Categorie archief: Spelplezier

De Palingkweker

Aan de vooravond van de wedstrijd van Oranje tegen Wit-Rusland liet de NOS Huub Stevens aan het woord. Stevens geeft zijn visie op de staat van Oranje. In niet mis te verstane woorden fileert hij de Hollandse School. Stevens heeft er ook geen vertrouwen meer in dat Oranje zich gaat plaatsen voor het WK. Volgens Stevens gaat het al mis bij de jeugd.

“Techniek trainen? Uitstekend, maar wel onder weerstand. Dan werk je ook aan de mentale weerbaarheid.”

In het volleybal kende wij, kort door de bocht, twee scholen. Zo had je daar de verenigingen die geheel volgens het onderwijsmodel zeer planmatig werkte, jaarplannen kende, soms zelfs inclusief de 10 minuten gesprekjes. Het model waarin kinderen alle leeftijdsniveaus moesten doorlopen omdat dit goed voor de ontwikkeling was. Kinderen speelden met, als ook tegen leeftijdsgenoten. In de reguliere competitie deden deze teams het fantastisch, ze wonnen alles. Zij presteerde ook goed tijdens de gesloten club kampioenschappen. Bij de open club kampioenschappen, het Nederlands kampioenschap waar de teams weliswaar op leeftijd waren ingedeeld maar de spelers/speelsters ook in hogere teams mochten spelen zag je deze teams niet meer terug.

Lees de rest van dit bericht

Divide en impera

‘Divide en impera’, verdeel en heers, een spreuk die aan Phillippus II van Macedonië wordt toegeschreven. Phillippes leefde van 382 tot 336 voor Christus. Philippus zou deze tactiek van verdeel en heers hebben toegepast tegen de Griekse stadstaten. Hoewel deze tactiek aan Phillippus wordt toegeschreven, is het ook in de eeuwen die volgde een zeer gangbare tactiek gebleken. Zo bleek het in de koloniale politiek van de Europese landen een zeer bekende werkwijze. De tactiek houdt in dat de ene concurrent meer rechten krijgt dan de andere concurrent. Hierdoor zal er nooit vriendschap ontstaan tussen hen beiden en hoeft de derde partij, diegene die deze tactiek gebruikt, niet te vrezen dat de eerste twee samen tegen hem zullen optreden. Goscinny en Uderzo werken deze werkwijze geniaal uit in hun meesterwerk ‘Asterix en de Intrigant’ Het Gallische dorpje bood lang weerstand tegen de heerschappij van Ceasar.  Ceasar wilde hier voor eens en altijd een einde aan maken. De Galliërs stonden bekend om de nauwe samenwerking en de eendracht. Ceasar kreeg, zo gaat het verhaal, de tip om die samenwerking te ondermijnen met behulp van een onruststoker. Als de helden uit het kleine dorpje aan de kust niet meer eendrachtig ten strijde zouden trekken, zou het gedaan zijn met het dorpje en behoefde Ceasar niet langer te vrezen. Al op weg naar Gallië zorgde Cassius Catastrofus voor chaos. Een piratenschip ging naar de haaien. Niet omdat zij aangevallen werden, maar door onenigheid onderling. Eenmaal in Gallië blijkt dat Catatrofus zijn werk verstaat. Het duurt niet lang voordat in het dorpje aan de kust, niemand elkaar meer vertrouwd, oude vetes weer boven tafel komen en de slagvaardigheid van de Galliërs hand over hand afneemt. Het gaat zelf zo ver dat dat de Romeinen op het punt staan het dorp in te nemen. Net op tijd zagen de Galliërs in dat zij alleen dan zouden kunnen overwinnen als zij de rijen zouden sluiten. Uiteindelijk had deze, destabiliserende werkwijze, maar een korte houdbaarheid. Uit de geschiedenis weten wij dat dit niet alleen een verzinsel was uit het brein van Goscinny. Hoewel het een vrij gangbare tactiek was en is, zeker wanneer je onzeker bent over je eigen handelen, is het veelal een tactiek die vroeg of laat tegen je gaat werken. Wat wel een feit is, is dat het, zolang het werkt, je weinig tot geen tegengeluid behoeft te verwachten.

Lees de rest van dit bericht

Alles draait om winnen

Na het debacle tegen de Fransen, werd tegen de Bulgaren de laatste strohalm gegrepen. Tenminste dat moesten wij allemaal geloven. Wij moesten dit ook geloven, want nog een keer niet op een hoofdtoernooi aanwezig, dat zou te veel zijn. Dat dan wel de overige wedstrijden gewonnen diende te worden en dat daarbij ook nog eens een bijna buitenaards aantal doelpunten gemaakt diende te worden, dat was zorg voor later. Wij vergeten voor het gemak het feit dat het toch al weer 6 jaar geleden is dat Nederland op de 1e plaats stond op de wereldranglijst. Wij verdringen dat wij in die zes jaar van plek 1 naar plek 36 zijn afgezakt.

Nederland heeft lang gedacht een gidsland te zijn. Wij wisten hoe het spel gespeeld moest worden. Onze toptrainers deden aan ontwikkelingswerk. Dat alles is nog niet eens zo heel lang geleden, want nadat Danny Blind de pijp aan Maarten gaf, was het binnen halen van een buitenlandse coach toch echt taboe. Wij wisten hoe het zat en hadden alles in huis om het debacle af te wenden.

Aan Einstein wordt de volgende zinsnede toegeschreven:
Je kunt een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt
Bij het zoeken naar oplossingen is de KNVB, in al haar wijsheid, op zoek gegaan naar oplossingen binnen het eigen, bekende, netwerk. Wij kunnen niet zeggen dat dit nu direct het gewenste resultaat had, maar wie maalt daar om. Veranderingsprocessen nemen nu eenmaal tijd. Keulen en Aken zijn ook niet op een dag gebouwd. Het probleem is misschien wel de snelle behoefte bevrediging. Er moet resultaat zijn en wel morgen. Opvallend aan al dat resultaat is dat het maar moeizaam gaat, op het moment dat er een resultaat neergezet moet worden. Eerlijk is eerlijk, uit het rapport ‘Winnaars van morgen’ blijkt dat er over de eigen schutting heen is gekeken. Ook is er duidelijk sprake van een langere termijn visie. Het gaat ook niet om de winnaars van nu, maar om de winnaars van morgen. Toch zitten in dit rapport een aantal hardnekkige miscalculaties. Want waarom is het belangrijk om vast te houden aan de eigen voetbalcultuur? Is onze eigen voetbalcultuur anno 2017 dan zaligmakend? Verder komt in dit rapport ook de winning mindset als een soort heilige graal bovendrijven. Wij kunnen in Nederland niet meer winnen. Plat gezegd, onze kinderen zijn watjes, verwend, ze weten niet meer dat voetbal om winnen draait.

Ik vond dat een bijna schokkende constatering. Niet omdat ik het herkende en van mening ben dat dit ook de missing link is, nee het schokkende zat ‘m er in dat ik in de jaren dat ik langs de lijn bij het voetbalveld sta zelden tot nooit een coach, een ouder, tegenkom die winnen niet prominent tot eerste en enige aandachtspunt heeft verheven. Sterker nog. Ik ben coaches, ouders ook, tegengekomen die tegen hun team, hun kind te keer gingen omdat de wedstrijd verloren was, het kind een fatale fout had gemaakt waardoor er alsnog verloren werd. Hebben wij geen winnaarsmentaliteit? Man, dat winnen wordt ons vanaf een jaar of 4 met de paplepel ingegoten. Wij creëren spelers die niet meer zelf oplossingen durven te bedenken omdat ze bang zijn om het fout te doen. Wij creëren kinderen die fouten maar het liefst mijden. Hoezo moeten wij werken aan een winning mindset? Wij hebben er iets te veel van.

Natuurlijk gaat het in de sport om winnen en verliezen. De focus op winnen en het ontwikkelen van vaardigheden in de sport staat echter op gespannen voet. Dit is niet nieuw, dit weten wij eigenlijk al heel lang.  Wij associëren de winnaarsmentaliteit vaak met de atleten uit de Verenigde Staten. Voor hen is schitteren op de Olympische Spelen de ultieme droom. Nu is er, juist in dat land, onderzoek gedaan naar het effect van gaan voor het resultaat. In een artikel van Christopher Munsey, op de website van de American Psychological Association, wordt een onderzoek aangehaald dat Richard E. Smith, professor aan de Universiteit van Washington, begin jaren 70 van de vorige eeuw uitvoerde.

“The best way to maximize performance is by creating an environment in which athletes are having fun, are highly motivated, they’re trying to improve, they’re giving maximum effort, and you have a good relationship with them, so they’re more likely to listen to what you tell them,” aldus Smith. “That’s the way you get to winning.”

Smith en Smoll zijn van mening dat winnen en verliezen onderdeel uitmaken van de sport. Trainers en coaches moeten goed begrijpen wat dit betekent voor de individuele spelers. Smith en Smoll benadrukken echter altijd dat bevordering van plezier, het terugdringen van de angst en het verbeteren van prestaties een team zijn beste kans voor succes geeft (Journal of Sport and Exercise Psychology, Vol. 29, No. 1).

Met andere woorden, plezier, het terugdringen van de angst het fout te doen, de focus op de verbetering van de uitvoering, vergroot de kans dat een speler, een team, succesvol zal zijn. De winnaars van morgen zijn dus die kinderen, die jeugdigen, die spelers die fouten mogen maken, die plezier hebben in wat zij doen en die voortdurend bezig zijn met zelf beter te zijn dan dat ze de dag, de week, daarvoor waren. Zij zijn dus getraind door trainers die deze spelers uitdagen zich zelf te verbeteren, die begrijpen dat fouten maken niet vermeden moet worden maar hoort bij de ontwikkeling. Zij zijn getraind door trainers die plezier centraal stellen. Einstein had het nog niet zo heel verkeerd.

De piramide

Als arbo adviseur was het, de afgelopen 17 jaar, een uitdaging om de aandacht voor, de kennis over, veilig en gezond werken bij de collega’s op de werkvloer tussen de oren te krijgen. Arbo was regelmatig iets van; ‘O ja, die wet‘ en ‘Ja, daar doen wij zeker aan, het staat daar in de kast.’
Waarna iedereen over ging tot de orde van de dag en het wachten was op een incident.
Ging het vaak fout? Dat viel eerlijke gezegd reuze mee, maar of dat nu kwam omdat hier nu zwaar nagedacht was over risico’s?
Mijn collega’s op de afdeling, op de locaties, de handen aan het bed of aan het stuur, werden primair gedreven door de wil om goede zorg te leveren. Dat daar ook nog zoiets iets was als een Arbowet en dat er ook nog misschien wel een Inspectie SZW mee wilde kijken? Hoezo?  Ik was er van overtuigd dat ik, als ik in staat was om de aandacht voor arbeidsomstandigheden, voor veiligheid, kon koppelen aan die primaire drijfveer, de aandacht voor goede arbeidsomstandigheden, voor veiligheid, niets meer was, dan onderdeel van hun werk. Ik heb in die periode gepoogd om de aandacht voor arbeidsomstandigheden, voor veiligheid, te koppelen aan de kernwaarden van de organisatie. Deze kernwaarden waren duidelijk zorg gericht, want dat was waarop wij op aarde waren. In de Ri&e’s in documenten probeerde ik die kernwaarden te verwerken. De Ri&e werd niet meer de verplichte sessie met een digitale vragenlijst, maar werd een workshop. Het bijzondere aan die workshops was dat sommige collega’s zeiden:
‘Was dit de Ri&e? Dit ging toch echt over mijn werk!”
Lees de rest van dit bericht

Jongens moeten ravotten

Toen ik nog jong was, zo’n 50 jaar geleden speelde wij op de Vilters. De Vilters was een groot stuk braakliggend terrein waar anno 2017 menig projectontwikkelaar kwijlend bij had staan kijken. De Vilters was geen weiland, maar een groot stuk, onontgonnen land, met gras, struiken, hier en daar een boom. Een stukje grond dat er bij lag om ontdekt te worden en dat deden wij dan ook. Menig oorlog werd daar uitgevochten, hutten gebouwd, loopgraven gegraven en niemand die daar iets van zei. De regels bepaalde wij zelf. Was je gezien dan was je dood en in je hut, onder de grond, was je vrij. Het was fantastisch. Was het dan altijd leuk? Nee, als Wanne of zijn grotere broer meededen was het heibel. Zij wilde altijd de baas zijn en dat betekende altijd ruzie. Een blauw oog naar huis, een natte washand er op en de dag erna gewoon naar school.  Zelden of nooit deden er meiden mee. Meisjes waren stom, die hoorde er pas later bij. Daar speelde je in ieder geval nooit oorlogje mee, daar klom je niet mee in bomen, graafde je geen loopgraven mee, maakte je geen hutten mee.

Heel recent startte SIRE een campagne waarin gepleit wordt om jongens weer jongens te laten zijn. Jongens moeten stoeien, moeten in bomen klimmen, moeten hutten bouwen. Jongens moeten meer ravotten. De SIRE campagne legt een groot leed bloot. Tenminste dat doet het voorkomen, want waarom overheidsgeld besteden aan jongens die weer moeten leren om te ravotten? Het riep bij mij het beeld op van de huiler, aangespoeld op de kust bij Harlingen, zijn moeder kwijt, weer op krachten gekomen bij Lenie ’t Hart, die nu toch echt weer uitgezet moest in de vrije natuur om daar te leren wat het echte leven van een zeehond inhoud. Waarom moet SIRE nu een campagne optuigen om jongens weer aan het ravotten te krijgen? Zijn dan geen jongens die niks hebben met bomen klimmen, hutten bouwen, die niks hebben met ravotten en als ze bestaan, zijn dat dan mindere jongens? Mankeren die dan wat? Omgedraaid, zouden er meiden bestaan die niks met barbie hebben en die misschien in bomen klimmen, door loopgraven struinen, oorlogje voeren misschien wel fantastisch vinden? Als ze bestaan, zijn die dan minder meisje? Op dit moment wordt het EK voetbal voor vrouwen in ons land gespeeld, Het moest zo zijn. Ik heb van Oranje alle wedstrijden gezien en nog wat meer en ik weet echt 100% zeker er lopen daar echt een aantal meiden rond die vroeger weinig met poppen hadden en die ravotten echt fantastisch vonden. Hebben die meiden een serieus probleem? Aan de hand van de kijkcijfers, de marsen door de speelsteden te zien, denk ik van niet. Misschien zou SIRE eens een campagne moeten optuigen waarin wij leren dat ieder mens uniek is, ieder mens bijzonder en dat wij mensen wat minder over een kam moeten scheren.

%d bloggers liken dit: