Site-archief

Opleiding niet vereist

Het nieuws haalde het 8 uur journaal, voetbal scholen schieten als paddenstoelen uit de grond en wat bleek ouders zijn nog bereid flink voor te betalen ook. In het journaal een reportage bij voetbalschool Kick, waar een jeugdtrainer van ADO nog wat bijverdiend. Geef hem eens ongelijk. Marijn de Vries brak ik haar column in de Trouw een lans voor de voetbalclubs. Een warm pleidooi voor de warme vereniging waar het plezier nog centraal staat. Geef haar eens ongelijk. John Volkers van de Volkskrant reageerde daar op Twitter op door te stellen dat hij vroeger 2,3 uur per dag voetbalde, grotendeels op straat. Dat aantal trainingsuren behaal je bij geen enkele voetbalclub. Geef hem eens ongelijk. Daarbij  die straat, dat is het nieuwe toverwoord binnen het voetbal. Een beetje club traint tegenwoordig op een teerpleintje in de buurt van het groene grasveld bij de club.

Mij bekroop mij een heel ander fenomeen. Een probleem dat ik bij veel clubs terug zie, namelijk het probleem van het vinden van kwalitatief goede trainers. In de slipstream van dit probleem speelt in mijn beleving dan ook nog het feit dat die trainers, als je ze al gevonden hebt, gigantische eisen hebben wat betreft het geen zij, al dan niet zwart, willen opstrijken. Dit gaat het niveau vrijwilligersvergoeding ver te boven. In een discussie die ik zelf heel recent had met een trainer werd aangegeven dat hij de investeringen die hij had gedaan toch ergens terug wilde verdienen. Lees de rest van dit bericht

De 10.000 uur norm

Ergens in de vorige eeuw schreef Marcel Luycks, in het blad Coachen een artikel over talentontwikkeling, met als titel ‘Wat goed is, komt niet snel’. ‘Van de 100 talenten haalt maar tien procent de top’, zo begon het verhaal. Lang gingen sportbonden uit van het adagium ‘Wat goed is komt snel’. Omdat wat goed is, ook snel komt, richten BVO’s zich heden ten dagen ook op steeds jongere kinderen. Je zou maar eens achter het net vissen.

Ik schreef al dat uit recent onderzoek bleek dat slechts een beperkt percentage van de medaillewinnaars bij de Olympisch spelen, óók als kind al talentvol was. Veel kinderen van deze kinderen hadden tijdens hun jeugd ook meerdere sporten beoefend, voordat ze, op latere leeftijd, uitblonken in één sport. Uit Australisch onderzoek bleek dat onder 256 Olympische topsporters slechts 7% als kind ook uitblonk. Maar liefst 84% blonk als kind niet uit, was nooit gescout en had zelden of nooit in het eerste team van een vereniging gespeeld. Kortom, het is onjuist te stellen dat kinderen op jonge leeftijd scouten op de langere termijn de beste spelers aan de top brengt.

Lees de rest van dit bericht

Ontschotten

De tweede seizoenshelft is begonnen. De eerste wedstrijden zijn al weer gespeeld. Op naar een kampioenschap, of hard werkend om degradatie te voorkomen of gewoon meedeinen op de golven van de competitie. Aan het eind van dit seizoen zullen al die spelers weer op moeten voor de selectietrainingen. Dan wordt je weer gewogen en soms te licht bevonden.
Dan worden de teamindelingen bekend gemaakt. Dan is bekend welke spelers in de selectie elftallen mogen uitkomen en welke spelers meer recreatief mogen ballen. Selecteren is niet eenvoudig. Want doe maar eens een voorspelling over het verloop van een wedstrijd, laat staan over het verloop van een seizoen. Blijven al mijn spelers fit, lopen wij niet tegen, al dan niet onnodige, schorsingen aan? Hoe verloopt het seizoen bij de concurrentie? Ook dat is van invloed op het verloop van een wedstrijd, als ook de competitie. Wij maken onderscheid tussen resultaatdoelen en procesdoelen. Bij resultaatdoelen heb je het over kampioen worden, maar ook over niet degraderen. Bij procesdoelen heb je het over aannemen van de bal, het passen van een bal. Stukje moeilijker is dan het 1x raken. Dit soort doelen hebben spelers onder eigen controle en zijn daardoor een stuk uitdagender dan ‘Wij moeten vanmiddag winnen van CSV Apeldoorn’. Lees de rest van dit bericht

Train de Trainer

Afgelopen week kwam, in een leuk gesprek met iemand binnen de club, naar voren dat trainers en zeker de jonge, startende trainers, meer ondersteuning nodig hadden. Het viel niet mee om een team te trainen en dan ook zin nog verantwoord en zinvol bezig te zijn, zo veel was wel duidelijk.  Ouders vragen steeds meer, de club vraagt steeds meer van de vaak nog trainers. Jonge trainers moeten wel haast gek zijn om in weer en wind op het veld te staan, in plaats van vakken te vullen bij de plaatselijke supermarkt. De jeugd is veranderd, ze kunnen niet meer zelfstandig werken, nemen geen verantwoordelijkheid, klonk het. Ik moest hier over nadenken. Was dat zo?  Toen ik 16 jaar was trainde ik mijn eerste team. Dit deed ik niet zo maar. Ik stond niet helemaal onvoorbereid voor de groep. Ik stond er niet alleen voor. Ik had eerst een soort interne trainerscursus doorlopen. De cursus bestond uit het doornemen van het lesmateriaal, toen nog gewoon op papier en het meelopen met een ervaren trainer. Tijdens deze stage mocht ik steeds een stukje van de training voorbereiden. Wat ik voorbereid had werd vooraf kort besproken en na de training ook geëvalueerd. Ik nam steeds een groter deel van de training over, totdat ik een hele training overnamen mijn stagebegeleider aan de kant zat en zag dat het goed was. Ik werd dus zeker niet in het diepe gegooid. Er was nog een verschil. Lees de rest van dit bericht

Slimme jochies

Talenten zijn kinderen die iets snel doorhebben. Kinderen die aan weinig aanwijzingen genoeg hebben. Kinderen die leergierig zijn, die weten waar het over gaat, die geconcentreerd aan het werk zijn.”

Zo klaar als een klontje. Toen ik dit hoorde, dacht ik, ‘Ja, dat zijn onze talenten’
Zet alle high archievers bij elkaar en zie hier, het probleem van de teloorgang van het Nederlandse voetbal is opgelost. Als ervaringsdeskundige ouder en dan heb ik het even niet over sport, moest ik direct denken aan de definitie uit het boek Gifted Children: Myths and Realities van Ellen Winner:

“An insistence on marching to their own drummer – “Gifted children not only learn faster than average or even bright children but also learn in a quantitatively different way.

Begaafde kinderen leren niet alleen sneller, maar ook op een andere manier. Soms doen deze kinderen iets, ze weten het antwoord op bijvoorbeeld een som, maar hebben geen idee hoe ze hier nu toe komen. Soms weten ze prima wat ze doen en waarom ze iets doen, bijvoorbeeld weer die som, maar snapt de omgeving werkelijk niet hoe ze hier nu toe komen. “Ja, maar zó heb ik je dat niet geleerd,’ krijg zo’n kind dan te horen.

“A rage to master – “Gifted children are intrinsically motivated to make sense of the domain in which they show precocity.”

Deze kinderen zijn intrinsiek gemotiveerd om bezig te zijn met waar zij in uitblinken.
Ook dit is, voor mij als ervaringsdeskundige ouder, zó herkenbaar. Een hoogbegaafd kind dat goed is in biologie, zal ook tot op het bot gemotiveerd zijn om daarin uit te blinken. Het zal een groot deel van de dag hiermee vullen. Een kind dat uitblinkt in voetbal, dat hier ook wel talent voor heeft, zal veel van zijn of haar tijd bezig zijn met voetbal. Dit laatste hoorde ik begin ’97  voor het eerst op een symposium Sportpsychologie en Mentale training in Utrecht. Dat ik daar was had een reden. Ik vond het een waanzinnig interessant onderwerp, maar ik was ook zoekende op het terrein van het thema kinderen met talent.

Inmiddels ben ik afgehaakt. Gifted Children leven niet in een glazenbol. Ze staan met twee benen in onze maatschappij. In een wereld die hen regelmatig niet begrijp. In een wereld die zij soms niet begrijpen. Soms blinken zij uit, als de omgeving uitdagend is en ze niet bij het minste geringste neergesabeld worden. Soms kunnen deze kinderen ook onder het verwachte niveau presteren, omdat ze de kop niet boven het maaiveld willen uitsteken of alleen omdat zij denken dat de omgeving dat van hen verwacht.
Als niemand het ziet, zal het ook wel niet de oplossing zijn.”

Hoogbegaafde kinderen kunnen drummen wat ze willen, in harmonie met anderen is het vaak een stuk leuker.

Hoogbegaafdheid is niet een statisch begrip. Het is eigenlijk een werkwoord. Je hebt ergens aanleg voor, maar je moet je wel onderhouden. Nu lijkt dit ingewikkelder dan het is, want waren deze talenten niet al intrinsiek gemotiveerd voor het geen hen drijft? Toch is ook de omgeving belangrijk. Niemand functioneert in het luchtledige. Wat doet een groep met die ene speler die nog even door wil trainen, zich zelf wil verbeteren? Is dat gewoon top of is dat een uitslover die je maar het beste buiten de groep kan plaatsen?

Het was ergens in de jaren 70 van de vorige eeuw, dat ik een artikel las waarin stond dat een groot deel van de kinderen in het speciaal onderwijs geboren was in slechts een beperkt aantal maanden. Namelijk de maanden kort voor de peildatum. Het kon aan mij liggen, maar dat vond ik vreemd. Waarom waren de kinderen geboren in die maanden dommer dan de kinderen geboren in de eerste maanden na de peildatum? Eigenlijk bleek alles te maken te hebben met de wijze waarop wij met een groep omgaan. Wij zijn maar moeilijk in staat om per kind, te beoordelen wat iemand presteert. Het moet altijd, op een of andere manier, vergeleken worden. Hoe groter de spreiding van leeftijden in de groep, hoe groter ook de kans dat kinderen buiten de boot vallen die misschien, op de langere termijn misschien wel veel meer in hun mars hebben. Wij kiezen vaak voor de oudere kinderen. Iets met leeftijdsdiscriminatie, op jonge leeftijd.

In de sport zijn de groepen vaak nog ‘twee jaars groepen’, waardoor de spreiding nog groter wordt. Een geboortekwartaaleffect ligt op de loer. Gaan wij die high archievers dan überhaupt wel opmerken? Of zien wij nog steeds die kinderen die op het oog alles snel doorhebben, maar wel twee jaar ouder zijn dan dat snotjochie dat er even iets langer over moet nadenken en nog zo speels is?  Ik las laatst een tweet waarin, ik denk een vader, na de 0-10 winst van het een Jo-O9 team, schreef dat het team de focus goed had. Ik dacht, hoezo de focus goed? Leuk dat je met zulke cijfers wint, maar hallo hoe oud zijn die kinderen? Wij hebben het dan over 7 en 8 jarige. Gaat het bij deze kinderen dan om een goede focus of hoort spelplezier belangrijk te zijn? Zijn dit dan de talenten waar ons land op zit te wachten? De tegenstander had een stuk minder leuke ochtend, vermoed ik, maar  wat zegt deze uitslag. Misschien zijn deze kinderen wel een stuk talentvoller, misschien wat jonger, misschien iets minder focus, maar hoort dat niet bij deze leeftijd?

Iemand die dag in dag uit, seizoen in seizoen uit, tegen teleurstellingen aanloopt, haakt vroeg of laat af. Dat kunnen echter wel, op de langere termijn, dé toptalenten die ons land nodig heeft. Alleen komen wij daar nóóit meer achter.

 

%d bloggers liken dit: