Site-archief

Energielek

Door ‘de Corona’ zitten wij al heel lang thuis. Zo lijkt ’t ten minste. Mensen klagen, er is hen een flink stuk vrijheid afgenomen. Hoe langer het duurt, hoe moeilijker het wordt. Afgelopen week heb ik, ja ze bestaan echt, een workshop ‘Mentaal fit tijdens Corona’ gevolgd. Onderwerpen als energiegevers, energievreters en het belang van balans werden uitgebreid behandeld. Weinig nieuws onder de zon, want het was mij eigenlijk al jaren duidelijk dat bepaalde zaken, activiteiten mij energie gaven en dat sommige zaken mij gewoon enorm veel energie kostte. Het geven van training, het mogen werken met enthousiaste volleyballers gaf mij enorm veel energie. Ook de rol als teamleider van de selectie elftallen bij de voetbalclub was echt fantastisch om te doen. Er voor zorgen dat alles rondom het team op rolletjes liep, dat de jongens plezier konden beleven aan hun sport, het samenwerken met al even enthousiaste ouders, dat gaf mij energie. Vergaderingen voorzitten met veel discussie en mensen die alleen maar dwarslagen, daar zag ik tegen op en die kostte mij altijd veel energie. Een balans tussen die twee is fijn. Stel dat ik veel van die vergaderingen zou hebben, met altijd van die moeilijke, lastige mensen, zou ik het niet lang volhouden. Omgedraaid, alleen maar activiteiten op je agenda hebben die je veel energie geven is ook best vermoeiend. Ik dacht tot voor kort dat het fijn was als mensen betrokken en bevlogen waren. Betrokken bij hun werk, bij het geen ze doen, Ik heb altijd gedacht dat bevlogen mensen echt fijn waren, prettig om mee samen te werken. Hart voor de zaak. Ik weet nu, door schade en schande wijs geworden, dat de grens met te betrokken en te bevlogen, wel heel erg vaag is. Mensen die echt alleen maar activiteiten kennen die hen energie geven, moeten toch op enig moment, de behoefte hebben om een pauze te nemen. Ik reisde bijna twee jaar lang op en neer naar Den Haag. Mijn wekker ging dagelijks om 4 uur en vaak was ik pas rond elf uur ’s avonds thuis en ik klaag niet. Ik deed het met plezier. Het werk was leuk, ik had echt hele fijne collega’s maar ik belandde wel eind februari in het ziekenhuis. Mijn lichaam had hard op de rem getrapt. Ik was keihard over mijn eigen grenzen heen gegaan. Zo hard zelfs dat ik niet door had gehad dat ik over de grens heen ging. Te bevlogen en te betrokken. Wat er ook gebeurd, ergens komt er een moment dat je teruggefloten wordt.

Klapband

Waar ik echter, tot vorige week, nog nooit van gehoord had was het begrip energielek. Een klapband waardoor je volledig op leegloopt, waardoor je in een keer al je energie kwijt raakt. Die kan een situatie zijn, maar dit kan ook een persoon of personen zijn. Tijdens genoemde workshop diende wij, na een presentatie over energiegevers en energievreters, in tweetallen proberen te achterhalen wat nu toch een ieders energielek was. Het bleek dat ik volledig leegloop op mensen die klagen, mensen die alles zwaar, moeilijk en ingewikkeld vinden en daarbij geen geduld kunnen opbrengen voor het moment dat er wellicht betere kansen en mogelijkheden zijn.

evodammer: Klapband

Nu kom ik die mensen nog wel eens tegen en om nu elke lekke band te gaan plakken, is enorm veel werk. Waarbij iedereen zich zou kunnen voorstellen dat een klapband eigenlijk niet te repareren is. Is dan de beste tip te zorgen dat je band niet lek raakt? Er bestaan van die banden die niet lek kunnen. Moet je dus zorgen voor voldoende eelt op je ziel?

Een beetje klagen, zeuren, dat kan ik best hebben. Sterker nog, het geeft soms ook wel een soort samenhorigheidsgevoel. Als ik door de stromende regen naar het werk toe ben gefietst en ik kom doorweekt binnenlopen, dat is het wel fijn dat ik niet de enige ben, dat er meer mensen zijn die zijknat binnenkomen lopen en het is wel lekker om dat samen even te klagen. Het moet wel ergens ophouden. Iemand die voortdurend klaagt is funest voor teams, maar ook voor individuen. Zie ook mijn klapband. Mensen die heel erg veel klagen zijn vaker ziek, zitten zich zelf niet zelden in de weg en slepen anderen daarin mee. Ik merk bij mezelf dat ik mij hierdoor zeker laat meeslepen. Voor mij is het belangrijk om mij te realiseren dat klager passievolle mensen zijn, mensen met hart voor de zaak. Er zijn ook mensen die allang zijn afgehaakt, die niet meer meedoen, meedenken en misschien wel riskanter voor de club zijn

Is er dan helemaal niets goed?
Is alles moeilijk en ingewikkeld?
Is erdan echt geen oplossing?

Zoals ik al benoemde, echt klagen heeft zin. Kap een klager dan ook niet zomaar af. Klagers vinden niet zelden in het geheel niet dat ze klagen. Anderen klagen. Dit wordt ook wel de klaagparadox genoemd. Al die Amerikanen die nu klagen over het verloop van de verkiezingen vinden echt niet dat zij klagen. Hun waarheid is de waarheid en zie daar maar eens wat tegen in te brengen. Enig tactisch vernuft in deze is handig. Plomp verloren benoemen dat de ander zeurt is niet echt helpend. Het is net Judo. Het is verstandig om begrip te tonen, mee te buigen, te spiegelen, soms letterlijk herhalen wat de klager heeft gezegd, zonder dat je ‘m voor gek zet. Probeer ook te onderzoeken waarover je het wel eens bent met de klager. Over welke positieve elemementen ben je het wel eens? Probeer een positieve draai te geven aan het gesprek. Dit valt nog niet mee. Mensen die erg veel klagen zijn niet zelden dominante, extraverte mensen. Heb je echter overeenstemming, zijn er gezamelijke positieve punten, dan ga je daar op door. Probeer dat negatieve patroon te doorbreken. Eigenlijk is ook dat net judo.

File:Judothrow.jpg - Wikimedia Commons



Geen gezeur

Ondertussen hebben wij besloten om ons tweedaags jeugdtoernooi van komend jaar toch nog met een jaar te verschuiven. Wij hebben het vermoeden dat Covid tegen die tijd het land nog niet uit is en dat wij tegen die tijd nog niet allemaal voldoende gevaccineerd zijn. Wij zetten nu in op 2022 voor de start van ons toernooi. Opvallend was dat in de vergadering er niet geklaagd werd, niemand zeurde over de omstandigheden waarin wij verkeren. Bijzonder aan dit overleg, dat overigens Online vervoerd werd, was de overtuiging dat wij een enorm goed en leuk toernooi willen organiseren. Wat is het fijn om deel uit te maken van dit team!

De Schreeuw

Op deze website post ik normaal gesproken verhalen over sport, over het trainen en coachen van jongeren. Post ik verhalen over sportbeleid. Nu even niet of misschien komt sport in de kantlijn terug in onderstaand verhaal.

Schreeuw 1893 door Edvard Munch

Al maanden leven wij allen in een surealistische wereld. De schreeuw van Munch maar dan levensecht. Waar alles in het verre Oosten begon en het virus razend snel over de wereld trok, dachten wij in Nederland, nadat in Italië de eerste doden al te betreuren waren, dat wij het virus buiten de deur konden houden. Wij vierde nog gewoon Carnaval. De eerste Coronagolf raakte ons hard. Een vloedgolf waarin veel mensen ziek werden, stierven en als je niet ziek werd raakte deze vloedgolf je in je portemonnee. Ook ik raakte mijn baan kwijt, als gevolg van Corona. Ik ben dit jaar 58 geworden, heb overgewicht en heb sinds begin dit jaar Diabetes. Neem daarbij dat ik ook een chronisch astmatische bronchitis heb en je kan concluderen dat ik tot de risicogroep behoor. Dor hout, zoals Marianne en Jort het noemde. Ik was daar best door ontdaan. Wie waren zij dat zij dit zo, ook over mij, zo kon zeggen? Wie zijn zij dat zij mensen gewoon aan de kant konden zetten.
“Dor hout, jouw tijd is geweest. Jij mag van mijn part dood.”
Marianne gaat tijdens deze tweede golf, deze Tsunamie nog gewoon door. Zij gocheld met cijfers om haar gelijk maar te halen. In de jaren 40 van de vorige eeuw waren er ook mensen die de problemen waar men tegen aanliep op het conto van een groep mensen schoof. Die groep, wij hebben het dan over de Joden, de zigeuners, gehandicapten waren, volgens deze mensen niet de moeite waard. Voor hen was er maar een weg en dat was de dood. Wie zijn zij dat zij anno 2020 net als toen, zo over een groep mensen kunnen praten? Je kan ook grote vraagtekens zetten bij het waarheidsgehalte van de opvattingen van Jort en Marianne. Zijn het alleen ouderen die op de IC belangen of overlijden aan Covid19? In mijn directe nabijheid zijn er gezonde, nog jonge, mensen opgenomen op de IC. Mensen die heel erg snel ziek zijn geworden. Beroepsmatig spreek ik mensen die tijdens de eerste golf ziek zijn geworden en nog steeds niet hersteld zijn. Zij liggen weliswaar niet meer in het ziekenhuis maar zij ondervinden nog steeds hinder van het virus. Wat zou dat ziekteverzuim de samenleving kosten? Deze mensen overigens behoren tot dat zorgpersoneel waarvoor wij in het voorjaar met z’n allen zo hard geklapt hebben!

Ik was en ben nog niet klaar op deze wereld. Sterker nog, ik heb mijn leven tot nu toe aan deze wereld gegeven. Ik heb geprobeerd om mensen te verplegen en te verzorgen, ik heb mensen daarna proberen te leren hoe zij veilig en gezond hun werk konden doen. Ik heb in mijn vrije tijd gepoogd om mensen plezier te laten beleven in hun sport, geprobeerd mensen die sport ook te leren. Ik heb geprobeerd mensen op te leiden dat plezier voor hun sport op anderen over te brengen. Ik wil nu, eindelijk, ook eens voor mezelf kunnen kiezen.

Ik doe er alles aan om niet besmet te raken, maar doe er ook alles aan om anderen niet te besmetten. Ik draag om die reden ook in winkels, in het openbaar vervoer een mondkapje. De dag dat ik dit schrijf, zijn er meer dan 10.000 nieuwe besmettingen, is in de regio Twente 1 op de 5 mensen die een Covidtest laat afnemen ook besmet met dat virus, lopen de ziekenhuizen vol, hebben de IC’s in toenemende mate een capiciteitsprobleem en worden de eerste patiënten al naar Duitsland vervoert om daar zorg te kunnen krijgen omdat het in ons land niet meer lukt. Ondertussen zijn er nog steeds mensen die Covid zien als een griepje waar je even doorheen moet.

Afgelopen week had ik een toch wel interressant gesprek met jongeren van begin 20. Zij hadden geen goed woord over voor mensen die zich niet aan de afspraken hielden. Ook zij, vonden ze, hadden een verantwoordelijkheid voor hun ouders, hun grootouders, de buren. Zij vonden het echter wel allemaal verdomd moeilijk. Van de een op het andere moment was een stuk vrijheid, een stuk van hun leven afgenomen. Jongeren horen even uit de bant te kunnen springen, horen samen te kunnen stappen, even te feesten. Misschien wel meer dan even. Alles was hen afgenomen, zo ervaarde zij het allemaal. Niet meer samen naar school, een college, maar hoorcollege’s online en geloof mij, dat kan niet iedere docent. Ik heb wat mee kunnen luisteren en bij sommigen zou ik na 10 minuten echt iets anders zijn gaan doen. Niet door de weeks trainen voor je sport, niet meer op zondag de wedstrijd. Ik moet toegeven, het was moeilijk om ook dat deel te zien. Toen ik opmerkte dat Covid niet alleen toeslaat bij ouderen met onderliggend leiden maar dat ook jongeren en topfitte mensen ernstig ziek kunnen worden, gaven zijn aan dat zij zich dit ter dege realiseerde. Steven Kruiswijk is gewoon een topsporter en als veel spelers uit de selectie van AZ ziek zijn geworden kan je niet zeggen dat het virus iemand buitensluit. Ondertussen draait de sport, of laten we zeggen, de sport waar het grote geld in omgaat, het voetbal, het wielrennen, het tennis gewoon door. Alsof het virus iemand uitzonderd. Betaald voetbal organisatie klagen nu dat het testen toch maar erg onhandig is, het duurt te lang, uitslagen zijn soms pas op de wedstrijd dag gereed. De organisatie van de Tour de France had het goed bedacht, de renners in hun eigen bubbel. Alleen dat publiek langs de weg, wat moesten ze daar nu mee? Was dat ook hun verantwoordelijkheid. De renners reden door gebieden die diep in de rode Coronacijfers zaten. In Italië, het moederland van de Europese Coronabesmettingen, had de organisatie van de Giro niet eens gedacht aan een eigen bubbel. Kruiswijk raakte ook niet per ongeluk besmet. Dick Advocaat maakte zich aan het begin van de competitie al kwaad over het verbod op publiek in het stadion en toen uitgerekend zijn supporters als eerste zich even niet wisten te gedragenm snapte hij daar dan weer niets van. Hij was ook en nu terecht, not amused toen bleek dat in Zagreb het stadion wel aardig vol zat met publiek terwijl dat in De Kuip inmiddels niet meer mocht. In Frankrijk was ondertussen de noodtoestand zo’n beetje uitgeroepen, maar dat bericht was in Rennes nog even niet doorgedrongen. Die leefde in hun eigen bubbel. Ik heb mijn oudste zoon al bijna een jaar niet gezien, omdat hij in Engeland woont en hij niet hierheen kan komen, zonder eerst hier en bij terugkomst thuis in quarantaine te moeten. De spelers van het Nederlands elftal kregen van onze minister een uitzonderingspositie. Waarom? Maakt dit virus onderscheid?

In ons land mochten de cafe’s en restaurants, die ook bij de eerste golf al geraakt werden, nu bij de tweede golf, de Tsunamie, de deuren weer sluiten. Zij hadden zó hun best gedaan. Je kan je natuurlijk afvragen of café’s voorzien in de eerste levensbehoefte, maar toch. Waar sportscholen na de eerste springvloed nog lang dicht bleven draaien ze tijdens de huidige Tsunamie overuren. Sporters mochten zonder mondkapje op de apparaten, maar die moest tijdens het lopen door de sportschool wel gedragen worden. Uit de eerste golf hebben wij geleerd dat mensen met overgewicht een groter risico liepen. Sporten, iets doen aan je basisconditie, je lichaamsgewicht is dus letterlijk van levensbelang.

De supermarkten zijn nog steeds open. Zij voorzien natuurlijk wel in de eerste levensbehoefte. Zij doen, over het algemeen hun best om alles in goede banen te leiden maar het blijft toch vaak dweilen met de kraan open. Mensen lopen steeds dwars door elkaar, “Sorry, even wat vergeten.”
Niet iedereen draagt een mondkapje en je hangen gewoon over je heen omdat ze ‘er even niet bij kunnen.”

Alles wordt als moeilijk en ook vooral vaag ervaren en misschien is het dat ook wel. Als iets ons deze Corona Crisis ons geleerd heeft is dat niets is wat het lijkt en dat gezond verstand niet bestaat. Er zijn nog steeds mensen die doen alsof er niets aan de hand is en dat dit virus een groot complot is. Wat misschien wel erger is dat dit virus is paranoia, is achterdocht. Gelukkig hebben we daar al wel medicijnen voor gevonden.

Ik vrees dat wij dit virus pas onder controle krijgen als de maatregelen helder en transparant zijn. Helemaal fijn zou zijn als wij zouden kunnen voorspellen wanneer wij het virus onder controle zouden krijgen. Helaas is dat onmogelijk en wordt er al rijdende bijgestuurd. Zolang er mensen zijn die de problemen niet zien, doen alsof er niets aan de hand is, zal dit virus huis blijven houden. Het wrange is dat mensen die de economie erbij halen als reden om niet te komen tot hele strenge maatregelen achteraf misschien wel eens van de koude kermis thuis zouden kunnen komen, want wat zou al dat ziekteverzuim de samenleving kosten? Of zeggen wij met z’n allen, ter meerdere glorie van de economie, wij nemen gewoon niemand op in het ziekenhuis, wij doen aan natuurlijke selectie?

Ondertussen kunnen de jongeren met wie ik in gesprek was, niet meer voetballen, op vrijdag en zaterdagavond niet meer naar de kroeg. Hun competitie ligt stil, trainingen zouden in kleine groepjes door kunnen gaan maar vooralsnog hebben ze daar nog geen oplossing voor gevonden. Zij zoeken elkaar nu thuis op. Niet in grote groepen. Soms komt er slechts 1 op bezoek. Dit zijn jongens die prima snappen wat het belang van de maatregelen is. Zij ervaren echter ook dat er een deel van hun leven wordt afgenomen. Kunnen wij het maken naar juist deze jongens om ons nog langer niet aan de maatregelen te houden? Hoe beter wij ons aan de maatregelen houden hoe sneller wij er vanaf zijn. Hoe sneller wij door kunnen met ons leven. Dat betekent dus ook echt iedereen, het betaald voetbal en welke andere sport die denkt in een eigen bubbel te leven, uitgezonderd. Dit probleem is alleen op te lossen als wij dit gezamelijk doen!

We kunnen samen Concept — Stockfoto © nevenova #85518014

Wat wij kinderen aandoen

Wat wij kinderen aandoen

In juni van dit jaar kopte het Sport voetbalmagazine:

‘Het is erg verontrustend wat wij kinderen in het voetbal aandoen’

Schrijver van dit, op zich lovenswaardig artikel, was voetbaltrainer en pionier op het gebied van het Breincentraal leren, Michel Bruijnickx. Hij vraagt zich af of het nog langer verantwoord is om wetenschappelijke knowhow met zo’n positieve impact op het leven van kinderen links te laten liggen.

Het artikel volgt dan met verwijzing naar artikelen waarin duidelijk wordt gemaakt dat het rendement van de jeugdopleiding in België erg laag is. Daar komt bij dat zelfopgeleide spelers in België, in vergelijking met andere topcompetities erg weinig speeltijd krijgen. Overal in Europa worden de noodklokken geluid. In Duitsland heeft Bayern Munchen, zo vertelt Bruininckx, een deel van zijn jeugdopleiding opgedoekt en werden er in 2019 overall, maar liefst 3450 minder jeugdteams ingeschreven. Bruijnincks verwijst vervolgens naar Gary Lineker, die in Engeland al langer waarschuwt voor de negatieve sfeer in het jeugdvoetbal. In het artikel waar naar verwezen wordt gaat Lineker  niet van leer tegen de clubs maar tegen de ouders die volgens hem gewoon hun kop moeten houden en kinderen niet zo moeten pushen.

Lees de rest van dit bericht

Lockdown

Het was begin 2019 toen een viertal enthousiaste jeugdtrainers de koppen bij elkaar staken. Zij waren dik tevreden over de club, maar er ontbrak wel een hele belangrijke activiteit om de toch al volle evenementenkalender, een groot, meerdaags jeugdtoernooi. Vier mannen van het eerste uur, schetste snel de eerste contouren van hun droom. Snel werd aan mij gevraagd om me aan te sluiten.

Een tweedaags jeugdtoernooi moest er komen. Een toernooi voor eigenlijk alle jeugdcategorieën. Twee dagen voetballen, allerlei site events diende er te komen en de teams diende te overnachten op een camping op het terrein van de club. Als moment kwam al snel het Pinksterweekend in beeld. Op vrijdag opbouwen, de start van het toernooi op de zaterdag, op zondag de finales.
“Wat doen we met de zaterdagavond?”

Allerlei ideeën kwamen op tafel. Zo zou het eerste een oefenwedstrijd tegen een aansprekende tegenstander, liefst uit het betaald voetbal gaan spelen. Ook kwam een ouderwetse feestavond, met natuurlijk een DJ ter sprake. Uiteindelijk kwamen wij er achter dat die avond ook gewoon de finale van de Champions league gespeeld zou worden. Hoeveel evenement wil je hebben? Als wij er nu gewoon voor zorgen dat iedereen die wedstrijd op een groot scherm zouden kunnen zien!

Wekelijks kwam de werkgroep, zoals zij inmiddels genoemd werden, bij elkaar. Al werkende kwamen verschillende actiepunten in beeld. Om lijn te brengen in alle ideeën en plannen schreef ik een Plan van Aanpak, dat later omgevormd zou kunnen worden tot een draaiboek. Wie doet wat en vooral wanneer? De taken werden verdeeld, de vergunning werd aangevraagd. Er werden extra toiletvoorzieningen geregeld, elektriciteit voor op de ‘Columbia-camping’. Het eten voor de teams werd geregeld, de, BHV organisatie, de EHBO, de beveiliging stonden in de stijgers. De deelnemende teams zouden de auto’s kunnen parkeren bij een grote bedrijfsparkeerplaats en vanaf daar met shuttlebusjes vervoerd worden naar het terrein. Met Accres werden afspraken gemaakt over verschillende site events en voor de jongste jeugd zou er een penaltybokaal georganiseerd worden. Sponsoren werden gezocht.

Enorm belangrijk zou het mobiliseren van de vrijwilligers worden. Een evenement van een dusdanige omvang kan alleen slagen als ook véél mensen zouden willen helpen. Om duidelijk te hebben wat er gevraagd zou worden, zouden er functie omschrijvingen geschreven worden. Verschillende gesprekken met het bestuur, een presentatie tijdens de Algemene ledenvergadering volgde. Langzaam maar zeker liepen de inschrijvingen binnen. Al snel zaten alle leeftijdscategorieën vol.

Het toernooi leek het gat in de markt. De voorbereidingen liepen gestaag totdat ons land min of meer tot stilstand kwam door de Coronacrisis.

Teams mailde ons met vragen over het al dan niet doorgaan van ons toernooi. Er diende snel geschakeld te worden. Dat wij op enig moment met een besluit over het doorgaan van ons eerste toernooi diende te komen was duidelijk, maar wanneer is dat moment? Net als iedereen schakelde wij, vrijwel geruisloos over op beeldbellen. Al vonden enkelen het face-to-face contact, op anderhalve meter, fijner. Uiteindelijk moesten wij besluiten ons eerste toernooi af te lasten. Met onze leveranciers werden afspraken gemaakt over een vervolg, ná de crisis. Met de gemeente werd contact gelegd over de vergunning voor onze herstart.

Op dit moment zijn wij bezig met de voorbereidingen voor het toernooi van het seizoen 2020-2021. Belangrijk is nu het prikken van een nieuw weekend, want een ding is duidelijk. Elk nadeel hebt zijn voordeel zei ooit een bekende filosoof. Het feit dat wij nu nog een jaar hebben, maakt dat wij onze allereerste versie een nog mooier toernooi kunnen maken.

Dit toernooi moet een terugkerend evenement worden op de kalender. Heb je vragen, wil jij meehelpen, wil je meedoen met dit evenement, neem contact op!

 

 

Scheef gegroeid

Ik ben inmiddels bijna 58 jaar oud. Het grootste deel van mijn leven ligt dus achter mij. Zo ook dit verhaal. Ik was trainer van de B1, zo noemde wij destijds de O17-1. Het betrof een kleine, maar o-zo gezellige, vereniging. Het probleem van de vereniging was dat de club weinig jeugdteams telde. In elke leeftijdscategorie slechts 1, met als uitzondering, de D en de E jeugd. In die categorie telde de club plots drie teams.

Het eerste herenteam bestond uit oude vrienden. Mannen die ooit bij de club waren opgegroeid, maar later bij andere verenigingen op een hoger niveau hadden gespeeld. Het eerste team speelde op divisieniveau en konden daar, ondanks dat ze slechts 1x per week trainde, nog aardig meekomen. Mannen ook die eerdaags een stapje terug zouden gaan doen. Een drukke baan, een gezin, af en toe die blessures. Het moest een keertje genoeg zijn. Lees de rest van dit bericht

%d bloggers liken dit: