Site-archief

Wat wij kinderen aandoen

Wat wij kinderen aandoen

In juni van dit jaar kopte het Sport voetbalmagazine:

‘Het is erg verontrustend wat wij kinderen in het voetbal aandoen’

Schrijver van dit, op zich lovenswaardig artikel, was voetbaltrainer en pionier op het gebied van het Breincentraal leren, Michel Bruijnickx. Hij vraagt zich af of het nog langer verantwoord is om wetenschappelijke knowhow met zo’n positieve impact op het leven van kinderen links te laten liggen.

Het artikel volgt dan met verwijzing naar artikelen waarin duidelijk wordt gemaakt dat het rendement van de jeugdopleiding in België erg laag is. Daar komt bij dat zelfopgeleide spelers in België, in vergelijking met andere topcompetities erg weinig speeltijd krijgen. Overal in Europa worden de noodklokken geluid. In Duitsland heeft Bayern Munchen, zo vertelt Bruininckx, een deel van zijn jeugdopleiding opgedoekt en werden er in 2019 overall, maar liefst 3450 minder jeugdteams ingeschreven. Bruijnincks verwijst vervolgens naar Gary Lineker, die in Engeland al langer waarschuwt voor de negatieve sfeer in het jeugdvoetbal. In het artikel waar naar verwezen wordt gaat Lineker  niet van leer tegen de clubs maar tegen de ouders die volgens hem gewoon hun kop moeten houden en kinderen niet zo moeten pushen.

Lees de rest van dit bericht

Lockdown

Het was begin 2019 toen een viertal enthousiaste jeugdtrainers de koppen bij elkaar staken. Zij waren dik tevreden over de club, maar er ontbrak wel een hele belangrijke activiteit om de toch al volle evenementenkalender, een groot, meerdaags jeugdtoernooi. Vier mannen van het eerste uur, schetste snel de eerste contouren van hun droom. Snel werd aan mij gevraagd om me aan te sluiten.

Een tweedaags jeugdtoernooi moest er komen. Een toernooi voor eigenlijk alle jeugdcategorieën. Twee dagen voetballen, allerlei site events diende er te komen en de teams diende te overnachten op een camping op het terrein van de club. Als moment kwam al snel het Pinksterweekend in beeld. Op vrijdag opbouwen, de start van het toernooi op de zaterdag, op zondag de finales.
“Wat doen we met de zaterdagavond?”

Allerlei ideeën kwamen op tafel. Zo zou het eerste een oefenwedstrijd tegen een aansprekende tegenstander, liefst uit het betaald voetbal gaan spelen. Ook kwam een ouderwetse feestavond, met natuurlijk een DJ ter sprake. Uiteindelijk kwamen wij er achter dat die avond ook gewoon de finale van de Champions league gespeeld zou worden. Hoeveel evenement wil je hebben? Als wij er nu gewoon voor zorgen dat iedereen die wedstrijd op een groot scherm zouden kunnen zien!

Wekelijks kwam de werkgroep, zoals zij inmiddels genoemd werden, bij elkaar. Al werkende kwamen verschillende actiepunten in beeld. Om lijn te brengen in alle ideeën en plannen schreef ik een Plan van Aanpak, dat later omgevormd zou kunnen worden tot een draaiboek. Wie doet wat en vooral wanneer? De taken werden verdeeld, de vergunning werd aangevraagd. Er werden extra toiletvoorzieningen geregeld, elektriciteit voor op de ‘Columbia-camping’. Het eten voor de teams werd geregeld, de, BHV organisatie, de EHBO, de beveiliging stonden in de stijgers. De deelnemende teams zouden de auto’s kunnen parkeren bij een grote bedrijfsparkeerplaats en vanaf daar met shuttlebusjes vervoerd worden naar het terrein. Met Accres werden afspraken gemaakt over verschillende site events en voor de jongste jeugd zou er een penaltybokaal georganiseerd worden. Sponsoren werden gezocht.

Enorm belangrijk zou het mobiliseren van de vrijwilligers worden. Een evenement van een dusdanige omvang kan alleen slagen als ook véél mensen zouden willen helpen. Om duidelijk te hebben wat er gevraagd zou worden, zouden er functie omschrijvingen geschreven worden. Verschillende gesprekken met het bestuur, een presentatie tijdens de Algemene ledenvergadering volgde. Langzaam maar zeker liepen de inschrijvingen binnen. Al snel zaten alle leeftijdscategorieën vol.

Het toernooi leek het gat in de markt. De voorbereidingen liepen gestaag totdat ons land min of meer tot stilstand kwam door de Coronacrisis.

Teams mailde ons met vragen over het al dan niet doorgaan van ons toernooi. Er diende snel geschakeld te worden. Dat wij op enig moment met een besluit over het doorgaan van ons eerste toernooi diende te komen was duidelijk, maar wanneer is dat moment? Net als iedereen schakelde wij, vrijwel geruisloos over op beeldbellen. Al vonden enkelen het face-to-face contact, op anderhalve meter, fijner. Uiteindelijk moesten wij besluiten ons eerste toernooi af te lasten. Met onze leveranciers werden afspraken gemaakt over een vervolg, ná de crisis. Met de gemeente werd contact gelegd over de vergunning voor onze herstart.

Op dit moment zijn wij bezig met de voorbereidingen voor het toernooi van het seizoen 2020-2021. Belangrijk is nu het prikken van een nieuw weekend, want een ding is duidelijk. Elk nadeel hebt zijn voordeel zei ooit een bekende filosoof. Het feit dat wij nu nog een jaar hebben, maakt dat wij onze allereerste versie een nog mooier toernooi kunnen maken.

Dit toernooi moet een terugkerend evenement worden op de kalender. Heb je vragen, wil jij meehelpen, wil je meedoen met dit evenement, neem contact op!

 

 

Scheef gegroeid

Ik ben inmiddels bijna 58 jaar oud. Het grootste deel van mijn leven ligt dus achter mij. Zo ook dit verhaal. Ik was trainer van de B1, zo noemde wij destijds de O17-1. Het betrof een kleine, maar o-zo gezellige, vereniging. Het probleem van de vereniging was dat de club weinig jeugdteams telde. In elke leeftijdscategorie slechts 1, met als uitzondering, de D en de E jeugd. In die categorie telde de club plots drie teams.

Het eerste herenteam bestond uit oude vrienden. Mannen die ooit bij de club waren opgegroeid, maar later bij andere verenigingen op een hoger niveau hadden gespeeld. Het eerste team speelde op divisieniveau en konden daar, ondanks dat ze slechts 1x per week trainde, nog aardig meekomen. Mannen ook die eerdaags een stapje terug zouden gaan doen. Een drukke baan, een gezin, af en toe die blessures. Het moest een keertje genoeg zijn. Lees de rest van dit bericht

Doorgeschoten regels

Het jaar loopt op zijn eind, 2019 was, in het verlengde van 2018, een bewogen jaar. Ik ben blij dat 2019 er op zit en zie echt uit naar het nieuwe jaar. Afgelopen maand betekende ook een afscheid van de Volley Techno. Na jaren lid te zijn geweest van de redactie werd ik enige tijd na het afscheid van de redactie gevraagd om columns te schrijven.

Ook dit ligt nu achter mij. Ik sta niet meer in de zaal, ben inmiddels drukker in het voetbal dan in het volleybal. Het was de laatste maanden telkens zoeken naar een mooi thema. Toch blijf ik, in het voetbal, die volleyballer die het niet snapt.

Hoewel ik niet zo veel binding meer heb met het volleybal, viel mijn blik toch op een tweet van een goede volleybalvriend en overigens ook oud pupillentrainer, Daan Krijnen. Daan schreef het volgende:

De laatste 2 wedstrijden zouden we volgens schema tegen C1 resp C2 team spelen. In de praktijk werd dat tegen een B1 (zie eerdere tweet) resp C1. De invallersregels zijn bedoelt om jonge spelers kansen te geven. Maar zijn ze ook hiervoor? 

Voor niet volleyballers, in het volleybal kent men de volgende regel:

Een jeugdlid mag onbeperkt uitkomen in ieder hoger team dan waartoe hij reglementair behoort. Het is aan alle jeugdspelers toegestaan om zonder beperkingen uit te komen in dezelfde of een hogere leeftijdscategorieLees de rest van dit bericht

Langs de lijn

Ruim vier weken geleden speelde FC Den Bosch tegen Excelsior. Niet direct een wedstrijd waar ik voor thuis zou blijven. Gedurende wedstrijd vulde mijn timeline op Twitter zich met allerlei berichten over het staken van de wedstrijd en niet veel later een filmpje over een jongen die tot twee maal toe, zo leek het, de Hitlergroet bracht. Ik heb die avond de wedstrijd maar eens teruggekeken. Ik zag een speler die volledig overstuur was van het geen vanaf de tribune geroepen werd, K neger, K zwarte, K zwarte Piet, K katoenplukker. De scheidsrechter vertelde later dat hij zag wat dit deed met de speler en vond het niet verantwoord om de wedstrijd door te laten spelen. De wedstrijd werd gestaakt. De wedstrijd werd tijdelijk gestaakt, daar Excelsior de wedstrijd wilde uitspelen. De speler die voor alles en nog wat was uitgemaakt deed het enige dat je in zo’n geval zou moeten doen, hij scoorde. Na de wedstrijd deed de club FC Den Bosch zo’n beetje alles wat zij in zo’n geval zouden moeten doen verkeerd. De trainer noemde de speler van Excelsior een misselijk mannetje en de voorzitter van de club bagatelliseerde het hele incident. Er was niets aan de hand, het waren kraaiengeluiden die daar al klinken sinds Hans Kraaij daar speelde. De speler in kwestie deed nadat de wedstrijd tijdelijk gestaakt was het enige juiste, hij scoorde en liet de daders zien dat hij boven hen stond.

Verantwoordelijkheid

Half Nederland viel daarna over FC Den Bosch heen en terecht. Ook de KNVB stond in het beklaagdenbankje. Op haar beurt wees de bond er op dat het het toch een maatschappelijk probleem was en dat zij al genoeg deden om dit probleem te tackelen.  Onderzoek naar racisme in voetbal leidt zelden tot strafbaarstelling, stelt hoogleraar sport en recht Marjan Olfers. In het NRC gaat zij hier verder op in. Het strafrecht wordt te weinig ingezet bij racisme in het voetbal, terwijl het ook in dit geval om een strafbaar feit gaat. Justitie moet keuzes maken, ze hebben een beperkte capaciteit. Er is volgens Olfers maar één oplossing, bestuurders moeten dit gedrag niet bagatelliseren maar hier hun verantwoordelijkheid nemen. Het bestuur van FC Den Bosch bagatelliseerde het geen gebeurd was in eerste instantie en de KNVB wees in eerste instantie ook elke verantwoordelijkheid af. Het voetbal was nu eenmaal een dwarsdoorsnee van de samenleving, daar kon men niets aan doen.

Geschiedenis

Op een of andere manier is racisme sinds de VOC niet uit ons gedachtegoed verdwenen. In elke taal is Apartheid het woord om aan te duiden dat er sprake is van discriminatie. Dit is, vermoed ik, niet voor niets een Nederlands woord. Wij hebben dit uitgevonden. Racisme en discriminatie is nooit uit onze samenleving verdwenen. Je zou het bijna een traditie kunnen noemen. Het komt ook overal voor. De KNVB heeft in die zin natuurlijk gelijk. Racisme, discriminatie is een maatschappelijk probleem. Dit gaat echter verder dan zwarte Piet. Hamas, Hamas gaat over hetzelfde als het roepen van Katoenplukker. Het meenemen van opblaasbananen gaat over hetzelfde als het excuus dat het om kraaiengeluiden zou gaan. Niet alleen in de grote stadions komt dit gedrag voor. Ook bij willekeurig welke amateurclub wordt er van alles geroepen. Twee jaar geleden bij de wedstrijd tussen Harkemase Boys en VVOG ging het ook mis. De BVO’s zijn geen uitzondering. Hoewel het hele gebeuren, noem het discussie rondom het Sinterklaarfeest, steeds venijniger wordt, is racisme, discriminatie niet strikt gekoppeld aan begin december. Begin Oktober 2017 moesten spelers van PSV het ontgelden in de uitwedstrijd tegen VVV. Op 18 maart vorig jaar werd de wedstrijd van 2e klasser Columbia tegen TVC gestaakt wegens discriminerende opmerkingen van een speler van TVC richting een speler van Columbia.

Waar in Duitsland, met de Tweede Wereldoorlog nog vers in  het geheugen, men hyper gevoelig is als er sprake is van racisme doen wij in Nederland er nogal luchtig over. Ook Italië heeft duidelijk minder moeite met de eigen geschiedenis. Wij moeten het ook niet overdrijven. Wij zijn trots op onze tradities en zelfs premier Balkenende was trots op onze VOC mentaliteit. Diezelfde VOC die zijn geld verdiende met onder andere slavenhandel. Zou hij dit ook geweten hebben?

Rehabilitatie

Wij zijn aan de ene kant naïef als het gaat om racisme. Het zou van zelf ophouden omdat de meeste teams tegenwoordig ‘gekleurd’ zijn. (Racistische) spreekkoren zijn erop gericht om tegenstanders of scheidsrechters te provoceren of te intimideren te maken, niet om het eigen team uit het spel te halen.om discriminatie, schreef iemand op Twitter. Nu kom ik af en toe in een stadion en dit klopt als de speler goed speelt maar zodra deze wat minder speelt gaat dit al niet meer op. Ook eigen spelers zijn slachtoffer en wat te denken dat het racistisch toeroepen van een donkere speler van een tegenstander doet met de donkere spelers in het eigen team? Ik herinner mijn Boetius nog.

Aan de andere kant zijn wij met z’n allen niet meer in gesprek. De jongen die een wegwerpgebaar maakte tijdens de wedstrijd van FC Den Bosch werd publiekelijk aan de schandpaal genageld. Hij was, zo werd geschreven een neo-nazi die de Hitlergroet bracht en dat ook nog eens twee keer. Of zijn baas hier ook van wist? Het zal je kind maar zijn. In mocht mij ooit bezig houden met het schrijven van een beleid Ongewenst Gedrag. In dit beleidsstuk ook een paragraaf over hoe je als organisatie omgaat met het weer rehabiliteren van mensen die onterecht beschuldigd zijn van ongewenst gedrag. Zou dat voor deze jongen ook gelden?

Aan de andere kant is het tegenwoordig vrij gewoon om racistische dingen te zeggen, te delen om, als  je daar op aangesproken wordt te zeggen dat je tegenwoordig niets meer mag zeggen en dat je toch echt geen racist bent. Wat is nu het verschil tussen een racistische opmerking en racisme?  Sigrun Scheve, die bij antidiscriminatiebureau Radar werkt geeft aan dat. “Racisme is een structureel machtsmechanisme, een systeem waarin bepaalde groepen in de maatschappij minder kansen hebben.” De term structureel lijkt mij hier relevant. Iemand kan dus een racistische opmerking maken, zonder een racist te zijn. Een aantal jaren geleden schreef ik een boek over pesten in de sport. Een grap met iemand uithalen is niet per definitie pesten. Ook hier is de term structureel relevant. Wanneer je dagelijks iemand voor gek zet, vernederd, is er sprake van pesten. Dat gaat verder dan een plagerijtje. Een racistische opmerking wordt dus racisme als het structureel voorkomt.

Iedereen is er klaar  mee

Iedereen is er klaar mee en niet alleen in ons land, maar voorlopig blijft het bij symbolische acties, al hebben sommige ook dat niet begrepen. Een gezamenlijke foto achter een spandoek. Een minuut geen voetbal aan het begin van de wedstrijd. Scherpe interviews, waarin gesteld worden dat spelers het veld aflopen als het nog een keer voorkomt. In de Oekraïne kreeg een speler die reageerde om de discriminerende spreekkoren een ode kaart en ook dichterbij huis heb ik al meegemaakt dat een speler die dit zelfde overkwam van het veld werd gestuurd. De scheidsrechter bij Den Bosch tegen Excelsior is in mijn ogen een held. Een scheidsrechter die de verantwoordelijkheid nam voor het welbevinden van de spelers op het veld. Dat namelijk mensen is óók een taak van een scheidsrechter. Het gaat echter verder dan de scheidsrechter. Een veilige omgeving voor iedereen, zowel voor de eigen spelers, de tegenstander, de scheidsrechter. het publiek is een verantwoordelijkheid van de club, sterker nog van alle clubs. Denk na over hoe je omgaat met ongewenst gedrag, beschrijf dit ook en houd je hier aan. Doe aangifte en als de speler die niet wil of durft, doe dit als club. Weer mensen die, na hier een aantal malen op aangesproken te zijn, ongewenst gedrag laten zien van de club. Maak hier als club, maar ook mét clubs , afspraken over. Hier zou de bond een rol in kunnen spelen. Zachte heelmeesters maken nog altijd stinkende wonden.

 

Afbeeldingsresultaat voor say no against racism

%d bloggers liken dit: