Site-archief

Keuzes maken

Een discussie op Twitter met mijn goede vriend Remko Kenter, dè man achter de jeugdsuccessen van Sliedrecht Sport leverde mij de nodige stof tot nadenken. Aanleiding vormde het voorwoord van de hoofdredacteur van de Volley Techno. In zijn voorwoord luidde hij de noodklok over de afname van het aantal jeugdigen dat nog gaat volleyballen. Remco vroeg zich af of de bondsraad dit onderwerp niet op de agenda zou moeten zetten.

Ik vroeg mij af of dit niet méér een maatschappelijk probleem is dan een probleem dat alleen het volleybal raakt.  Remko is een warm pleit bezorger van het standpunt dat in het volleybal het spel aantrekkelijker gemaakt kan worden en dat daardoor de uitstroom in ieder geval minder zal worden. Wij kennen elkaar langer dan vandaag en ik bracht daar tegen in dat dat wij best wat meer vertrouwen mochten hebben in ons eigen product. Ik was lid van de landelijke werkgroep mini-volleybal toen het circulatie mini-volleybal werd geïmplementeerd. Voordat deze methodiek geïmplementeerd kon worden moest er al het nodige water door de Lek. Het spel dat decennia geleden door Adrie Noy werd bedacht moest eerst aangesloten worden op het mini-volleybal zoals wij dat sinds het mini-massaplan in ons land kende. Er moesten uniforme regels komen en er moest voor een ieder een logische en doorlopende leerlijn ontwikkeld worden. Dat logisch en doorlopend is de jaren daarna continu een punt van discussie geweest. Jaarlijks werden in de landelijke werkgroep de spelregels geëvalueerd en niemand keek verbaasd als bleek dat er ergens in ons land een regio was waar men, tussen de bestaande vaardigheidsniveaus, een extra niveautje toegevoegd was. Dat heette maatwerk. Het CMV, zoals dat later is gaan heten, leverde een enorme aanwas aan nieuwe leden bij de kinderen in de basisschoolleeftijd maar wat bleek voornamelijk meisjes wisten de weg richting de volleybalclub te vinden. Jongens gingen nog steeds voetballen, hockey, tennis, noem het maar, ze gingen wat anders doen. Het CMV was niet voldoende. Adrie verdiende een standbeeld maar Lees de rest van dit bericht

Buitenspelen moet!

Kinderen spelen te weinig buiten. Met name kinderen van hoogopgeleide ouders spelen te weinig buiten, zo blijkt uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van Jantje Beton. Vroeger heb ik nog voor Jantje gecollecteerd, geld opgehaald voor meer speeltuinen, meer speelgelegenheden voor kinderen. Voor iedereen die niet weet wat Jantje Beton is, Jantje Beton is, Jantje Beton is hét goede doel dat zich samen met kinderen inzet voor meer en uitdagender speelruimte en meer speeltijd. Op de website van Jantje Beton met kapitaal grote letters dat wij nooit moeten stoppen met spelen. Nu is het probleem met kinderen van hoogopgeleide ouders niet dat zij nooit spelen, maar zij spelen te weinig buiten. Sommigen van deze kinderen spelen nooit buiten. Het blijkt dat het hoogopgeleide ouders moeite hebben om hun kinderen naar buiten te krijgen. Ook blijkt dat zij te weinig tijd hebben om actief aan te moedigen om buiten te gaan spelen. Kinderen van hoogopgeleide ouders blijken wel te spelen, maar dan achter een beeldscherm. Zij gamen vaker dan dat zij buiten gaan ravotten, gaan voetballen, in bomen klimmen, verstoppertje spelen. Je kan je afvragen of dat erg is. Is spelen niet synoniem aan spelen?

Lees de rest van dit bericht

De uitdager uitgedaagd

Ik had laatste een discussie met een trainer. De man had, vond hij, een heel vervelend team.

“Wat is nu moeilijk team?”
“Nou, dit team, wat een drama!”

Vaak zegt zo’n trainer dat hij de groep niet aan kan, dat de kinderen lastig zijn en vraagt hij zich serieus af of de kinderen de sport die zij doen wel leuk vinden. Hoe komt dit en is dit ook altijd waar?

Laat ik maar direct een stelling deponeren; er bestaan geen lastige en moeilijke kinderen. Er is slechts sprake van gedrag dat als moeilijk, als lastig ervaren wordt. Er bestaat geen moeilijke jeugd, er bestaan slechts trainers die daar maar moeilijk om kunnen gaan met bepaald gedrag. Wat zijn nu grootst gemene delers als het gaat om moeilijk gedrag? Veel trainers zien de jeugd als niet serieus ongeïnteresseerd en ongemotiveerd. Ze komen vaak te laat, zeggen vlak voor de training pas af of komen gewoon helemaal niet, zonder af te zeggen. Ze zijn onsportief en nemen anderen daar in mee.

Trainer in de groep

Ik houd er van  om alles in een bredere context te plaatsen. In mijn beleving ontstaat gedrag altijd in interactie. Een dominante, verbaal aanwezige trainer, roept bepaald gedrag op. Een trainer die alles over zijn kant laat gaan, die niet ingrijpt als het uit de klauwen dreigt te lopen, roept bepaald gedrag op bij zijn spelers.  Als trainer maak je onderdeel uit van de groep.

 

Lees de rest van dit bericht

Vervelende ouders

Ik geeft het maar toe, ik ben ouder, ik ben vader van inmiddels drie volwassenen kinderen. Deze kinderen zijn echter ook jong geweest en ook ik stond langs de lijn, zat op een tribune en ook ik heb mijn kinderen aangemoedigd. Ik heb teams van mijn kinderen getraind, ben leider geweest van het elftal waar mijn zoon in zat. Waar clubs vroeger zaten te springen om ouders, waar men vroeger nog zei ‘Ouders graag gezien’ is het feit dat je ouder bent tegenwoordig iets waar ik mij bijna voor zou moeten schamen. Ouders zijn, tenminste in het voetbal, een bron van ergernis. Nick Veenbrink schreef hier recent een lezenswaardig blog over. Nick geeft aan dat ouders belang hechten aan de competitieve elementen in sport wat zich uit in het volgen van ranglijsten en verlangen dat hun kinderen wedstrijden winnen of kampioen worden. Hierover schreef ik eerder al een blog. Ouders willen dat hun kind het goed doet. Ouders hechten, zo benoemd Nick, ook waarde aan het verkozen worden tot selectiespeler. Het geeft vorm aan de status, aldus Nick. Ouders zijn bereid ver te gaan, hieraan bij te dragen. Als voorbeeld noemt Veenbrink een vader die gevraagd wordt leider van een elftal te worden en daar maar ja tegen zegt omdat hij er niet zeker over was dat zijn zoon in een selectie elftal zou komen. Hier voelde ik mij direct aangesproken want ook ik was leider van een jeugdelftal. Hoewel Veenbrink aangeeft ouders niet over een kam te willen scheren wordt een link gelegd met ouders die basisschoolleraren onder druk zetten om het schooladvies aangepast te krijgen. Ook de term curling ouders komt naar voren. Ouders willen hun kinderen behoeden voor tegenslag.  Zwart-wit gesteld: ouders zien zichzelf pas als goede opvoeder wanneer hun kinderen goed presteren, aldus Veenbrink.

Alles is het gevolg van de prestatiemaatschappij, ook in het onderwijs zien wij dit terug. Een schooladvies wordt niet zonder meer geaccepteerd. Binnen een prestatiemaatschappij is men gedreven door succes. Op de website van De Correspondent is een mooi artikel te lezen over onze prestatiemaatschappij. Gelukkig zijn in een wereld die draait om succes.

Wij rekenen collectief af met de zesjescultuur. Overal – van de lokale supermarkt tot aan de voetbalclub – maken we prestaties meetbaar.

Dit is de wereld waarin wij leven.  In deze prestatiemaatschappij vervullen wij allemaal een rol. Onze maatschappij is nu eenmaal zo ingericht. Op school krijgen kinderen worden vanaf de kleuterschool getoetst, worden de vorderingen van kinderen middels een leerlingvolgsysteem gevolgd en zelf een kinderdagverblijf of een peuterspeelzaal ontkomt niet aan de voorschoolse educatie. Alles moet meetbaar zijn en stil stand is al heel jong achteruitgang. Op latere leeftijd komen wij functionering- en beoordelingsgesprekken tegen of, als je gelukt hebt jaargesprekken of POP gesprekken, want je moet je blijven ontwikkelen. Ook nu moet voortgang meetbaar zijn, moeten wij steeds werken aan doelen, werken wij naar deadlines.

Lees de rest van dit bericht

Ongelukkig geboren zijn

Ongelukkige kinderen, ze bestaan. Kinderen die het ook altijd tegenzit, ze bestaan. Kinderen die te klein zijn, te langzaam, niet slim genoeg, ze bestaan. In de jaren 70 van de 20e eeuw bleek al dat kinderen geboren in de maanden juli, augustus en september oververtegenwoordigd waren in het speciaal onderwijs. In de 20e eeuw bleek een vergelijkbaar fenomeen zich voor te doen in de sport. In de selectie elftallen bij Ajax bleken wel heel veel kinderen geboren te zijn in maar een heel beperkt aantal maanden, namelijk de eerste drie maanden ná de peildatum. Je kan, zo leek het, gewoon in een verkeerde maand geboren zijn. Dit was natuurlijk onzin. Je bent niet minder slim omdat je geboren bent op 21 september of een minder talentvolle voetballer als je geboren bent op 27 oktober.

Hoe komt het dat kinderen geboren in een bepaalde maand minder succesvol lijken?

Lees de rest van dit bericht

%d bloggers liken dit: