lid zijn en dat waarschijnlijk ook jarenlang zouden blijven.Het zal de clubhopper, diens ouders èn de trainer een worst wezen. Zij hebben het in ieder geval voor één of twee seizoenen goed voor elkaar! Waarna de clubhopper meestal weer verder trekt. Op zoek naar nog meer voetbalgeluk…Tel uit je winst!

Het bericht werd enkele malen gedeeld en diverse keren geliked. Terecht, als je het mij vraagt. Toch zette het mij wel aan het denken. Wat vond ik er van? Lag dit probleem ook echt bij die fanatieke voetbalouders? In de reacties ging het hier enkele keren over. Zo vond iemand het toch een raar fenomeen vinden dat voetbalouders hun identiteit en status halen uit de prestataties van hun kinderen. Een ander vond dat ouders de prestaties van hun kroost nu eenmaal door een roze bril bekijken. Ik miste de de zelfreflectie bij veel reacties. Wat was de rol van de clubs, van de trainers?

Volgens mij voorkom je het geschetste probleem alleen door werkelijk anders naar sport te kijken. Ik las recent dat Arsenal een jochie van 10 heeft vastgelegd. Geen mens die dan zegt ‘Belachelijk, is dit geen kinderarbeid? Moet dat kind niet gewoon lekker thuis met z’n vriendjes spelen?” Nee, in het voetbal is dit dood normaal geworden. Trainers zijn niet van de lange termijn, trainers zijn niet bezig met de ontwikkeling van het kind, die zijn bezig met de korte termijn, met hun kampioenschap, inderdaad met hun eigen CV! Bij gebrek aan een spiegel wijzen clubs, trainers, maar wat graag naar ouders.

Ouders zoeken niet zelden een soort compensatie voor vaak het eigen gebrek aan talent. Je hebt echter ook ouders die gewoon kwaliteit vragen van de trainer, de club, waar hun kind lid van is. Clubs hebben echter vaak gewoon geen idee van waar ze mee bezig zijn. Wat hun werkwijze doet met een kind. Het is zijn volwassenen die over de rug van kinderen slechts met zich zelf bezig zijn.

De film Turn gaf ons een aardig inkijkje in de Turn sport. Het waren zeker ouders die een rol speelde, maar ook trainers, clubs en sinds kort weten wij, ook bij de bond, hebben boter op hun hoofd en dat alles over de rug van jonge jonge kinderen. Dit soort beelden zijn met hetzelfde gemak óók in het voetbal te maken. Ook daar lopen trainers, bestuurders rond, die vrij weinig kaas gegeten hebben van pedagogisch verantwoord trainen, kindgericht werken.

Wat is overigens in Godsnaam is talent? Wij denken dit te weten, elke nitwit heeft een glazenbol. Kinderen zijn regelmatig geblesseerd, vroeg opgebrand, maar dat boeit die volwassenen niet, die zien dat als collateral damage.

Ik kijk nog steeds met verbazing rond in de voetbalsport. Wij hebben het vaak over ouders. Zeker, die spelen een rol, maar clubs, trainers, het hele systeem is hier debet aan. Je zou het ziek kunnen noemen. Plezier is in het voetbal volledig wegbezuinigd. In het voetbal draait het vaak maar om 1 ding, dat is resultaat, dat is de korte termijn. Er zijn zelfs mensen die denken dat plezier en resultaat ook aan elkaar gekoppeld zijn, zonder resultaat geen plezier. Dat, beste mensen is de weeffout die er voor zorgt dat kinderen afhaken, dat wij clubhoppers hebben. Werkelijk helemaal niets anders.

Week Tegen Pesten 2016: Wat kun je ertegen doen?- voor alle sporters en  sportclubs van Nederland

Niet zeuren

Het is alweer een tijd geleden dat ik een blog geschreven heb. Niet dat ik het enorm druk was met andere zaken, er was gewoon weinig te melden. De sport lag dan ook vrijwel stil. Nu heb ik in het begin van de hele Corona crisis nog een paar verhalen geschreven over juist die Coronacrisis, over hoe wij het kunnen volhouden, hoe trots ik was en ben op die mensen bij onze voetbalclub, de mannen met wie ik al twee jaars een groots jeugdvoetbaltoernooi probeer te organiseren. Mannen die als geen ander buiten de kaders weten te denken en ondanks alles de moed niet opgeven. Ook daar over blijven schrijven houdt een keer op en hoewel ik nog steeds niet gevaccineerd ben en ook geen idee heb wanneer ik aan de beurt ben, gaan wij binnenkort weer eens een Teams overleg plannen om de plannen voor 2022 te bespreken. Het moet er toch eens van komen. Nee, dit verhaal gaat niet over Corona. Dit verhaal gaat wel over teleurstellingen, over letterlijk ziek worden door sport. Dit verhaal gaat over pesten, treiteren, vernederen, over het stoppen met sport en dat alles omdat er trainers zijn die hun eigen CV, hun eigen ego belangrijker vinden dan de kinderen die zijn mogen trainen.

Gisteren werd het onderzoeksrapport “Ongelijke leggers” gepresenteerd. Een schokkend relaas waaruit bleek dat 66% van de respondenten te maken had met grensoverschrijdend gedrag door trainers. Het ging dan over pesten, treiteren, uitschelden, negeren, apart zetten. Tijdens de vooravond vertelde een gewezen top turnster dat zij met blessures doortrainde. Ze durfde haar trainer niets te vertellen over haar pijn. Er waren turnsters die een eetstoornis ontwikkelde, er waren er zelfs die opgenomen diende te worden omdat ze psychisch volledig vast gelopen waren. Het NOS sportjournaal bagataliseerde het rapport en concludeerde dat niet heel turnend Nederland had meegewerkt aan het onderzoek. Het kon het topje van de ijsberg zijn, het kon ook reuze meevallen. Een schandalige reactie, maar past in een patroon. De NOS was ook rijkelijk laat met het erkennen van de dopingproblematiek in het wielrennen

Ook op Social media logen de reacties er niet om. Zo was er iemand die vond dat grensoverschrijdend gedrag er gewoon bij hoorde. Wil je Olympische medailles winnen dan moest je nu eenmaal grenzen verleggen. Het uitschelden, apart zetten, was normaal, welke ouder doet dat niet. Opvoeden heet dat.

Dit soort opvattingen zijn even schokkend, als ook pertinent onjuist. Wij weten al sinds 2005 dat het pedagogisch leerklimaat dat de trainer weet neer te zetten, bepalend is voor het al dan niet doorgaan van de (top!) sporter met zijn of haar sport. Een klimaat dat al te zeer gericht is op resultaten leidt tot afhaken. Sporters verlaten de sport.

Wij hebben het in ons land vaak over de winnaarsmentaliteit van de Amerikanen. Dat is niet voor niets, want er is geen land dat meer Olympische medailles binnen heeft gesleept dan de VS. Laten nu net twee Amerikaanse sportwetenschappers daar onderzoek naar gedaan hebben. Uitgebreid wetenschappelijk onderzoek van de Amerikaanse sportwetenschappers Frank Smoll en Ronald Smith (University of Washington, Seattle) onder topcoaches uit bijvoorbeeld de NBA en de NHL leverde op dat juist die coaches niet bezig zijn met het resultaat maar juist met het proces, met de uitvoering.  Uit onderzoek naar talentontwikkeling in de sport is gebleken dat talenten meer gericht te zijn op de eigen, individuele vooruitgang, het zelf beter worden, dan met het korte-termijn succes, het winnen van wedstrijden.

Wij vergeten bij dit alles dat die turnsters nog kinderen waren toen hen dit overkwam. Kinderen die afhankelijk waren van een volwassen trainer. Een van de turnsters zei gisteren ook dat het niet in je opkwam om er iets van te zeggen. De documentaire Turn liet ons al zien dat het niet alleen de trainers waren, maar dat kinderen ook enorm gepusht werden door fanatieke ouders. Die fanatieke ouders hadden wij al langer in beeld. Sterker nog, waar de slogan ooit was ‘Ouders graag gezien’, waren veel trainers die ouders liever kwijt dan rijk. Ouders waren lastig, waren vaak iets te blij dat hun oogappel niet in de selectie zat. Clubs en trainers hadden hier zelfs een naam voor, Curlingouders. Kinderen moesten maar leren dat de weg naar de top niet over rozen ging. O ja en niet elk kind is een nieuwe Marco van Basten. Je zal maar kind zijn en gemangeld worden door een scheldende trainer en een vader die je op z’n minst op het podium bij de Olympische Spelen wil zien. Een van de aanbevelingen uit het rapport Ongelijke Leggers is het werken met het vier ogen principe. Trainers mogen niet meer alleen gelaten worden met de kinderen. Best een heftige maatregel. In de kinderopvang kennen ze een dergelijke werkwijze al wel en na Dutreaux stond geen enkele Belgische trainer nog alleen in de zaal. In Duitsland hebben ze, in het voetbal, net een experiment met juist die ouders op afstand.

Wij kunnen afspreken wat wij willen, maar zolang wij kinderen blijven zien als mini volwassenen. Zolang wij denken dat het behalen van resultaten uitsluitend behaald kan worden door kinderen hard aan te pakken. Zolang grenzen verleggen synoniem is met grensoverschrijdend gedrag, schieten wij er niets mee op.

Ik had het er al over dat turnsters nog kinderen waren toen zij onderdeel uitmaakte van dit systeem. Ik weet nog goed dat ik lang geleden, geregeld op Papendal de trainingen van de Jong Oranje volleyballers bezocht. In de turnhal trainde de turnselectie. Jonge meisjes die al bezig waren met EK, WK en Olympische Spelen. Je kon er niet vroeg genoeg bij zijn. Er vroeg bij willen zijn zien wij ook in andere sporten. In het voetbal wordt op hele jonge leeftijd gescout en een club als Manchester City, wie kent ze niet, heeft een selectie met kleuters van vijf jaar en jonger. Eerder schreef ik al dat uit Australisch onderzoek bleek dat onder 256 Olympische topsporters, medaillewinnaars, slechts 7% als kind ook uitblonk. Maar liefst 84% blonk als kind niet uit, was nooit gescout en had zelden of nooit in het eerste team van een vereniging gespeeld. Er gaat dus iets goed mis bij al dat vroeg selecteren van kinderen. Wij jagen kinderen over de kling en alles voor het geld of de CV van de trainer.

Het wordt tijd dat wij sport weer terugbrengen tot de essentie. Kinderen gaan sporten omdat ze de sport leuk vinden, misschien omdat vriendjes dezelfde sport beoefenen. Geen enkel kind start met een sport met het ultieme doel om de absolute top te halen. Tuurlijk, ook ik was Johan Neeskens en ik heb werkelijk teams met Ron Zwervers en Edwin Benne’s getraind, maar beste trainers en beste ouders, dit betekent niet dat dit het ultieme doel was. Als kind graafde wij loopgrave, bouwde wij hutten en speelde wij op het braakliggende terrein aan de overkant van de straat hele veldslagen na. Dat wilde niet zeggen dat ik ook maar een seconde als kind dacht bij Defensie te tekenen. Iets later wilde ik bioloog worden. Dat was al iets serieuzer, ook dat ben ik uiteindelijk niet geworden. Ik vond het struinen in de natuur leuk, het was allemaal spel. Wij denken, als volwassenen heel vaak dat wij wel weten wat goed is voor onze kinderen. Hierbij vergeten wij echter vaak het kind zelf. Dat gebeurt in het turnen, dat gebeurd in werkelijk elke sport. Laten wij die ongelijke leggers eens gelijk zetten. Laten wij als trainers, als ouders, eens stoppen met zeuren. Laten wij de sport weer teruggeven aan de kinderen.

SIRE | Geef kinderen hun spel terug - YouTube

Energielek

Door ‘de Corona’ zitten wij al heel lang thuis. Zo lijkt ’t ten minste. Mensen klagen, er is hen een flink stuk vrijheid afgenomen. Hoe langer het duurt, hoe moeilijker het wordt. Afgelopen week heb ik, ja ze bestaan echt, een workshop ‘Mentaal fit tijdens Corona’ gevolgd. Onderwerpen als energiegevers, energievreters en het belang van balans werden uitgebreid behandeld. Weinig nieuws onder de zon, want het was mij eigenlijk al jaren duidelijk dat bepaalde zaken, activiteiten mij energie gaven en dat sommige zaken mij gewoon enorm veel energie kostte. Het geven van training, het mogen werken met enthousiaste volleyballers gaf mij enorm veel energie. Ook de rol als teamleider van de selectie elftallen bij de voetbalclub was echt fantastisch om te doen. Er voor zorgen dat alles rondom het team op rolletjes liep, dat de jongens plezier konden beleven aan hun sport, het samenwerken met al even enthousiaste ouders, dat gaf mij energie. Vergaderingen voorzitten met veel discussie en mensen die alleen maar dwarslagen, daar zag ik tegen op en die kostte mij altijd veel energie. Een balans tussen die twee is fijn. Stel dat ik veel van die vergaderingen zou hebben, met altijd van die moeilijke, lastige mensen, zou ik het niet lang volhouden. Omgedraaid, alleen maar activiteiten op je agenda hebben die je veel energie geven is ook best vermoeiend. Ik dacht tot voor kort dat het fijn was als mensen betrokken en bevlogen waren. Betrokken bij hun werk, bij het geen ze doen, Ik heb altijd gedacht dat bevlogen mensen echt fijn waren, prettig om mee samen te werken. Hart voor de zaak. Ik weet nu, door schade en schande wijs geworden, dat de grens met te betrokken en te bevlogen, wel heel erg vaag is. Mensen die echt alleen maar activiteiten kennen die hen energie geven, moeten toch op enig moment, de behoefte hebben om een pauze te nemen. Ik reisde bijna twee jaar lang op en neer naar Den Haag. Mijn wekker ging dagelijks om 4 uur en vaak was ik pas rond elf uur ’s avonds thuis en ik klaag niet. Ik deed het met plezier. Het werk was leuk, ik had echt hele fijne collega’s maar ik belandde wel eind februari in het ziekenhuis. Mijn lichaam had hard op de rem getrapt. Ik was keihard over mijn eigen grenzen heen gegaan. Zo hard zelfs dat ik niet door had gehad dat ik over de grens heen ging. Te bevlogen en te betrokken. Wat er ook gebeurd, ergens komt er een moment dat je teruggefloten wordt.

Klapband

Waar ik echter, tot vorige week, nog nooit van gehoord had was het begrip energielek. Een klapband waardoor je volledig op leegloopt, waardoor je in een keer al je energie kwijt raakt. Die kan een situatie zijn, maar dit kan ook een persoon of personen zijn. Tijdens genoemde workshop diende wij, na een presentatie over energiegevers en energievreters, in tweetallen proberen te achterhalen wat nu toch een ieders energielek was. Het bleek dat ik volledig leegloop op mensen die klagen, mensen die alles zwaar, moeilijk en ingewikkeld vinden en daarbij geen geduld kunnen opbrengen voor het moment dat er wellicht betere kansen en mogelijkheden zijn.

evodammer: Klapband

Nu kom ik die mensen nog wel eens tegen en om nu elke lekke band te gaan plakken, is enorm veel werk. Waarbij iedereen zich zou kunnen voorstellen dat een klapband eigenlijk niet te repareren is. Is dan de beste tip te zorgen dat je band niet lek raakt? Er bestaan van die banden die niet lek kunnen. Moet je dus zorgen voor voldoende eelt op je ziel?

Een beetje klagen, zeuren, dat kan ik best hebben. Sterker nog, het geeft soms ook wel een soort samenhorigheidsgevoel. Als ik door de stromende regen naar het werk toe ben gefietst en ik kom doorweekt binnenlopen, dat is het wel fijn dat ik niet de enige ben, dat er meer mensen zijn die zijknat binnenkomen lopen en het is wel lekker om dat samen even te klagen. Het moet wel ergens ophouden. Iemand die voortdurend klaagt is funest voor teams, maar ook voor individuen. Zie ook mijn klapband. Mensen die heel erg veel klagen zijn vaker ziek, zitten zich zelf niet zelden in de weg en slepen anderen daarin mee. Ik merk bij mezelf dat ik mij hierdoor zeker laat meeslepen. Voor mij is het belangrijk om mij te realiseren dat klager passievolle mensen zijn, mensen met hart voor de zaak. Er zijn ook mensen die allang zijn afgehaakt, die niet meer meedoen, meedenken en misschien wel riskanter voor de club zijn

Is er dan helemaal niets goed?
Is alles moeilijk en ingewikkeld?
Is erdan echt geen oplossing?

Zoals ik al benoemde, echt klagen heeft zin. Kap een klager dan ook niet zomaar af. Klagers vinden niet zelden in het geheel niet dat ze klagen. Anderen klagen. Dit wordt ook wel de klaagparadox genoemd. Al die Amerikanen die nu klagen over het verloop van de verkiezingen vinden echt niet dat zij klagen. Hun waarheid is de waarheid en zie daar maar eens wat tegen in te brengen. Enig tactisch vernuft in deze is handig. Plomp verloren benoemen dat de ander zeurt is niet echt helpend. Het is net Judo. Het is verstandig om begrip te tonen, mee te buigen, te spiegelen, soms letterlijk herhalen wat de klager heeft gezegd, zonder dat je ‘m voor gek zet. Probeer ook te onderzoeken waarover je het wel eens bent met de klager. Over welke positieve elemementen ben je het wel eens? Probeer een positieve draai te geven aan het gesprek. Dit valt nog niet mee. Mensen die erg veel klagen zijn niet zelden dominante, extraverte mensen. Heb je echter overeenstemming, zijn er gezamelijke positieve punten, dan ga je daar op door. Probeer dat negatieve patroon te doorbreken. Eigenlijk is ook dat net judo.

File:Judothrow.jpg - Wikimedia Commons



Geen gezeur

Ondertussen hebben wij besloten om ons tweedaags jeugdtoernooi van komend jaar toch nog met een jaar te verschuiven. Wij hebben het vermoeden dat Covid tegen die tijd het land nog niet uit is en dat wij tegen die tijd nog niet allemaal voldoende gevaccineerd zijn. Wij zetten nu in op 2022 voor de start van ons toernooi. Opvallend was dat in de vergadering er niet geklaagd werd, niemand zeurde over de omstandigheden waarin wij verkeren. Bijzonder aan dit overleg, dat overigens Online vervoerd werd, was de overtuiging dat wij een enorm goed en leuk toernooi willen organiseren. Wat is het fijn om deel uit te maken van dit team!

%d bloggers liken dit: