Vloeken in de kerk

Met belangstelling las ik het laatste blog van Jan Dirk van der Zee, directeur amateurvoetbal van de KNVB. Een beeld van het jochie dat slaapt met zijn voetbalschoenen nog aan, die op staat en in alle vroegte probeer een balletje hoog te houden. Een mooi voorbeeld van de beginnersgeest die wij allemaal wel kennen en waarvan het zo belangrijk is om die vast te houden.

Van der Zee maakt zich eigenlijk nog de minste zorgen over de kinderen.  Zij slapen nog steeds met de voetbalschoenen nog aan. Zij houden nog steeds op zondagmorgen, als iedereen nog slaapt, dat balletje hoog in de tuin. Zij voetballen nog steeds op straat en hier en daar zijn jassen nog steeds synoniem aan de doelpalen. Zijn zorg zit vooral bij de volwassenen.
De ambitieuze vaders en moeders, opa’s en oma’s, teambegeleiders en trainers. Lukt het hen om de kinderen zonder druk te laten spelen? Zich niet te bemoeien met het spel?

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden
Een terecht punt van zorg, als je het mij vraagt. Jammer is dat Van der Zee in zijn column niet een stapje verder gaat, dat hij niet een standpunt inneemt. Hij had een voorbeeld kunnen nemen aan de KNHB die, wat betreft het hockey, klip en klaar is over hoe zij naar jeugdsport kijken. Nu eindigt Van der Zee zijn column met een tweetal gesloten vragen en de wens dat kinderen plezier zullen hebben. Het is jammer dat Van der Zee als voorzitter Amateurvoetbal  van de KNVB géén standpunt in neemt omdat het juist zijn bond is die de randvoorwaarden creëert waarbinnen  ambitieuze vaders en moeders, opa’s en oma’s maar ook teambegeleiders en trainers los kunnen gaan. Zet eens een scout van een Betaald voetbalclub langs de lijn van willekeurige pupillenwedstrijd en ouders krijgen vlinders in de buik. Door in woord en daad uit te dragen dat voetbaltrainers winnen centraal moeten stellen creëer je trainers en teambegeleiders die met een waas voor de ogen langs de lijn staan en het plezier dat kinderen zouden moeten hebben in hun sport en wel uit slaan. Koppel daaraan het steeds jonger scouten, wegplukken van kinderen uit de eigen omgeving en je hebt een recept tot mislukken.  Het recept ook tot  ongewenst gedrag op het veld en langs de lijn. Als de KNVB echt werk wil maken van spelplezier dan zullen ze een duidelijk standpunt moeten innemen. Zacht heelmeester maken nu eenmaal stinkende wonden. Dit weet men bij de KNVB natuurlijk allang.

Goed bereid kost even tijd
De KNVB is er ook mee bezig, zegt men. Goed bereid kost even tijd, is ook zo’n gezegde. Als je even kijkt hoe lang men al hier mee bezig is, hoe lang men al aangeeft spelplezier centraal te stellen. Hoe lang men al roept dat het scouten op jonge leeftijd even onzinnig als slecht is. Als je dan toch vast moet stellen dat er geen concrete stappen worden genomen om het met de gehele opleiding in het voetbal eens helemaal over andere boeg te gooien. Dan vraag ik mij af of dat ooit nog wel goed komt. Dat roepen is echter vloeken in de kerk.

 

It’s all about Why

Tijdens mijn opleiding Hogere Veiligheidskunde maakte ik kennis met de Gouden Cirkel van Simon Sinek. Hoewel sommige non-believers ons voorhouden dat het een sprookje is waarin vooral Sinek zelf gelooft, geeft zijn gouden cirkel wel een redelijk denkkader om proberen te begrijpen waarom sommige mensen, sommige bedrijven, zo succesvol zijn. Sinek houdt ons voor dat alle succesvolle bedrijven, invloedrijke personen, uitgaan van het waarom, de Why.

Sinek geeft aan dat, in zijn ogen, de meeste bedrijven van buiten naar binnen werken, dus vanuit de Wat-vraag. De buitenste cirkel van de Gouden Cirkel van Sinek staat voor het product dat een bedrijf verkoopt of voor de diensten die het aanbiedt. De Hoe-vraag staat voor hoe het product wordt aangeboden. In deze tweede cirkel legt het bedrijf uit waarom zijn producten of diensten beter zijn dan die van de concurrent. De Waarom-vraag staat voor de motivatie van een bedrijf en dat gaat niet over winst maken. Daarom communiceren invloedrijke en inspirerende bedrijven liever van binnen naar buiten in plaats van andersom. Bij de Waarom-vraag gaat het om het uitdragen van de visie, waarom doe je wat je doet? De Waarom-vraag gaat over de intrinsieke motivatie.

Sinek gebruikt in zijn TED presentatie het bedrijf Apple als voorbeeld. In plaats van te zeggen wat zij doen en wat zij produceren en hoe zij hun producten maken of diensten leveren, vertellen zij hun potentiële klanten wat hun visie is. Als ik deze manier van denken, handelen, van communiceren nu eens vertalen naar een sportteam. Lees Meer

Positief coachen, niet voor watjes

Ik had net mijn eerste trainerscursus afgerond. Ik heb dat gehele seizoen in een schriftje bijgehouden wat ik zei, bij aanvang van een wedstrijd, in de time-outs, tussen de sets en na afloop van een wedstrijd. Ik schreef verder op hoe er gereageerd werd. Werden spelers boos, reageerde ze teleurgesteld, deden ze echt wat ik vroeg of misschien niet.  Wat duidelijk werd was dat eigenlijk elke speler beter ging spelen na een compliment. Een mega open deur natuurlijk. Opvallend was verder dat sommige spelers echt objectief slechter gingen spelen als ik maar door bleef zagen over de fouten die hij in mijn ogen maakte. Bij hen moest je het soms ook gewoon even niet benoemen dat het niet goed ging. Toch waren er ook spelers die het even nodig hadden om ze, laat ik zeggen, goed aan te spreken op hun gedrag. Wat ook opvallend was dat de kinderen soms echt van de leg waren als ik erg actief tijdens de wedstrijd stond te coachen. Zelfs niets zeggen alleen maar op een op een bordje aanwijzen in welke richting er geserveerd moest worden, was voor een enkeling te veel informatie.
“Je haalt mij dan uit concentratie!” kreeg ik een keer te horen.

Lees Meer

Brede motorische ontwikkeling

Het was ergens in de vorige eeuw dat ik een clinic van de Nederlandse Vereniging van Volleybal Oefenmeesters bijwoonde.  Speker, entertainer van de dag was Emile Roussaux. Wat mij bijstaat, naast dat de man echt een magnifieke humor heeft, dat hij vertelde dat hij eigenlijk uit het niets Belgisch international was geworden. Nu zal dat ‘uit het niets’ wel met een flinke korrel zout genomen moeten worden. Het ging meer over de achterliggende gedachte. Rousseaux vertelde op een boerderij groot te zijn gebracht. Hij speelde daar, klom in bomen, sprong over slootjes, hielp af en toe wat mee, maaien, hooibalen op de wagen. Hij concludeerde dat hij door al dat spelen en helpen op de boerderij, zich misschien heel veel motorische vaardigheden had eigen gemaakt, die later van pas kwamen in het volleybal. Een brede motorische ontwikkeling. In de bewegingsschool te Grimbergen heeft hij de boerderij als het waren naar binnen gehaald. Bij gebrek aan buitenspelen, aan ruimte misschien, moet het dan maar georganiseerd worden. De basis is een brede motorische ontwikkeling.

Lees Meer

Alles draait om winnen

Na het debacle tegen de Fransen, werd tegen de Bulgaren de laatste strohalm gegrepen. Tenminste dat moesten wij allemaal geloven. Wij moesten dit ook geloven, want nog een keer niet op een hoofdtoernooi aanwezig, dat zou te veel zijn. Dat dan wel de overige wedstrijden gewonnen diende te worden en dat daarbij ook nog eens een bijna buitenaards aantal doelpunten gemaakt diende te worden, dat was zorg voor later. Wij vergeten voor het gemak het feit dat het toch al weer 6 jaar geleden is dat Nederland op de 1e plaats stond op de wereldranglijst. Wij verdringen dat wij in die zes jaar van plek 1 naar plek 36 zijn afgezakt.

Nederland heeft lang gedacht een gidsland te zijn. Wij wisten hoe het spel gespeeld moest worden. Onze toptrainers deden aan ontwikkelingswerk. Dat alles is nog niet eens zo heel lang geleden, want nadat Danny Blind de pijp aan Maarten gaf, was het binnen halen van een buitenlandse coach toch echt taboe. Wij wisten hoe het zat en hadden alles in huis om het debacle af te wenden.

Aan Einstein wordt de volgende zinsnede toegeschreven:
Je kunt een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt
Bij het zoeken naar oplossingen is de KNVB, in al haar wijsheid, op zoek gegaan naar oplossingen binnen het eigen, bekende, netwerk. Wij kunnen niet zeggen dat dit nu direct het gewenste resultaat had, maar wie maalt daar om. Veranderingsprocessen nemen nu eenmaal tijd. Keulen en Aken zijn ook niet op een dag gebouwd. Het probleem is misschien wel de snelle behoefte bevrediging. Er moet resultaat zijn en wel morgen. Opvallend aan al dat resultaat is dat het maar moeizaam gaat, op het moment dat er een resultaat neergezet moet worden. Eerlijk is eerlijk, uit het rapport ‘Winnaars van morgen’ blijkt dat er over de eigen schutting heen is gekeken. Ook is er duidelijk sprake van een langere termijn visie. Het gaat ook niet om de winnaars van nu, maar om de winnaars van morgen. Toch zitten in dit rapport een aantal hardnekkige miscalculaties. Want waarom is het belangrijk om vast te houden aan de eigen voetbalcultuur? Is onze eigen voetbalcultuur anno 2017 dan zaligmakend? Verder komt in dit rapport ook de winning mindset als een soort heilige graal bovendrijven. Wij kunnen in Nederland niet meer winnen. Plat gezegd, onze kinderen zijn watjes, verwend, ze weten niet meer dat voetbal om winnen draait.

Ik vond dat een bijna schokkende constatering. Niet omdat ik het herkende en van mening ben dat dit ook de missing link is, nee het schokkende zat ‘m er in dat ik in de jaren dat ik langs de lijn bij het voetbalveld sta zelden tot nooit een coach, een ouder, tegenkom die winnen niet prominent tot eerste en enige aandachtspunt heeft verheven. Sterker nog. Ik ben coaches, ouders ook, tegengekomen die tegen hun team, hun kind te keer gingen omdat de wedstrijd verloren was, het kind een fatale fout had gemaakt waardoor er alsnog verloren werd. Hebben wij geen winnaarsmentaliteit? Man, dat winnen wordt ons vanaf een jaar of 4 met de paplepel ingegoten. Wij creëren spelers die niet meer zelf oplossingen durven te bedenken omdat ze bang zijn om het fout te doen. Wij creëren kinderen die fouten maar het liefst mijden. Hoezo moeten wij werken aan een winning mindset? Wij hebben er iets te veel van.

Natuurlijk gaat het in de sport om winnen en verliezen. De focus op winnen en het ontwikkelen van vaardigheden in de sport staat echter op gespannen voet. Dit is niet nieuw, dit weten wij eigenlijk al heel lang.  Wij associëren de winnaarsmentaliteit vaak met de atleten uit de Verenigde Staten. Voor hen is schitteren op de Olympische Spelen de ultieme droom. Nu is er, juist in dat land, onderzoek gedaan naar het effect van gaan voor het resultaat. In een artikel van Christopher Munsey, op de website van de American Psychological Association, wordt een onderzoek aangehaald dat Richard E. Smith, professor aan de Universiteit van Washington, begin jaren 70 van de vorige eeuw uitvoerde.

“The best way to maximize performance is by creating an environment in which athletes are having fun, are highly motivated, they’re trying to improve, they’re giving maximum effort, and you have a good relationship with them, so they’re more likely to listen to what you tell them,” aldus Smith. “That’s the way you get to winning.”

Smith en Smoll zijn van mening dat winnen en verliezen onderdeel uitmaken van de sport. Trainers en coaches moeten goed begrijpen wat dit betekent voor de individuele spelers. Smith en Smoll benadrukken echter altijd dat bevordering van plezier, het terugdringen van de angst en het verbeteren van prestaties een team zijn beste kans voor succes geeft (Journal of Sport and Exercise Psychology, Vol. 29, No. 1).

Met andere woorden, plezier, het terugdringen van de angst het fout te doen, de focus op de verbetering van de uitvoering, vergroot de kans dat een speler, een team, succesvol zal zijn. De winnaars van morgen zijn dus die kinderen, die jeugdigen, die spelers die fouten mogen maken, die plezier hebben in wat zij doen en die voortdurend bezig zijn met zelf beter te zijn dan dat ze de dag, de week, daarvoor waren. Zij zijn dus getraind door trainers die deze spelers uitdagen zich zelf te verbeteren, die begrijpen dat fouten maken niet vermeden moet worden maar hoort bij de ontwikkeling. Zij zijn getraind door trainers die plezier centraal stellen. Einstein had het nog niet zo heel verkeerd.