Lanterfanteren

Het onderzoek van de KNVB blijkt ook onderwerp van gesprek langs de lijn. In mijn laatste blog schreef ik al over de weerstand die bij sommige trainers zit. Er moet en zal toch ergens geselecteerd worden. Dat wij afstappen van het selecteren bij O9 was prima maar bij O10, waarom niet? Er bleek nog een wereld te winnen.

Ook ouders van kinderen uit selectieteams blijken kanttekeningen te plaatsen bij de mogelijkheid dat elk kind misschien wel talent zou kunnen hebben. Zo sprak ik afgelopen weekend een moeder die van mening was dat het plan van de KNVB geen rekening houdt met inzet.
“Je hebt fanatieke sporters en gezelligheidssporters, zonder daar een oordeel over te willen vellen overigens. Maar de sportbeleving, en dus ook het spelplezier, is bij deze groepen erg verschillend.”

Lees meer »

Advertenties

Niet leuk

“Pis”
“Pot”
“Pis”
“Pot”
“Pis”
“Ooh wacht even, doen we met laatste hele?”
“Lijkt mij wel, doen we altijd!”
“Pis”
“Pot”
“Oke, jij wint. Jij mag kiezen.”
“Dan kies ik, natuurlijk Peter!”
Peter was een hele goede voetballer, speelde bij RCH in de D1 en dan kan je echt wat.

Zo zagen mijn woensdagmiddagen er in Heemstede vaak uit. Voetballen op het veldje langs de Scheldelaan. Peter werd ook vaak als eerste gekozen. Opvallend en eigenlijk ook weer niet, werd Berry  altijd als laatste gekozen. Berry kon er echt helemaal niks van. Eigenlijk wilde niemand Berry in z’n team.

Als ik thuis kwam na een middag voetballen, zaten mijn vader en moeder aan een kopje thee in de woonkamer.
“En? Gewonnen?”
Winnen was belangrijk. De vraag was niet of ik leuk gespeeld had. Omdat ik graag wilde dat mijn vader trots op mij was, wilde ik ook maar wat graag winnen. Om die reden kon ik ook echt flink sacherijnig zijn als ik verloren had. Niets vervelender dan thuiskomen en dan van uitgerekend je vader te horen dat je er niks van kan of milder, je best niet had gedaan. De reden dat Berry altijd als laatste gekozen werd had hier ook alles mee te maken. De kans om te verliezen was met hem een stukje groter. Hij kon gewoon keihard over een bal heen maaien en daar kon hij nog niet eens iets aan doen. Hij zat niet op voetbal en al helemaal niet in een selectieteam. Berry zat op pianoles en eerlijk is eerlijk, dat kon hij dan weer wel. Het feit dat Berry werd gedoogd, daar kwam het wel op neer, was omdat hij gewoon wel een coole gast was. Prima jongen, alleen liever niet met hem voetballen.Lees meer »

Het team dat je verdiend

Het is een vrij eenvoudige rekensom. Sjors, 10 jaar oud, wordt geselecteerd voor de O12-1 van zijn vereniging. Dit team traint 3x per week, laten we zeggen, 1 uur. Zijn vriendje Thijs viel helaas af. Al moet ik toegeven, de meningen waren verdeeld. Thijs kwam in O12-2. Dit team trainde 1x per week, 1 uur. Na 5 weken heeft Sjors 15 uur getraind. Thijs heeft op dat moment 5 uur getraind. Na 40 weken, zeg maar  eind van het seizoen, heeft Sjors 120 uur getraind. Thijs heeft opdat moment 40 uur getraind. Thijs viel niet alleen af, hij heeft na 1 seizoen ook direct fors minder trainingsuren gemaakt dan zijn vriendje. Bij de club slagen ze er altijd wel in om voor de selectieteams goed opgeleide trainers, trainers met een trainersdiploma te vinden. Het team van Thijs had bij aanvang van het seizoen géén trainer. De O12-2 moest het de eerste anderhalve maand doen met wisselende trainers. Een aantal keren moesten ze samen trainen met de O12-3. Uiteindelijk bleek een vader van een van de jongens bereid het team te trainen.

Na 1 seizoen is Sjors een beter voetballer geworden, het gaat allemaal wat makkelijker dan aan het begin van het seizoen. Thijs is niet veel beter geworden. De technische commissie was tevreden, de selectietrainingen hadden de juiste teamindelingen opgeleverd. De beste jongens, zo werd geconcludeerd, zaten ook in de selectieteams. Thijs bewees met zijn progressie het gelijk van het systeem.Lees meer »

Marktwerking

In een eerder blog benoemde ik al mijn verbazing over het feit dat veel voetbalclubs, zeker  bij de breedte teams, niet in staat zijn om gediplomeerde trainers aan te stellen.  Clubs anticiperen hier ook op door in advertenties aan te geven dat opleiding niet vereist is. Een recente tweet van Pieter Zwart wees op een mogelijke oorzaak, namelijk de prijs die trainers zouden moeten betalen voor een cursus.

“Opleiden zou geen melkkoe moeten zijn, maar een investering in de toekomst. Juist ook voor de breedtesport. Iedereen heeft baat bij goede trainers”

Zwart heeft hier een punt, iedere sporter heeft baat bij goede, opgeleide, trainers. Voor veel voetbalverenigingen blijkt dit een dilemma. Trainers zijn veelal de goed bedoelende vader, al dan niet met een voetbalachtergrond.Lees meer »

Opleiding niet vereist

Het nieuws haalde het 8 uur journaal, voetbal scholen schieten als paddenstoelen uit de grond en wat bleek ouders zijn nog bereid flink voor te betalen ook. In het journaal een reportage bij voetbalschool Kick, waar een jeugdtrainer van ADO nog wat bijverdiend. Geef hem eens ongelijk. Marijn de Vries brak ik haar column in de Trouw een lans voor de voetbalclubs. Een warm pleidooi voor de warme vereniging waar het plezier nog centraal staat. Geef haar eens ongelijk. John Volkers van de Volkskrant reageerde daar op Twitter op door te stellen dat hij vroeger 2,3 uur per dag voetbalde, grotendeels op straat. Dat aantal trainingsuren behaal je bij geen enkele voetbalclub. Geef hem eens ongelijk. Daarbij  die straat, dat is het nieuwe toverwoord binnen het voetbal. Een beetje club traint tegenwoordig op een teerpleintje in de buurt van het groene grasveld bij de club.

Mij bekroop mij een heel ander fenomeen. Een probleem dat ik bij veel clubs terug zie, namelijk het probleem van het vinden van kwalitatief goede trainers. In de slipstream van dit probleem speelt in mijn beleving dan ook nog het feit dat die trainers, als je ze al gevonden hebt, gigantische eisen hebben wat betreft het geen zij, al dan niet zwart, willen opstrijken. Dit gaat het niveau vrijwilligersvergoeding ver te boven. In een discussie die ik zelf heel recent had met een trainer werd aangegeven dat hij de investeringen die hij had gedaan toch ergens terug wilde verdienen.Lees meer »

Plannen

“Zou jij komende maandag de training kunnen geven?”
“Uhh, ja maar wat wil jij dat ik ga doen? Wat moet er getraind worden?”
“Simpel. Wij kijken goed wat er zaterdag allemaal mis gaat en dan besteden wij daar maandag aandacht aan.”

Zomaar een anecdote, een gesprek tussen een trainer en zijn stagiaire. Ik denk dat een dergelijke werkwijze veel voorkomt. Korte termijn planning. Je kijkt wat er mis gaat en stuurt direct bij. Het lijkt op roeien waarbij je besluit eerst vier slagen met de rechter roeispaan te roeien om vervolgens vier slagen met de linker roeispaan te roeien omdat je er al varende achter komt dat je niet recht vooruit komt.

Planmatig werken
In mij eerste jaren als trainer vond ik het altijd een uitdaging om te bedenken wat ik nu weer eens zou gaan doen tijdens de trainingen. Een training moest, in mijn ogen voldoen aan twee criteria, mijn spelers moesten wat leren en de training moest leuk zijn. In het verlengde van deze twee eisen waren er natuurlijk een aantal eisen te formuleren die daarvan konden worden afgeleid.  Zo lag in het verlengde van dat leren dat de spelers er iets voor moesten doen, maar dat de doelen wel haalbaar moesten zijn. In het verlengde van dat een training leuk moest zijn, lag natuurlijk ook de uitdaging dat lang leven de lol soms om een wat gespannen voet staat met iets nieuws leren.

Voor mij betekende het werken met doelen dat ik de doelen zelf wilde kunnen controleren. Ik kan een wedstrijd winnen, zelfs met twee vingers in de neus, maar echt dramatisch slecht gespeeld hebben. Ik kan ook een wedstrijd verliezen, compleet van het veld gespeeld zijn maar nog nooit zo’n goede wedstrijd gespeeld hebben. Ik heb, als trainer, het wedstrijdresultaat maar heel beperkt onder controle.

Ik werkte nooit vanuit dat wedstrijdresultaat. Ik vond het fijn om te werken met leerdoelen. Leerdoelen zijn veel beter onder eigen controle te houden dan resultaatdoelen. Leren suggereert een weg met een begin- en een eindpunt, de leerroute. Van onbewust – onbekwaam breng je spelers naar onbewust bekwaam. Een weg overigens die niet lineair, maar echt met vallen en opstaan verloopt. Telkens als je je bewust wordt dat je iets nog niet beheerst, je nog na moeten gaan denken hoe het uitgevoerd moet worden, zal de uitvoering net iets minder goed zijn dan dat je zou wensen.

Werken met een plan betekent dat je gaat beoordelen wat je beginsituatie is. Wat beheersen mijn spelers al wel en wat moeten ze nog kunnen leren? Wat zou ik het team, mijn spelers, in één jaar kunnen leren? Waarmee begin ik, wat volgt daarna? Wanneer stel ik vast dat ze het ook beheersen? Hoe gaat ik ze aanleren wat ik ze wil aanleren? Werken met een plan vraagt het nodige aan  voorbereiding. Je klapt niet zo maar, geheel onvoorbereid, het seizoen binnen en ziet dan wel wat er van komt.

Goed voorbereid kost even tijd
Een weekendje was ik daar wel mee bezig. Het resultaat was dat ik beschreven had wat onze beginsituatie was. Ik had beschreven welke doelen aan het eind van dat jaar bereikt diende te worden, wat mijn spelers zouden moeten kunnen beheersen. Ik had van week tot week, van training tot training beschreven wat er getraind zou gaan worden. De trainingen maakte onderdeel uit van leerlijnen, lesblokken met een kop en een staart. Ik had, zowel voor mezelf, als ook voor het team tussen evaluaties en een eindevaluatie gepland.

Het jaarplan was geen doel op zich. Het was een middel om te komen tot het planmatig verbeteren van de vaardigheden van mijn team, mijn spelers. Het kon gebeuren dat bij een tussenevaluatie bleek dat mijn spelers met een bepaald onderdeel toch langer deden dan dat ik vooraf bedacht had. Geen probleem, dan liep het lesblok langer door en schoof automatisch langer door. Dit zou gevolgen kunnen hebben de te behalen einddoelen, maar dat behoefde niet. Het kon ook gebeuren dat een lesblok minder tijd nam dan gepland, waar de te behalen einddoelen als nog gerealiseerd werden.

Van boven naar beneden
Een belangrijk onderdeel van dat voorbereidingsweekend was het gesprek met het team, met de spelers. In dat gesprek ging het niet over de gewenste resultaten over van wie ze echt moesten winnen. Het ging niet over een eventueel te wensen kampioenschap. Die gesprekken begonnen over waar ze überhaupt op volleybal zaten. Het ging over waarom ze volleybal nu echt leuk vonden en wat ze daarin wellicht ook best moeilijk vonden. Die gesprekken gingen over hoe ze tegen het team aankeken, over welke afspraken wij samen moesten maken. Hoe gaan wij om met het afzeggen voor een training of een wedstrijd. Hoe gaan wij met elkaar kom? Mag je fouten maken en zo ja, hoe vaak? het ging over de missie, de identiteit over de waarden, over onze mindset. Daarna kwam  wat ze nu wilde leren. Je werkt dus van boven naar beneden. Elke bovenliggende fase heeft invloed op de fase daaronder.

 

10 jaar en jonger

Afgelopen week kwam er, in mijn timeline, op Twitter een tweet waarin een TC voorzitter schreef op zoek te zijn naar verenigingen die, net als zijn vereniging, er wel klaar mee is dat Betaald Voetbal Organisaties hele jonge kinderen scouten bij amateur vereniging. Hij was niet alleen, zo bleek uit de reacties. Het scouten van hele jonge kinderen bij de eigen club heeft iets ranzigs. Waarom kinderen uit de eigen omgeving weghalen? Waarom mogen kinderen die een beetje kunnen voetballen niet in hun eigen omgeving voetballen? Omdat het talenten zijn, krijg je dan te horen en omdat iedereen het doet, moeten wij het ook doen, is dan een soort automatisch vervolg. Ajax haalde nog niet zo heel lang geleden twee jongens weg uit de buurt van Almelo. Bij Heracles hebben ze of toch nog enig gevoel in hun donder of ze hebben echt zitten slapen. Waarom zou je als ouder akkoord gaat met een transfer van je 8 jarig zoontje naar de andere kant van het land? Ik geef toe, het is gezocht maar ik moest even denken aan iets anders dat deze week het nieuws haalde. Een vader en moeder die voor geld hun zoontje aanboden op het dark web. Nu gingen deze ouders nog wel kilometers verder over de grens van het ontoelaatbare, maar wat doen ouders met een kind dat gescout wordt door een BVO? Ja, een kind gelukkig maken. Hoe mooi is het niet als je kind als talent wordt gezien. Wie wil niet dat jij de ouder bent van de nieuwe Neymar? Een scout langs de lijn bij het team van jouw zoon? Iedere ouder raakt van de kook en dat weten ze bij al die betaald voetbalclubs. De TC voorzitter uit mijn timeline kreeg in gesprek met een betaald voetbalclub uit onze regio ook doodleuk te horen dat zij er geen probleem van maakte dat zij van plan waren scouts van betaald voetbalverenigingen te weren bij wedstrijdjes van de jongste jeugd van zijn vereniging.
“Prima joh, dan kijken wij toch ergens anders en als wij een talent van jouw vereniging zien, dan benaderen wij toch rechtstreeks de ouders. Wij hebben jullie echt niet nodig!”
Reacties op het bericht op Twitter waren soms wat fatalistisch. Wij kunnen dit probleem niet oplossen werd er gesuggereerd. Als BVO’s bij jou niet mogen scouten, dan scouten ze wel elders. Het lijkt een beetje op de discussie rondom softdrugsgebruik. Laten wij nu de verkoop reguleren, uit het criminele circuit halen, dan hebben wij er nog een beetje zicht op, het gebruik kunnen wij toch niet uitbannen. Een betaald voetbalclub in Engeland heeft zijn nek uitgestoken. Zij stoppen met de opleidingsteams O16. Over de werkelijke redden tot dit besluit kan je discussiëren. Een Britse website meldde dat minder kinderen zouden stoppen met voetbal als alle betaald voetbalclubs geen opleidingsteams meer zouden hebben vanaf O17. Dit klinkt als een ferme uitspraak maar in wezen is het niets meer dan iets dat wij allang weten. Als het pedagogisch leerklimaat dat een trainer weet te realiseren te prestatief is, leidt dit tot drop outs. Waar wij dus als de dood zijn dat wij potentiële talentjes missen, jagen wij ze misschien wel weg. Terug naar die jongentjes uit Almelo, die door Ajax gescout zijn. Als een van die twee, na twee jaar, in een functioneringsgesprek te horen krijgen dat hij toch niet goed genoeg zijn. Wat zou dit met zo’n jochie doen? Denkt die dan nog steeds “Joh, voetbal is zo’n leuke sport, ik ga lekker weer bij mijn oude club, met de vriendjes van weleer ballen in de 3e klasse regio Oost’? Ik durf hier wel een voorspelling over doen. Niet omdat ik een glazen bol heb, maar omdat wij ook hier, door onderzoek, in algemene zin iets meer over weten. Talenten die een individuele sport beoefenen en stoppen met hun sport, gaan niet zelden een andere sport beoefenen. Talenten die een teamsport beoefenen en stoppen met hun sport, stoppen met hun sport.

Dichterbij huis, ik hoop dat ik dit mag vertellen, heb ik een fantastisch goede vriend en oud collega wiens zoon een razend leuke voetballer is. Een jongen die droomde van een carrière in het betaald voetbal. Een periode heeft hij training gehad bij een voetbalschool van een hele bekende oud international en werd gescout door een vereniging met een hele gerenommeerde jeugdopleiding. Wedstrijden mocht hij spelen op hoog niveau, ook tegen Ajax. Hoe mooi kan het zijn? Totdat hij , echt in een functioneringsgesprek, te horen kreeg dat ze niet tevreden waren. Hij was niet goed genoeg en nog niet eens op dit moment, maar er werd een uitspraak gedaan over de verwachtingen voor de toekomst. Waar ik mijn glazen bol mis, hadden zij die wel. In het hele traject geen enkele introspectie vanuit de club over hoe zij het anders hadden kunnen oppakken. Geen enkele idee over wat hij anders zou moeten doen om een volgende keer misschien wel weer in beeld te komen. Hij ging terug naar zou oude club, naar de vrienden van toen. Of voetbal nog steeds leuk is en of er nog dromen en verlangens zijn? Wij hebben het vaak over een groei mindset.  Het gaat er niet om hoe vaak je valt, het gaat er om dat je iedere keer weer op staat. Ik vraag mij dan altijd hoe vaak je op je bek moet gaan? Hoe vaak je beschadigd mag raken en wat de verantwoordelijkheid van die BVO’s hier in is of is dit gewoon part of the job?

Als talentontwikkeling een piramidaal model is, als wij weten dat het smal is aan de top, waarom doen wij er dan ook echt alles aan om van die piramide een potlood te maken? Betaald voetbalclubs in ons land stoppen niet met het scouten van jonge kinderen. Zij zouden maar eens een talent missen. Als amateurclubs het scouten op de eigen accommodatie gaan verbieden zoeken die BVO’s wel andere mogelijkheden en passeren zij de betreffende verenigingen door rechtstreeks met ouders contact op te nemen. Met andere woorden als amateurclubs dit niet gezamenlijk oppakken veranderd er niets.

Wat zit er nu achter? Gaat het nu echt om het vinden van die toptalenten? Als je kijkt wat er allemaal mis kan gaan, hoeveel kinderen afhaken juist door dat prestatiegerichte leerklimaat, als je meeneemt dat het erg moeilijk is om op hele jonge leeftijd een talent te herkennen. Ik heb het dan nog niets eens over zoiets als een geboortekwartaaleffect. Als je voor ogen zou hebben wat het is voor een kind om uit de eigen, vertrouwde omgeving weggeplukt te worden om daarna ook nog eens te horen te krijgen dat ze het toch niet zien zitten. Je zou denken, ieder wel denkend mens, kapt daar dan mee, zet het kind weer centraal en laat het lekker in de eigen omgeving voetballen. Er moet iets anders zijn, want waarom houden BVO’s vast aan de eigen werkwijze. In 2013 publiceerde de website Tussen de Linies een lezenswaardig artikel. In het artikel was te lezen dat Ajax, over vijf seizoenen, ruim 61 miljoen euro had verdiend aan jeugdspelers. De jeugdopleiding van Ajax en dit zal voor al die BVO’s gelden was en is gewoon een verdienmodel. Laten wij dus ophouden met dat het scouten goed is voor het kind met talent, dat het goed is voor zijn ontwikkeling. Dergelijke motivaties zijn eigenlijk een gotspe. Als er over vijf seizoenen meer dan 61 miljoen euro wordt verdiend en dat kinderen die afvallen als een soort collateral damage wordt beschouwd, dan kan je stellen dat er sprake is van kinderarbeid. Dit is de verantwoordelijkheid van die BVO en het system van grote amateurclubs met een gerenomeerde opleiding daarom heen.

Het is dan ook bijzonder dat de KNVB hier zo dubbel in lijkt te zitten. Aan de ene kant brengt men naar buiten dat het zo ontzettend moeilijk is om op hele jonge leeftijd kinderen als talent te herkennen. Benoemd oud bondscoach Foppe de Haan in Nieuwsuur dat kinderen gewoon in de eigen omgeving moeten opgroeien maar onder tussen draagt de KNVB volledig bij aan de randvoorwaarden om dit hele verdienmodel overeind te houden. De enige reden die ik kan bedenken is dat aan het scouten van hele jonge kinderen gewoon goed geld wordt verdiend.