Opleiding niet vereist

Het nieuws haalde het 8 uur journaal, voetbal scholen schieten als paddenstoelen uit de grond en wat bleek ouders zijn nog bereid flink voor te betalen ook. In het journaal een reportage bij voetbalschool Kick, waar een jeugdtrainer van ADO nog wat bijverdiend. Geef hem eens ongelijk. Marijn de Vries brak ik haar column in de Trouw een lans voor de voetbalclubs. Een warm pleidooi voor de warme vereniging waar het plezier nog centraal staat. Geef haar eens ongelijk. John Volkers van de Volkskrant reageerde daar op Twitter op door te stellen dat hij vroeger 2,3 uur per dag voetbalde, grotendeels op straat. Dat aantal trainingsuren behaal je bij geen enkele voetbalclub. Geef hem eens ongelijk. Daarbij  die straat, dat is het nieuwe toverwoord binnen het voetbal. Een beetje club traint tegenwoordig op een teerpleintje in de buurt van het groene grasveld bij de club.

Mij bekroop mij een heel ander fenomeen. Een probleem dat ik bij veel clubs terug zie, namelijk het probleem van het vinden van kwalitatief goede trainers. In de slipstream van dit probleem speelt in mijn beleving dan ook nog het feit dat die trainers, als je ze al gevonden hebt, gigantische eisen hebben wat betreft het geen zij, al dan niet zwart, willen opstrijken. Dit gaat het niveau vrijwilligersvergoeding ver te boven. In een discussie die ik zelf heel recent had met een trainer werd aangegeven dat hij de investeringen die hij had gedaan toch ergens terug wilde verdienen.Lees meer »

Advertenties

Risicoscheidsrechters

Scheidsrechter zijn valt niet mee. Je moet een dikke huid hebben, stevig in je schoenen staan en in staat zijn om alles wat je over je heen krijgt of niet gehoord te hebben of in staat zijn om de bagger het ene oor in en het andere oor uit te laten gaan, zonder dat het tijd krijgt om zich ergens je brein te nestelen. Ziet u de ideale scheidsrechter voor u? Ze zijn zeldzaam.

In een recent sociologisch onderzoek naar het ontstaan van incidenten in het amateurvoetbal kwam naar voren dat incidenten veelal ontstaan in interactie met de scheidsrechter. Op zich een open deur, want het niet eens zijn met de beslissing van de scheidsrechter, zou een directe aanleiding kunnen zijn tot het ontstaan van een incident. Een incident escaleert op het moment dat meerdere spelers zich er mee gaan bemoeien.. Hoe goed bedoeld ook, bemoei je er niet mee, is eigenlijk de boodschap. Hoewel niet dusdanig genoemd behoef je weinig fantasie te hebben om te concluderen dat een situatie ook kan escaleren als het publiek zich er nadrukkelijk mee gaan bemoeien. Een combinatie van zeer betrokken medespelers en gevoelig publiek is het recept voor een conflict dat nog maar moeilijk te managen is.

De KNVB hamert vooral op het respect. Dit is de Pavlov die je vaker hoort als het gaat om geweld tegen mensen in een uniform. Kleren maken de man, zeg maar. De scheidsrechter is er voor ons allemaal en daar dien je respect voor te hebben. Balkenende zei, al fatsoen moet je doen. Respect is een werkwoord. Hier is natuurlijk geen spelt tussen te krijgen. Het gaat echter voorbij aan één ding en dat is gedrag. Respect gaat niet over wat iemand aan heeft. Respect gaat over hoe iemand zich gedraagt.

Toen ik, eind jaren 80 van de vorige eeuw, nog als leerling verpleegkundige op een afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis werkte, viel mij al op dat er collega’s waren die wel erg vaak agressie incidenten meemaakte. Pech zou je zeggen. Dit was soms het geval, regelmatig kwam ook de term ‘bejegening’ naar voren. Leary zei het al, iedere actie roept een reactie op en daaruit ontstaan niet zelden patronen.

 

Boven gedrag roept onder gedrag op. Een assertief gedrag roept opstandig gedrag op. Mijn oud collega die straks op de structuur zat kon er gif ik innemen dat ze om de zoveel tijd tegen een agressie incident opliep. Structuur was een middel, geen doel op zich, zei wel eens iemand. Het ging over het gedrag dat agressie opriep.

Als je dit nu eens vertaalt naar het voetbalveld, dan zou je kunnen stellen dat leidend gedrag afwachtend gedrag zal oproepen. Een assertieve speler kan bij een iets minder leidende scheidsrechter opstandig gedrag kunnen oproepen. “Wie denk jij wel dat je bent, hier alvast een gele prent” Voor een scheidsrechter lijkt het mij belangrijk dat hij of zij zich realiseert dat elke actie een reactie oproept en dat je, als je dat lopende een wedstrijd niet door hebt, je zo maar de wedstrijd kan laten escaleren. Toen ik de docentenopleiding deed bij de Academie voor Sportkader, waaraan ook docenten deelnamen die zouden uitstromen richting de cursussen voor scheidsrechters, hoorde ik  dat het nog niet eens veel uitmaakt wat de scheidsrechters nu wel of niet affluit maar dat hij daar maar wel een lijn aanhoudt. Dit zal kloppen, maar ik zou wensen dat een scheidsrechter begrijpt dat respect niet afgedwongen wordt door het uniform, maar door de mate waarin hij snapt dat bij sport emotie hoort en dat structuur een middel is en geen doel op zich. Ook een voetbalwedstrijd is een proces en bestaat niet louter uit de regels van het spel. Voor je het weet bemoeit iedereen zich er mee en loopt de wedstrijd volledig uit de klauwen.

 

Plannen

“Zou jij komende maandag de training kunnen geven?”
“Uhh, ja maar wat wil jij dat ik ga doen? Wat moet er getraind worden?”
“Simpel. Wij kijken goed wat er zaterdag allemaal mis gaat en dan besteden wij daar maandag aandacht aan.”

Zomaar een anecdote, een gesprek tussen een trainer en zijn stagiaire. Ik denk dat een dergelijke werkwijze veel voorkomt. Korte termijn planning. Je kijkt wat er mis gaat en stuurt direct bij. Het lijkt op roeien waarbij je besluit eerst vier slagen met de rechter roeispaan te roeien om vervolgens vier slagen met de linker roeispaan te roeien omdat je er al varende achter komt dat je niet recht vooruit komt.

Planmatig werken
In mij eerste jaren als trainer vond ik het altijd een uitdaging om te bedenken wat ik nu weer eens zou gaan doen tijdens de trainingen. Een training moest, in mijn ogen voldoen aan twee criteria, mijn spelers moesten wat leren en de training moest leuk zijn. In het verlengde van deze twee eisen waren er natuurlijk een aantal eisen te formuleren die daarvan konden worden afgeleid.  Zo lag in het verlengde van dat leren dat de spelers er iets voor moesten doen, maar dat de doelen wel haalbaar moesten zijn. In het verlengde van dat een training leuk moest zijn, lag natuurlijk ook de uitdaging dat lang leven de lol soms om een wat gespannen voet staat met iets nieuws leren.

Voor mij betekende het werken met doelen dat ik de doelen zelf wilde kunnen controleren. Ik kan een wedstrijd winnen, zelfs met twee vingers in de neus, maar echt dramatisch slecht gespeeld hebben. Ik kan ook een wedstrijd verliezen, compleet van het veld gespeeld zijn maar nog nooit zo’n goede wedstrijd gespeeld hebben. Ik heb, als trainer, het wedstrijdresultaat maar heel beperkt onder controle.

Ik werkte nooit vanuit dat wedstrijdresultaat. Ik vond het fijn om te werken met leerdoelen. Leerdoelen zijn veel beter onder eigen controle te houden dan resultaatdoelen. Leren suggereert een weg met een begin- en een eindpunt, de leerroute. Van onbewust – onbekwaam breng je spelers naar onbewust bekwaam. Een weg overigens die niet lineair, maar echt met vallen en opstaan verloopt. Telkens als je je bewust wordt dat je iets nog niet beheerst, je nog na moeten gaan denken hoe het uitgevoerd moet worden, zal de uitvoering net iets minder goed zijn dan dat je zou wensen.

Werken met een plan betekent dat je gaat beoordelen wat je beginsituatie is. Wat beheersen mijn spelers al wel en wat moeten ze nog kunnen leren? Wat zou ik het team, mijn spelers, in één jaar kunnen leren? Waarmee begin ik, wat volgt daarna? Wanneer stel ik vast dat ze het ook beheersen? Hoe gaat ik ze aanleren wat ik ze wil aanleren? Werken met een plan vraagt het nodige aan  voorbereiding. Je klapt niet zo maar, geheel onvoorbereid, het seizoen binnen en ziet dan wel wat er van komt.

Goed voorbereid kost even tijd
Een weekendje was ik daar wel mee bezig. Het resultaat was dat ik beschreven had wat onze beginsituatie was. Ik had beschreven welke doelen aan het eind van dat jaar bereikt diende te worden, wat mijn spelers zouden moeten kunnen beheersen. Ik had van week tot week, van training tot training beschreven wat er getraind zou gaan worden. De trainingen maakte onderdeel uit van leerlijnen, lesblokken met een kop en een staart. Ik had, zowel voor mezelf, als ook voor het team tussen evaluaties en een eindevaluatie gepland.

Het jaarplan was geen doel op zich. Het was een middel om te komen tot het planmatig verbeteren van de vaardigheden van mijn team, mijn spelers. Het kon gebeuren dat bij een tussenevaluatie bleek dat mijn spelers met een bepaald onderdeel toch langer deden dan dat ik vooraf bedacht had. Geen probleem, dan liep het lesblok langer door en schoof automatisch langer door. Dit zou gevolgen kunnen hebben de te behalen einddoelen, maar dat behoefde niet. Het kon ook gebeuren dat een lesblok minder tijd nam dan gepland, waar de te behalen einddoelen als nog gerealiseerd werden.

Van boven naar beneden
Een belangrijk onderdeel van dat voorbereidingsweekend was het gesprek met het team, met de spelers. In dat gesprek ging het niet over de gewenste resultaten over van wie ze echt moesten winnen. Het ging niet over een eventueel te wensen kampioenschap. Die gesprekken begonnen over waar ze überhaupt op volleybal zaten. Het ging over waarom ze volleybal nu echt leuk vonden en wat ze daarin wellicht ook best moeilijk vonden. Die gesprekken gingen over hoe ze tegen het team aankeken, over welke afspraken wij samen moesten maken. Hoe gaan wij om met het afzeggen voor een training of een wedstrijd. Hoe gaan wij met elkaar kom? Mag je fouten maken en zo ja, hoe vaak? het ging over de missie, de identiteit over de waarden, over onze mindset. Daarna kwam  wat ze nu wilde leren. Je werkt dus van boven naar beneden. Elke bovenliggende fase heeft invloed op de fase daaronder.

 

Vloeken in de kerk

Met belangstelling las ik het laatste blog van Jan Dirk van der Zee, directeur amateurvoetbal van de KNVB. Een beeld van het jochie dat slaapt met zijn voetbalschoenen nog aan, die op staat en in alle vroegte probeer een balletje hoog te houden. Een mooi voorbeeld van de beginnersgeest die wij allemaal wel kennen en waarvan het zo belangrijk is om die vast te houden.

Van der Zee maakt zich eigenlijk nog de minste zorgen over de kinderen.  Zij slapen nog steeds met de voetbalschoenen nog aan. Zij houden nog steeds op zondagmorgen, als iedereen nog slaapt, dat balletje hoog in de tuin. Zij voetballen nog steeds op straat en hier en daar zijn jassen nog steeds synoniem aan de doelpalen. Zijn zorg zit vooral bij de volwassenen.
De ambitieuze vaders en moeders, opa’s en oma’s, teambegeleiders en trainers. Lukt het hen om de kinderen zonder druk te laten spelen? Zich niet te bemoeien met het spel?

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden
Een terecht punt van zorg, als je het mij vraagt. Jammer is dat Van der Zee in zijn column niet een stapje verder gaat, dat hij niet een standpunt inneemt. Hij had een voorbeeld kunnen nemen aan de KNHB die, wat betreft het hockey, klip en klaar is over hoe zij naar jeugdsport kijken. Nu eindigt Van der Zee zijn column met een tweetal gesloten vragen en de wens dat kinderen plezier zullen hebben. Het is jammer dat Van der Zee als voorzitter Amateurvoetbal  van de KNVB géén standpunt in neemt omdat het juist zijn bond is die de randvoorwaarden creëert waarbinnen  ambitieuze vaders en moeders, opa’s en oma’s maar ook teambegeleiders en trainers los kunnen gaan. Zet eens een scout van een Betaald voetbalclub langs de lijn van willekeurige pupillenwedstrijd en ouders krijgen vlinders in de buik. Door in woord en daad uit te dragen dat voetbaltrainers winnen centraal moeten stellen creëer je trainers en teambegeleiders die met een waas voor de ogen langs de lijn staan en het plezier dat kinderen zouden moeten hebben in hun sport en wel uit slaan. Koppel daaraan het steeds jonger scouten, wegplukken van kinderen uit de eigen omgeving en je hebt een recept tot mislukken.  Het recept ook tot  ongewenst gedrag op het veld en langs de lijn. Als de KNVB echt werk wil maken van spelplezier dan zullen ze een duidelijk standpunt moeten innemen. Zacht heelmeester maken nu eenmaal stinkende wonden. Dit weet men bij de KNVB natuurlijk allang.

Goed bereid kost even tijd
De KNVB is er ook mee bezig, zegt men. Goed bereid kost even tijd, is ook zo’n gezegde. Als je even kijkt hoe lang men al hier mee bezig is, hoe lang men al aangeeft spelplezier centraal te stellen. Hoe lang men al roept dat het scouten op jonge leeftijd even onzinnig als slecht is. Als je dan toch vast moet stellen dat er geen concrete stappen worden genomen om het met de gehele opleiding in het voetbal eens helemaal over andere boeg te gooien. Dan vraag ik mij af of dat ooit nog wel goed komt. Dat roepen is echter vloeken in de kerk.

 

10 jaar en jonger

Afgelopen week kwam er, in mijn timeline, op Twitter een tweet waarin een TC voorzitter schreef op zoek te zijn naar verenigingen die, net als zijn vereniging, er wel klaar mee is dat Betaald Voetbal Organisaties hele jonge kinderen scouten bij amateur vereniging. Hij was niet alleen, zo bleek uit de reacties. Het scouten van hele jonge kinderen bij de eigen club heeft iets ranzigs. Waarom kinderen uit de eigen omgeving weghalen? Waarom mogen kinderen die een beetje kunnen voetballen niet in hun eigen omgeving voetballen? Omdat het talenten zijn, krijg je dan te horen en omdat iedereen het doet, moeten wij het ook doen, is dan een soort automatisch vervolg. Ajax haalde nog niet zo heel lang geleden twee jongens weg uit de buurt van Almelo. Bij Heracles hebben ze of toch nog enig gevoel in hun donder of ze hebben echt zitten slapen. Waarom zou je als ouder akkoord gaat met een transfer van je 8 jarig zoontje naar de andere kant van het land? Ik geef toe, het is gezocht maar ik moest even denken aan iets anders dat deze week het nieuws haalde. Een vader en moeder die voor geld hun zoontje aanboden op het dark web. Nu gingen deze ouders nog wel kilometers verder over de grens van het ontoelaatbare, maar wat doen ouders met een kind dat gescout wordt door een BVO? Ja, een kind gelukkig maken. Hoe mooi is het niet als je kind als talent wordt gezien. Wie wil niet dat jij de ouder bent van de nieuwe Neymar? Een scout langs de lijn bij het team van jouw zoon? Iedere ouder raakt van de kook en dat weten ze bij al die betaald voetbalclubs. De TC voorzitter uit mijn timeline kreeg in gesprek met een betaald voetbalclub uit onze regio ook doodleuk te horen dat zij er geen probleem van maakte dat zij van plan waren scouts van betaald voetbalverenigingen te weren bij wedstrijdjes van de jongste jeugd van zijn vereniging.
“Prima joh, dan kijken wij toch ergens anders en als wij een talent van jouw vereniging zien, dan benaderen wij toch rechtstreeks de ouders. Wij hebben jullie echt niet nodig!”
Reacties op het bericht op Twitter waren soms wat fatalistisch. Wij kunnen dit probleem niet oplossen werd er gesuggereerd. Als BVO’s bij jou niet mogen scouten, dan scouten ze wel elders. Het lijkt een beetje op de discussie rondom softdrugsgebruik. Laten wij nu de verkoop reguleren, uit het criminele circuit halen, dan hebben wij er nog een beetje zicht op, het gebruik kunnen wij toch niet uitbannen. Een betaald voetbalclub in Engeland heeft zijn nek uitgestoken. Zij stoppen met de opleidingsteams O16. Over de werkelijke redden tot dit besluit kan je discussiëren. Een Britse website meldde dat minder kinderen zouden stoppen met voetbal als alle betaald voetbalclubs geen opleidingsteams meer zouden hebben vanaf O17. Dit klinkt als een ferme uitspraak maar in wezen is het niets meer dan iets dat wij allang weten. Als het pedagogisch leerklimaat dat een trainer weet te realiseren te prestatief is, leidt dit tot drop outs. Waar wij dus als de dood zijn dat wij potentiële talentjes missen, jagen wij ze misschien wel weg. Terug naar die jongentjes uit Almelo, die door Ajax gescout zijn. Als een van die twee, na twee jaar, in een functioneringsgesprek te horen krijgen dat hij toch niet goed genoeg zijn. Wat zou dit met zo’n jochie doen? Denkt die dan nog steeds “Joh, voetbal is zo’n leuke sport, ik ga lekker weer bij mijn oude club, met de vriendjes van weleer ballen in de 3e klasse regio Oost’? Ik durf hier wel een voorspelling over doen. Niet omdat ik een glazen bol heb, maar omdat wij ook hier, door onderzoek, in algemene zin iets meer over weten. Talenten die een individuele sport beoefenen en stoppen met hun sport, gaan niet zelden een andere sport beoefenen. Talenten die een teamsport beoefenen en stoppen met hun sport, stoppen met hun sport.

Dichterbij huis, ik hoop dat ik dit mag vertellen, heb ik een fantastisch goede vriend en oud collega wiens zoon een razend leuke voetballer is. Een jongen die droomde van een carrière in het betaald voetbal. Een periode heeft hij training gehad bij een voetbalschool van een hele bekende oud international en werd gescout door een vereniging met een hele gerenommeerde jeugdopleiding. Wedstrijden mocht hij spelen op hoog niveau, ook tegen Ajax. Hoe mooi kan het zijn? Totdat hij , echt in een functioneringsgesprek, te horen kreeg dat ze niet tevreden waren. Hij was niet goed genoeg en nog niet eens op dit moment, maar er werd een uitspraak gedaan over de verwachtingen voor de toekomst. Waar ik mijn glazen bol mis, hadden zij die wel. In het hele traject geen enkele introspectie vanuit de club over hoe zij het anders hadden kunnen oppakken. Geen enkele idee over wat hij anders zou moeten doen om een volgende keer misschien wel weer in beeld te komen. Hij ging terug naar zou oude club, naar de vrienden van toen. Of voetbal nog steeds leuk is en of er nog dromen en verlangens zijn? Wij hebben het vaak over een groei mindset.  Het gaat er niet om hoe vaak je valt, het gaat er om dat je iedere keer weer op staat. Ik vraag mij dan altijd hoe vaak je op je bek moet gaan? Hoe vaak je beschadigd mag raken en wat de verantwoordelijkheid van die BVO’s hier in is of is dit gewoon part of the job?

Als talentontwikkeling een piramidaal model is, als wij weten dat het smal is aan de top, waarom doen wij er dan ook echt alles aan om van die piramide een potlood te maken? Betaald voetbalclubs in ons land stoppen niet met het scouten van jonge kinderen. Zij zouden maar eens een talent missen. Als amateurclubs het scouten op de eigen accommodatie gaan verbieden zoeken die BVO’s wel andere mogelijkheden en passeren zij de betreffende verenigingen door rechtstreeks met ouders contact op te nemen. Met andere woorden als amateurclubs dit niet gezamenlijk oppakken veranderd er niets.

Wat zit er nu achter? Gaat het nu echt om het vinden van die toptalenten? Als je kijkt wat er allemaal mis kan gaan, hoeveel kinderen afhaken juist door dat prestatiegerichte leerklimaat, als je meeneemt dat het erg moeilijk is om op hele jonge leeftijd een talent te herkennen. Ik heb het dan nog niets eens over zoiets als een geboortekwartaaleffect. Als je voor ogen zou hebben wat het is voor een kind om uit de eigen, vertrouwde omgeving weggeplukt te worden om daarna ook nog eens te horen te krijgen dat ze het toch niet zien zitten. Je zou denken, ieder wel denkend mens, kapt daar dan mee, zet het kind weer centraal en laat het lekker in de eigen omgeving voetballen. Er moet iets anders zijn, want waarom houden BVO’s vast aan de eigen werkwijze. In 2013 publiceerde de website Tussen de Linies een lezenswaardig artikel. In het artikel was te lezen dat Ajax, over vijf seizoenen, ruim 61 miljoen euro had verdiend aan jeugdspelers. De jeugdopleiding van Ajax en dit zal voor al die BVO’s gelden was en is gewoon een verdienmodel. Laten wij dus ophouden met dat het scouten goed is voor het kind met talent, dat het goed is voor zijn ontwikkeling. Dergelijke motivaties zijn eigenlijk een gotspe. Als er over vijf seizoenen meer dan 61 miljoen euro wordt verdiend en dat kinderen die afvallen als een soort collateral damage wordt beschouwd, dan kan je stellen dat er sprake is van kinderarbeid. Dit is de verantwoordelijkheid van die BVO en het system van grote amateurclubs met een gerenomeerde opleiding daarom heen.

Het is dan ook bijzonder dat de KNVB hier zo dubbel in lijkt te zitten. Aan de ene kant brengt men naar buiten dat het zo ontzettend moeilijk is om op hele jonge leeftijd kinderen als talent te herkennen. Benoemd oud bondscoach Foppe de Haan in Nieuwsuur dat kinderen gewoon in de eigen omgeving moeten opgroeien maar onder tussen draagt de KNVB volledig bij aan de randvoorwaarden om dit hele verdienmodel overeind te houden. De enige reden die ik kan bedenken is dat aan het scouten van hele jonge kinderen gewoon goed geld wordt verdiend.

Kakkerlakken

Het WK is nog maar net achter de rug of  oefenwedstrijden, de voorrondes van de Champions League zijn al weer begonnen. Voetballers doen even niet aan vakantie, maar wij hoeven geen medelijden met hen .te hebben, de stadions zitten al weer vol. Ze worden zij er gewoon voor betaald. Lees meer »

Op mijn vinger gekeken worden

Als ik iets vervelend vond dan was het wel op mijn vinger gekeken te worden, gecontroleerd te worden. Ik wilde gewoon mijn eigen gang gaan. Ik wist wat ik deed. Er zat natuurlijk iets achter. Ik wist eigenlijk helemaal niet of ik het goed deed. Ik was als de dood om dat te horen. Waar kwam die angst om te horen dat ik het niet goed had gedaan, of beter anders had kunnen doen, vandaan? Het kwam in ieder geval niet door mijn opvoeding. Voor mijn ouders was het belangrijk dat ik er hard voor geleerd had en wat deed met wat er niet goed ging, dan dat ik er op afgerekend werd op wat ik niet goed deed. Een slecht rapport? Ik heb geen centimeter voor om hoeven fietsen. Ik werd er niet op afgerekend.
Het zal wellicht iets te maken hebben gehad met de wijze waarop ik in de loop der jaren van deze en gene feedback heb mogen ontvangen. Zo herinner ik mijn juffrouw Bakker nog goed. Mijn juf van de 3e klas van de lagere school.

‘Bij me komen!’, schreeuwt de juf,’en neem je rekenboek mee’. Ik kijk de juf verschikt aan. ‘Ja, jij, hierkomen’, gaat ze kwaad verder. Ik pak mij rekenboek en loop schoorvoetend tussen de tafeltjes door naar voren. Met een klap smijt de juf een schriftje voor mij neus. ‘Wat ben jij een dom uilskuiken’, bijt ze me toe. ‘Kan jij nou helemaal niets? Waar moet dit eindigen?’, vraagt ze met een blik van walging. Ik durf haar niet te kijken. Met het hoofd gebogen, kijk ik juffrouw Bakker angstig aan. ‘Kijk me aan, als ik tegen je praat!’, schreeuwt ze. ‘Wat ga je hier nu aan doen?’, vraagt ze. ‘Ik weet het niet juf’, zeg ik. ‘Dat dacht ik al. Wat weet jij nu eigenlijk wel?’, vraagt ze.

Lees meer »