Categorie archief: Sport

Niet zeuren

Het is alweer een tijd geleden dat ik een blog geschreven heb. Niet dat ik het enorm druk was met andere zaken, er was gewoon weinig te melden. De sport lag dan ook vrijwel stil. Nu heb ik in het begin van de hele Corona crisis nog een paar verhalen geschreven over juist die Coronacrisis, over hoe wij het kunnen volhouden, hoe trots ik was en ben op die mensen bij onze voetbalclub, de mannen met wie ik al twee jaars een groots jeugdvoetbaltoernooi probeer te organiseren. Mannen die als geen ander buiten de kaders weten te denken en ondanks alles de moed niet opgeven. Ook daar over blijven schrijven houdt een keer op en hoewel ik nog steeds niet gevaccineerd ben en ook geen idee heb wanneer ik aan de beurt ben, gaan wij binnenkort weer eens een Teams overleg plannen om de plannen voor 2022 te bespreken. Het moet er toch eens van komen. Nee, dit verhaal gaat niet over Corona. Dit verhaal gaat wel over teleurstellingen, over letterlijk ziek worden door sport. Dit verhaal gaat over pesten, treiteren, vernederen, over het stoppen met sport en dat alles omdat er trainers zijn die hun eigen CV, hun eigen ego belangrijker vinden dan de kinderen die zijn mogen trainen.

Gisteren werd het onderzoeksrapport “Ongelijke leggers” gepresenteerd. Een schokkend relaas waaruit bleek dat 66% van de respondenten te maken had met grensoverschrijdend gedrag door trainers. Het ging dan over pesten, treiteren, uitschelden, negeren, apart zetten. Tijdens de vooravond vertelde een gewezen top turnster dat zij met blessures doortrainde. Ze durfde haar trainer niets te vertellen over haar pijn. Er waren turnsters die een eetstoornis ontwikkelde, er waren er zelfs die opgenomen diende te worden omdat ze psychisch volledig vast gelopen waren. Het NOS sportjournaal bagataliseerde het rapport en concludeerde dat niet heel turnend Nederland had meegewerkt aan het onderzoek. Het kon het topje van de ijsberg zijn, het kon ook reuze meevallen. Een schandalige reactie, maar past in een patroon. De NOS was ook rijkelijk laat met het erkennen van de dopingproblematiek in het wielrennen

Ook op Social media logen de reacties er niet om. Zo was er iemand die vond dat grensoverschrijdend gedrag er gewoon bij hoorde. Wil je Olympische medailles winnen dan moest je nu eenmaal grenzen verleggen. Het uitschelden, apart zetten, was normaal, welke ouder doet dat niet. Opvoeden heet dat.

Dit soort opvattingen zijn even schokkend, als ook pertinent onjuist. Wij weten al sinds 2005 dat het pedagogisch leerklimaat dat de trainer weet neer te zetten, bepalend is voor het al dan niet doorgaan van de (top!) sporter met zijn of haar sport. Een klimaat dat al te zeer gericht is op resultaten leidt tot afhaken. Sporters verlaten de sport.

Wij hebben het in ons land vaak over de winnaarsmentaliteit van de Amerikanen. Dat is niet voor niets, want er is geen land dat meer Olympische medailles binnen heeft gesleept dan de VS. Laten nu net twee Amerikaanse sportwetenschappers daar onderzoek naar gedaan hebben. Uitgebreid wetenschappelijk onderzoek van de Amerikaanse sportwetenschappers Frank Smoll en Ronald Smith (University of Washington, Seattle) onder topcoaches uit bijvoorbeeld de NBA en de NHL leverde op dat juist die coaches niet bezig zijn met het resultaat maar juist met het proces, met de uitvoering.  Uit onderzoek naar talentontwikkeling in de sport is gebleken dat talenten meer gericht te zijn op de eigen, individuele vooruitgang, het zelf beter worden, dan met het korte-termijn succes, het winnen van wedstrijden.

Wij vergeten bij dit alles dat die turnsters nog kinderen waren toen hen dit overkwam. Kinderen die afhankelijk waren van een volwassen trainer. Een van de turnsters zei gisteren ook dat het niet in je opkwam om er iets van te zeggen. De documentaire Turn liet ons al zien dat het niet alleen de trainers waren, maar dat kinderen ook enorm gepusht werden door fanatieke ouders. Die fanatieke ouders hadden wij al langer in beeld. Sterker nog, waar de slogan ooit was ‘Ouders graag gezien’, waren veel trainers die ouders liever kwijt dan rijk. Ouders waren lastig, waren vaak iets te blij dat hun oogappel niet in de selectie zat. Clubs en trainers hadden hier zelfs een naam voor, Curlingouders. Kinderen moesten maar leren dat de weg naar de top niet over rozen ging. O ja en niet elk kind is een nieuwe Marco van Basten. Je zal maar kind zijn en gemangeld worden door een scheldende trainer en een vader die je op z’n minst op het podium bij de Olympische Spelen wil zien. Een van de aanbevelingen uit het rapport Ongelijke Leggers is het werken met het vier ogen principe. Trainers mogen niet meer alleen gelaten worden met de kinderen. Best een heftige maatregel. In de kinderopvang kennen ze een dergelijke werkwijze al wel en na Dutreaux stond geen enkele Belgische trainer nog alleen in de zaal. In Duitsland hebben ze, in het voetbal, net een experiment met juist die ouders op afstand.

Wij kunnen afspreken wat wij willen, maar zolang wij kinderen blijven zien als mini volwassenen. Zolang wij denken dat het behalen van resultaten uitsluitend behaald kan worden door kinderen hard aan te pakken. Zolang grenzen verleggen synoniem is met grensoverschrijdend gedrag, schieten wij er niets mee op.

Ik had het er al over dat turnsters nog kinderen waren toen zij onderdeel uitmaakte van dit systeem. Ik weet nog goed dat ik lang geleden, geregeld op Papendal de trainingen van de Jong Oranje volleyballers bezocht. In de turnhal trainde de turnselectie. Jonge meisjes die al bezig waren met EK, WK en Olympische Spelen. Je kon er niet vroeg genoeg bij zijn. Er vroeg bij willen zijn zien wij ook in andere sporten. In het voetbal wordt op hele jonge leeftijd gescout en een club als Manchester City, wie kent ze niet, heeft een selectie met kleuters van vijf jaar en jonger. Eerder schreef ik al dat uit Australisch onderzoek bleek dat onder 256 Olympische topsporters, medaillewinnaars, slechts 7% als kind ook uitblonk. Maar liefst 84% blonk als kind niet uit, was nooit gescout en had zelden of nooit in het eerste team van een vereniging gespeeld. Er gaat dus iets goed mis bij al dat vroeg selecteren van kinderen. Wij jagen kinderen over de kling en alles voor het geld of de CV van de trainer.

Het wordt tijd dat wij sport weer terugbrengen tot de essentie. Kinderen gaan sporten omdat ze de sport leuk vinden, misschien omdat vriendjes dezelfde sport beoefenen. Geen enkel kind start met een sport met het ultieme doel om de absolute top te halen. Tuurlijk, ook ik was Johan Neeskens en ik heb werkelijk teams met Ron Zwervers en Edwin Benne’s getraind, maar beste trainers en beste ouders, dit betekent niet dat dit het ultieme doel was. Als kind graafde wij loopgrave, bouwde wij hutten en speelde wij op het braakliggende terrein aan de overkant van de straat hele veldslagen na. Dat wilde niet zeggen dat ik ook maar een seconde als kind dacht bij Defensie te tekenen. Iets later wilde ik bioloog worden. Dat was al iets serieuzer, ook dat ben ik uiteindelijk niet geworden. Ik vond het struinen in de natuur leuk, het was allemaal spel. Wij denken, als volwassenen heel vaak dat wij wel weten wat goed is voor onze kinderen. Hierbij vergeten wij echter vaak het kind zelf. Dat gebeurt in het turnen, dat gebeurd in werkelijk elke sport. Laten wij die ongelijke leggers eens gelijk zetten. Laten wij als trainers, als ouders, eens stoppen met zeuren. Laten wij de sport weer teruggeven aan de kinderen.

SIRE | Geef kinderen hun spel terug - YouTube

Even een break

De competitie’s waren nog maar net begonnen. De voorronde van de beker nog niet eens afgerond. Inmiddels ligt alles echter al weer stil en als ik onze premier mag geloven voor de rest van dit jaar. In kleine groepjes wordt er nog wel getraind, maar een contactsport op ander halve meter, het is wat behelpen. Veel mensen die ik spreek snappen goed waarom dit nodig is, maar dit neemt niet weg dat ze het wel moeilijk vinden. Die trainingen zijn aardig maar dat voetballen op anderhalve meter, het blijft behelpen. De spelers die ik spreek hebben allemaal wel ouders, een opa of oma of dichterbij een jonger familielid die tot de doelgroep behoort. De verhalen over leeftijdgenoten die tegen alle verwachtingen in toch in het ziekenhuis belanden of erger nog op de IC, gingen tijdens de eerste golf nog aan hen voorbij, maar nu komt het toch dichterbij. Waar ik tijdens de eerste golf vooral zelf benauwd was ziek te worden maar alles toch op afstand aan mij voorbij leek te gaan, heb ook ik inmiddels in mijn directe nabijheid mensen die in het ziekenhuis opgenomen moesten worden en zelfs gedurende langere tijd op de IC verbleven. Het raakt je.

Tijdens een workshop over mentale fitheid ging het ook over het begrip energielek, met andere woorden waar loop je op leeg. Wat maakt dat al je energie in een keer kwijt raakt. Het bleek dat ik maar erg moeilijk kan tegen mensen die negatief zijn, die alles maar moeilijk en ingewikkeld vinden. Het bleek dat ik en dat staat hier bijna haaks op, het enorm fijn vind om te denken ik kansen. Wat is nog wel mogelijk? Wat kunnen wij nog doen, binnen de nieuwe kaders?

De krachtigste manier om meer positieve emoties te creeëren, om beter met tegenslagen om te kunnen gaan, is dankbaar te zijn met wat je nog wel hebt. Hoe vaker wij bewust stil staan bij wat er goed gaat, bij wat mooi is, hoe makkelijker er ook goede gedachten bij je naar boven komen.

Dit voorjaar, net voordat wij overspoelt werden door de eerste Corona, belandde ik in het ziekenhuis. Ik bleek diabetes te hebben. Aangezien ik ook een chronisch astmatische bronchitis heb, toch wel overgewicht en niet meer piep jong, behoorde ik plots tot de risicogroep. Door dat laatste raakte ik ook nog mijn baan kwijt. Alle reden zou je denken om kwaad te zijn, depressief te zijn, bij de pakken neer te gaan zitten. Ik moet bekennen dat dat mijn eerste reactie was. Ik was boos, kwaad, verdrietig om wat mij overkomen was, om wat mij was aangedaan. Het leverde mij echter niets op. Sterker mijn bloedsuikerwaardes ging tegen alles in, weer omhoog.

Ik ben daarna op de eerste plaats heel praktisch op mijn eten gaan letten. Doordat ik toch thuis zat, had ik alle tijd. Er werd zoveel mogelijk koolhydraatarme maaltijden gegeten. Ik ging weer sporten, voor de boodschappen niet met de auto maar gewoon op de fiets. Daarnaast ben ik een dagboek gaan bijhouden en, aan het einde van de dag, schreef ik telkens drie dingen op waar ik dankbaar voor was. Noem het zweverig en ik moet zeggen, ik zag het in het begin niet echt

Alles wat je aandacht geeft groeit. Geef je dus het negatieve aandacht, zal dat groeien. Geef je het positieve aandacht, dan zal dat groeien. Het aandacht geven aan positieve dingen is ook niet iets van ‘dat doe ik vandaag even, kijken of het werkt’. Het gaat om een onderhoudsdosering. Mag je dan niet stil staan bij zaken die je moeilijk en ingewikkeld vindt? O ja zeker wel, maar probeer ook altijd te blijven zien wat nog wel goed gaat.

Tijdens de eerste Coronagolf viel mij op dat heel veel mensen het moeilijk en vervelend vonden, maar dat men door had waarvoor die maatregelen nodig waren. Er onstonden ook allerlei initiatieven. Zo werden op Social Media allerlei challenges gedeeld, bekende en minder bekende sporters daagde hun volgers uit om thuis, in huis, of in de tuin te blijven oefenen, te blijven trainen. De uitdagingen hadden een oplopende moeilijkheidsgraad. Fantastisch!!! Voor mijn jongste zoon hielden de trainingen plotseling op en ook de competitie lag stil. Sterker hij is met zijn team kampioen geworden, gepromoveerd, terwijl de competitie niet eens meer is uitgespeeld. Hij heeft in die periode, echter zelf geen seconde minder gesport. Hij heeft thuis allerlei halters, trainingsbanden, een trainingsbankje en trainde zo’n beetje elke dag. Mijn dochter, in haar vrije tijd, werkzaam als personal trainer. Heeft geen seconde minder werk gehad. De personal training en de bootcamp werden vanuit de tuin verzorgd. De laptop op de tuintafel en al haar klanten deden in hun eigen tuin, woonkamer, de oefeningen mee. In plaats van een halter, een liter fles cola. Ik kan hier zo blij van worden. Het denken in mogelijkheden in plaats van onmogelijkheden.

In mijn vriendenkring was men tijdens de eerste golf nog redelijk actief. Er werd buiten getraind, met kleinere groepen. Er werd gekeken naar wat nog wel mogelijk was. Nu, tijdens deze Tsunamie, is het redelijk stil. Sommige zijn echt gestopt, alle activiteiten liggen stil. Van vrienden in de VS hoorde ik dat in sommige staten de activiteiten tot in Maart volgend jaar stil liggen. Er gebeurd helemaal niets meer. Bijzonder want weer andere trainers, in weer andere staten, proberen binnen de kaders wel tot activiteiten te komen.

Vanuit de Veiligheidskunde weten we dat veiligheid binnen zekere marges dient te verlopen. Veiligheid is geen lineair proces. Om te voorkomen dat je buiten deze marges komt spreek je veiligheidsmaatregelen af. Het dragen van mondkapjes, het houden van andere halve meter afstand. hygiënische maatregelen als het wassen van je handen, het in je ellebogen hoesten. Daar binnen is er van alles mogelijk. Als je doel is en blijft dat het gewoon moet blijven zoals het was, dan gaat dat voorlopig niet gebeuren. Een curve die ver buiten de de marge valt, waarbij heel veel mensen ziek worden, weer anderen zullen besmetten en mensen zullen overlijden, is een scenario dat niet veel mensen zullen wensen. Om het vol te houden, zou het te wensen zijn dat mensen wat meer zouden denken in mogelijkheden en wat meer dankbaar zouden zijn voor wat ze wel hebben.

De kracht van dankbaarheid • ActionCOACH

Klikspaan

Ik had vroeger een jongentje in de klas, die bij alles wat zijn klasgenootjes deden, wat eigenlijk niet mocht, het ging vertellen aan de juf. Negen van de tien keer had zij niets gezien, maar een melding van ongewenst gedrag in de ogen van Bas, zo heette het jochie, was voor haar aanleiding tot onderzoek. Je kan je voorstellen dat Bas niet populair was in de klas.

Nu zal ik de laatste zijn om te zeggen dat ongewenst gedrag gewoon moet kunnen. Als het echt schokkend was, prima dat Bas naar de juf liep. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik dat lef niet had. Of kon jij het wel hebben als je zusje het nodig vond om bij je moeder te melden dat jij een koekje uit de koektrommel had gepakt terwijl dat niet mocht. Ik was pislink.

Gisteravond keek ik de wedstrijd van Ajax tegen Bergamo. Het was een mooie wedstrijd. Veel strijd, het spel golfde op en neer. Ajax speelde goed en dat is, voor ons land, ook voor een niet Ajax supporter goed nieuws. Ik heb mij echter groen en geel geergerd aan het theatrale gedrag van enkele spelers van Ajax. Zo deed talent Traoré alsof hij bijna doormidden geschopt was door Gosens, waarna de scheidsrechter de bal op de stip legde. De kroon spande in mijn ogen Antony, die heel oprichtig om een kaart ging smeken nadat zijn directe tegenstander aan zijn shirt had getrokken.

Ik kan mij hier beoorlijk aan ergeren. Deze spelers verdienen niet alleen hun brood met deze sport en je zou dit als ongewenst gedrag kunnen beschouwen richting de tegenstander. Ze hebben ook een voorbeeld functie. Ook kinderen en jongeren kijken naar deze wedstrijd, zien deze spelers als hun helden, hun voorbeeld en laten dit ongewenste gedrag ook doodleuk op zaterdag tijdens hun wedstrijd zien. Ik ben vijf jaar leider geweest van selectie jeugdelftallen en het smeken om kaarten was meer dan normaal. Gewoon op staan, je tegenstander een hand geven, wie doet dat nog. Natuurlijk worden er ook keiharde overtredingen gemaakt en daar moet hard ingrijpen, maar laten we met z’n allen eens dat overdreven gedrag, dat theater, dat smeken om kaarten, eens aanpakken. In plaats van een strafschop had Traoré gewoon een krijgen en ook Antony was degene die even vermanend toegesproken had moeten worden door de scheidsrechter. Als Traoré en Antony nu de enige waren, helaas wekelijks zien bij dit theater op TV.
“Even blijven liggen, kermen van de pijn.” Dat wordt spelers al jong geleerd. Het probleem voor scheidsrechters is dat het verschil soms maar moeilijk te zien is. Wanneer is er serieus iets aan de hand en wanneer is het theater. Scheidsrechters laten ook regelmatig gewoon doorspelen, terwijl een speler serieus geblesseerd op het veld ligt.

In 1965 deed de psycholoog Albert Bandura – bekend geworden van zijn sociaal-cognitieve leertheorie – een klassiek geworden onderzoek. In dit onderzoek toonde hij aan dat mensen agressieve gedragingen imiteren. In het experiment kregen kinderen van vier jaar een filmpje te zien waarin een volwassene een pop agressief bejegende. De eerste groep kinderen zag dat de volwassenen achteraf werd beloond door een andere volwassenen. De tweede groep zag dat de volwassene de les werd gelezen en de derde groep zag dat het gedrag van de volwassene zonder gevolgen bleef. Na vertoning van de film werden de kinderen in de gelegenheid gesteld om te spelen met de pop te midden van ander speelgoed. De kinderen uit de groep die hadden gezien dat de volwassene werd beloond voor zijn agressieve gedrag, vertoonden meer agressie, dan de kinderen die hadden gezien dat de volwassene was terechtgewezen. Kortom, als kinderen zien dat ongewenst gedrag positief beloond wordt is er een grotere kans dat zij dit gedrag ook elders laten zien.

We Observe and Nothing Else. | Albert Bandura's Bobo the Clo… | Flickr

Als de UEFA met de KNVB in haar kielzog nu echt werk wil maken van Fair Play, pak dan heel concreet dit volstrekt ongewenste gedrag aan! Ik ben daar echter pesimistisch over. Enige mate van maatschappelijk verantwoord gedrag is bij deze sportbonden ver te zoeken, maar wellicht komt het ooit goed. Dicherbij huis hebben trainers en clubs hier natuurlijk ook een taak. Ik prijs mij gelukkig, als elftalleider samengewerkt te mogen hebben met trainers die wars waren van theatraal, aanstellerig gedrag en helemaal het zeuren om kaarten. Gewoon wisselen ….

Theater Granada irriteert PSV'ers: 'Maar we hadden slimmer moeten zijn' |  NU - Het laatste nieuws het eerst op NU.nl

Ouders graag gezien

Vandaag een verhaal afgerond wat al even op de plank lag, maar wat vanwege de Coronacrisis was blijven liggen. Ik realiseer mij dat ouders op dit moment ook minder, of misschien wel helemaal niet op de club komen. Bij ons hebben wij voor de pupillen een soort drive-truth. Ouders rijden hier met de auto doorheen, zetten hun kind af en rijden door. Barbara Barend vond er wel wat van, het feit dat ouders niet meer op de club konden komen en deels heeft zij natuurlijk gelijk. Een vier ogen principe zal je als club nu echt anders moeten organiseren. Ouders zijn er op school ook niet de gehele dag bij. De situatie maakt dat wij het anders moeten organiseren. Dit wil niet zeggen dat ouders enorm belangrijk zijn.

Op Twitter trof ik, dus nu enkele maanden geleden, de volgende tweet van het account Sportief Besturen:

Voor veel bestuurders herkenbaar, wel of geen verplichte bardiensten voor ouders?

Hoe ’t kan werken lees je op:
https://www.tvsportplezier.nl/vereniging/doen-laten-verplichte-bardiensten/ …

Nieuwsgierig geworden heb ik de site bekeken. Op de pagina een artikel over de verplichte bardiensten van basketbalvereniging Locomotief uit Rijswijk. Onder de subkop ‘een andere tijd, een andere aanpak’ een wervend verhaal over de voordelen van het verplicht stellen van het draaien van de bardienst. Noem mij een geitenwollen sokken type, maar bij het woord verplicht stellen krijg ik kriebels.

Ik ben op mijn elfde begonnen met volleyballen. Op mijn 16 gaf ik, na een interne trainingscursus mij eerste team trainen. Nu, na 40 jaar later, vele opleidingen en cursussen, vele vrijwilligerstaken later, blijf ik er van overtuigd dat je mensen taken moet laten doen die bij hen passen, waar ze plezier aan beleven. Ik loop sinds een tijdje, naast het volleybal tegenwoordig ook rond als vrijwilliger binnen een voetbalvereniging. Andere club, andere tak van sport, maar er is een ding hetzelfde, het zijn allemaal mensen. Ik heb verschillende taken uitgevoerd, binnen verschillende verenigingen, verschillende sporten, zowel op verenigingsniveau, regionaal niveau als ook landelijk niveau. Ik ben sinds mijn zestiende actief als trainer/coach. Ik ben bij meerdere verenigingen lid geweest van de clubblad redactie, lid van verschillende technische commissies. Ik ben leider van voetbalelftal, lid van een werkgroep Sportiviteit en Respect. Ik ben ook redacteur van een magazine voor volleybaltrainers geweest en opleider van nieuwe trainers voor de sportbond. Er zijn zo nog wat andere taken die ik heb uitgevoerd. Ik ben dan ook absoluut voor de stelling dat ouders er niet vanaf komen met het droppen van hun kinderen, als was het een peuterspeelzaal. Ik vind dat wij af moeten van het maar consumeren. De sportvereniging, dat zij wij met z’n allen. Ik zeg echter altijd en dat vind ik ook echt, er zijn twee taken die je mij niet moet vragen, dat is het fluiten of vlaggen van wedstrijden en het draaien van een bardienst. Dat zijn taken die ik echt minder goed kan en die ik ook niet leuk vind. Ik ben niet een type dat vroeger in de kroeg rond hing, ik was in de sporthal en als het afgelopen was dan ging ik naar huis. Noem het saai, maar ook die mensen bestaan. Ook het fluiten of vlaggen van een wedstrijd laat ik graag aan anderen over. Ik kan dan niet, zie het niet snel genoeg en ik ben niet rechtlijnig genoeg om deze taak ook naar behoren uit te voeren.

Ik ben een van die mensen die vind dat apartheid bestaat, niemand is gelijk. Ieder mens is uniek, ieder mens heeft kwaliteiten. Maak daar als vereniging gebruik van! Bij de voetbalvereniging waar mijn jongste zoon voetbalt houden de algemeen coördinator van de leeftijdscategorie een intake gesprek met elk nieuw jeugdlid en ouder(s). In dat gesprek wordt duidelijk gemaakt dat de club van mening is dat wij met z’n allen de club vormen en dat van mij, als ouder, verwacht wordt dat ik wat doe voor de club. Ik mocht destijds ook aangeven wat mij leuk leek. Ik zit sindsdien in de clubredactie, in de werkgroep Sportiviteit en Respect en ben sinds twee jaar leider van een elftal en geloof me, het is fantastisch. Ook van mijn zoon werd verwacht dat hij activiteiten voor de club zou gaan doen. Hij is inmiddels keeperstrainer en fluit de wedstrijden van de pupillen. Hebben wij bij de voetbalclub het dan goed voor elkaar? Nee, die indruk heb ik nog niet, maar er wordt aangewerkt.

Als leider van het elftal organiseer ik diverse taken rondom het team. Zo organiseer ik het vervoer naar uitwedstrijden, het vlaggen van de wedstrijden en het wassen van de kleding. Niet dat ik dit allemaal zelf doe, ik zorg dat het gebeurd, waarbij ik zelf wel participeer in het vervoer en in het wassen van de kleding. Het vlaggen van de wedstrijden; daar heb ik het eerder al over gehad. Ik heb dat een keer gedaan en toen zei mij zoon: “Pap, serieus, dit moet jij echt niet meer doen”. Dit jaar moet ik ook er voor zorgen dat ouders de aan ons toebedeelde bardiensten gaan draaien en dat de spelers de wedstrijden fluiten van de aan ons toebedeelde pupillenteams. Als leider heb je soms een dagtaak. Ik vind het prima, want dit organiseren vind ik leuk. Al moet ik toegeven dat het soms  ook best lastig is.

Basisschool JP Waale Gorinchem - Ouders

Vernederd, gespuugd en geslagen

Het zal ergens begin jaren 80 van de vorige eeuw zijn geweest. De Jong Oranje volleybalmannen trainde in die tijd op Papendal en een van mijn teamgenoten zat bij de selectie. In die ben ik, als net startende trainer, wezen kijken bij Jong Oranje. Ik wilde wel weten hoe zij trainde. In een ander deel van hetzelfde complex bleek de turnhal te zitten. Het leek een grote speeltuin met een grote bak met piepschuin vlak voor de tribune. In de hal trainde erg jonge meisjes, basisschoolleeftijd, niet ouder. De meisjes waren druk met de voorbereidingen op WK en Olympische Spelen, zoveel werd duidelijk uit de gesprekken die je op de tribune kon meekrijgen. Ik vond dat best bijzonder. Wat ik ook bijzonder vond waren de schriftjes die al die meisjes hadden en waar ze, na een training van alles in schreven. Het was allemaal best serieus, hele jonge meisjes in volle ernst bezig met de voorbereiding op de Olympische Spelen. Ik kon echter  toen niet vermoeden wat er afgelopen week over deze sport, over deze meiden misschien wel, naar buiten zou komen.

Al weer enkele maanden geleden, het was begin oktober, zag ik de 2Doc Turn. Een documentaire over fanatieke turnouders en gewetenloze trainers. Mijn Twittertimeline explodeerde. Mensen spraken er schande van, sommigen konden de documentaire niet afkijken, zo erg vonden ze het geen getoond werd. Huilende kinderen en ouders en trainers die vonden dat het kind nog niet hard genoeg z’n best deed. Mij verbaasde vooral die ophef, want kwam dat fanatieke gedrag, die gewetenloze trainers, voor wie een kind niet meer is dan materiaal, niet in alle takken van sport voor? Stonden die fanatieke vaders niet ook langs het voetbalveld? Ik schreef er destijds ook blog over. Zo snel als de storm opstak, zo snel was het ook weer over. Turn was al snel een vergeten documentaire, tot afgelopen week.

Afgelopen week was daar het interview met Top turncoach Gerrit Beltman. Beltman vertelde in het verleden turnsters, kinderen, te hebben geslagen, mishandeld. Hij intimideerde, manipuleerde, kleineerde en maakte zijn pupillen monddood.

Köhler en Heitinga, twee vrouwen die als kind door hem getraind waren, schreven in 2013 het boek De onvrije oefening, waarin zij uitgebreid en gedetailleerd zijn misdragingen opsomden. De oud-turnsters schetste een onthutsend beeld van een brute coach, zonder mededogen, die zowel fysiek als mentaal de grenzen van het toelaatbare ver overschreed. Beltman reageerde, destijds, in het geheel niet op dit boek, zo is te lezen in een artikel in het NRC. Tot afgelopen week.

Tenminste zo leek het, want ook in het laatste interview bagetaliseert hij zijn gedrag. Het was een andere tijd en ja hij had er van geleerd en zag geen enkele grond om niet gewoon aan de slag te blijven als turntrainer. Beltman stoorde zich aan het beeld dat hij de enige was en pleitte voor een cultuuromslag bij de KNGU. Hij werd op zijn wenken bediend want in de slipstream van Beltman werden ook huidige bondscoaches Wevers en in mindere maten Wiersma beschuldigd van ongewenst gedrag. In een artikel in het Algemeen Dagblad vertelde oud turnster Goedkoop als jonge turnster in Oldenzaal door Wevers te zijn geschopt en geslagen en op dagelijkse basis te zijn gekleineerd. Oud-pupillen van Wevers Wyomi Masela en Ayla Wilbrink zeiden zich deels te herkennen in het verhaal van Goedkoop, maar niet waar het ging om fysieke mishandeling.

Alleen de nuance al, het kleineren kwam dagelijks  voor, maar de fysieke mishandeling was niet voor iedereen. Ook de dochter van Wevers benoemd dat zij met name het fysieke deel niet herkent. Wevers wordt gewoon als streng ervaren, zoals een gewone vader.

Een Friese turnster beschreef dat ze elkaar na de training gewoon een hand gaven. Zij zag hem meer als een tweede vader. Nu ben ik misschien geen goede vader maar volgens mij is streng is niet synoniem aan kleineren en vernederen. Bij fysieke mishandeling is menig vader uit de ouderlijke macht gezet. Als verklaring wordt genoemd dat deze trainers de trainingsmethoden uit het voormalig Oostblok en China copieërde omdat zij dachten dat dit nodig was voor het neerzetten van prestaties.

De algemeen directeur van de KNGU gaf in OP1 aan dat ongewenst gedrag moeilijk bewijsbaar is. Wat is nu grensoverschrijdend is moeilijk vast te stellen.
Ik ben begin jaren 90 van de vorige eeuw afgestudeerd op het toepassen van dwangmiddelen binnen de ouderen psychiatrie. Ouderen werden daar dagelijks nog in bed gefixeerd, achter een plankje in een stoel gezet, alles om te voorkomen dat mensen zouden gaan lopen en, in het verlengde, zouden vallen. Daar moest altijd een melding van worden gemaakt en telkens werd dan aangegeven dat de cliënt geen bezwaar had. Ik vond daar wel wat van, want was huilen, verdrietig kijken, niet óók een signaal? Het moment dat ik had aangegeven dat ik onderzoek wilde doen naar dit onderwerp werd mij dit door, notabene de opleiding, afgeraden. Het zou namelijk een nogal gevoelig onderwerp zijn.

Bij de KNGU wisten ze van de hoed en de rand, zou je denken. Een tweetal ex turnsters hadden al een boek uitgebracht over deze manier van training geven en ook de een inmiddels oud bestuurder had, naar aanleiding van een eerder onderzoek, al aan de bel getrokken.

De directeur van de KNGU benoemde dat er best al wel dingen waren veranderd. Vroeger kreeg als kind puntenaftrek als je een broekje onder je turnpakje droeg. Ik moest terug denken aan de balletjuf van mijn dochter. Zij danste bij Danstique en onder een balletpakje mocht echt helemaal niets. Zij kreeg als kleuter ook geen kleurplaat toen ze bij Ariël de kleine Zeermeermin aan de kant bleef zitten en in tranen opbiechte dat ze nog niet kon zwemmen, nadat de balletjuf vertelt had dat de hele vloer een diepe oceaan was. Bijna griezelig en dan bedoel ik niet de oceaan.

Is de grens niet gewoon het kind? In Turn zagen wij een jochie die, in tranen, nog even geholpen werd met het actief stretchen. Wie de top wil halen moet pijn leiden, zoiets zal het zijn.

Wevers kwam recent met een verklaring naar buiten. Hij ontkent dat hij turnsters geschopt en geslagen heeft. Het andere deel, het geestelijk mishandelen, dat vind hij, met de kennis van nu, niet goed. Het wegen van jonge meiden was met terugwerkende kracht niet goed. Ergens lijkt er een gat tussen het wat de turnsters verklaren en het geen wordt benoemd. Het onderzoek van de KNGU, dat is aangekondigd, zal daar wellicht uitsluitsel over geven. Wij moeten dit even afwachten daar met eerdere onderzoeken, zo lijkt het, weinig meegedaan is.

De ontboezemingen en de reacties volgen elkaar in rap tempo op. Aan de ene kant is dit schokkend, aan de andere kant is dit ook wel goed. Er kan nu over gesproken worden en wellicht leidt dit tot veranderingen.

De KNGU ligt onder vuur. Iedereen buitelt over elkaar heen. Ik vroeg mij af of het bij andere sporten echt zo veel anders is. Het turnen is al heel lang een sport waarbij kinderen op hele jonge leeftijd op top niveau moeten presteren. Zij waren daarin destijds vrij uniek. Toen ik, ik zat destijds ik de 6e klas, ging volleyballen moest ik eerst maar een jaartje trainen. Volleybal was zo’n moeilijke sport. Eerst maar de sport leren, wedstrijden kwamen later en in die wedstrijden ook nog eens prestaties neerzetten kwam daarna. Met het circulatie volleybal werd de drempel lager en werd het spelen van wedstrijden eenvoudiger en werd ook de grens waarop prestaties geleverd moesten worden lager. Ik weet nog dat ik, nu al weer lang geleden, een artikel schreef over het team dat ik trainde. Een damesteam waarin naast enkele moeders van rond de 30 ook een tweetal meisjes uit groep 8. Talenten, dat zonder meer, maar het verschillen in de belevingswereld tussen de moeders en de meiden die vlak voor hun Cito toets stonden waren enorm. Ik zette daar wel vragen bij. Inmiddels is het doorselecteren de normaalste zaak van de wereld.

In het voetbal was men lang wars van doorselecteren. Spelers moesten alle fasen doorlopen. Daarop was één uitzondering, al het ‘talent’ dat vroeg selecteert zijn weg vond richting een of andere betaald voetbalclub. Enkele weken geleden kopte het Sport voetbalmagazine dat het verontrustend was wat wij kinderen aan deden. In een lezenswaardig artikel zette Michel Bruijnickx uit een wat er allemaal mis was in het voetbal. Daarbij had hij het niet eens over die schreeuwende en coachende trainers. Daar moeten kinderen maar mee leren omgaan, hoor ik vaak langs de lijn. Als je de top wil halen moet je mensen als Derksen van Gijp maar laten wel gevallen en je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen, het afzijken, het kleineren van jonge kinderen. Aan de ene kant plaatsen wij in het voetbal talentjes mega snel op een voetstuk maar als het even tegenzit wordt dat voetstuk met dezelfde snelheid ontmanteld.

Echt trainers, van de oude stempel, zoals in het turnen, je komt ze overal tegen. Natuurlijk wordt in trainerscurussen aandacht besteed aan zoiets als positief coachen, aan de pedagogiek van de sport. Toch kom je ze nog tegen, trainers die een kind dat minder goed is, ook minder laten spelen. Je komt ze nog tegen, trainers die in een TC vergadering gewoon beloven dat een minder talentvol kind, voor de kerst de vereniging verlaten heeft. Zijn wij het het volleybal, in het voetbal, veel beter? Durven wij kritiek te leveren op de turnsport en daarbij tegelijkertijd met opgeheven hoofd in de spiegel te kijken?

 

 

 

%d bloggers liken dit: