Site-archief

Vroeg rijp, vroeg rot

Er is zo’n aanname dat alles wat goed is snel komt. Wij kennen echter ook dat gezegde van vroeg rijp, vroeg rot. Zijn wij in staat om al op hele jonge leeftijd te voorspellen welke kinderen op latere leeftijd gaan uitblinken? Er zijn veel kinderen die al heel jong het label ‘talent’ kregen die het bij nader inzien niet bleken te zijn.

Absoluut er zijn ook kinderen die al jong in beeld waren, talentvol bleken te zijn en op jonge leeftijd tot grote prestaties kwamen. Bjorn Borg was daar een voorbeeld van, ook Simone Biles is een sporter die op jonge leeftijd op wereldniveau presteerde. Ook mag in dit rijtje Bukayo Saka in dit rijtje niet ontbreken. Deze 19 jarige jongen stond in de finale van het EK en zou als laatste in de strafschoppen serie een strafschop nemen. Hij zou het voetbal terug naar huis brengen. Hij faalde en daarna viel een halve natie over hem heen. Tijdens de Olympische Spelen trok Biles zich op enkele onderdelen terug. Zij kon het niet meer aan. In de aanloop naar de Spelen was duidelijk geworden dat de zijn sexueel misbruik was door de ploegarts. Biles vroeg tijdens de Spelen ook aandacht voor de mentale druk die op jonge sporters gelegd wordt. Iets soort gelijks, speelde ook in de Nederlandse Turnwereld. Hier was, voor zover ik weet, geen sprake van sexueel misbruik maar bleken meerdere turnsters jaren lang geestelijk mishandeld, vernederd te zijn. Waar Biles tijdens een rechtzitting eerder deze week aangaf dat de FBI een oogje dicht had geknepen was het in ons land de bond zelf die, laten we zeggen, een oogje dicht hadden geknepen. Niet dat hier ook sprake was van seksueel misbruik, het ging in ons land meer om machtsmisbruik, om grensoverschrijdende trainingsmethodes. De bond zou hier al jaren van de op hoogte zijn geweest, maar niet hebben ingegrepen. Alles voor het resultaat. Uiteindelijk zette de bond een aantal trainers, hangende een onderzoek, op non actief. Iets wat kort voor de Olympische Spelen tot de nodige onrust leidde.

Inmiddels zijn de Spelen al weer lang achter de rug en moest ik, heel bijzonder, terug denken aan de marathon. De zilveren medaille van Nederland bij de mannen en hoe deze atleet zijn goede vriend, een Belg, stimuleerde om in de laatste kilometers het uiterste uit zich zelf te halen. Het plezier dat hij uitstraalde was voor mij het voorbeeld van de Olympische gedachte. Nog meer moest ik echter denken aan die belgische atlete die zich tijdens haar allereerste marathon plaatste voor de Spelen. Een vrouw die pas op latere leeftijd ging hardlopen en die in Japan pas haar tweede marathon ooit liep. Zij had nog geen idee hoe je nu zo’n marathon indeeld en toen zijn zag dat ze nog maar vijf kilometer behoefde te lopen dat ze dat is van huis naar de supermarkt , dat ga ik wel redden.

Wat mij al langere tijd enorm bezighoudt is de vraag of wij kinderen niet gewoon hun sport terug moeten geven. Gaat het niet heel simpel om bewegen en plezier in plaats van die focus op resultaat, op het vroeg labelen, in hokjes stoppen van kinderen. Is die ratrace met kinderen niet gewoon iets soort gelijks als een wapenwegloop? Iemand anders begint, jij bent bang dat je achter gaat lopen dus doe je mee, sterker je gaat net een stapje verder. De ander denkt, wat gebeurd mij nu en gaat weer een stapje verder, waarop jij je dan weer genoodzaakt ziet om op te reageren. Is het niet gewoon heel vreemd om onze volwassen normen en waarden op de jeugdsport te plakken?

In een recente column deed Thijs Zonneveld een oproep tot ‘een mentaliteitsverandering in de hele samenleving’. Een wat populitisch pleidooi volgde:

Het is een bizarre paradox. Aan de ene kant zijn we obsessief bezig met gezondheid, met IC-cijfers en met de besmettingsgraad. We kieperen miljarden en miljarden in de gezondheidszorg. 

Dit statement werd gevolgd door een oproep om meer aandacht en vooral geld te investeren in de sport. Iets waar je het nog mee eens kon zijn ook, alleen kwam daarna de dubbele bodem te voorschijn.

We pretenderen een land te zijn met een sportcultuur, maar dat is vooral omdat we ons blindstaren op de toptien van het landenklassement op de Olympische Spelen. Meejuichen met successen, dat kunnen we goed. Maar we stellen zelden de vraag hoe al die sporters op dat niveau zijn gekomen en hoe we ervoor kunnen zorgen dat er in de toekomst ook sporters doorbreken. Bij veel sportbonden lopen de ledenaantallen, zeker onder jongeren, al jaren gestaag achteruit. De vijver wordt kleiner en kleiner, maar we zien het niet omdat we te druk zijn met onszelf te bewonderen in de medaillespiegel.  

Het aantal leden van sportbonden loopt inderdaad achteruit, maar misschien komt dit wel omdat sportclubs, bonden misschien wel te veel met die prijzen, die medailles kijken en vergeten dat niet sport een eerste levensbehoefte is maar spel en bewegen. Willen wij werken aan onze gezondheid, de ziekenhuisopnames naar beneden brengen, zitten wij niet te wachten om een grotere vijver en nog meer Olympische medailles, dan moeten wij aandacht besteden aan bewegen, aan het spel en in het verlengde aan het plezier. Wij moeten alles namelijk ook nog eens een levenlang volhouden.

 In beweging blijven - RIVM Corona Gedragsunit

De druk van de natie

Afgelopen zondag speelde Engeland, in eigen huis, in een zo goed als vol stadium, de EK finale tegen Italië. Na 55 jaar kwam het voetbal weer thuis. Alles leek goed te gaan, al na ongeveer drie minuten scoorde de Engelsen en het duurde tot in de tweede helft eer de Italianen iets terug konden doen. Uiteindelijk liep het uit op een verlenging en ook daarin werd niet gescoord. De team waren aan elkaar gewaagd. Na de verlenging dus strafschoppen. Niet echt fijn, wel spannend. De Engelsen mistte in de slot minuten drie strafschoppen. Je zou kunnen zeggen slecht ingeschoten, je zou kunnen zeggen, prima keeper bij Italië. Het kan allemaal. Na afloop ging het alleen nog over de donkere spelers die de strafschoppen mistte. Het ging over de donkere jongens die de strafschoppen mistte. Spelers werden tot op het bot gediscrimineerd, onheus bejegend en dan druk ik mij zacht uit. Twitter ging volledig los. Ergens is dat toch ook de beerput van onze samenleving.

Op Twitter verscheen ook dit bericht:
This lad is 19 and carried the hope of a nation on his shoulders. When I was 19 I worked in Boots and giggled when I had to restock the Anusol. What an impressive young man

De Tweet, afkomstig van een bekende Britse, ging over Bykayo Saka. Saka, ,speler van Arsenal, was een van de jongens die een strafschop mistte. Ook Saka kreeg rechts extremistisch, rasistisch Engeland over zich heen. Medespelers, de bondscoach, de premier en ook de kroonprins steunde hem. Enorm goed natuurlijk! Waar ik ook wel mee zat was de vraag waarom je in hemelsnaam de hoop van een heel volk op de schouders van een negentienjarige kan leggen? Ik ben het volstrekt eens met de bekende Britse dame die schreef ‘What an impressive young man’. Ook ik vroeg mij af wat ik deed toen ik 19 was. Ik zat nog op school en was vrijwilliger bij het Apeldoorns Vakantiespel. Ik was de vos tijdens een vossenjacht, hielp kinderen bij het maken van een leuke tekening. Ik organiseerde een speurtocht voor kinderen die niet op vakantie konden en als ik tussen de lessen door vrij was, ging ik naar het strand. Ik had niet de last van een heel volk op mijn schouders. Op social media reacties dat we niet zo moesten zeuren, dat jochie was prof, was geselecteerd en moest daar maar gewoon staan. Daar kwam bij, hij werd er goed voor betaald en inderdaad zijn salaris staat in geen verhouding tot de 100 euro vrijwilligersvergoeding die ik voor mijn vakantiespel activiteiten kreeg. Ik vroeg mij af of dat salaris dan een regitimatie is voor de druk die je op de schouders van zo’n kind legt? Ik heb mij overigens altijd afgevraagd waarom de reserve keeper van Sparta meer verdiende dat een arts in het Erasmus. Het was een kwestie van marktwerking, kreeg ik dan te horen. Topspelers verdiende enorme salarissen omdat ze het ook opleveren. Dat zal ook vast de reden zijn waarom een volk ook zijn hele vertrouwen op de schouders van een negentienjarige legt, omdat wij ook met z’n allen zijn shirtje kopen, een seizoenskaart hebben van zijn club enzovoort. De boodschap was, het is gewoon een marktcomform salaris. Ik heb dat nooit begrepen, maar dat ligt echt aan mij.

Hoe kan het nu zijn dat de hoop van een heel volk op de schouders rust van een negentienjarige jongen?
Dat lijkt mij alleen mogelijk als je er veel en hard voor getraind heb. Ik heb geen idee op welke leeftijd Saka begonnen is, maar als je dan weet dat een club als Manchester City een selectieteam heeft voor kleuter jonger dan vijf jaar, dan krijg je wellicht enig idee waar ergens de weg richting de hoop van een volk ergens begint. Ik weet niet hoe het met u is, maar ik vind dat kleuters van 4 en 5 jaar nog lekker in de zandbak moeten kunnen spelen, zich moeten kunnen verstoppen. Als een dergelijke topclub al een selectie elftal met kleuters heeft dan kan je misschien nog een beetje begrijpen waarom ook Nederlandse clubs kinderen steeds jonger scouten, uit de eigen vertrrouwde omgeving weghalen. Al eerder schreef ik over een kind dat door Ajax helemaal uit Almelo werd gehaald. Een jeugdscout van Ajax zei ook een tijd geleden, ik citeer “Als wij niet doen, doet iemand anders dit!” Ouders zijn, trost op hun kind, niet zelden blij dat hun kind door een grote club gescout is. De documentaire Turn liet ons zien hoe ouders, in dit geval in de turmsport, ook gewoon een rol spelen in dit hele proces. Ook de vereniging waar het kind tot dat moment met vriendjes voetbalde is trots. Regelmatig kom je hele verhalen tegen op de websites van clubs waarin zijn ‘hun’ talent enorm veel succes toewensen bij willekeurig welke betaaldvoetbalclub.

In deze hele ratrace, waarin geld een enorme rol speelt, brengen wij kinderen op zeer jonge leeftijd bij elkaar en worden zij opgeleid, getraind, om ooit, op negentien jarige leeftijd de hoop van niet alleen hun eigen ouders, maar van een heel volk te zijn.

Wat deed jij toen je negentien was?

Geen fotobeschrijving beschikbaar.

Op papier ons derde toernooi

Het is alweer twee jaar geleden dat aantal enthousiaste jeugdtrainers bij elkaar kwamen om hun gedachten te laten gaan over iets waar ze alle vier enthousiast over waren. Hoewel zijn dik tevreden waren over de club ontbrak er in hun ogen wel iets op de evenementenkalender, een groot meerdaags jeugdtoernooi. De vier bevlogen trainers, de mannen van het eerste uur, schetsen snel de eerste contouren van hun droom. Een tweedaags jeugdtoernooi diende er te komen, compleet met allerlei site events. Zij wilde een toernooi organiseren waar alle deelnemers nog jaren over zouden praten, een toernooi waar de deelnemers graag naar toe zouden willen komen.

De deelnemende teams zouden bij Columbia overnachten, er diende een camping te komen op het terrein van de club. Voor de site events werden er contact gelegd met allerlei partijen. De plannen kregen al vrij snel vorm. In een later stadium werd ook ik gevraagd mee te helpen bij de organisatie. Er diende een vergunning aangevraagd te worden, een veiligheidsplan gemaakt te worden.

Het Pinksterweekend zou het Toernooiweekend worden. Als site event kwam het idee naar voren om met alle deelnemers de Champions league finale op een groot scherm te gaan bekijken. De toernooicommissie kwam inmiddels elke week bij elkaar. De tenten, extra toiletgelegenheid, elektra in de tenten, de Columbia camping kreeg geleidelijk aan vorm. De deelnemers diende natuurlijk ook te eten, ook daar werden afspraken over gemaakt. Om lijn te brengen in alle ideeën schreef ik een Plan van Aanpak dat later omgevormd zou kunnen worden tot een draaiboek.

Al snel kwamen de eerste inschrijvingen binnen. Het toernooi liep vol. Het leek een gat in de markt. Er werden afspraken gemaakt met Centraal Beheer om daar de parkeerplaats te kunnen gebruiken voor alle deelnemende teams. Pendeldiensten werden georganiseerd. Met Accres werden afspraken gemaakt over de site events. Het toernooi kreeg steeds meer vorm.

Een toernooi in deze omgang kan niet bestaan zonder vrijwilligers. Functiebeschrijvingen werden geschreven. Gesprekken met het bestuur, een presentatie tijdens de Algemene Ledenvergadering.

Zoals wij allemaal weten stak het Corona virus een enorm stok in het wiel. Wat ons eerste toernooi had moeten zijn was door de maatregelen die genomen diende te worden onmogelijk geworden. Onze leveranciers, de deelnemende teams, iedereen kon begrip op brengen voor ons besluit. Het bleek echter dat ook het afgelopen jaar het toernooi om identieke redenen geen doorgang kon vinden. Waar wij het gehele toernooi zo optimaal mogelijk hadden ingericht. Volledig Coronaproof, met vaste looproutes, een aparte in én uitgang, een procedure voor bron en contactonderzoek, afspraken over het testen vooraf. Extra hygiënische maatregelen, bleek ook dat onvoldoende. Ons veiligheidsplan werd herschreven, paragrafen over hoe wij diende te reageren bij een besmetting, hoe wij bron- en contactonderzoek diende vorm te geven. Welke eisen wij stelde aan deelnemende teams. Het ging allemaal een stapje verder. De complimenten voor de organisatie maar ook dit jaar ging ons toernooi niet door.

Columbia Cup 2021 afgelast vanwege Covid-19


Op dit moment zijn wij bezig met de voorbereidingen voor, op papier, onze derde toernooi. Het is enorm fijn om te zien dat onze leveranciers ons niet in de steek hebben gelaten en dat ook de verenigingen van het allereerste uur, de weg naar Columbia weer weten te vinden. Wij waren al twee keer eerder rond met de organisatie, Wij richten ons nu op 2022. Ik heb geen idee wat de situatie op dat moment zal zijn. Ik hoop dat wij Covid dan redelijk onder controle hebben. Hoewel zo mijn vraagtekens zet bij termen als eigen verantwoordelijk en zoiets vaags als gezond verstand zullen er weinig toernooien zijn die bij aanvang zo enorm goed voorbereid zijn als ons toernooi. Laat ik zeggen dat ik er nu al zin in heb!

Niet zeuren

Het is alweer een tijd geleden dat ik een blog geschreven heb. Niet dat ik het enorm druk was met andere zaken, er was gewoon weinig te melden. De sport lag dan ook vrijwel stil. Nu heb ik in het begin van de hele Corona crisis nog een paar verhalen geschreven over juist die Coronacrisis, over hoe wij het kunnen volhouden, hoe trots ik was en ben op die mensen bij onze voetbalclub, de mannen met wie ik al twee jaars een groots jeugdvoetbaltoernooi probeer te organiseren. Mannen die als geen ander buiten de kaders weten te denken en ondanks alles de moed niet opgeven. Ook daar over blijven schrijven houdt een keer op en hoewel ik nog steeds niet gevaccineerd ben en ook geen idee heb wanneer ik aan de beurt ben, gaan wij binnenkort weer eens een Teams overleg plannen om de plannen voor 2022 te bespreken. Het moet er toch eens van komen. Nee, dit verhaal gaat niet over Corona. Dit verhaal gaat wel over teleurstellingen, over letterlijk ziek worden door sport. Dit verhaal gaat over pesten, treiteren, vernederen, over het stoppen met sport en dat alles omdat er trainers zijn die hun eigen CV, hun eigen ego belangrijker vinden dan de kinderen die zijn mogen trainen.

Gisteren werd het onderzoeksrapport “Ongelijke leggers” gepresenteerd. Een schokkend relaas waaruit bleek dat 66% van de respondenten te maken had met grensoverschrijdend gedrag door trainers. Het ging dan over pesten, treiteren, uitschelden, negeren, apart zetten. Tijdens de vooravond vertelde een gewezen top turnster dat zij met blessures doortrainde. Ze durfde haar trainer niets te vertellen over haar pijn. Er waren turnsters die een eetstoornis ontwikkelde, er waren er zelfs die opgenomen diende te worden omdat ze psychisch volledig vast gelopen waren. Het NOS sportjournaal bagataliseerde het rapport en concludeerde dat niet heel turnend Nederland had meegewerkt aan het onderzoek. Het kon het topje van de ijsberg zijn, het kon ook reuze meevallen. Een schandalige reactie, maar past in een patroon. De NOS was ook rijkelijk laat met het erkennen van de dopingproblematiek in het wielrennen

Ook op Social media logen de reacties er niet om. Zo was er iemand die vond dat grensoverschrijdend gedrag er gewoon bij hoorde. Wil je Olympische medailles winnen dan moest je nu eenmaal grenzen verleggen. Het uitschelden, apart zetten, was normaal, welke ouder doet dat niet. Opvoeden heet dat.

Dit soort opvattingen zijn even schokkend, als ook pertinent onjuist. Wij weten al sinds 2005 dat het pedagogisch leerklimaat dat de trainer weet neer te zetten, bepalend is voor het al dan niet doorgaan van de (top!) sporter met zijn of haar sport. Een klimaat dat al te zeer gericht is op resultaten leidt tot afhaken. Sporters verlaten de sport.

Wij hebben het in ons land vaak over de winnaarsmentaliteit van de Amerikanen. Dat is niet voor niets, want er is geen land dat meer Olympische medailles binnen heeft gesleept dan de VS. Laten nu net twee Amerikaanse sportwetenschappers daar onderzoek naar gedaan hebben. Uitgebreid wetenschappelijk onderzoek van de Amerikaanse sportwetenschappers Frank Smoll en Ronald Smith (University of Washington, Seattle) onder topcoaches uit bijvoorbeeld de NBA en de NHL leverde op dat juist die coaches niet bezig zijn met het resultaat maar juist met het proces, met de uitvoering.  Uit onderzoek naar talentontwikkeling in de sport is gebleken dat talenten meer gericht te zijn op de eigen, individuele vooruitgang, het zelf beter worden, dan met het korte-termijn succes, het winnen van wedstrijden.

Wij vergeten bij dit alles dat die turnsters nog kinderen waren toen hen dit overkwam. Kinderen die afhankelijk waren van een volwassen trainer. Een van de turnsters zei gisteren ook dat het niet in je opkwam om er iets van te zeggen. De documentaire Turn liet ons al zien dat het niet alleen de trainers waren, maar dat kinderen ook enorm gepusht werden door fanatieke ouders. Die fanatieke ouders hadden wij al langer in beeld. Sterker nog, waar de slogan ooit was ‘Ouders graag gezien’, waren veel trainers die ouders liever kwijt dan rijk. Ouders waren lastig, waren vaak iets te blij dat hun oogappel niet in de selectie zat. Clubs en trainers hadden hier zelfs een naam voor, Curlingouders. Kinderen moesten maar leren dat de weg naar de top niet over rozen ging. O ja en niet elk kind is een nieuwe Marco van Basten. Je zal maar kind zijn en gemangeld worden door een scheldende trainer en een vader die je op z’n minst op het podium bij de Olympische Spelen wil zien. Een van de aanbevelingen uit het rapport Ongelijke Leggers is het werken met het vier ogen principe. Trainers mogen niet meer alleen gelaten worden met de kinderen. Best een heftige maatregel. In de kinderopvang kennen ze een dergelijke werkwijze al wel en na Dutreaux stond geen enkele Belgische trainer nog alleen in de zaal. In Duitsland hebben ze, in het voetbal, net een experiment met juist die ouders op afstand.

Wij kunnen afspreken wat wij willen, maar zolang wij kinderen blijven zien als mini volwassenen. Zolang wij denken dat het behalen van resultaten uitsluitend behaald kan worden door kinderen hard aan te pakken. Zolang grenzen verleggen synoniem is met grensoverschrijdend gedrag, schieten wij er niets mee op.

Ik had het er al over dat turnsters nog kinderen waren toen zij onderdeel uitmaakte van dit systeem. Ik weet nog goed dat ik lang geleden, geregeld op Papendal de trainingen van de Jong Oranje volleyballers bezocht. In de turnhal trainde de turnselectie. Jonge meisjes die al bezig waren met EK, WK en Olympische Spelen. Je kon er niet vroeg genoeg bij zijn. Er vroeg bij willen zijn zien wij ook in andere sporten. In het voetbal wordt op hele jonge leeftijd gescout en een club als Manchester City, wie kent ze niet, heeft een selectie met kleuters van vijf jaar en jonger. Eerder schreef ik al dat uit Australisch onderzoek bleek dat onder 256 Olympische topsporters, medaillewinnaars, slechts 7% als kind ook uitblonk. Maar liefst 84% blonk als kind niet uit, was nooit gescout en had zelden of nooit in het eerste team van een vereniging gespeeld. Er gaat dus iets goed mis bij al dat vroeg selecteren van kinderen. Wij jagen kinderen over de kling en alles voor het geld of de CV van de trainer.

Het wordt tijd dat wij sport weer terugbrengen tot de essentie. Kinderen gaan sporten omdat ze de sport leuk vinden, misschien omdat vriendjes dezelfde sport beoefenen. Geen enkel kind start met een sport met het ultieme doel om de absolute top te halen. Tuurlijk, ook ik was Johan Neeskens en ik heb werkelijk teams met Ron Zwervers en Edwin Benne’s getraind, maar beste trainers en beste ouders, dit betekent niet dat dit het ultieme doel was. Als kind graafde wij loopgrave, bouwde wij hutten en speelde wij op het braakliggende terrein aan de overkant van de straat hele veldslagen na. Dat wilde niet zeggen dat ik ook maar een seconde als kind dacht bij Defensie te tekenen. Iets later wilde ik bioloog worden. Dat was al iets serieuzer, ook dat ben ik uiteindelijk niet geworden. Ik vond het struinen in de natuur leuk, het was allemaal spel. Wij denken, als volwassenen heel vaak dat wij wel weten wat goed is voor onze kinderen. Hierbij vergeten wij echter vaak het kind zelf. Dat gebeurt in het turnen, dat gebeurd in werkelijk elke sport. Laten wij die ongelijke leggers eens gelijk zetten. Laten wij als trainers, als ouders, eens stoppen met zeuren. Laten wij de sport weer teruggeven aan de kinderen.

SIRE | Geef kinderen hun spel terug - YouTube

Energielek

Door ‘de Corona’ zitten wij al heel lang thuis. Zo lijkt ’t ten minste. Mensen klagen, er is hen een flink stuk vrijheid afgenomen. Hoe langer het duurt, hoe moeilijker het wordt. Afgelopen week heb ik, ja ze bestaan echt, een workshop ‘Mentaal fit tijdens Corona’ gevolgd. Onderwerpen als energiegevers, energievreters en het belang van balans werden uitgebreid behandeld. Weinig nieuws onder de zon, want het was mij eigenlijk al jaren duidelijk dat bepaalde zaken, activiteiten mij energie gaven en dat sommige zaken mij gewoon enorm veel energie kostte. Het geven van training, het mogen werken met enthousiaste volleyballers gaf mij enorm veel energie. Ook de rol als teamleider van de selectie elftallen bij de voetbalclub was echt fantastisch om te doen. Er voor zorgen dat alles rondom het team op rolletjes liep, dat de jongens plezier konden beleven aan hun sport, het samenwerken met al even enthousiaste ouders, dat gaf mij energie. Vergaderingen voorzitten met veel discussie en mensen die alleen maar dwarslagen, daar zag ik tegen op en die kostte mij altijd veel energie. Een balans tussen die twee is fijn. Stel dat ik veel van die vergaderingen zou hebben, met altijd van die moeilijke, lastige mensen, zou ik het niet lang volhouden. Omgedraaid, alleen maar activiteiten op je agenda hebben die je veel energie geven is ook best vermoeiend. Ik dacht tot voor kort dat het fijn was als mensen betrokken en bevlogen waren. Betrokken bij hun werk, bij het geen ze doen, Ik heb altijd gedacht dat bevlogen mensen echt fijn waren, prettig om mee samen te werken. Hart voor de zaak. Ik weet nu, door schade en schande wijs geworden, dat de grens met te betrokken en te bevlogen, wel heel erg vaag is. Mensen die echt alleen maar activiteiten kennen die hen energie geven, moeten toch op enig moment, de behoefte hebben om een pauze te nemen. Ik reisde bijna twee jaar lang op en neer naar Den Haag. Mijn wekker ging dagelijks om 4 uur en vaak was ik pas rond elf uur ’s avonds thuis en ik klaag niet. Ik deed het met plezier. Het werk was leuk, ik had echt hele fijne collega’s maar ik belandde wel eind februari in het ziekenhuis. Mijn lichaam had hard op de rem getrapt. Ik was keihard over mijn eigen grenzen heen gegaan. Zo hard zelfs dat ik niet door had gehad dat ik over de grens heen ging. Te bevlogen en te betrokken. Wat er ook gebeurd, ergens komt er een moment dat je teruggefloten wordt.

Klapband

Waar ik echter, tot vorige week, nog nooit van gehoord had was het begrip energielek. Een klapband waardoor je volledig op leegloopt, waardoor je in een keer al je energie kwijt raakt. Die kan een situatie zijn, maar dit kan ook een persoon of personen zijn. Tijdens genoemde workshop diende wij, na een presentatie over energiegevers en energievreters, in tweetallen proberen te achterhalen wat nu toch een ieders energielek was. Het bleek dat ik volledig leegloop op mensen die klagen, mensen die alles zwaar, moeilijk en ingewikkeld vinden en daarbij geen geduld kunnen opbrengen voor het moment dat er wellicht betere kansen en mogelijkheden zijn.

evodammer: Klapband

Nu kom ik die mensen nog wel eens tegen en om nu elke lekke band te gaan plakken, is enorm veel werk. Waarbij iedereen zich zou kunnen voorstellen dat een klapband eigenlijk niet te repareren is. Is dan de beste tip te zorgen dat je band niet lek raakt? Er bestaan van die banden die niet lek kunnen. Moet je dus zorgen voor voldoende eelt op je ziel?

Een beetje klagen, zeuren, dat kan ik best hebben. Sterker nog, het geeft soms ook wel een soort samenhorigheidsgevoel. Als ik door de stromende regen naar het werk toe ben gefietst en ik kom doorweekt binnenlopen, dat is het wel fijn dat ik niet de enige ben, dat er meer mensen zijn die zijknat binnenkomen lopen en het is wel lekker om dat samen even te klagen. Het moet wel ergens ophouden. Iemand die voortdurend klaagt is funest voor teams, maar ook voor individuen. Zie ook mijn klapband. Mensen die heel erg veel klagen zijn vaker ziek, zitten zich zelf niet zelden in de weg en slepen anderen daarin mee. Ik merk bij mezelf dat ik mij hierdoor zeker laat meeslepen. Voor mij is het belangrijk om mij te realiseren dat klager passievolle mensen zijn, mensen met hart voor de zaak. Er zijn ook mensen die allang zijn afgehaakt, die niet meer meedoen, meedenken en misschien wel riskanter voor de club zijn

Is er dan helemaal niets goed?
Is alles moeilijk en ingewikkeld?
Is erdan echt geen oplossing?

Zoals ik al benoemde, echt klagen heeft zin. Kap een klager dan ook niet zomaar af. Klagers vinden niet zelden in het geheel niet dat ze klagen. Anderen klagen. Dit wordt ook wel de klaagparadox genoemd. Al die Amerikanen die nu klagen over het verloop van de verkiezingen vinden echt niet dat zij klagen. Hun waarheid is de waarheid en zie daar maar eens wat tegen in te brengen. Enig tactisch vernuft in deze is handig. Plomp verloren benoemen dat de ander zeurt is niet echt helpend. Het is net Judo. Het is verstandig om begrip te tonen, mee te buigen, te spiegelen, soms letterlijk herhalen wat de klager heeft gezegd, zonder dat je ‘m voor gek zet. Probeer ook te onderzoeken waarover je het wel eens bent met de klager. Over welke positieve elemementen ben je het wel eens? Probeer een positieve draai te geven aan het gesprek. Dit valt nog niet mee. Mensen die erg veel klagen zijn niet zelden dominante, extraverte mensen. Heb je echter overeenstemming, zijn er gezamelijke positieve punten, dan ga je daar op door. Probeer dat negatieve patroon te doorbreken. Eigenlijk is ook dat net judo.

File:Judothrow.jpg - Wikimedia Commons



Geen gezeur

Ondertussen hebben wij besloten om ons tweedaags jeugdtoernooi van komend jaar toch nog met een jaar te verschuiven. Wij hebben het vermoeden dat Covid tegen die tijd het land nog niet uit is en dat wij tegen die tijd nog niet allemaal voldoende gevaccineerd zijn. Wij zetten nu in op 2022 voor de start van ons toernooi. Opvallend was dat in de vergadering er niet geklaagd werd, niemand zeurde over de omstandigheden waarin wij verkeren. Bijzonder aan dit overleg, dat overigens Online vervoerd werd, was de overtuiging dat wij een enorm goed en leuk toernooi willen organiseren. Wat is het fijn om deel uit te maken van dit team!

%d bloggers liken dit: