Site-archief

Alles draait om winnen

Na het debacle tegen de Fransen, werd tegen de Bulgaren de laatste strohalm gegrepen. Tenminste dat moesten wij allemaal geloven. Wij moesten dit ook geloven, want nog een keer niet op een hoofdtoernooi aanwezig, dat zou te veel zijn. Dat dan wel de overige wedstrijden gewonnen diende te worden en dat daarbij ook nog eens een bijna buitenaards aantal doelpunten gemaakt diende te worden, dat was zorg voor later. Wij vergeten voor het gemak het feit dat het toch al weer 6 jaar geleden is dat Nederland op de 1e plaats stond op de wereldranglijst. Wij verdringen dat wij in die zes jaar van plek 1 naar plek 36 zijn afgezakt.

Nederland heeft lang gedacht een gidsland te zijn. Wij wisten hoe het spel gespeeld moest worden. Onze toptrainers deden aan ontwikkelingswerk. Dat alles is nog niet eens zo heel lang geleden, want nadat Danny Blind de pijp aan Maarten gaf, was het binnen halen van een buitenlandse coach toch echt taboe. Wij wisten hoe het zat en hadden alles in huis om het debacle af te wenden.

Aan Einstein wordt de volgende zinsnede toegeschreven:
Je kunt een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt
Bij het zoeken naar oplossingen is de KNVB, in al haar wijsheid, op zoek gegaan naar oplossingen binnen het eigen, bekende, netwerk. Wij kunnen niet zeggen dat dit nu direct het gewenste resultaat had, maar wie maalt daar om. Veranderingsprocessen nemen nu eenmaal tijd. Keulen en Aken zijn ook niet op een dag gebouwd. Het probleem is misschien wel de snelle behoefte bevrediging. Er moet resultaat zijn en wel morgen. Opvallend aan al dat resultaat is dat het maar moeizaam gaat, op het moment dat er een resultaat neergezet moet worden. Eerlijk is eerlijk, uit het rapport ‘Winnaars van morgen’ blijkt dat er over de eigen schutting heen is gekeken. Ook is er duidelijk sprake van een langere termijn visie. Het gaat ook niet om de winnaars van nu, maar om de winnaars van morgen. Toch zitten in dit rapport een aantal hardnekkige miscalculaties. Want waarom is het belangrijk om vast te houden aan de eigen voetbalcultuur? Is onze eigen voetbalcultuur anno 2017 dan zaligmakend? Verder komt in dit rapport ook de winning mindset als een soort heilige graal bovendrijven. Wij kunnen in Nederland niet meer winnen. Plat gezegd, onze kinderen zijn watjes, verwend, ze weten niet meer dat voetbal om winnen draait.

Ik vond dat een bijna schokkende constatering. Niet omdat ik het herkende en van mening ben dat dit ook de missing link is, nee het schokkende zat ‘m er in dat ik in de jaren dat ik langs de lijn bij het voetbalveld sta zelden tot nooit een coach, een ouder, tegenkom die winnen niet prominent tot eerste en enige aandachtspunt heeft verheven. Sterker nog. Ik ben coaches, ouders ook, tegengekomen die tegen hun team, hun kind te keer gingen omdat de wedstrijd verloren was, het kind een fatale fout had gemaakt waardoor er alsnog verloren werd. Hebben wij geen winnaarsmentaliteit? Man, dat winnen wordt ons vanaf een jaar of 4 met de paplepel ingegoten. Wij creëren spelers die niet meer zelf oplossingen durven te bedenken omdat ze bang zijn om het fout te doen. Wij creëren kinderen die fouten maar het liefst mijden. Hoezo moeten wij werken aan een winning mindset? Wij hebben er iets te veel van.

Natuurlijk gaat het in de sport om winnen en verliezen. De focus op winnen en het ontwikkelen van vaardigheden in de sport staat echter op gespannen voet. Dit is niet nieuw, dit weten wij eigenlijk al heel lang.  Wij associëren de winnaarsmentaliteit vaak met de atleten uit de Verenigde Staten. Voor hen is schitteren op de Olympische Spelen de ultieme droom. Nu is er, juist in dat land, onderzoek gedaan naar het effect van gaan voor het resultaat. In een artikel van Christopher Munsey, op de website van de American Psychological Association, wordt een onderzoek aangehaald dat Richard E. Smith, professor aan de Universiteit van Washington, begin jaren 70 van de vorige eeuw uitvoerde.

“The best way to maximize performance is by creating an environment in which athletes are having fun, are highly motivated, they’re trying to improve, they’re giving maximum effort, and you have a good relationship with them, so they’re more likely to listen to what you tell them,” aldus Smith. “That’s the way you get to winning.”

Smith en Smoll zijn van mening dat winnen en verliezen onderdeel uitmaken van de sport. Trainers en coaches moeten goed begrijpen wat dit betekent voor de individuele spelers. Smith en Smoll benadrukken echter altijd dat bevordering van plezier, het terugdringen van de angst en het verbeteren van prestaties een team zijn beste kans voor succes geeft (Journal of Sport and Exercise Psychology, Vol. 29, No. 1).

Met andere woorden, plezier, het terugdringen van de angst het fout te doen, de focus op de verbetering van de uitvoering, vergroot de kans dat een speler, een team, succesvol zal zijn. De winnaars van morgen zijn dus die kinderen, die jeugdigen, die spelers die fouten mogen maken, die plezier hebben in wat zij doen en die voortdurend bezig zijn met zelf beter te zijn dan dat ze de dag, de week, daarvoor waren. Zij zijn dus getraind door trainers die deze spelers uitdagen zich zelf te verbeteren, die begrijpen dat fouten maken niet vermeden moet worden maar hoort bij de ontwikkeling. Zij zijn getraind door trainers die plezier centraal stellen. Einstein had het nog niet zo heel verkeerd.

Vroeger was het leuk!

“Kom je voetballen?”
“Weet niet of ik mag, moet nog huiswerk maken”
“Dan vraag je toch!”
“Oké, kom zo terug.”

Het duurde even voordat Lars terug was.

“Het mag, maar ik moet vijf uur thuis zijn.”
“Wij gaan tegen de Scheldelaan!”
“Oef, dat zijn klootzakken!”
“Daarom gaan we ook winnen!”

Op het veldje, aan de rand van de wijk, stonden de jongens van de Scheldelaan al klaar. De jassen vormde de doels.
“Twee corners penalty!” riep de langste van de Scheldelaan.
“Hallo! Dat doen we nooit!”
“Dan doen we het nu!”

De sfeer was gezet. Scheldelaan uit, altijd lastig. Zij bepaalde de regels.
“Drie corners, penalty dan?”
“Oké, jullie je zin! Maak niks uit, jullie gaan er aan!”
“In je dromen!”

Voetballende kids, grafisch

Spelplezier

Dit soort wedstrijdjes speelde ik vroeger vaak, straat tegen straat. Op het veldje langs de Schielaan. Het ging er altijd om wie de sterkte was. Je bepaalde je eigen regels. Het was altijd leuk. Je vergat snel hoe laat het was.

“Je bent laat! Het is allang vijf uur geweest.  Heb je papa niet langs voorbij zien komen?”
“Vijf uur geweest? Was het al zo laat?”

Je speelde je eigen idolen. De een was Neeskens, de anderen Cruyff, Krol en Jongbloed. Het was spel, maar wel om het echie. Niets moest, alles kon, als je maar lol had. Je ging op in het spel. Je speelde niet dat je Neeskens was, je was Johan Neeskens. Op de sportvereniging kreeg je een trainer, werden er oefeningen gedaan, werd er een tactiek bepaald, moest je aan allerlei verwachtingen voldoen. Hoewel men nog steeds zei dat het om plezier ging, was winnen toch wel heel belangrijk. Een schaar, zoals Johan dat kon en die op het veldje langs de Scheldelaan vet stoer was, was nu zwaar overdreven. Waar je vroeger de regels bepaalde, zijn er nu anderen die doen. Trainingen zijn soms saai, het is alleen maar herhalen, herhalen, herhalen. Waar je vroeger de tijd soms volledig kon vergeten, zijn er nu trainingen, zijn er wedstrijden waarbij je je om de vijf minuten afvraagt of het nog geen tijd is.

Daar tegenover staan de trainingen, de wedstrijden die leuk zijn, die aantrekkelijk zijn, waar plezier centraal staat en waar de tijd vliegt. Trainingen en wedstrijden waarin je volledig op kan gaan in het spel.

Als je optimaal wil presteren zal je vrij moeten zijn van afleidende gedachtes. Als kind kon je volledig opgaan in het spel, niets of niemand kon je van de wijs brengen. Je deed waar je goed in was, je deed wat je leuk vond. Er was niet zoiets als opgelegde regels, anderen die in jouw spel iets van je wilde. Je ging voetballen omdat jij dat zelf wilde, niet omdat het gepland was. Natuurlijk wilde je winnen, maar bovenal wilde je spelen. De trukendoos stond wagenwijd open en het mocht. Er was niet zoiets als de druk van een ranglijst, het moeten winnen omdat het seizoen anders wel erg moeizaam zou worden. Verliezen was niet leuk, maar het was hanteerbaar. Dan nam je de volgende keer revanche. Dit is wat men beginnersgeest noemt. Wil je optimaal presteren zal je moeten appelleren aan die beginnersgeest. Coachen op beginnersgeest gaat over je richten op de intrinsieke motivatie. Het geeft de vrijheid te laten zien wie je bent, het is het aanwakkeren van de creativiteit.

“Wil je optimaal presteren dan zal je moeten coachen op beleving, op plezier, op spelvreugde,” zei Marco van Basten bij zijn aantreden als bondscoach. Hij liet dit ook als geen ander zien.

 

 

 

Beginnersgeest

“Hij wist niet dat het niet kon. Of niet hoorde. Of dat er bepaalde verwachtingen waren over de uitkomst. Gisteren versloeg de 19-jarige Nick Kyrgios Rafaël Nadal op het Center Court van Wimbledon. Jeugdige onbevangenheid won het van de gevestigde orde. Hij ging ervoor, niet arrogant of overmoedig, maar met plezier en geloof in eigen kunnen. Het gezicht van Rafa sprak boekdelen. Dit was niet de bedoeling! Wist hij wel tegen wie hij speelde? Ik denk dat hij het wist, maar zoals de commentator op de BBC zei “he plays without fear”. Wat de uitslag van de wedstrijd ook was geweest, hij had een topdag en daar kan niets tegenop”, tot zover een stukje uit mooi blog dat ik bij toeval op internet las. Lees de rest van dit bericht

%d bloggers liken dit: