Site-archief

Bronaanpak

Ik was net 17 toen ik, als assistent, mijn eerste team trainde en coachte. De meiden die ik trainde waren net iets jonger. Ik volgde een interne trainerscursus binnen de club. Af en toe kreeg ik wat documentatie mee om, ter voorbereiding, door te lezen. Heel geleidelijk mocht ik steeds meer onderdelen van de training verzorgen. Na iedere training had ik even een kort gesprekje met de hoofdtrainer over hoe het was gegaan en wat beter kon. Een jaar later trainde ik mijn eigen team. Ditmaal een jongensteam, andermaal spelers van ongeveer mijn eigen leeftijd. Dat seizoen volgde ik de ABO cursus, de algemene basis opleiding voor startende trainers. Een jaar daarna, andermaal, een jongensteam. Een team met daarin een van mijn broers. Ik dacht dat ik dit wel kon, als het maar leuk was. Bij ons op zolder stond een oude deur, de klinken waren er af. Als je die nu plat legt heb je een mooie gladde vloer, dacht ik. Mijn broer kreeg extra training.

In mijn voorlaatste blog beschreef ik al het hele proces dat ik doormaakte. Van fanatiek, bevlogen, gepassioneerd tot het moment dat ik mij realiseerde dat er meer was dan alleen de sport. Het moment dat ik mij besefte dat winst niet ging over winnen van de ander, maar dat winnen ging over beter zijn dan dat jezelf gisteren was. Het moment dat gewoon jezelf zijn ook helemaal prima was.

Lees de rest van dit bericht

De uitdager uitgedaagd

Ik had laatste een discussie met een trainer. De man had, vond hij, een heel vervelend team.

“Wat is nu moeilijk team?”
“Nou, dit team, wat een drama!”

Vaak zegt zo’n trainer dat hij de groep niet aan kan, dat de kinderen lastig zijn en vraagt hij zich serieus af of de kinderen de sport die zij doen wel leuk vinden. Hoe komt dit en is dit ook altijd waar?

Laat ik maar direct een stelling deponeren; er bestaan geen lastige en moeilijke kinderen. Er is slechts sprake van gedrag dat als moeilijk, als lastig ervaren wordt. Er bestaat geen moeilijke jeugd, er bestaan slechts trainers die daar maar moeilijk om kunnen gaan met bepaald gedrag. Wat zijn nu grootst gemene delers als het gaat om moeilijk gedrag? Veel trainers zien de jeugd als niet serieus ongeïnteresseerd en ongemotiveerd. Ze komen vaak te laat, zeggen vlak voor de training pas af of komen gewoon helemaal niet, zonder af te zeggen. Ze zijn onsportief en nemen anderen daar in mee.

Trainer in de groep

Ik houd er van  om alles in een bredere context te plaatsen. In mijn beleving ontstaat gedrag altijd in interactie. Een dominante, verbaal aanwezige trainer, roept bepaald gedrag op. Een trainer die alles over zijn kant laat gaan, die niet ingrijpt als het uit de klauwen dreigt te lopen, roept bepaald gedrag op bij zijn spelers.  Als trainer maak je onderdeel uit van de groep.

 

Lees de rest van dit bericht

Zelfsturing

In de gezondheidszorg kennen wij al geruime tijd meerdere organisaties die werken met zelforganiserende of zelfsturende teams.  Teams bestaande uit individuen, zonder leidinggevende of soms met een roulerend voorzitterschap. Van deze zelforganiserende teams vragen wij veel. Naast de taken die het reguliere werk al met zich meebrengt, krijgen zij niet zelden ook taken toebedeeld die voorheen door een staffunctionaris werden uitgevoerd. Dit is topsport. Mij valt vaak op dat in veel gevallen functies weliswaar vervallen maar dat rollen blijven bestaan. Waar een team voorheen een leidinggevende had staat er na de reorganisatie een informeel leider op. In sommige situaties wordt dit informeel leiderschap daarna overigens ook geformaliseerd.  Zelfsturende teams moeten ook niet te groot zijn. Hoe groter de groep, hoe lastiger het wordt om elkaar aan te spreken, moeilijker om samen te werken.

In mei schreef Richard Engelfriet een kritische column over zelfsturing. Naar aanleiding van die column nodigde Thijs van Noorden, naar eigen zeggen, lid van het eerste zelfsturende sportteam, hem uit om met eigen ogen te zien hoe zelfsturing bij hen werkt. Zonder coach dus. 

“In de sport is het hebben van een trainer net zo normaal als een kerkdienst in Staphorst.”

Lees de rest van dit bericht

Koffietijd

Meer respect met aftrapsessies, aldus de KNVB. Samen een kop koffie aan het begin van de wedstrijd, leidt in de regio Den Haag tot meer begrip en respect op het veld. De aftrapsessies zijn een vervolg op het project ‘Weer spelen tegen’ van de KNVB. Een project dat werd opgetuigd na de vele incidenten tijdens wedstrijden met als gevolg dat vele teams liever niet tegen Haagse elftallen wilde spelen.

Het format is vrij eenvoudig. De KNVB stuurt iemand vooraf naar een wedstrijd die, op voorhand, als risicovol wordt ingeschat.  Deze persoon brengt een aantal sleutelfiguren rondom de wedstrijd bij elkaar. Je moet dan denken aan de aanvoerders, coaches en de scheidsrechter. Vervolgens gaan ze met elkaar om tafel zitten. De, laten we hem, coördinator noemen, stelt de vraag wat er nodig is om er een leuke wedstrijd van te maken. Vervolgens worden daar afspraken over gemaakt. Moeilijker is het niet. Natuurlijk gebeurd in dat gesprek meer, ze maken een rondje, iedereen stelt zichzelf voor, vertelt iets over zijn achtergrond, de voetbalcarrière, ze leren elkaar wat beter kennen en stappen tijdens de wedstrijd wat makkelijker op elkaar af of een conflict in de minnen te schikken. Het ei van Columbus, zo lijkt ’t want, zo blijkt het werkt, minder incidenten en leukere wedstrijden. Wat een goede ontvangst al niet doet.

Lees de rest van dit bericht

Achtergrond

Ik kom uit een relatief groot gezin. Op de lagere school wilde graag bioloog worden. Na de middelbare school was alles anders. Ik  deed veel aan sport. Voornamelijk volleybal, maar liep ook bijna elk weekend een cross, in Arnhem, Deventer, Zwolle, de Sonsbeekcross, rondom Bussloo, de Daventria Cross. Overal waar maar wat georganiseerd werd wilde ik mee doen. In mijn vrije tijd voetbalde, maar ook honkbalde wij ook op het grasveldje bij de school. Thuis werd menig tafeltennis wedstrijd gespeeld. Mijn vader verslaan, dat was een uitdaging. Na de middelbare school wilde ik niets liever dan iets te gaan doen in de sport. Hier staken mijn ouders, na nauw overleg met de schooldecaan, een stokje voor. Een CIOS papiertje leverde geen baanzekerheid. Het werd MTS electro. Een geweldig leuke school, alleen voelde ik mij niet echt thuis. Wat interesseerde het mij dat iemand zijn brommer weer eens hand opgevoerd of een TV uit elkaar had gehaald en weer in elkaar had gezet zonder een buis over  te houden? Wie er nu het weekend in de eredivisie had gewonnen, dat interesseerde mijn klasgenoten helemaal niets. Een mismatch zeg maar. Uiteindelijk werd het de Sociale Academie, richting Cultureel Werk. In die tijd echt een geitenwollen sokken opleiding. Wiet in de kantine zeg maar. Ook dat bleek het niet helemaal, maar wat mij in die opleiding wel mateloos boeide was het groepsgericht werken. Hoe verloopt het proces in de groep? Hoe krijg je mensen mee? Hoe realiseer je eigenaarschap? Vooral dat laatste. Ik merkte dat zelf verantwoordelijk zijn voor je eigen proces, voor de dingen die je doet, enorm motiverend werkte. Aan de andere kant was, zeker op mijn leeftijd, enige sturing wel fijn. Samen leren, samen werken. Dit is mijn achtergrond. Dit is wat ik mee neem.

Elke trainer, elke speler, neemt een bepaalde bagage mee. Niemand staat volledig blanco voor de groep en voor elke trainer, elke speler, geldt dat zijn manier om met bepaalde zaken om te gaan mede bepaald wordt door zijn ervaring, zijn achtergrond. Dat Samen werken, samen leren was dus ook prima toepasbaar bij mijn volleybalteams.

Lees de rest van dit bericht

%d bloggers liken dit: