Categorie archief: Sport

Vroeg rijp, vroeg rot

Er is zo’n aanname dat alles wat goed is snel komt. Wij kennen echter ook dat gezegde van vroeg rijp, vroeg rot. Zijn wij in staat om al op hele jonge leeftijd te voorspellen welke kinderen op latere leeftijd gaan uitblinken? Er zijn veel kinderen die al heel jong het label ‘talent’ kregen die het bij nader inzien niet bleken te zijn.

Absoluut er zijn ook kinderen die al jong in beeld waren, talentvol bleken te zijn en op jonge leeftijd tot grote prestaties kwamen. Bjorn Borg was daar een voorbeeld van, ook Simone Biles is een sporter die op jonge leeftijd op wereldniveau presteerde. Ook mag in dit rijtje Bukayo Saka in dit rijtje niet ontbreken. Deze 19 jarige jongen stond in de finale van het EK en zou als laatste in de strafschoppen serie een strafschop nemen. Hij zou het voetbal terug naar huis brengen. Hij faalde en daarna viel een halve natie over hem heen. Tijdens de Olympische Spelen trok Biles zich op enkele onderdelen terug. Zij kon het niet meer aan. In de aanloop naar de Spelen was duidelijk geworden dat de zijn sexueel misbruik was door de ploegarts. Biles vroeg tijdens de Spelen ook aandacht voor de mentale druk die op jonge sporters gelegd wordt. Iets soort gelijks, speelde ook in de Nederlandse Turnwereld. Hier was, voor zover ik weet, geen sprake van sexueel misbruik maar bleken meerdere turnsters jaren lang geestelijk mishandeld, vernederd te zijn. Waar Biles tijdens een rechtzitting eerder deze week aangaf dat de FBI een oogje dicht had geknepen was het in ons land de bond zelf die, laten we zeggen, een oogje dicht hadden geknepen. Niet dat hier ook sprake was van seksueel misbruik, het ging in ons land meer om machtsmisbruik, om grensoverschrijdende trainingsmethodes. De bond zou hier al jaren van de op hoogte zijn geweest, maar niet hebben ingegrepen. Alles voor het resultaat. Uiteindelijk zette de bond een aantal trainers, hangende een onderzoek, op non actief. Iets wat kort voor de Olympische Spelen tot de nodige onrust leidde.

Inmiddels zijn de Spelen al weer lang achter de rug en moest ik, heel bijzonder, terug denken aan de marathon. De zilveren medaille van Nederland bij de mannen en hoe deze atleet zijn goede vriend, een Belg, stimuleerde om in de laatste kilometers het uiterste uit zich zelf te halen. Het plezier dat hij uitstraalde was voor mij het voorbeeld van de Olympische gedachte. Nog meer moest ik echter denken aan die belgische atlete die zich tijdens haar allereerste marathon plaatste voor de Spelen. Een vrouw die pas op latere leeftijd ging hardlopen en die in Japan pas haar tweede marathon ooit liep. Zij had nog geen idee hoe je nu zo’n marathon indeeld en toen zijn zag dat ze nog maar vijf kilometer behoefde te lopen dat ze dat is van huis naar de supermarkt , dat ga ik wel redden.

Wat mij al langere tijd enorm bezighoudt is de vraag of wij kinderen niet gewoon hun sport terug moeten geven. Gaat het niet heel simpel om bewegen en plezier in plaats van die focus op resultaat, op het vroeg labelen, in hokjes stoppen van kinderen. Is die ratrace met kinderen niet gewoon iets soort gelijks als een wapenwegloop? Iemand anders begint, jij bent bang dat je achter gaat lopen dus doe je mee, sterker je gaat net een stapje verder. De ander denkt, wat gebeurd mij nu en gaat weer een stapje verder, waarop jij je dan weer genoodzaakt ziet om op te reageren. Is het niet gewoon heel vreemd om onze volwassen normen en waarden op de jeugdsport te plakken?

In een recente column deed Thijs Zonneveld een oproep tot ‘een mentaliteitsverandering in de hele samenleving’. Een wat populitisch pleidooi volgde:

Het is een bizarre paradox. Aan de ene kant zijn we obsessief bezig met gezondheid, met IC-cijfers en met de besmettingsgraad. We kieperen miljarden en miljarden in de gezondheidszorg. 

Dit statement werd gevolgd door een oproep om meer aandacht en vooral geld te investeren in de sport. Iets waar je het nog mee eens kon zijn ook, alleen kwam daarna de dubbele bodem te voorschijn.

We pretenderen een land te zijn met een sportcultuur, maar dat is vooral omdat we ons blindstaren op de toptien van het landenklassement op de Olympische Spelen. Meejuichen met successen, dat kunnen we goed. Maar we stellen zelden de vraag hoe al die sporters op dat niveau zijn gekomen en hoe we ervoor kunnen zorgen dat er in de toekomst ook sporters doorbreken. Bij veel sportbonden lopen de ledenaantallen, zeker onder jongeren, al jaren gestaag achteruit. De vijver wordt kleiner en kleiner, maar we zien het niet omdat we te druk zijn met onszelf te bewonderen in de medaillespiegel.  

Het aantal leden van sportbonden loopt inderdaad achteruit, maar misschien komt dit wel omdat sportclubs, bonden misschien wel te veel met die prijzen, die medailles kijken en vergeten dat niet sport een eerste levensbehoefte is maar spel en bewegen. Willen wij werken aan onze gezondheid, de ziekenhuisopnames naar beneden brengen, zitten wij niet te wachten om een grotere vijver en nog meer Olympische medailles, dan moeten wij aandacht besteden aan bewegen, aan het spel en in het verlengde aan het plezier. Wij moeten alles namelijk ook nog eens een levenlang volhouden.

 In beweging blijven - RIVM Corona Gedragsunit

De Bubbel

Ik heb mij de afgelopen weken wat verbaasd. De voetbaldames, bij monde van de KNVB waren van mening dat zij te weinig bewegingsvrijheid hadden. Ze hadden niet het idee dat ze deelname aan de Olympische Spelen. De sporters die wellicht iets meer dat idee hadden, zij die in het Olympisch dorp verbleven, klaagde ook. Het ging daar niet zo zeer om de omstandigheden van de deelnemende sporters, maar meer om de omstandigheden van die sporters die positief hadden getest op Corona. Zij diende in quarantaine in een speciaal daarvoor ingericht hotel. Het was zuur voor al die sporters dat ze niet mee konden doen. Zij hadden daar jaren voor getraind en na twee keer knipperen met de ogen was het voorbij. Het hotel was natuurlijk ook mensonterend, zo zagen de sporters geen direct daglicht.

Natuurlijk was het moeilijk, vervelend en inderdaad het ontbreken van daglicht is niet humaan. Het eerste dat ik mij wel afvroeg was of ze ook door hadden dat wij te maken hebben met een pandemie en dat nu net het land waar de spelen werden gehouden daar nu niet bepaald een sluitende oplossing voor gevonden had. Zouden ze weten, vroeg ik mij af, dat in de stad waar de Spelen werden georganiseerd, een noodtoestand gold?

The Games must go on

Het IOC wilde van geen wijken weten, ‘the Games must go on’. IOC voorzitter Bach roemde vooraf al de organisatie, het zouden andermaal de beste Spelen ooit worden. Ik vond het bijzonder dat de voorzitter van World Health Organization, Tedros Adhanom Ghebreyesus op een congres van het IOC bij aanvang van de Spelen in Japan letterlijk zei dat deze pandemie een test is en dat de wereld faalt voor die test.


“Wie denkt dat de pandemie over is, leeft in een vals paradijs.”

Ondertussen weten wij dat grote delen van de wereld bevolking niet gevaccineerd is tegen het virus. Weten wij ook dat zelfs al ben je volledig gevaccineerd je weliswaar minder ziek wordt, maar je het virus wel bij je kan dragen en dús ook anderen kan besmetten. Dat Japan, waar de vaccinatiegraad onder de bevolking schrikbarend laag is, dus voor al die sporters en begeleiders erg strenge regels heeft gesteld, is dus erg logisch. Het zou wat zijn als onze sporters, maar vooral ook hun reisleiders, dit ook zouden begrijpen. Ik vrees echter dat dit wat te veel gevraagd is, want in de aanloop van de Spelen, kregen juist deze sporters voorrang bij de vaccinatie. Zij waren ruim eerder gevaccineerd dan de ouderen en kwetsbaren in onze samenleving, want ja, je zou maar eens ziek worden.


Concentratie

Waar ik misschien nog wel meer mee zat, of wat ik mij zat af te vragen was de vraag of al die sporters nu beter zouden gaan spelen door al die aandacht voor de omstandigheden. Die sporters in dat quarantaine hotel kwamen niet meer aan sporten toe. Zelfs een frisse neus was een probleem. Voor de sporters die nog wel konden sporten was die afleiding natuurlijk wel een probleem. Al eerder schreef ik over flow en over de concentratiecirkels. Sporters presteren het best als ze optimaal gefocused zijn, als er geen afleiding is. Ze presteren optimaal als ze alleen maar bezig zijn met hun taak. Een taak waar ze echt jaren op getraind hebben. Die ze onder de perfecte omstandigheden ook perfect kunnen uitvoeren. De tennisers leken te leiden onder die Corona problematiek. Het wegvallen van een teamgenoot was voor Bertens en haar dubbelspel partner een dingentje. Het mocht er in de persconferentie na hun uitschakeling ook niet overgaan. Kennelijk was er afgesproken dat er niet over gesproken mocht worden. Had dit nu vooraf afgesproken, dacht ik, dan was het nu minder een probleem geweest, zat ik mij te bedenken. Wij speelde ooit zelf een wedstrijd in Zwolle. Het was enorm druk op het sportcomplex. Wij moesten de warming up doen met nog een stuk of vijf andere elftallen om een veld dat nog kleiner was dan een Cruyffcourt. Wij, als begeleiding waren furieus. Ik ben nog met de scheidsrechter in gesprek gegaan om te bekijken of onze wedstrijd niet een half uur uitgesteld kon worden. Alle moeite voor niets. Het netto resultaat was dat het voor de wedstrijd niet meer ging over het voetbal. Het ging uitsluitend over de omstandigheden. Het resultaat na afloop laat zich raden.

De roeiers deden het beter. Konden zij zich beter afsluiten, focussen op hun taak, namelijk het zo hard mogelijk roeien? Bij de roeiers bracht zelfs een misslag hen amper in de problemen. Oké toegegeven het was bij de roeiers de coach die positief testte, maar toch, wat deed deze coach anders? De roeicoach zal ook zeker gebaald hebben en ook de roeiers die jaren met hem getraind hadden, met hem opgetrokken hadden, zullen het vast en zeker ingewikkeld hebben gevonden. De roeicoach zou, als wij het mogen geloven, gezegd hebben dat zijn roeiers er klaar voor waren, het zelf prima konden uitvoeren zonder hem. Daarmee moest ik, toch weer, terugdenken aan Marc Lammers en zijn ervaringen met de Nederlandse Hockeydames. Lammers was een coach die zeer sturend coachte, als ik het mag geloven. Hij was ook de trainer die zijn speelsters wat wilde leren. Kon een speelster is niet of, laat ik mij het nederlands team zeggen, minder goed beheerste dan moest daar aan gewerkt worden. Legendarisch is het verhaal over Sylvia Karres, een van de beste spitsen die ons land ooit heeft gekend. Karres had echter een probleem, zij had moeite met haar backhand. Daar ging Lammers mee aan de slag, daar werd keihard op getraind en omdat iemand iets pas echt beheerst als hij of zij het ook in een wedstrijd kon toepassen diende Karres ook in de wedstrijden op backhand aangespeeld worden, iets waar zij, als wij het mogen geloven, erg veel moeite mee had. De gehele teamtactiek draaide zo’n beetje om het verbeteren van de backhand van Karres. Dit had gevolgen voor het spel en laten we er niet om heen draaien, dat was niet best.

Loslaten

De speelsters wisten het ook niet meer, kwamen er niet uit en op dat moment had Lammers waarschijnlijk zijn Eureka moment, wat hij liet het aan de speelsters zelf. Waar ben je goed in, hoe wil jij het ’t liefst hebben. Hij maakte de speelsters eigenaar van hun eigen proces en dat werkte. De roeicoach deed, misschien noodgedwongen, hetzelfde. Doordat hij positief testte op Corona, moesten de roeiers het nu echt helemaal zelf doen. Geen coach die nog wat tips gaf, die met een goed bedoeld advies kwam. Nee ze moesten het nu zelf doen. De rest is geschiedenis.

Wij vinden ons zelf, als coach enorm belangrijk. Ik moet bekennen dat ik dat zelf ook vond. Ik had van training tot training, van wedstrijd tot wedstrijd uitgestippeld wat er moest gebeuren, hoe er getraind werd, hoe de wedstrijd gespeeld moest worden en ja net als Lammers liet ik ook doodleuk mijn spelers juist in de wedstrijd acties uitvoeren die ze niet goed beheerste. Ik moet er bij zeggen dat ik al snel er achter kwam dat dit niet altijd de juiste werkwijze was. Zo heb ik nog wel geworsteld met die jongens die rechtshandig waren maar het echt altijd het verkeerde aanloopritme liepen bij de aanval. Hierover heb ik destijds ook een ingezonde brief geschreven naar de toenmalige redactie van de Volley Techno. De huidige directeur van PSV, toen nog actief in het volleybal, Toon Gebrands schreef een reactie. Laat ik zeggen, een leermomentje. Wat ik bijzonder vond was dat hij mijn voorbeelden herkende. Sterker nog, in de Gouden ploeg van Atlanta speelde iemand die met hetzelfde probleem kampte. Lang verhaal kort, het advies was, controleer wat minder, geef meer ruimte.

Door de Coronamaatregelen werd alles anders. Wij kregen, zonder dat wij dat echt wilde, een andere samenleving. Trainingen gingen niet door en diende later in de nog steeds doorlopende crisis, anders vorm gegeven te worden. Waar het eerst ging om het beschermen van ouderen en kwetsbaren, weten wij inmiddels dat ook jongeren geraakt kunnen worden. Zwangeren, niet gevaccineerde vrouwen, lopen een net zo groot risico dan ouderen en kwetsbaren. Alles werd anders, wij kregen een testsamenleving, er ontstond een strijd tussen gevaccineerden en bewust niet gevaccineerden. Wedstrijden gingen niet door en daarna zonder publiek. Het ging er niet alleen om wie nu van wie gewonnen had, plots werd de opstelling medebepaald door een positieve of negatieve testuitslag. Het zou de moeite waard zijn om eens te onderzoek in hoeverre dit nu invloed gehad heeft op de resultaten.

Welkom in je eigen bubbel | BlueHealth Innovation Center

Onder inmense druk

Deze week waren velen verbaasd door eerst het statement van Noami Osaka en kort daarop het terugtrekken van Osaka bij Roland Garros. Osaka had, zo vertelde zij, erg veel moeite met de persconferenties na afloop van een wedstrijd. Als ze gewonnen had, oké dat ging nog wel maar voor het doorzagen door journalisten ná een verloren wedstrijd. Dat raakte diep. Zij kon daar niet langer tegen. De toernooi organisatie reageerde direct na de aankondiging dat zij de persconferenties zou gaan mijden. Zij zou uit het toernooi worden gezet en zou daar bovenop nog een flinke boete krijgen. Je zou wat meer bijval verwachten van haar collegae maar nee, alleen Serena Williams snapte de situatie. Mannetjesputters als Djokovic en Nadal maar ook Barty hadden weinig begrip. Als je ziet hoe snel de toernooi organisatie reageerde en met welke maatregelen zijn dreigde, kan je daar met een beetje gevoel nog begrip voor opbrengen. Ik moest terugdenken aan een aantal jaren geleden, het moment dat enkele wielrenners hun nood klaagde over een levensgevaarlijk parcours waar de wedstrijd organisatie de renners langs wilde sturen. Alles voor de kijkcijfers, er even aan voorbijgaand dat wij met mensen te maken hebben.

In een artikel op Nu.nl braken enkele sportpsychologen een lans voor Osaka. Het was dapper wat zij had gedaan en, zo dacht men, hier zouden tennissers op termijn hun voordeel mee kunnen doen. Osaka had een lans gebroken voor juist haar collega’s, zij wilde aandacht vragen voor de mentale gezondheid van tennissers. Tennissers zijn, je zou het bijna vergeten, ook mensen. Net als die wielrenners zijn zij geen instrument in handen van projectontwikkelaars die over de rug van sporters hun geld verdienen.

In een gesprek met vrienden over de actie van Osaka werd mijn standpunt keihard onderuit geschoffeld. Zo zat topsport nu eenmaal in elkaar en als je hier niet tegen kon je er maar beter niet aan beginnen. Ze verdiende genoeg, meer dan genoeg, ging mijn vriend in de overtreffende trap. Dit hoorde er nu eenmaal bij en hij zou er geen seconde minder om kijken. Ik was uitgekakt, hier kon ik niet tegenop. Nadat ik er wat langer over had nagedacht, kwam ik tot de conclusie dat hij misschien wel de kern van de zaak raakte. Het boeit ons als kijker, als consument, echt helemaal niks. Het ging om het vermaak en als sinds de gladiatoren in het oude Rome, boeide het de kijker echt geen drol dat de artiest er onder door ging. Wij willen ons identificeren met de winnaar. Iets niet goed kunnen, fouten maken, de wedstrijd verliezen, het wordt er al jong ingepompt, ingetrapt soms. Een wedstrijd is gelijk aan falen en falen is soms letterlijk dodelijk.

Top 5: De grootste gladiatoren | historianet.nl



Ik zag begin deze week de wedstrijd van Jong Oranje tegen Frankrijk. In de laatste minuut van de blessuretijd, op een 1-1 stand, besloot Justin Bijlow de bal niet bij zich te houden maar om de bal direct uit te spelen. De commentator had het niet over een geniale actie van de keeper, maar over het influisteren. De actie kon door de keeper zelf bedacht zijn. In de nabeschouwing ging het over het overzicht dat Stengs had en helemaal het geniale doelpunt van Boadu. Niemand had het meer over de actie waar alles mee begon. Keepers, verdedigers kunnen in het voetbal eigenlijk niets goeds doen. Houden ze een bal tegen, dan is dat dood normaal, hoort bij je taak, laten ze een speler lopen, tast de keeper mis, is het een doelpunt. Over de psyche van de keeper heb ik eerder een verhaal geschreven. Nadat de duitse keeper Robert Enke zich zelf van het leven had beroofd. Het keihard afstraffen van fouten, van vergissingen, zit er vroeg in. Langs de lijn bij een willekeurige pupillenwedstrijd doet pijn aan de ogen. In het volleybal hadden ze rond het maken van fouten zelfs een wedstrijdvorm gedacht. In het oude Circulatie volleybal kon je naar de kant als je de bal had laten vallen. Alles om kinderen te prikkelen geen fouten te maken. Als ik bang was geweest om te vallen, als mijn vader mij had vertelt nadat ik de eerste keer keihard op de grond was gevallen, had ik misschien wel nooit leren fietsen. Door fouten te maken leren wij, waar gewerkt wordt vallen spaanders. Het is dan ook veel belangrijker om niet zo spatisch met fouten, missers om te gaan, maar om er van te leren. Dat leren kost tijd en die tijd hebben wij niet. Wij leiden in heel veel sporten kinderen op die fouten het liefst willen mijden, die zelfs als een berg op zien tegen het bespreken van acties die misschien iets minder goed zijn verlopen. Soms bewust, maar ook vaak geheel onbewust, voeden wij angstige, foutenmijdende kinderen op. Het begint al met de vermaledijde selectietrainingen. Alsof wij met z’n allen een heel seizoen niet gekeken hebben, niet geluisterd hebben. Een soort CITO toets die niet zo zeer de huidige stand van zaken meet maar veel meer de mate waarin iemand in de ogen van de trainer het goed doet. Trainers selecteren niet op de lange termijn, die zijn niet bezig met dat punt op de horizon. Trainers zijn bezig met dat punt aan het eind van de straat, met hun eigen CV. Wij leiden met z’n allen kinderen op die vreselijk druk zijn om zich zelf met anderen te vergelijken, in plaats van met zich zelf te vergelijken. De enige vooruitgang die objectief en ook meetbaar is, is de vegelijking met jezelf. Winnen is ook niet winnen van de ander, van je tegenstander, winnen is winnen van jezelf. Elke dag beter worden dan dat je gisteren was.

Is jouw mindset vast of groeigericht? Doe de test! - HeartState


Terug naar Osaka en haar statement, de aandacht die zij vraagt voor de mentale gezondheid van tennissers. Een systeem is aan het denken gezet, denken sportpsychologen Jan Sleijfer en Kelly Dekker. Ik mag het hopen. Ik zou er voor willen pleiten om niet alleen binnen de tenniswereld eens na te denken over zoiets als mentale gezondheid, maar ook andere sporten aandacht te besteden aan de volledig doorgeschoten focus op foutloos resultaat sport. Prima dat je uiteindelijk wil winnen, maar laten wij leren fouten maken, laat ons vergissingen maken. Wij werken niet met een machine, wij hebben te maken met mensen. Ik zou Osaka enorm veel succes willen wensen en ik hoop dat de luiken bij tennissers als Djokovic, Nadal en Barty open gaan. Laten we de sport weer teruggeven aan de kinderen, aan de sporters, zonder die bemoeienis van sportbonsen, organisaties van wielerrondes, toernooi organisaties, zonder bemoeienis van rijke oliesjeiks of stinkend rijke oliegargen. Er zijn nogal wat sporten die volledig doorgeschoten zijn terwijl wij er met z’n allen bijstonden.

Dien je project in voor de Nationale Sportinnovator Prijs 2019 - Van  prestatie naar plezier - ZonMw

Clubhoppen

Op Facebook las ik recent een meer dan aardige post: “Clubhoppers: een bijzonder fenomeen”

Aan het eind van het seizoen, soms eerder, trainen of voetballen ze ineens mee: jeugdspelers van andere verenigingen uit de regio.Meestal een fanatieke ouder erbij. Nee, lid zijn ze nog niet, want ze willen eerst de zekerheid dat ze in de ‘selectie’ komen. Krijgen ze dat ja-woord niet, dan zoeken ze verder of blijven ze bij hun oude club. Het zijn vaak leuke spelers. Niet goed genoeg voor een BVO, maar het gras bij de buurman is voor de clubhopper toch net iets groener dan bij zijn eigen club. Die nieuwe club speelt misschien wel op divisieniveau! Wow, dat vindt de clubhopper stoerder dan zijn eigen club naar een hoger niveau brengen.De trainer van het selectieteam wil het nieuwe seizoen graag goed voor de dag komen. Hij is al snel erg enthousiast over de inzet en voetbalkwaliteiten van zíjn aanwinst. Daarmee kan hij presteren en trots door de kantine lopen.Dus trappen ze er met open ogen in. Altijd ten koste van andere spelers die dan maar een team lager moeten gaan spelen. Vaak zijn dit spelers die al jaren lid zijn en dat waarschijnlijk ook jarenlang zouden blijven.Het zal de clubhopper, diens ouders èn de trainer een worst wezen. Zij hebben het in ieder geval voor één of twee seizoenen goed voor elkaar! Waarna de clubhopper meestal weer verder trekt. Op zoek naar nog meer voetbalgeluk…Tel uit je winst!

Het bericht werd enkele malen gedeeld en diverse keren geliked. Terecht, als je het mij vraagt. Toch zette het mij wel aan het denken. Wat vond ik er van? Lag dit probleem ook echt bij die fanatieke voetbalouders? In de reacties ging het hier enkele keren over. Zo vond iemand het toch een raar fenomeen vinden dat voetbalouders hun identiteit en status halen uit de prestataties van hun kinderen. Een ander vond dat ouders de prestaties van hun kroost nu eenmaal door een roze bril bekijken. Ik miste de de zelfreflectie bij veel reacties. Wat was de rol van de clubs, van de trainers?

Volgens mij voorkom je het geschetste probleem alleen door werkelijk anders naar sport te kijken. Ik las recent dat Arsenal een jochie van 10 heeft vastgelegd. Geen mens die dan zegt ‘Belachelijk, is dit geen kinderarbeid? Moet dat kind niet gewoon lekker thuis met z’n vriendjes spelen?” Nee, in het voetbal is dit dood normaal geworden. Trainers zijn niet van de lange termijn, trainers zijn niet bezig met de ontwikkeling van het kind, die zijn bezig met de korte termijn, met hun kampioenschap, inderdaad met hun eigen CV! Bij gebrek aan een spiegel wijzen clubs, trainers, maar wat graag naar ouders.

Ouders zoeken niet zelden een soort compensatie voor vaak het eigen gebrek aan talent. Je hebt echter ook ouders die gewoon kwaliteit vragen van de trainer, de club, waar hun kind lid van is. Clubs hebben echter vaak gewoon geen idee van waar ze mee bezig zijn. Wat hun werkwijze doet met een kind. Het is zijn volwassenen die over de rug van kinderen slechts met zich zelf bezig zijn.

De film Turn gaf ons een aardig inkijkje in de Turn sport. Het waren zeker ouders die een rol speelde, maar ook trainers, clubs en sinds kort weten wij, ook bij de bond, hebben boter op hun hoofd en dat alles over de rug van jonge jonge kinderen. Dit soort beelden zijn met hetzelfde gemak óók in het voetbal te maken. Ook daar lopen trainers, bestuurders rond, die vrij weinig kaas gegeten hebben van pedagogisch verantwoord trainen, kindgericht werken.

Wat is overigens in Godsnaam is talent? Wij denken dit te weten, elke nitwit heeft een glazenbol. Kinderen zijn regelmatig geblesseerd, vroeg opgebrand, maar dat boeit die volwassenen niet, die zien dat als collateral damage.

Ik kijk nog steeds met verbazing rond in de voetbalsport. Wij hebben het vaak over ouders. Zeker, die spelen een rol, maar clubs, trainers, het hele systeem is hier debet aan. Je zou het ziek kunnen noemen. Plezier is in het voetbal volledig wegbezuinigd. In het voetbal draait het vaak maar om 1 ding, dat is resultaat, dat is de korte termijn. Er zijn zelfs mensen die denken dat plezier en resultaat ook aan elkaar gekoppeld zijn, zonder resultaat geen plezier. Dat, beste mensen is de weeffout die er voor zorgt dat kinderen afhaken, dat wij clubhoppers hebben. Werkelijk helemaal niets anders.

Week Tegen Pesten 2016: Wat kun je ertegen doen?- voor alle sporters en  sportclubs van Nederland

Niet zeuren

Het is alweer een tijd geleden dat ik een blog geschreven heb. Niet dat ik het enorm druk was met andere zaken, er was gewoon weinig te melden. De sport lag dan ook vrijwel stil. Nu heb ik in het begin van de hele Corona crisis nog een paar verhalen geschreven over juist die Coronacrisis, over hoe wij het kunnen volhouden, hoe trots ik was en ben op die mensen bij onze voetbalclub, de mannen met wie ik al twee jaars een groots jeugdvoetbaltoernooi probeer te organiseren. Mannen die als geen ander buiten de kaders weten te denken en ondanks alles de moed niet opgeven. Ook daar over blijven schrijven houdt een keer op en hoewel ik nog steeds niet gevaccineerd ben en ook geen idee heb wanneer ik aan de beurt ben, gaan wij binnenkort weer eens een Teams overleg plannen om de plannen voor 2022 te bespreken. Het moet er toch eens van komen. Nee, dit verhaal gaat niet over Corona. Dit verhaal gaat wel over teleurstellingen, over letterlijk ziek worden door sport. Dit verhaal gaat over pesten, treiteren, vernederen, over het stoppen met sport en dat alles omdat er trainers zijn die hun eigen CV, hun eigen ego belangrijker vinden dan de kinderen die zijn mogen trainen.

Gisteren werd het onderzoeksrapport “Ongelijke leggers” gepresenteerd. Een schokkend relaas waaruit bleek dat 66% van de respondenten te maken had met grensoverschrijdend gedrag door trainers. Het ging dan over pesten, treiteren, uitschelden, negeren, apart zetten. Tijdens de vooravond vertelde een gewezen top turnster dat zij met blessures doortrainde. Ze durfde haar trainer niets te vertellen over haar pijn. Er waren turnsters die een eetstoornis ontwikkelde, er waren er zelfs die opgenomen diende te worden omdat ze psychisch volledig vast gelopen waren. Het NOS sportjournaal bagataliseerde het rapport en concludeerde dat niet heel turnend Nederland had meegewerkt aan het onderzoek. Het kon het topje van de ijsberg zijn, het kon ook reuze meevallen. Een schandalige reactie, maar past in een patroon. De NOS was ook rijkelijk laat met het erkennen van de dopingproblematiek in het wielrennen

Ook op Social media logen de reacties er niet om. Zo was er iemand die vond dat grensoverschrijdend gedrag er gewoon bij hoorde. Wil je Olympische medailles winnen dan moest je nu eenmaal grenzen verleggen. Het uitschelden, apart zetten, was normaal, welke ouder doet dat niet. Opvoeden heet dat.

Dit soort opvattingen zijn even schokkend, als ook pertinent onjuist. Wij weten al sinds 2005 dat het pedagogisch leerklimaat dat de trainer weet neer te zetten, bepalend is voor het al dan niet doorgaan van de (top!) sporter met zijn of haar sport. Een klimaat dat al te zeer gericht is op resultaten leidt tot afhaken. Sporters verlaten de sport.

Wij hebben het in ons land vaak over de winnaarsmentaliteit van de Amerikanen. Dat is niet voor niets, want er is geen land dat meer Olympische medailles binnen heeft gesleept dan de VS. Laten nu net twee Amerikaanse sportwetenschappers daar onderzoek naar gedaan hebben. Uitgebreid wetenschappelijk onderzoek van de Amerikaanse sportwetenschappers Frank Smoll en Ronald Smith (University of Washington, Seattle) onder topcoaches uit bijvoorbeeld de NBA en de NHL leverde op dat juist die coaches niet bezig zijn met het resultaat maar juist met het proces, met de uitvoering.  Uit onderzoek naar talentontwikkeling in de sport is gebleken dat talenten meer gericht te zijn op de eigen, individuele vooruitgang, het zelf beter worden, dan met het korte-termijn succes, het winnen van wedstrijden.

Wij vergeten bij dit alles dat die turnsters nog kinderen waren toen hen dit overkwam. Kinderen die afhankelijk waren van een volwassen trainer. Een van de turnsters zei gisteren ook dat het niet in je opkwam om er iets van te zeggen. De documentaire Turn liet ons al zien dat het niet alleen de trainers waren, maar dat kinderen ook enorm gepusht werden door fanatieke ouders. Die fanatieke ouders hadden wij al langer in beeld. Sterker nog, waar de slogan ooit was ‘Ouders graag gezien’, waren veel trainers die ouders liever kwijt dan rijk. Ouders waren lastig, waren vaak iets te blij dat hun oogappel niet in de selectie zat. Clubs en trainers hadden hier zelfs een naam voor, Curlingouders. Kinderen moesten maar leren dat de weg naar de top niet over rozen ging. O ja en niet elk kind is een nieuwe Marco van Basten. Je zal maar kind zijn en gemangeld worden door een scheldende trainer en een vader die je op z’n minst op het podium bij de Olympische Spelen wil zien. Een van de aanbevelingen uit het rapport Ongelijke Leggers is het werken met het vier ogen principe. Trainers mogen niet meer alleen gelaten worden met de kinderen. Best een heftige maatregel. In de kinderopvang kennen ze een dergelijke werkwijze al wel en na Dutreaux stond geen enkele Belgische trainer nog alleen in de zaal. In Duitsland hebben ze, in het voetbal, net een experiment met juist die ouders op afstand.

Wij kunnen afspreken wat wij willen, maar zolang wij kinderen blijven zien als mini volwassenen. Zolang wij denken dat het behalen van resultaten uitsluitend behaald kan worden door kinderen hard aan te pakken. Zolang grenzen verleggen synoniem is met grensoverschrijdend gedrag, schieten wij er niets mee op.

Ik had het er al over dat turnsters nog kinderen waren toen zij onderdeel uitmaakte van dit systeem. Ik weet nog goed dat ik lang geleden, geregeld op Papendal de trainingen van de Jong Oranje volleyballers bezocht. In de turnhal trainde de turnselectie. Jonge meisjes die al bezig waren met EK, WK en Olympische Spelen. Je kon er niet vroeg genoeg bij zijn. Er vroeg bij willen zijn zien wij ook in andere sporten. In het voetbal wordt op hele jonge leeftijd gescout en een club als Manchester City, wie kent ze niet, heeft een selectie met kleuters van vijf jaar en jonger. Eerder schreef ik al dat uit Australisch onderzoek bleek dat onder 256 Olympische topsporters, medaillewinnaars, slechts 7% als kind ook uitblonk. Maar liefst 84% blonk als kind niet uit, was nooit gescout en had zelden of nooit in het eerste team van een vereniging gespeeld. Er gaat dus iets goed mis bij al dat vroeg selecteren van kinderen. Wij jagen kinderen over de kling en alles voor het geld of de CV van de trainer.

Het wordt tijd dat wij sport weer terugbrengen tot de essentie. Kinderen gaan sporten omdat ze de sport leuk vinden, misschien omdat vriendjes dezelfde sport beoefenen. Geen enkel kind start met een sport met het ultieme doel om de absolute top te halen. Tuurlijk, ook ik was Johan Neeskens en ik heb werkelijk teams met Ron Zwervers en Edwin Benne’s getraind, maar beste trainers en beste ouders, dit betekent niet dat dit het ultieme doel was. Als kind graafde wij loopgrave, bouwde wij hutten en speelde wij op het braakliggende terrein aan de overkant van de straat hele veldslagen na. Dat wilde niet zeggen dat ik ook maar een seconde als kind dacht bij Defensie te tekenen. Iets later wilde ik bioloog worden. Dat was al iets serieuzer, ook dat ben ik uiteindelijk niet geworden. Ik vond het struinen in de natuur leuk, het was allemaal spel. Wij denken, als volwassenen heel vaak dat wij wel weten wat goed is voor onze kinderen. Hierbij vergeten wij echter vaak het kind zelf. Dat gebeurt in het turnen, dat gebeurd in werkelijk elke sport. Laten wij die ongelijke leggers eens gelijk zetten. Laten wij als trainers, als ouders, eens stoppen met zeuren. Laten wij de sport weer teruggeven aan de kinderen.

SIRE | Geef kinderen hun spel terug - YouTube

%d bloggers liken dit: