Site-archief

De Schreeuw

Op deze website post ik normaal gesproken verhalen over sport, over het trainen en coachen van jongeren. Post ik verhalen over sportbeleid. Nu even niet of misschien komt sport in de kantlijn terug in onderstaand verhaal.

Schreeuw 1893 door Edvard Munch

Al maanden leven wij allen in een surealistische wereld. De schreeuw van Munch maar dan levensecht. Waar alles in het verre Oosten begon en het virus razend snel over de wereld trok, dachten wij in Nederland, nadat in Italië de eerste doden al te betreuren waren, dat wij het virus buiten de deur konden houden. Wij vierde nog gewoon Carnaval. De eerste Coronagolf raakte ons hard. Een vloedgolf waarin veel mensen ziek werden, stierven en als je niet ziek werd raakte deze vloedgolf je in je portemonnee. Ook ik raakte mijn baan kwijt, als gevolg van Corona. Ik ben dit jaar 58 geworden, heb overgewicht en heb sinds begin dit jaar Diabetes. Neem daarbij dat ik ook een chronisch astmatische bronchitis heb en je kan concluderen dat ik tot de risicogroep behoor. Dor hout, zoals Marianne en Jort het noemde. Ik was daar best door ontdaan. Wie waren zij dat zij dit zo, ook over mij, zo kon zeggen? Wie zijn zij dat zij mensen gewoon aan de kant konden zetten.
“Dor hout, jouw tijd is geweest. Jij mag van mijn part dood.”
Marianne gaat tijdens deze tweede golf, deze Tsunamie nog gewoon door. Zij gocheld met cijfers om haar gelijk maar te halen. In de jaren 40 van de vorige eeuw waren er ook mensen die de problemen waar men tegen aanliep op het conto van een groep mensen schoof. Die groep, wij hebben het dan over de Joden, de zigeuners, gehandicapten waren, volgens deze mensen niet de moeite waard. Voor hen was er maar een weg en dat was de dood. Wie zijn zij dat zij anno 2020 net als toen, zo over een groep mensen kunnen praten? Je kan ook grote vraagtekens zetten bij het waarheidsgehalte van de opvattingen van Jort en Marianne. Zijn het alleen ouderen die op de IC belangen of overlijden aan Covid19? In mijn directe nabijheid zijn er gezonde, nog jonge, mensen opgenomen op de IC. Mensen die heel erg snel ziek zijn geworden. Beroepsmatig spreek ik mensen die tijdens de eerste golf ziek zijn geworden en nog steeds niet hersteld zijn. Zij liggen weliswaar niet meer in het ziekenhuis maar zij ondervinden nog steeds hinder van het virus. Wat zou dat ziekteverzuim de samenleving kosten? Deze mensen overigens behoren tot dat zorgpersoneel waarvoor wij in het voorjaar met z’n allen zo hard geklapt hebben!

Ik was en ben nog niet klaar op deze wereld. Sterker nog, ik heb mijn leven tot nu toe aan deze wereld gegeven. Ik heb geprobeerd om mensen te verplegen en te verzorgen, ik heb mensen daarna proberen te leren hoe zij veilig en gezond hun werk konden doen. Ik heb in mijn vrije tijd gepoogd om mensen plezier te laten beleven in hun sport, geprobeerd mensen die sport ook te leren. Ik heb geprobeerd mensen op te leiden dat plezier voor hun sport op anderen over te brengen. Ik wil nu, eindelijk, ook eens voor mezelf kunnen kiezen.

Ik doe er alles aan om niet besmet te raken, maar doe er ook alles aan om anderen niet te besmetten. Ik draag om die reden ook in winkels, in het openbaar vervoer een mondkapje. De dag dat ik dit schrijf, zijn er meer dan 10.000 nieuwe besmettingen, is in de regio Twente 1 op de 5 mensen die een Covidtest laat afnemen ook besmet met dat virus, lopen de ziekenhuizen vol, hebben de IC’s in toenemende mate een capiciteitsprobleem en worden de eerste patiënten al naar Duitsland vervoert om daar zorg te kunnen krijgen omdat het in ons land niet meer lukt. Ondertussen zijn er nog steeds mensen die Covid zien als een griepje waar je even doorheen moet.

Afgelopen week had ik een toch wel interressant gesprek met jongeren van begin 20. Zij hadden geen goed woord over voor mensen die zich niet aan de afspraken hielden. Ook zij, vonden ze, hadden een verantwoordelijkheid voor hun ouders, hun grootouders, de buren. Zij vonden het echter wel allemaal verdomd moeilijk. Van de een op het andere moment was een stuk vrijheid, een stuk van hun leven afgenomen. Jongeren horen even uit de bant te kunnen springen, horen samen te kunnen stappen, even te feesten. Misschien wel meer dan even. Alles was hen afgenomen, zo ervaarde zij het allemaal. Niet meer samen naar school, een college, maar hoorcollege’s online en geloof mij, dat kan niet iedere docent. Ik heb wat mee kunnen luisteren en bij sommigen zou ik na 10 minuten echt iets anders zijn gaan doen. Niet door de weeks trainen voor je sport, niet meer op zondag de wedstrijd. Ik moet toegeven, het was moeilijk om ook dat deel te zien. Toen ik opmerkte dat Covid niet alleen toeslaat bij ouderen met onderliggend leiden maar dat ook jongeren en topfitte mensen ernstig ziek kunnen worden, gaven zijn aan dat zij zich dit ter dege realiseerde. Steven Kruiswijk is gewoon een topsporter en als veel spelers uit de selectie van AZ ziek zijn geworden kan je niet zeggen dat het virus iemand buitensluit. Ondertussen draait de sport, of laten we zeggen, de sport waar het grote geld in omgaat, het voetbal, het wielrennen, het tennis gewoon door. Alsof het virus iemand uitzonderd. Betaald voetbal organisatie klagen nu dat het testen toch maar erg onhandig is, het duurt te lang, uitslagen zijn soms pas op de wedstrijd dag gereed. De organisatie van de Tour de France had het goed bedacht, de renners in hun eigen bubbel. Alleen dat publiek langs de weg, wat moesten ze daar nu mee? Was dat ook hun verantwoordelijkheid. De renners reden door gebieden die diep in de rode Coronacijfers zaten. In Italië, het moederland van de Europese Coronabesmettingen, had de organisatie van de Giro niet eens gedacht aan een eigen bubbel. Kruiswijk raakte ook niet per ongeluk besmet. Dick Advocaat maakte zich aan het begin van de competitie al kwaad over het verbod op publiek in het stadion en toen uitgerekend zijn supporters als eerste zich even niet wisten te gedragenm snapte hij daar dan weer niets van. Hij was ook en nu terecht, not amused toen bleek dat in Zagreb het stadion wel aardig vol zat met publiek terwijl dat in De Kuip inmiddels niet meer mocht. In Frankrijk was ondertussen de noodtoestand zo’n beetje uitgeroepen, maar dat bericht was in Rennes nog even niet doorgedrongen. Die leefde in hun eigen bubbel. Ik heb mijn oudste zoon al bijna een jaar niet gezien, omdat hij in Engeland woont en hij niet hierheen kan komen, zonder eerst hier en bij terugkomst thuis in quarantaine te moeten. De spelers van het Nederlands elftal kregen van onze minister een uitzonderingspositie. Waarom? Maakt dit virus onderscheid?

In ons land mochten de cafe’s en restaurants, die ook bij de eerste golf al geraakt werden, nu bij de tweede golf, de Tsunamie, de deuren weer sluiten. Zij hadden zó hun best gedaan. Je kan je natuurlijk afvragen of café’s voorzien in de eerste levensbehoefte, maar toch. Waar sportscholen na de eerste springvloed nog lang dicht bleven draaien ze tijdens de huidige Tsunamie overuren. Sporters mochten zonder mondkapje op de apparaten, maar die moest tijdens het lopen door de sportschool wel gedragen worden. Uit de eerste golf hebben wij geleerd dat mensen met overgewicht een groter risico liepen. Sporten, iets doen aan je basisconditie, je lichaamsgewicht is dus letterlijk van levensbelang.

De supermarkten zijn nog steeds open. Zij voorzien natuurlijk wel in de eerste levensbehoefte. Zij doen, over het algemeen hun best om alles in goede banen te leiden maar het blijft toch vaak dweilen met de kraan open. Mensen lopen steeds dwars door elkaar, “Sorry, even wat vergeten.”
Niet iedereen draagt een mondkapje en je hangen gewoon over je heen omdat ze ‘er even niet bij kunnen.”

Alles wordt als moeilijk en ook vooral vaag ervaren en misschien is het dat ook wel. Als iets ons deze Corona Crisis ons geleerd heeft is dat niets is wat het lijkt en dat gezond verstand niet bestaat. Er zijn nog steeds mensen die doen alsof er niets aan de hand is en dat dit virus een groot complot is. Wat misschien wel erger is dat dit virus is paranoia, is achterdocht. Gelukkig hebben we daar al wel medicijnen voor gevonden.

Ik vrees dat wij dit virus pas onder controle krijgen als de maatregelen helder en transparant zijn. Helemaal fijn zou zijn als wij zouden kunnen voorspellen wanneer wij het virus onder controle zouden krijgen. Helaas is dat onmogelijk en wordt er al rijdende bijgestuurd. Zolang er mensen zijn die de problemen niet zien, doen alsof er niets aan de hand is, zal dit virus huis blijven houden. Het wrange is dat mensen die de economie erbij halen als reden om niet te komen tot hele strenge maatregelen achteraf misschien wel eens van de koude kermis thuis zouden kunnen komen, want wat zou al dat ziekteverzuim de samenleving kosten? Of zeggen wij met z’n allen, ter meerdere glorie van de economie, wij nemen gewoon niemand op in het ziekenhuis, wij doen aan natuurlijke selectie?

Ondertussen kunnen de jongeren met wie ik in gesprek was, niet meer voetballen, op vrijdag en zaterdagavond niet meer naar de kroeg. Hun competitie ligt stil, trainingen zouden in kleine groepjes door kunnen gaan maar vooralsnog hebben ze daar nog geen oplossing voor gevonden. Zij zoeken elkaar nu thuis op. Niet in grote groepen. Soms komt er slechts 1 op bezoek. Dit zijn jongens die prima snappen wat het belang van de maatregelen is. Zij ervaren echter ook dat er een deel van hun leven wordt afgenomen. Kunnen wij het maken naar juist deze jongens om ons nog langer niet aan de maatregelen te houden? Hoe beter wij ons aan de maatregelen houden hoe sneller wij er vanaf zijn. Hoe sneller wij door kunnen met ons leven. Dat betekent dus ook echt iedereen, het betaald voetbal en welke andere sport die denkt in een eigen bubbel te leven, uitgezonderd. Dit probleem is alleen op te lossen als wij dit gezamelijk doen!

We kunnen samen Concept — Stockfoto © nevenova #85518014

Vernederd, gespuugd en geslagen

Het zal ergens begin jaren 80 van de vorige eeuw zijn geweest. De Jong Oranje volleybalmannen trainde in die tijd op Papendal en een van mijn teamgenoten zat bij de selectie. In die ben ik, als net startende trainer, wezen kijken bij Jong Oranje. Ik wilde wel weten hoe zij trainde. In een ander deel van hetzelfde complex bleek de turnhal te zitten. Het leek een grote speeltuin met een grote bak met piepschuin vlak voor de tribune. In de hal trainde erg jonge meisjes, basisschoolleeftijd, niet ouder. De meisjes waren druk met de voorbereidingen op WK en Olympische Spelen, zoveel werd duidelijk uit de gesprekken die je op de tribune kon meekrijgen. Ik vond dat best bijzonder. Wat ik ook bijzonder vond waren de schriftjes die al die meisjes hadden en waar ze, na een training van alles in schreven. Het was allemaal best serieus, hele jonge meisjes in volle ernst bezig met de voorbereiding op de Olympische Spelen. Ik kon echter  toen niet vermoeden wat er afgelopen week over deze sport, over deze meiden misschien wel, naar buiten zou komen.

Al weer enkele maanden geleden, het was begin oktober, zag ik de 2Doc Turn. Een documentaire over fanatieke turnouders en gewetenloze trainers. Mijn Twittertimeline explodeerde. Mensen spraken er schande van, sommigen konden de documentaire niet afkijken, zo erg vonden ze het geen getoond werd. Huilende kinderen en ouders en trainers die vonden dat het kind nog niet hard genoeg z’n best deed. Mij verbaasde vooral die ophef, want kwam dat fanatieke gedrag, die gewetenloze trainers, voor wie een kind niet meer is dan materiaal, niet in alle takken van sport voor? Stonden die fanatieke vaders niet ook langs het voetbalveld? Ik schreef er destijds ook blog over. Zo snel als de storm opstak, zo snel was het ook weer over. Turn was al snel een vergeten documentaire, tot afgelopen week.

Afgelopen week was daar het interview met Top turncoach Gerrit Beltman. Beltman vertelde in het verleden turnsters, kinderen, te hebben geslagen, mishandeld. Hij intimideerde, manipuleerde, kleineerde en maakte zijn pupillen monddood.

Köhler en Heitinga, twee vrouwen die als kind door hem getraind waren, schreven in 2013 het boek De onvrije oefening, waarin zij uitgebreid en gedetailleerd zijn misdragingen opsomden. De oud-turnsters schetste een onthutsend beeld van een brute coach, zonder mededogen, die zowel fysiek als mentaal de grenzen van het toelaatbare ver overschreed. Beltman reageerde, destijds, in het geheel niet op dit boek, zo is te lezen in een artikel in het NRC. Tot afgelopen week.

Tenminste zo leek het, want ook in het laatste interview bagetaliseert hij zijn gedrag. Het was een andere tijd en ja hij had er van geleerd en zag geen enkele grond om niet gewoon aan de slag te blijven als turntrainer. Beltman stoorde zich aan het beeld dat hij de enige was en pleitte voor een cultuuromslag bij de KNGU. Hij werd op zijn wenken bediend want in de slipstream van Beltman werden ook huidige bondscoaches Wevers en in mindere maten Wiersma beschuldigd van ongewenst gedrag. In een artikel in het Algemeen Dagblad vertelde oud turnster Goedkoop als jonge turnster in Oldenzaal door Wevers te zijn geschopt en geslagen en op dagelijkse basis te zijn gekleineerd. Oud-pupillen van Wevers Wyomi Masela en Ayla Wilbrink zeiden zich deels te herkennen in het verhaal van Goedkoop, maar niet waar het ging om fysieke mishandeling.

Alleen de nuance al, het kleineren kwam dagelijks  voor, maar de fysieke mishandeling was niet voor iedereen. Ook de dochter van Wevers benoemd dat zij met name het fysieke deel niet herkent. Wevers wordt gewoon als streng ervaren, zoals een gewone vader.

Een Friese turnster beschreef dat ze elkaar na de training gewoon een hand gaven. Zij zag hem meer als een tweede vader. Nu ben ik misschien geen goede vader maar volgens mij is streng is niet synoniem aan kleineren en vernederen. Bij fysieke mishandeling is menig vader uit de ouderlijke macht gezet. Als verklaring wordt genoemd dat deze trainers de trainingsmethoden uit het voormalig Oostblok en China copieërde omdat zij dachten dat dit nodig was voor het neerzetten van prestaties.

De algemeen directeur van de KNGU gaf in OP1 aan dat ongewenst gedrag moeilijk bewijsbaar is. Wat is nu grensoverschrijdend is moeilijk vast te stellen.
Ik ben begin jaren 90 van de vorige eeuw afgestudeerd op het toepassen van dwangmiddelen binnen de ouderen psychiatrie. Ouderen werden daar dagelijks nog in bed gefixeerd, achter een plankje in een stoel gezet, alles om te voorkomen dat mensen zouden gaan lopen en, in het verlengde, zouden vallen. Daar moest altijd een melding van worden gemaakt en telkens werd dan aangegeven dat de cliënt geen bezwaar had. Ik vond daar wel wat van, want was huilen, verdrietig kijken, niet óók een signaal? Het moment dat ik had aangegeven dat ik onderzoek wilde doen naar dit onderwerp werd mij dit door, notabene de opleiding, afgeraden. Het zou namelijk een nogal gevoelig onderwerp zijn.

Bij de KNGU wisten ze van de hoed en de rand, zou je denken. Een tweetal ex turnsters hadden al een boek uitgebracht over deze manier van training geven en ook de een inmiddels oud bestuurder had, naar aanleiding van een eerder onderzoek, al aan de bel getrokken.

De directeur van de KNGU benoemde dat er best al wel dingen waren veranderd. Vroeger kreeg als kind puntenaftrek als je een broekje onder je turnpakje droeg. Ik moest terug denken aan de balletjuf van mijn dochter. Zij danste bij Danstique en onder een balletpakje mocht echt helemaal niets. Zij kreeg als kleuter ook geen kleurplaat toen ze bij Ariël de kleine Zeermeermin aan de kant bleef zitten en in tranen opbiechte dat ze nog niet kon zwemmen, nadat de balletjuf vertelt had dat de hele vloer een diepe oceaan was. Bijna griezelig en dan bedoel ik niet de oceaan.

Is de grens niet gewoon het kind? In Turn zagen wij een jochie die, in tranen, nog even geholpen werd met het actief stretchen. Wie de top wil halen moet pijn leiden, zoiets zal het zijn.

Wevers kwam recent met een verklaring naar buiten. Hij ontkent dat hij turnsters geschopt en geslagen heeft. Het andere deel, het geestelijk mishandelen, dat vind hij, met de kennis van nu, niet goed. Het wegen van jonge meiden was met terugwerkende kracht niet goed. Ergens lijkt er een gat tussen het wat de turnsters verklaren en het geen wordt benoemd. Het onderzoek van de KNGU, dat is aangekondigd, zal daar wellicht uitsluitsel over geven. Wij moeten dit even afwachten daar met eerdere onderzoeken, zo lijkt het, weinig meegedaan is.

De ontboezemingen en de reacties volgen elkaar in rap tempo op. Aan de ene kant is dit schokkend, aan de andere kant is dit ook wel goed. Er kan nu over gesproken worden en wellicht leidt dit tot veranderingen.

De KNGU ligt onder vuur. Iedereen buitelt over elkaar heen. Ik vroeg mij af of het bij andere sporten echt zo veel anders is. Het turnen is al heel lang een sport waarbij kinderen op hele jonge leeftijd op top niveau moeten presteren. Zij waren daarin destijds vrij uniek. Toen ik, ik zat destijds ik de 6e klas, ging volleyballen moest ik eerst maar een jaartje trainen. Volleybal was zo’n moeilijke sport. Eerst maar de sport leren, wedstrijden kwamen later en in die wedstrijden ook nog eens prestaties neerzetten kwam daarna. Met het circulatie volleybal werd de drempel lager en werd het spelen van wedstrijden eenvoudiger en werd ook de grens waarop prestaties geleverd moesten worden lager. Ik weet nog dat ik, nu al weer lang geleden, een artikel schreef over het team dat ik trainde. Een damesteam waarin naast enkele moeders van rond de 30 ook een tweetal meisjes uit groep 8. Talenten, dat zonder meer, maar het verschillen in de belevingswereld tussen de moeders en de meiden die vlak voor hun Cito toets stonden waren enorm. Ik zette daar wel vragen bij. Inmiddels is het doorselecteren de normaalste zaak van de wereld.

In het voetbal was men lang wars van doorselecteren. Spelers moesten alle fasen doorlopen. Daarop was één uitzondering, al het ‘talent’ dat vroeg selecteert zijn weg vond richting een of andere betaald voetbalclub. Enkele weken geleden kopte het Sport voetbalmagazine dat het verontrustend was wat wij kinderen aan deden. In een lezenswaardig artikel zette Michel Bruijnickx uit een wat er allemaal mis was in het voetbal. Daarbij had hij het niet eens over die schreeuwende en coachende trainers. Daar moeten kinderen maar mee leren omgaan, hoor ik vaak langs de lijn. Als je de top wil halen moet je mensen als Derksen van Gijp maar laten wel gevallen en je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen, het afzijken, het kleineren van jonge kinderen. Aan de ene kant plaatsen wij in het voetbal talentjes mega snel op een voetstuk maar als het even tegenzit wordt dat voetstuk met dezelfde snelheid ontmanteld.

Echt trainers, van de oude stempel, zoals in het turnen, je komt ze overal tegen. Natuurlijk wordt in trainerscurussen aandacht besteed aan zoiets als positief coachen, aan de pedagogiek van de sport. Toch kom je ze nog tegen, trainers die een kind dat minder goed is, ook minder laten spelen. Je komt ze nog tegen, trainers die in een TC vergadering gewoon beloven dat een minder talentvol kind, voor de kerst de vereniging verlaten heeft. Zijn wij het het volleybal, in het voetbal, veel beter? Durven wij kritiek te leveren op de turnsport en daarbij tegelijkertijd met opgeheven hoofd in de spiegel te kijken?

 

 

 

Beroepsperspectief

Van je hobby je werk maken, wie wil dan nou niet? Bevlogen en gepassioneerd, zo was ik met mijn sport bezig. Op de middelbare school wilde ik enorm graag naar het CIOS, een baan in de sport. Van het trainen en coachen van sportteams mijn werk maken, dat was wat ik wilde. Ik leefde sport, sport was en misschien wel is, mijn passie. Ik was dag in, dag uit bezig met het maken van, het evalueren en verbeteren van de jaarplannen, de trainingen, de persoonlijke ontwikkelplannen. Ik bepaalde de beginsituatie van mijn teams. Ik bekeek wat er bereikt zou kunnen worden en maakte op basis van die informatie de route. Ik kon mij dan niet voorstellen dat er mensen waren voor wie het volleybal gewoon een hobby was. Ik kon mij niet voorstellen dat er nog iets anders kon bestaan naast het volleyballen. Ik kon mij niet voorstellen dat er mensen waren voor wie volleybal iets was van er bij, van leuk op de donderdagavond.

Ik vind van mezelf dat ik, door ervaring verstandig geworden, nu met wat meer distantie naar sport, naar mijn sport, het volleybal, kan kijken. Je kunt je afvragen of dat ook feitelijk zo is. Ik schrijf, denk nog dagelijks na, over het trainen geven, het coachen, het anderen beter maken dan dat ze vandaag zijn. Ik vind daar over het algemeen ook nog wel iets van. Een vriend zei mij ooit dat ik nogal pretentieus met sport omging. Ik schrok daar wel van. Dat pretentieus had zo negatieve lading. Ik denk echter wel dat het klopte. Ik wilde het beste van het beste. Ik wist wat goed was, tenminste dat vond ik. Ik speelde, als coach, 16x in de finale van een NK en was apetrots op mijn eerste pupil in Oranje.

Het CIOS is er nooit van gekomen. De schooldecaan vond dat destijds niet wijs plan. Met een CIOS diploma was je bijna beroepswerkeloze. Hij kende geen enkele oud leerling met een CIOS diploma die ook maar iets met dat diploma had gedaan. Voor mij kwam de MTS in beeld. Ik was goed in wis- en natuurkunde en klooide in mijn vrije tijd ook nog wel met oude radio’s en TV’s. Het bloed kroop waar het niet gaan kon. Ik volgde verschillende trainerscursussen, maar ook zoiets als een cursus sportmassage, een cursus neuro-training en een cursus mentale training en coaching. Ik wilde het uiterste er uit halen. Ik wilde mijzelf continu verbeteren. Zolang ik dat zelf maar bekostigde maakte niemand daar een probleem van. Als ik hierover echter met iemand in gesprek ging moest ik wel uitleggen waarom ik nu speciaal die cursus mentale training en coaching had gevolgd. Helemaal vreemd vond men wel dat ik de cursus recreatie sportleider A en de cursus sportmassage had gevolgd. Niet iedereen is zó fanatiek met zijn sport bezig, voor veel, heel meer mensen is sport gewoon een hobby. Voor veel, heel veel mensen zijn er ook vreselijk veel andere activiteiten die minstens zo leuk, zo niet leuker zijn. Dat een speler destijds de bruiloft van zijn zus belangrijker vond dat de PD wedstrijd van zijn team, ik kon daar met de pet niet bij. Het leverde mij een lading van kritiek op. Ik had niet begrepen dat sport gewoon voor 100% om plezier draait en dat er echt belangrijkere zaken zijn in het leven.

Jaren later leerde ik dat het pedagogische leerklimaat dat een trainer weet neer te zetten bepalend is voor het stoppen, dan wel doorgaan van een sporter met zijn sport. Dit gold niet alleen voor de meer recreatief ingestelde sporters, maar dit gold evenzeer voor de topsporters. Een sportklimaat dat al te zeer gericht was op prestaties leidde tot drop-outs. Met mijn fanatisme, met mijn interne drive tot perfectie, tot het willen winnen maakte ik de kans op drop-outs misschien wel groter? Na een goed gesprek met de man achter het onderzoek Volhouden of Afhaken, tijdens een studiedag van NL Coach, ging ik daar wel vraagtekens bij zetten. Was ik niet te fanatiek, te bevlogen met mijn sport bezig. Een sport burn out dreigde. Als gaan voor het resultaat, misschien wel averechts werkte, als de mensen om mij heen, mij hierom niet begrepen wat was het dan nog waard om daar mee bezig te zijn?

Laatst sprak ik een neef, 15 jaar en net over gestapt naar een andere vereniging. Waar er bij zijn oude vereniging nogal voor het resultaat werd gegaan en de  sfeer niet altijd fijn was, was het nu 180 graden anders. De sfeer was goed, het was fijn. Hij had geen spijt van de overstap. Op mijn vraag hoe de start van de competitie was geweest kwam een wat ontwijkend antwoord. De eerste wedstrijd werd met 12-0 verloren en ook de tweede werd verloren. Kennelijk was er iets anders dat het de moeite waard maakte om te sporten. Kennelijk deed deze trainer-coach iets heel bijzonders. Hij had amper voetbalervaring, had een starterscursus gevolgd maar wist op een of andere manier de  jongens te boeien. De man had ook geenszins de ambitie om van zijn hobby, want dat was het wel, zijn werk te maken. Het hield mij bezig. Hoe was het mogelijk dat een trainer met vrij weinig ervaring en specifieke kennis van de sport zijn spelers zo weten te raken en te motiveren dat zelfs een 12-0 verlies géén probleem was. Kennelijk waren er andere zaken belangrijk dan het tot op detail weten hoe alles binnen de sport werkte. Tactiek en een optimale techniek, waren veel minder belangrijk dan dat ik altijd dacht. Geen ingewikkelde analyses, geen ingewikkelde teamgesprekken.

In een eerder blog van de voetbalpupillentrainer geeft hij aan dat het trainersvak meer dan ooit recht heeft op een beroepsperspectief. Er wordt een vergelijking gemaakt met het onderwijs. Die vergelijking gaat mijns inziens mank. Het vak als onderwijzer is feitelijk een vak. Binnen dat vak kennen wij ook de leraren lichamelijke onderwijs, ook dat is een vak. Deze mensen verdienen een goede CAO én een goed salaris. In ons land kennen wij in de sport een verenigingsstructuur. Verenigingen gedraaid worden door vrijwilligers. Mensen die zich een slag in de rond werken, voor een appel en een ei en een Dank-je-wel avond aan het eind van het seizoen. De uitzondering hierop zijn de trainers, zij krijgen een vergoeding. Nu ontzegging ik niemand een beroepsperspectief en ja, ook ik vind dat wij enorm moeten investeren in de kwaliteit van trainers. Dit moet middels betaalbare trainerscursussen, middels een systeem van goede ondersteuning, maar ik vraag mij
inmiddels wel af of een beroepsperspectief wel past binnen de Nederlandse verenigingsstructuur. Ik vraag mij af of de toegankelijkheid van trainerscursussen ook gekoppeld moet worden aan het beroepsperspectief. Zou het niet kunnen zijn dat enig beroepsperspectief een prijsopdrijvend effect heeft op de kosten van dergelijke cursussen en dat daarmee de toegankelijkheid misschien wel vergroot wordt?
De KNVB heeft zijn jeugdtrainersopleidingen aangepast. “Met meer aandacht voor pedagogiek”, aldus Ab van de Velde, technisch jeugdcoördinator bij de KNVB. Daar is helemaal niets mis mee, maar die trainer van mijn neefje deed, zonder enige opleiding, misschien wel hele goede dingen, zonder dat daar een opleiding aan te pas was gekomen. Gewoon omdat de beste man, zich zelf niet belangrijker maakte en de sport, in dit geval het voetbal, wel heel goed wist te relativeren. Misschien ligt de uitdaging er wel in om, als wij werk willen maken van vitaliteit en onze gezondheid, werk wil maken van een levenlang sporten, juist niet te streven naar een beroepsperspectief voor al die trainers. Misschien is het wel veel belangrijker om eens kritisch te kijken naar onze sportcultuur. Wij kunnen investeren in een beroepsperspectief voor sporttrainers, wij kunnen pedagogiek onderdeel uitmaken van al die trainerscursussen, maar dat is allemaal symptoom bestrijding. Het is allemaal een druppel op een gloeiende plaat als wij al op hele jonge leeftijd het winnen centraal stellen, als wij al op hele jonge leeftijd kinderen afserveren als talentloos. Het is allemaal een druppel op de gloeiende plaat als wij kinderen als materiaal gaan zien en niet meer op de eerste plaats zetten. In Engeland, bij Salisburyrovers Footballclub hebben ze dat begrepen.

 

Keuzes maken

Een discussie op Twitter met mijn goede vriend Remko Kenter, dè man achter de jeugdsuccessen van Sliedrecht Sport leverde mij de nodige stof tot nadenken. Aanleiding vormde het voorwoord van de hoofdredacteur van de Volley Techno. In zijn voorwoord luidde hij de noodklok over de afname van het aantal jeugdigen dat nog gaat volleyballen. Remco vroeg zich af of de bondsraad dit onderwerp niet op de agenda zou moeten zetten.

Ik vroeg mij af of dit niet méér een maatschappelijk probleem is dan een probleem dat alleen het volleybal raakt.  Remko is een warm pleit bezorger van het standpunt dat in het volleybal het spel aantrekkelijker gemaakt kan worden en dat daardoor de uitstroom in ieder geval minder zal worden. Wij kennen elkaar langer dan vandaag en ik bracht daar tegen in dat dat wij best wat meer vertrouwen mochten hebben in ons eigen product. Ik was lid van de landelijke werkgroep mini-volleybal toen het circulatie mini-volleybal werd geïmplementeerd. Voordat deze methodiek geïmplementeerd kon worden moest er al het nodige water door de Lek. Het spel dat decennia geleden door Adrie Noy werd bedacht moest eerst aangesloten worden op het mini-volleybal zoals wij dat sinds het mini-massaplan in ons land kende. Er moesten uniforme regels komen en er moest voor een ieder een logische en doorlopende leerlijn ontwikkeld worden. Dat logisch en doorlopend is de jaren daarna continu een punt van discussie geweest. Jaarlijks werden in de landelijke werkgroep de spelregels geëvalueerd en niemand keek verbaasd als bleek dat er ergens in ons land een regio was waar men, tussen de bestaande vaardigheidsniveaus, een extra niveautje toegevoegd was. Dat heette maatwerk. Het CMV, zoals dat later is gaan heten, leverde een enorme aanwas aan nieuwe leden bij de kinderen in de basisschoolleeftijd maar wat bleek voornamelijk meisjes wisten de weg richting de volleybalclub te vinden. Jongens gingen nog steeds voetballen, hockey, tennis, noem het maar, ze gingen wat anders doen. Het CMV was niet voldoende. Adrie verdiende een standbeeld maar Lees de rest van dit bericht

Beter niet verliezen

De discussie over  de vraag of het bij de jeugd nu gaat om winnen of om ontwikkeling is in volle hevigheid los gebarsten. Johan Cruyff zei hier ooit iets over. Hij was van mening dat het bij de jeugd toch echt om ontwikkelen, om leren gaat. Nu kan je een boom opzetten over de vraag of je niet ook moet leren winnen, maar zo bleek sommige kinderen hebben dit gaan voor het resultaat gewoon in de genen. Zij willen altijd winnen. Ik vroeg mij af of deze kinderen echt altijd willen winnen óf dat ze eigenlijk niet willen verliezen. Lees de rest van dit bericht

%d bloggers liken dit: