Categorie archief: Volleybal

Denken in achterstand, creëert achterstanden

Wij hebben het, zo langs de lijn, op de tribune, niet zelden over kinderen die minder getalenteerd lijken. Al eerder schreef ik een artikel over het feit dat wij bij de club onze eigen waarheid realiseren. Wij laten kinderen afvallen omdat een kind, volgens onze, subjectieve waarneming, minder talentvol is. Trainers selecteren ook niet op de lange termijn, ze bekijken met wie zij op de korte termijn, het beste zouden kunnen presteren. De kinderen die geselecteerd worden mogen meer trainen, krijgen ook betere trainers en zie hier de self fulfilling prophecy. Dat is wat wij talentontwikkeling noemen. Het probleem is ook niet dat wij kinderen hebben die op enig moment minder talentvol lijken en, op dat moment, misschien ook wel zijn. Het probleem is dat wij in ons land erg gewend om kinderen te vergelijken. Het is volstrekt normaal om van jongsaf kinderen te selecteren. Wij meten en vergelijken wat af. Ik weet niet hoe het jullie is, maar wij vergeleken vroeger geregeld onze cijfers na een toets met elkaar. Voor de vakken geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde vond ik dat niet zo’n probleem. Bij de vakken Engels en vooral Frans vond ik dat een stuk minder grappig. Het gebeurde niet zelden dat thuis gevraagd werd hoe anderen een toets gemaakt hadden. In de sport doen wij niet anders. Het hele idee van competitie is gebaseerd het vergelijken met anderen. Toch zijn ook daar de omstandigheden niet gelijk, niet iedereen heeft dezelfde trainingsomstandigheden, traint ook evenveel uren. In 1985 werd ik met mijn team 3e op het NK. De top 10 trainde een gelijk aantal uren. Het jaar daarna haalde ik niet eens de eindronde. Het jaar daarop werd ik 7e. Ondertussen trainde wij nog steeds 1x in de week, maar onze tegenstanders in de eindronde, allemaal 2 of meer keren per week. Het verschil was gemaakt. Alweer enige tijd geleden schreef ik een verhaal over Thijs. Thijs viel af bij de selectietrainingen. Zijn vriendje Sjors werd wel gelecteerd. Sjors kreeg een betere trainer, kreeg betere trainingsvoorzieningen en ging ook direct fors meer uren trainen. Na nog geen half jaar was Sjors beter dan Thijs. Thijs haakte na verloop van tijd, een illusie armer, af.

Ergens is vergelijken met anderen erg gewoon. Schieten wij er erg veel mee op? Helpt het ons veel verder?

Het zou helpen als wij allen gelijk waren, als de omstandigheden voor iedereen ook gelijk zouden zijn. Ik hoop dat het een open deur is als ik toch moet concluderen dat niet iedereen gelijk is, niet iedereen gelijke kansen krijgt, de omstandigheden voor niet iedereen gelijk zijn. Wat heeft vergelijken dan voor zin, behoudens dat de conclusie dat je weet dat iemand die 4x per week traint wellicht beter zal zijn dan iemand die slechts 1x per week traint?

In het onderwijs lijken testen het ultieme doel geworden. In plaats van het leren leren, de kinderen voor te bereiden op een volwaardige deelname aan de maatschappij worden kinderen dood gegooid met testen. Er moet gemeten worden. Ja, eens, meten is weten maar wat weten wij dan na een test? Meten wij dan wat een kind weet of meten wij direct de ondersteuning die het kind van huis uit mee krijgt mee? Meten wij ook het feit dat een kind thuis niet (altijd) de beschikking heeft over een computer of een rustige werkplek? Meten wij niet ook de mate waarin een kind stressgevoelig is mee en mocht een kind stress gevoelig zijn, meten wij dan ook waar dat door komt? Ik heb in mijn kennissenkring ouders die hoge cijfers enorm belangrijk vinden. Er moet gepresteerd worden. Onze samenleving draait nu eenmaal om presteren, om beter zijn dan de rest.

Uit onderzoeken weten wij dat een al te zeer gericht zijn om prestatie leidt tot drop outs. Kinderen, maar ook volwassen sporters stoppen dus vaker als hun trainer al te zeer gericht is op prestaties. Toen ik dat las vroeg ik mij af waarom kinderen toch ooit waren gaan sporten. Waarom gaan kinderen voetballen? Waarom gaan kinderen volleyballen of hockeyen, of misschien turnen? Ik ging als kind op volleybal omdat ik het spelletje leuk vond. Bij de club leerde ik vrienden kennen. Er zijn er ook die een bepaalde sport gaan beoefenen omdat vriendjes dat ook doen. Een enkeling gaat een sport doen omdat ouders die sport ook beoefenen. Ik geef toe, mijn jongste zoon ging volleyballen omdat het voor ons logistiek handig was. Ik was actief in het volleybal en ook onze andere twee kinderen volleybalde. Hij vond volleyballen echter niet echt leuk en stopte daar ook snel mee. Hierna is gaan tennissen. Op zich vond hij dit leuk alleen mocht hij alleen maar trainen. Tennis was zo’n moeilijke sport, hij moest eerst maar een jaartje of zo alleen gaan trainen. Die ontzettend foute gedachte was ook in het volleybal langere tijd zeer gangbaar. Ook in het volleybal vonden wij dat onze sport zo moeilijk was dat kinderen eerst maar eens een paar jaar moesten trainen voordat ze wedstrijdjes mochten spelen. Heel veel kinderen vonden het om die reden al heel snel niet heel erg leuk meer en haakje af. Na het tennissen volgde het voetbal en op dat moment vonden wij het niet heel erg leuk. Het was te hard, te zwaar maar …. ze mochten wel direct wedstrijdjes spelen. Belangrijker was, maar ik geef toe, het duurde even voor ik zover was, hij vond het fantastisch. Voetbal was leuk en niet onbelangrijk. Zijn vriendjes voetbalde. Geen enkel kind gaat een sport beoefenen met het voorop gezette plan om wereld of Olympisch kampioen te worden of er op termijn zijn of haar geld mee te gaan verdienen. Dat zijn doelen die veelste ver liggen. Het kan best op enig moment in beeld komen, maar dat zijn het wij, de ouders, de trainers die dergelijke vergezichten schetsen.

Ik ben altijd een trainer geweest die methodisch wilde werken. Wat kan mijn team op dit moment? Wat moeten ze nog leren (lees wat kunnen ze nog niet) en wat zou ik ze in een seizoen kunnen leren? Met die informatie maakte in een plan. Van week tot week beschreef ik wat er geleerd moest worden. Ook ik gebruikte testjes om te kunnen bekijken wat de stand van zaken was. Het enige verschil was dat ik géén vergezichten schetste, zelfs het winnen van wedstrijden was niet een doel. Ik heb altijd twee doelen gehad, dat was leren volleyballen en plezier voor iedereen in de groep. Los van dat plezier ging ik mij dat doel om te leren volleyballen uit van wat mijn spelers niet beheerste, wat ze niet konden. Ik was mij nog niet zo bewust van het feit dat alles wat je aandacht geeft groeit. Met andere woorden dat ik met al mijn aandacht op alles wat niet goed ging het misschien wel steeds minder goed ging en ik het dus goed aan het verprutsen was. Hockeycoach Marc Lammers legde dit ooit perfect uit.

In het verlengde hiervan bevindt zich ook de constatering dat denken in achteruitgang ook achteruitgang creëert. Begin dit jaar publiceerde het Brabants Nieuwsblad hier een artikel over.

Het échte probleem is niet het verschijnsel van leerachterstanden, maar het feit dat we het volstrekt normaal vinden dat we kinderen al van jongs af aan vergelijken en selecteren. Dat belemmert hun ontwikkeling.

Even verder op staat te lezen “Kinderen die steeds vergeleken worden met anderen en minder goed presteren, raken eerder gedemotiveerd. Een self fulfilling prophecy.” Hier gaat het een klein beetje over Thijs.

Dan wordt in het artikel geconstateerd dat het spreken in achterstanden niet alleen schadelijk is voor kinderen en hun ontwikkelingspotentieel, maar ook een belediging voor alle leraren en ouders die zich hebben ingespannen om te doen wat mogelijk is onder deze bizarre omstandigheden. Of het nu een belediging is voor leraren en ouders waag ik te betwijfelen. Het waren toch die leerkrachten en die ouders die steeds aan het vergelijken waren? Het zijn niet de kinderen die in net NOS journaal komen melden wat de gemiddelde CITO score dit jaar was. Hij zijn niet de kinderen die aan die CITO score een advies koppelen voor een eventuele vervolg opleiding. In de sport kennen wij diezelfde drang met betrekking tot meten, ook wij kennen dat ultieme meetmoment, de selectietraining. Het verschil met het onderwijs is dat wij in de sport kinderen direct afserveren. Thijs haakte uiteindelijk af. Wij blijven ook in de sport ronddobberen in een heel fout paradigma. Wij gaan er volledig aan voorbij dat ontwikkeling niet lineair verloopt. Elke ontwikkeling heeft zijn eigen tempo. Iedereen krijgt vroeg of laat te maken met tegenslag, haperingen maar ook versnellingen.

Het denken in achterstand, creeërt achterstanden. Gaan wij uit van kinderen die het op enige moment wel kunnen en zetten wij dat af tegen kinderen die het niet kunnen creëren wij onze eigen waarheid en daarmee doen wij kinderen echt te kort. Wij leven onze eigen waarheid, volledig in de mist van waar wij varen. Het wordt tijd dat wij ophouden met selecteren, met kinderen af te schrijven voor ze nog begonnen zijn zich te ontwikkelen.

Varen bij slecht zicht of mist - Varen doe je samen

Onder inmense druk

Deze week waren velen verbaasd door eerst het statement van Noami Osaka en kort daarop het terugtrekken van Osaka bij Roland Garros. Osaka had, zo vertelde zij, erg veel moeite met de persconferenties na afloop van een wedstrijd. Als ze gewonnen had, oké dat ging nog wel maar voor het doorzagen door journalisten ná een verloren wedstrijd. Dat raakte diep. Zij kon daar niet langer tegen. De toernooi organisatie reageerde direct na de aankondiging dat zij de persconferenties zou gaan mijden. Zij zou uit het toernooi worden gezet en zou daar bovenop nog een flinke boete krijgen. Je zou wat meer bijval verwachten van haar collegae maar nee, alleen Serena Williams snapte de situatie. Mannetjesputters als Djokovic en Nadal maar ook Barty hadden weinig begrip. Als je ziet hoe snel de toernooi organisatie reageerde en met welke maatregelen zijn dreigde, kan je daar met een beetje gevoel nog begrip voor opbrengen. Ik moest terugdenken aan een aantal jaren geleden, het moment dat enkele wielrenners hun nood klaagde over een levensgevaarlijk parcours waar de wedstrijd organisatie de renners langs wilde sturen. Alles voor de kijkcijfers, er even aan voorbijgaand dat wij met mensen te maken hebben.

In een artikel op Nu.nl braken enkele sportpsychologen een lans voor Osaka. Het was dapper wat zij had gedaan en, zo dacht men, hier zouden tennissers op termijn hun voordeel mee kunnen doen. Osaka had een lans gebroken voor juist haar collega’s, zij wilde aandacht vragen voor de mentale gezondheid van tennissers. Tennissers zijn, je zou het bijna vergeten, ook mensen. Net als die wielrenners zijn zij geen instrument in handen van projectontwikkelaars die over de rug van sporters hun geld verdienen.

In een gesprek met vrienden over de actie van Osaka werd mijn standpunt keihard onderuit geschoffeld. Zo zat topsport nu eenmaal in elkaar en als je hier niet tegen kon je er maar beter niet aan beginnen. Ze verdiende genoeg, meer dan genoeg, ging mijn vriend in de overtreffende trap. Dit hoorde er nu eenmaal bij en hij zou er geen seconde minder om kijken. Ik was uitgekakt, hier kon ik niet tegenop. Nadat ik er wat langer over had nagedacht, kwam ik tot de conclusie dat hij misschien wel de kern van de zaak raakte. Het boeit ons als kijker, als consument, echt helemaal niks. Het ging om het vermaak en als sinds de gladiatoren in het oude Rome, boeide het de kijker echt geen drol dat de artiest er onder door ging. Wij willen ons identificeren met de winnaar. Iets niet goed kunnen, fouten maken, de wedstrijd verliezen, het wordt er al jong ingepompt, ingetrapt soms. Een wedstrijd is gelijk aan falen en falen is soms letterlijk dodelijk.

Top 5: De grootste gladiatoren | historianet.nl



Ik zag begin deze week de wedstrijd van Jong Oranje tegen Frankrijk. In de laatste minuut van de blessuretijd, op een 1-1 stand, besloot Justin Bijlow de bal niet bij zich te houden maar om de bal direct uit te spelen. De commentator had het niet over een geniale actie van de keeper, maar over het influisteren. De actie kon door de keeper zelf bedacht zijn. In de nabeschouwing ging het over het overzicht dat Stengs had en helemaal het geniale doelpunt van Boadu. Niemand had het meer over de actie waar alles mee begon. Keepers, verdedigers kunnen in het voetbal eigenlijk niets goeds doen. Houden ze een bal tegen, dan is dat dood normaal, hoort bij je taak, laten ze een speler lopen, tast de keeper mis, is het een doelpunt. Over de psyche van de keeper heb ik eerder een verhaal geschreven. Nadat de duitse keeper Robert Enke zich zelf van het leven had beroofd. Het keihard afstraffen van fouten, van vergissingen, zit er vroeg in. Langs de lijn bij een willekeurige pupillenwedstrijd doet pijn aan de ogen. In het volleybal hadden ze rond het maken van fouten zelfs een wedstrijdvorm gedacht. In het oude Circulatie volleybal kon je naar de kant als je de bal had laten vallen. Alles om kinderen te prikkelen geen fouten te maken. Als ik bang was geweest om te vallen, als mijn vader mij had vertelt nadat ik de eerste keer keihard op de grond was gevallen, had ik misschien wel nooit leren fietsen. Door fouten te maken leren wij, waar gewerkt wordt vallen spaanders. Het is dan ook veel belangrijker om niet zo spatisch met fouten, missers om te gaan, maar om er van te leren. Dat leren kost tijd en die tijd hebben wij niet. Wij leiden in heel veel sporten kinderen op die fouten het liefst willen mijden, die zelfs als een berg op zien tegen het bespreken van acties die misschien iets minder goed zijn verlopen. Soms bewust, maar ook vaak geheel onbewust, voeden wij angstige, foutenmijdende kinderen op. Het begint al met de vermaledijde selectietrainingen. Alsof wij met z’n allen een heel seizoen niet gekeken hebben, niet geluisterd hebben. Een soort CITO toets die niet zo zeer de huidige stand van zaken meet maar veel meer de mate waarin iemand in de ogen van de trainer het goed doet. Trainers selecteren niet op de lange termijn, die zijn niet bezig met dat punt op de horizon. Trainers zijn bezig met dat punt aan het eind van de straat, met hun eigen CV. Wij leiden met z’n allen kinderen op die vreselijk druk zijn om zich zelf met anderen te vergelijken, in plaats van met zich zelf te vergelijken. De enige vooruitgang die objectief en ook meetbaar is, is de vegelijking met jezelf. Winnen is ook niet winnen van de ander, van je tegenstander, winnen is winnen van jezelf. Elke dag beter worden dan dat je gisteren was.

Is jouw mindset vast of groeigericht? Doe de test! - HeartState


Terug naar Osaka en haar statement, de aandacht die zij vraagt voor de mentale gezondheid van tennissers. Een systeem is aan het denken gezet, denken sportpsychologen Jan Sleijfer en Kelly Dekker. Ik mag het hopen. Ik zou er voor willen pleiten om niet alleen binnen de tenniswereld eens na te denken over zoiets als mentale gezondheid, maar ook andere sporten aandacht te besteden aan de volledig doorgeschoten focus op foutloos resultaat sport. Prima dat je uiteindelijk wil winnen, maar laten wij leren fouten maken, laat ons vergissingen maken. Wij werken niet met een machine, wij hebben te maken met mensen. Ik zou Osaka enorm veel succes willen wensen en ik hoop dat de luiken bij tennissers als Djokovic, Nadal en Barty open gaan. Laten we de sport weer teruggeven aan de kinderen, aan de sporters, zonder die bemoeienis van sportbonsen, organisaties van wielerrondes, toernooi organisaties, zonder bemoeienis van rijke oliesjeiks of stinkend rijke oliegargen. Er zijn nogal wat sporten die volledig doorgeschoten zijn terwijl wij er met z’n allen bijstonden.

Dien je project in voor de Nationale Sportinnovator Prijs 2019 - Van  prestatie naar plezier - ZonMw

Amper van invloed

Wij zuchten al langere tijd onder de gevolgen van een wereldwijde pandemie. Het moet voor mensen die over onze veiligheid beslissen zijn als rijden op de snelweg. Je wil veilig op de plaats van bestemming zijn, met zo min mogelijk oponthoud. Je hebt chauffeur die dan, erg langzaam gaan rijden, alsof het gevaar uit elke hoek kan komen. Je hebt er ook die, zonder gebruik van de driepuntsgordel, kris kras, plankgas over die snelweg racen, alsof ze alleen op de wereld zijn. Iedereen moet rekening met hen houden en achteraf zijn dat de mensen die jou vertellen dat het allemaal reuze meeviel.

Het bijzondere aan de maatregelen waar wij in ons land mee te maken hebben is dat ze nog wel eens veranderen. Opvallend is ook, maar wellicht is behoort dat bij onze traditie, vind iedereen er wel wat van, heeft iedereen er verstand van en bemoeid ook iedereen zich er mee. Alles met de beste bedoelingen natuurlijk. Onze regering gaat over werkelijk elke maatregel in bedat met de Tweede Kamer en als er geen meerderheid is voor een maatregel, dan wordt die maatregel net zo hard weer teruggedraaid. Waarschijnlijk vanuit de aanname dat iedereen de cijfers op waarde weet te schatten, krijgen wij dagelijks de dagkoersen voorgeschoteld. Een daling van het aantal besmettingen wordt met geluich ontvangen en wij eisen een verklaring op het moment dat een dag later het aantal besmettingen weer toeneemt. De sporters onder ons zouden toch moeten weten dat de prijzen pas aan het eind van het seizoen vergeven worden. Je kan bij de Winterstop er nog goed voorstaan maar aan het eind toch kunnen degraderen. Met een van mijn jeugdteam bij Robur et Velocitas stonden wij er medio November uitermate beroerd voor. Veel blessures, veel wedstrijden werden nipt verloren. Vanaf begin december, het team was toen pas compleet, werd er niet meer verloren en plaatsen wij ons aan het eind eenvoudig voor de nacompetitie. Wij werden net geen kampioen. Waarom wij ons zo blindstaren op die dagkoersen is mij een raadsel.

Iets anders waar ik mij hooglijk over verbaas is het feit dat sommige groepen nog steeds het idee hebben dat ze in een bubbel leven. Bijzonder is ook dat deze mensen dat ook hun bubbel noemen. Zij denken dat er een soort bescherminglaag over de groep heen te creeëren is waardoor niemand ziek kan worden. Dit is natuurlijk een eutopie. Sporters, want die leven in bubbels, wonen niet op een eiland. Ze komen thuis, doen ook boodschappen, doen soms wellicht nog een opleiding. De selectie van AZ werd zwaar getroffen door Corona en ook in de Giro moesten sporters na een besmetting naar huis. Het gaat in wedstrijden niet meer om de vraag wie nu het beste elftal, op het juiste moment, op het veld kan brengen. Het gaat er tegenwoordig om wie de mazzel heeft dat er geen selectiespelers ziek zijn. Wat zegt dit over de mate waarin de competitie eerlijk kan verlopen?

Meer dan terecht vroegen de topvolleyballers, hockeyers, basketballers, handballers in ons land zich terecht af waarom zij niet uitgesloten waren? Zij vroegen zich terecht af waarom er plots toch een uitzondering was voor het vrouwenvoetbal. In een pandemie, zoals waar wij nu midden in zitten, zou je verwachten dat er maar een uitzonderingsregel zou mogen zijn en die zou zuiver medisch moeten zijn. Ik vraag mij oprecht af of de keuzes die gemaakt zijn wel zuiver medisch zijn. Waar de overige sportbonden in het begin nog wel begrip op konden brengen voor de maatregelen en het zeer ‘m meer zat in de uitzondering die het voetbal andermaal innam, begint men nu te morren. De motivatie, er komen toch Olympische Spelen aan en wij willen daar toch ook goed presteren, kon ik nog inkomen. Het excuus vind ik echter bijzonder. Al moet ik zeggen dat ook dat geluid mij bekend in de oren klonk. Plots waren de sportbonden van mening dat de sporters geen risico zouden lopen. Wat zou er plots veranderd zijn? De horeca werd eerst gesloten, daarna troffen deze ondernemers allerlei voorzieningen, mochten de café’s en restaurants weer open, daarna werd alles weer gesloten en nu wordt geroepen dat mensen in de kroeg helemaal niet zo’n groot risico lopen. Als je er last van begint te krijgen, wordt er anders naar hetzelfde probleem gekeken. Er is verder niks veranderd. Mensen zijn nog niet gevaccineerd en ons land is inmiddels het Wuhan van Europa en toch zijn er overal van die groepen die plots denken dat ook zij in zo’n bubbel leven. Vroeger kende wij de Haagse kaasstolp. Een term voor Haagse politici die wat wereldvreemd besluiten namen, zonder ook maar enigzins het idee te hebben wat er in de samenleving leeft. Inmiddels heb ik het idee dat er in ons land wat meer van die kaasstolpjes neergezet zijn. Wij hadden er al een in Zeist en alsof de duvel er mee speelt staat er plots ook een in de buurt van Arnhem, op het Nationaal Sportcentrum. Alsof of de Olympus nog steeds de Goden wonen.

 

 

 

Ik heb het even gemist denk ik. Kom onder die kaasstolp vandaan. De snelste weg uit deze rotzooi is ons aan de regels te houden. De snelste weg uit deze rotzooi is om even geen uitzonderingen te maken en vooral niet te denken dat je een uitzondering vormt. Werkelijk iedereen kan ziek worden, bij werkelijk iedereen kan het verloop van deze ziekte ernstig verlopen en als je het geluk hebt dat jij alleen milde klachten hebt, dan nog kan jij dit rot virus doorgeven aan iemand die er dood aan gaat. Inmiddels zijn er vaccins ontwikkelt en heeft het Verenigd Koninkrijk zelfs al aangekondigd dat zijn nog dit jaar starten met het vaccineren. Het is nu zaak om nog even vol te houden en niet te roepen dat het jou niet kan overkomen en niet te bleren dat de Olympische Spelen of welk ander Toernooi belangrijker zijn. 

Geen uitzonderingen stock illustratie. Illustratie bestaande uit zegel -  109188668

Ouders graag gezien

Vandaag een verhaal afgerond wat al even op de plank lag, maar wat vanwege de Coronacrisis was blijven liggen. Ik realiseer mij dat ouders op dit moment ook minder, of misschien wel helemaal niet op de club komen. Bij ons hebben wij voor de pupillen een soort drive-truth. Ouders rijden hier met de auto doorheen, zetten hun kind af en rijden door. Barbara Barend vond er wel wat van, het feit dat ouders niet meer op de club konden komen en deels heeft zij natuurlijk gelijk. Een vier ogen principe zal je als club nu echt anders moeten organiseren. Ouders zijn er op school ook niet de gehele dag bij. De situatie maakt dat wij het anders moeten organiseren. Dit wil niet zeggen dat ouders enorm belangrijk zijn.

Op Twitter trof ik, dus nu enkele maanden geleden, de volgende tweet van het account Sportief Besturen:

Voor veel bestuurders herkenbaar, wel of geen verplichte bardiensten voor ouders?

Hoe ’t kan werken lees je op:
https://www.tvsportplezier.nl/vereniging/doen-laten-verplichte-bardiensten/ …

Nieuwsgierig geworden heb ik de site bekeken. Op de pagina een artikel over de verplichte bardiensten van basketbalvereniging Locomotief uit Rijswijk. Onder de subkop ‘een andere tijd, een andere aanpak’ een wervend verhaal over de voordelen van het verplicht stellen van het draaien van de bardienst. Noem mij een geitenwollen sokken type, maar bij het woord verplicht stellen krijg ik kriebels.

Ik ben op mijn elfde begonnen met volleyballen. Op mijn 16 gaf ik, na een interne trainingscursus mij eerste team trainen. Nu, na 40 jaar later, vele opleidingen en cursussen, vele vrijwilligerstaken later, blijf ik er van overtuigd dat je mensen taken moet laten doen die bij hen passen, waar ze plezier aan beleven. Ik loop sinds een tijdje, naast het volleybal tegenwoordig ook rond als vrijwilliger binnen een voetbalvereniging. Andere club, andere tak van sport, maar er is een ding hetzelfde, het zijn allemaal mensen. Ik heb verschillende taken uitgevoerd, binnen verschillende verenigingen, verschillende sporten, zowel op verenigingsniveau, regionaal niveau als ook landelijk niveau. Ik ben sinds mijn zestiende actief als trainer/coach. Ik ben bij meerdere verenigingen lid geweest van de clubblad redactie, lid van verschillende technische commissies. Ik ben leider van voetbalelftal, lid van een werkgroep Sportiviteit en Respect. Ik ben ook redacteur van een magazine voor volleybaltrainers geweest en opleider van nieuwe trainers voor de sportbond. Er zijn zo nog wat andere taken die ik heb uitgevoerd. Ik ben dan ook absoluut voor de stelling dat ouders er niet vanaf komen met het droppen van hun kinderen, als was het een peuterspeelzaal. Ik vind dat wij af moeten van het maar consumeren. De sportvereniging, dat zij wij met z’n allen. Ik zeg echter altijd en dat vind ik ook echt, er zijn twee taken die je mij niet moet vragen, dat is het fluiten of vlaggen van wedstrijden en het draaien van een bardienst. Dat zijn taken die ik echt minder goed kan en die ik ook niet leuk vind. Ik ben niet een type dat vroeger in de kroeg rond hing, ik was in de sporthal en als het afgelopen was dan ging ik naar huis. Noem het saai, maar ook die mensen bestaan. Ook het fluiten of vlaggen van een wedstrijd laat ik graag aan anderen over. Ik kan dan niet, zie het niet snel genoeg en ik ben niet rechtlijnig genoeg om deze taak ook naar behoren uit te voeren.

Ik ben een van die mensen die vind dat apartheid bestaat, niemand is gelijk. Ieder mens is uniek, ieder mens heeft kwaliteiten. Maak daar als vereniging gebruik van! Bij de voetbalvereniging waar mijn jongste zoon voetbalt houden de algemeen coördinator van de leeftijdscategorie een intake gesprek met elk nieuw jeugdlid en ouder(s). In dat gesprek wordt duidelijk gemaakt dat de club van mening is dat wij met z’n allen de club vormen en dat van mij, als ouder, verwacht wordt dat ik wat doe voor de club. Ik mocht destijds ook aangeven wat mij leuk leek. Ik zit sindsdien in de clubredactie, in de werkgroep Sportiviteit en Respect en ben sinds twee jaar leider van een elftal en geloof me, het is fantastisch. Ook van mijn zoon werd verwacht dat hij activiteiten voor de club zou gaan doen. Hij is inmiddels keeperstrainer en fluit de wedstrijden van de pupillen. Hebben wij bij de voetbalclub het dan goed voor elkaar? Nee, die indruk heb ik nog niet, maar er wordt aangewerkt.

Als leider van het elftal organiseer ik diverse taken rondom het team. Zo organiseer ik het vervoer naar uitwedstrijden, het vlaggen van de wedstrijden en het wassen van de kleding. Niet dat ik dit allemaal zelf doe, ik zorg dat het gebeurd, waarbij ik zelf wel participeer in het vervoer en in het wassen van de kleding. Het vlaggen van de wedstrijden; daar heb ik het eerder al over gehad. Ik heb dat een keer gedaan en toen zei mij zoon: “Pap, serieus, dit moet jij echt niet meer doen”. Dit jaar moet ik ook er voor zorgen dat ouders de aan ons toebedeelde bardiensten gaan draaien en dat de spelers de wedstrijden fluiten van de aan ons toebedeelde pupillenteams. Als leider heb je soms een dagtaak. Ik vind het prima, want dit organiseren vind ik leuk. Al moet ik toegeven dat het soms  ook best lastig is.

Basisschool JP Waale Gorinchem - Ouders

De Schreeuw

Op deze website post ik normaal gesproken verhalen over sport, over het trainen en coachen van jongeren. Post ik verhalen over sportbeleid. Nu even niet of misschien komt sport in de kantlijn terug in onderstaand verhaal.

Schreeuw 1893 door Edvard Munch

Al maanden leven wij allen in een surealistische wereld. De schreeuw van Munch maar dan levensecht. Waar alles in het verre Oosten begon en het virus razend snel over de wereld trok, dachten wij in Nederland, nadat in Italië de eerste doden al te betreuren waren, dat wij het virus buiten de deur konden houden. Wij vierde nog gewoon Carnaval. De eerste Coronagolf raakte ons hard. Een vloedgolf waarin veel mensen ziek werden, stierven en als je niet ziek werd raakte deze vloedgolf je in je portemonnee. Ook ik raakte mijn baan kwijt, als gevolg van Corona. Ik ben dit jaar 58 geworden, heb overgewicht en heb sinds begin dit jaar Diabetes. Neem daarbij dat ik ook een chronisch astmatische bronchitis heb en je kan concluderen dat ik tot de risicogroep behoor. Dor hout, zoals Marianne en Jort het noemde. Ik was daar best door ontdaan. Wie waren zij dat zij dit zo, ook over mij, zo kon zeggen? Wie zijn zij dat zij mensen gewoon aan de kant konden zetten.
“Dor hout, jouw tijd is geweest. Jij mag van mijn part dood.”
Marianne gaat tijdens deze tweede golf, deze Tsunamie nog gewoon door. Zij gocheld met cijfers om haar gelijk maar te halen. In de jaren 40 van de vorige eeuw waren er ook mensen die de problemen waar men tegen aanliep op het conto van een groep mensen schoof. Die groep, wij hebben het dan over de Joden, de zigeuners, gehandicapten waren, volgens deze mensen niet de moeite waard. Voor hen was er maar een weg en dat was de dood. Wie zijn zij dat zij anno 2020 net als toen, zo over een groep mensen kunnen praten? Je kan ook grote vraagtekens zetten bij het waarheidsgehalte van de opvattingen van Jort en Marianne. Zijn het alleen ouderen die op de IC belangen of overlijden aan Covid19? In mijn directe nabijheid zijn er gezonde, nog jonge, mensen opgenomen op de IC. Mensen die heel erg snel ziek zijn geworden. Beroepsmatig spreek ik mensen die tijdens de eerste golf ziek zijn geworden en nog steeds niet hersteld zijn. Zij liggen weliswaar niet meer in het ziekenhuis maar zij ondervinden nog steeds hinder van het virus. Wat zou dat ziekteverzuim de samenleving kosten? Deze mensen overigens behoren tot dat zorgpersoneel waarvoor wij in het voorjaar met z’n allen zo hard geklapt hebben!

Ik was en ben nog niet klaar op deze wereld. Sterker nog, ik heb mijn leven tot nu toe aan deze wereld gegeven. Ik heb geprobeerd om mensen te verplegen en te verzorgen, ik heb mensen daarna proberen te leren hoe zij veilig en gezond hun werk konden doen. Ik heb in mijn vrije tijd gepoogd om mensen plezier te laten beleven in hun sport, geprobeerd mensen die sport ook te leren. Ik heb geprobeerd mensen op te leiden dat plezier voor hun sport op anderen over te brengen. Ik wil nu, eindelijk, ook eens voor mezelf kunnen kiezen.

Ik doe er alles aan om niet besmet te raken, maar doe er ook alles aan om anderen niet te besmetten. Ik draag om die reden ook in winkels, in het openbaar vervoer een mondkapje. De dag dat ik dit schrijf, zijn er meer dan 10.000 nieuwe besmettingen, is in de regio Twente 1 op de 5 mensen die een Covidtest laat afnemen ook besmet met dat virus, lopen de ziekenhuizen vol, hebben de IC’s in toenemende mate een capiciteitsprobleem en worden de eerste patiënten al naar Duitsland vervoert om daar zorg te kunnen krijgen omdat het in ons land niet meer lukt. Ondertussen zijn er nog steeds mensen die Covid zien als een griepje waar je even doorheen moet.

Afgelopen week had ik een toch wel interressant gesprek met jongeren van begin 20. Zij hadden geen goed woord over voor mensen die zich niet aan de afspraken hielden. Ook zij, vonden ze, hadden een verantwoordelijkheid voor hun ouders, hun grootouders, de buren. Zij vonden het echter wel allemaal verdomd moeilijk. Van de een op het andere moment was een stuk vrijheid, een stuk van hun leven afgenomen. Jongeren horen even uit de bant te kunnen springen, horen samen te kunnen stappen, even te feesten. Misschien wel meer dan even. Alles was hen afgenomen, zo ervaarde zij het allemaal. Niet meer samen naar school, een college, maar hoorcollege’s online en geloof mij, dat kan niet iedere docent. Ik heb wat mee kunnen luisteren en bij sommigen zou ik na 10 minuten echt iets anders zijn gaan doen. Niet door de weeks trainen voor je sport, niet meer op zondag de wedstrijd. Ik moet toegeven, het was moeilijk om ook dat deel te zien. Toen ik opmerkte dat Covid niet alleen toeslaat bij ouderen met onderliggend leiden maar dat ook jongeren en topfitte mensen ernstig ziek kunnen worden, gaven zijn aan dat zij zich dit ter dege realiseerde. Steven Kruiswijk is gewoon een topsporter en als veel spelers uit de selectie van AZ ziek zijn geworden kan je niet zeggen dat het virus iemand buitensluit. Ondertussen draait de sport, of laten we zeggen, de sport waar het grote geld in omgaat, het voetbal, het wielrennen, het tennis gewoon door. Alsof het virus iemand uitzonderd. Betaald voetbal organisatie klagen nu dat het testen toch maar erg onhandig is, het duurt te lang, uitslagen zijn soms pas op de wedstrijd dag gereed. De organisatie van de Tour de France had het goed bedacht, de renners in hun eigen bubbel. Alleen dat publiek langs de weg, wat moesten ze daar nu mee? Was dat ook hun verantwoordelijkheid. De renners reden door gebieden die diep in de rode Coronacijfers zaten. In Italië, het moederland van de Europese Coronabesmettingen, had de organisatie van de Giro niet eens gedacht aan een eigen bubbel. Kruiswijk raakte ook niet per ongeluk besmet. Dick Advocaat maakte zich aan het begin van de competitie al kwaad over het verbod op publiek in het stadion en toen uitgerekend zijn supporters als eerste zich even niet wisten te gedragenm snapte hij daar dan weer niets van. Hij was ook en nu terecht, not amused toen bleek dat in Zagreb het stadion wel aardig vol zat met publiek terwijl dat in De Kuip inmiddels niet meer mocht. In Frankrijk was ondertussen de noodtoestand zo’n beetje uitgeroepen, maar dat bericht was in Rennes nog even niet doorgedrongen. Die leefde in hun eigen bubbel. Ik heb mijn oudste zoon al bijna een jaar niet gezien, omdat hij in Engeland woont en hij niet hierheen kan komen, zonder eerst hier en bij terugkomst thuis in quarantaine te moeten. De spelers van het Nederlands elftal kregen van onze minister een uitzonderingspositie. Waarom? Maakt dit virus onderscheid?

In ons land mochten de cafe’s en restaurants, die ook bij de eerste golf al geraakt werden, nu bij de tweede golf, de Tsunamie, de deuren weer sluiten. Zij hadden zó hun best gedaan. Je kan je natuurlijk afvragen of café’s voorzien in de eerste levensbehoefte, maar toch. Waar sportscholen na de eerste springvloed nog lang dicht bleven draaien ze tijdens de huidige Tsunamie overuren. Sporters mochten zonder mondkapje op de apparaten, maar die moest tijdens het lopen door de sportschool wel gedragen worden. Uit de eerste golf hebben wij geleerd dat mensen met overgewicht een groter risico liepen. Sporten, iets doen aan je basisconditie, je lichaamsgewicht is dus letterlijk van levensbelang.

De supermarkten zijn nog steeds open. Zij voorzien natuurlijk wel in de eerste levensbehoefte. Zij doen, over het algemeen hun best om alles in goede banen te leiden maar het blijft toch vaak dweilen met de kraan open. Mensen lopen steeds dwars door elkaar, “Sorry, even wat vergeten.”
Niet iedereen draagt een mondkapje en je hangen gewoon over je heen omdat ze ‘er even niet bij kunnen.”

Alles wordt als moeilijk en ook vooral vaag ervaren en misschien is het dat ook wel. Als iets ons deze Corona Crisis ons geleerd heeft is dat niets is wat het lijkt en dat gezond verstand niet bestaat. Er zijn nog steeds mensen die doen alsof er niets aan de hand is en dat dit virus een groot complot is. Wat misschien wel erger is dat dit virus is paranoia, is achterdocht. Gelukkig hebben we daar al wel medicijnen voor gevonden.

Ik vrees dat wij dit virus pas onder controle krijgen als de maatregelen helder en transparant zijn. Helemaal fijn zou zijn als wij zouden kunnen voorspellen wanneer wij het virus onder controle zouden krijgen. Helaas is dat onmogelijk en wordt er al rijdende bijgestuurd. Zolang er mensen zijn die de problemen niet zien, doen alsof er niets aan de hand is, zal dit virus huis blijven houden. Het wrange is dat mensen die de economie erbij halen als reden om niet te komen tot hele strenge maatregelen achteraf misschien wel eens van de koude kermis thuis zouden kunnen komen, want wat zou al dat ziekteverzuim de samenleving kosten? Of zeggen wij met z’n allen, ter meerdere glorie van de economie, wij nemen gewoon niemand op in het ziekenhuis, wij doen aan natuurlijke selectie?

Ondertussen kunnen de jongeren met wie ik in gesprek was, niet meer voetballen, op vrijdag en zaterdagavond niet meer naar de kroeg. Hun competitie ligt stil, trainingen zouden in kleine groepjes door kunnen gaan maar vooralsnog hebben ze daar nog geen oplossing voor gevonden. Zij zoeken elkaar nu thuis op. Niet in grote groepen. Soms komt er slechts 1 op bezoek. Dit zijn jongens die prima snappen wat het belang van de maatregelen is. Zij ervaren echter ook dat er een deel van hun leven wordt afgenomen. Kunnen wij het maken naar juist deze jongens om ons nog langer niet aan de maatregelen te houden? Hoe beter wij ons aan de maatregelen houden hoe sneller wij er vanaf zijn. Hoe sneller wij door kunnen met ons leven. Dat betekent dus ook echt iedereen, het betaald voetbal en welke andere sport die denkt in een eigen bubbel te leven, uitgezonderd. Dit probleem is alleen op te lossen als wij dit gezamelijk doen!

We kunnen samen Concept — Stockfoto © nevenova #85518014
%d bloggers liken dit: