Lanterfanteren

Het onderzoek van de KNVB blijkt ook onderwerp van gesprek langs de lijn. In mijn laatste blog schreef ik al over de weerstand die bij sommige trainers zit. Er moet en zal toch ergens geselecteerd worden. Dat wij afstappen van het selecteren bij O9 was prima maar bij O10, waarom niet? Er bleek nog een wereld te winnen.

Ook ouders van kinderen uit selectieteams blijken kanttekeningen te plaatsen bij de mogelijkheid dat elk kind misschien wel talent zou kunnen hebben. Zo sprak ik afgelopen weekend een moeder die van mening was dat het plan van de KNVB geen rekening houdt met inzet.
“Je hebt fanatieke sporters en gezelligheidssporters, zonder daar een oordeel over te willen vellen overigens. Maar de sportbeleving, en dus ook het spelplezier, is bij deze groepen erg verschillend.”

Lees meer »

Advertenties

Het team dat je verdiend

Het is een vrij eenvoudige rekensom. Sjors, 10 jaar oud, wordt geselecteerd voor de O12-1 van zijn vereniging. Dit team traint 3x per week, laten we zeggen, 1 uur. Zijn vriendje Thijs viel helaas af. Al moet ik toegeven, de meningen waren verdeeld. Thijs kwam in O12-2. Dit team trainde 1x per week, 1 uur. Na 5 weken heeft Sjors 15 uur getraind. Thijs heeft op dat moment 5 uur getraind. Na 40 weken, zeg maar  eind van het seizoen, heeft Sjors 120 uur getraind. Thijs heeft opdat moment 40 uur getraind. Thijs viel niet alleen af, hij heeft na 1 seizoen ook direct fors minder trainingsuren gemaakt dan zijn vriendje. Bij de club slagen ze er altijd wel in om voor de selectieteams goed opgeleide trainers, trainers met een trainersdiploma te vinden. Het team van Thijs had bij aanvang van het seizoen géén trainer. De O12-2 moest het de eerste anderhalve maand doen met wisselende trainers. Een aantal keren moesten ze samen trainen met de O12-3. Uiteindelijk bleek een vader van een van de jongens bereid het team te trainen.

Na 1 seizoen is Sjors een beter voetballer geworden, het gaat allemaal wat makkelijker dan aan het begin van het seizoen. Thijs is niet veel beter geworden. De technische commissie was tevreden, de selectietrainingen hadden de juiste teamindelingen opgeleverd. De beste jongens, zo werd geconcludeerd, zaten ook in de selectieteams. Thijs bewees met zijn progressie het gelijk van het systeem.Lees meer »

Huilen op een bankje

De sportvereniging was voor mij de place to be. Hier waren mijn vrienden, hier kon je zijn wie je was. Het was gezellig, samen sporten, samen ook resultaten neer zetten, was geweldig. Mensen met een zelfde doel, een zelfde hobby. Niet dat ik niet wist dat de wereld er ook gewoon heel anders uit kon zien, minder leuk, minder gezellig, bedreigend soms. Dat was mijn middelbare school. Achtervolgd worden op weg naar huis. jongens die je schooltas van je bagagedrager trappen en dan wachten totdat ik mijn tas weer achter op de fiets had, om ‘m er daarna net zo hard weer vanaf te trappen. Een klas binnenlopen en dan zien dat ‘Bert is een homo!’ op het schoolbord geschreven is. Een hond die op je afgestuurd wordt als je door het park naar huis loopt als je fiets kapot is. Dat was mijn middelbare schoolervaring en waarom? Ik had geen idee.

De sportvereniging was veilige plek, hier hoefde ik niet bang te zijn. Hier hoefde ik niet te wachten tot iedereen weg was om dan via een omweg naar huis te fietsen. Ik kon mij werkelijk niet voorstellen dat het ook anders kon zijn. Tot die bewuste avond.Lees meer »

Oud Nieuws

Toen mini-volleybal nog gewoon mini-volleybal heette, waren wij in het volleybal slecht in staat om nieuwe jeugdleden binnen te halen. Op het moment dat een kind de benodigde zwemdiploma’s had en het een eventueel een andere sport mocht ‘kiezen’ kon het vrijwel elke sport kiezen en ook direct wedstrijdjes spelen. In het volleybal vonden wij dat volleybal een dusdanig moeilijke sport was dat een kind eerst maar een jaar moest trainen voordat het wedstrijdjes mocht spelen. De uitvinding van Adrie Noy was natuurlijk goud. Het circulatie volleybal leverde ons enorm veel nieuwe aanwas, maar wat bleek, voornamelijk meisjes wisten de weg richting het volleybal te vinden. Ik heb destijds nog in een landelijke denktank gezeten, hoe bereiken wij nu die jongens? Mijn idee van de missing link, het Zweedse Volley2000 werd vrij eenvoudig van tafel geveegd. Een artikel in de VT destijds leverde niets op Een bal laten stuiten en daarna de ralley laten doorlopen? Dat was toch niet des volleybal’s!

Lees meer »

De Kleedkamer

De Kleedkamer, een nieuwe serie, uitgezonden door Veronica. Dit mocht je niet missen. Een geweldige serie die een van de mooiste aspecten van teamsport weer geeft: de kleedkamer! Een inkijkje in het wel en wee van de teamsport in Nederland.  “Een plek waar ik veel  heb geleerd heb en veel hoogte- en dieptepunten heb meegemaakt” aldus een trainer op social media. Hij noemde de rol van de kleedkamer als onderdeel van zijn persoonlijke vorming.

De Kleedkamer is een realityserie die zich afspeelt in de kleedkamers van Nederlandse sportteams. De serie geeft een dwarsdoorsnee van alle teamsporten, van voetbal tot roller derby, van fanatieke topamateurs tot het oudste veteranenelftal van Nederland. De serie geeft een inkijkje in al die kleedkamers, maar vooral een beeld van de Nederlandse sportcultuur.Lees meer »

Marktwerking

In een eerder blog benoemde ik al mijn verbazing over het feit dat veel voetbalclubs, zeker  bij de breedte teams, niet in staat zijn om gediplomeerde trainers aan te stellen.  Clubs anticiperen hier ook op door in advertenties aan te geven dat opleiding niet vereist is. Een recente tweet van Pieter Zwart wees op een mogelijke oorzaak, namelijk de prijs die trainers zouden moeten betalen voor een cursus.

“Opleiden zou geen melkkoe moeten zijn, maar een investering in de toekomst. Juist ook voor de breedtesport. Iedereen heeft baat bij goede trainers”

Zwart heeft hier een punt, iedere sporter heeft baat bij goede, opgeleide, trainers. Voor veel voetbalverenigingen blijkt dit een dilemma. Trainers zijn veelal de goed bedoelende vader, al dan niet met een voetbalachtergrond.Lees meer »

In groepen bewegen

Als trainer-coach in een teamsport was ik bezig met mijn spelers motorische vaardigheden aan te leren, technisch beter te maken. Ik was, hoeveel bij de hele jonge kinderen nog beperkt, bezig met tactiek. Als trainer-coach was ik natuurlijk ook bezig met het begeleiden van een groepsproces. Er gebeurde van alles in die groepen en ik realiseerde mij al snel dat alles wat er gebeurde grotendeels in relatie stond tot wat ik deed., met wat in zei. Was ik boos geweest op iemand, dan deed dit iets met degene op wie ik boos was geweest, maar het deed ook iets met de rest van de groep. Er werd op z’n minst over nagepraat en als men het niet met mij eens was, dan werd er een blok gevormd en dan kreeg ik dat terug. Soms wilde ik dat blok en veroorzaakte ik bewust, maar wel volledig onterecht, een klein conflictje.

In het Algemeen Dagblad van 12 oktober een bijna schokkend artikel, trainers in het amateurvoetbal hebben geen idee wat ze met een groep aan moeten.  Enkele jaren geleden schreef ik een boek over juist dit onderwerp. Een boek over het proces dat een groep doormaakt, over de rol die als trainer hebt. Verhalen over hoe je nu weet wat er in de groep gebeurd en hoe je daar zinvolle interventies op inzet.

Lees meer »