Ontwikkelen en plezier boven winnen

Na de geweldige prestaties van te Nederlands elftal op het WK in Brazilië leek de plaatsing van Oranje voor het EK in Frankrijk slechts een formaliteit. Met tegenstanders als IJsland, Tsjechië, Turkije en Kazachstan zou dat toch moeten lukken. Alleskunner Van Gaal nam afscheid. Hij werd opgevolgd door kampioenenmaker Hiddink. Vanaf de allereerste wedstrijd liep het al niet, met als voorlopig dieptepunt de uitwedstrijd tegen IJsland. Whats in a name. Hiddink werd opgevolgd door Blind, maar onder zijn opvolger ging het al niet beter. Was het nu alleen Oranje dat slecht presteerde? Nee, al een aantal jaren zijn het ook de Nederlandse clubs die schitteren door matige prestaties op Europees niveau. Trainers in onze eredivisie vinden dat het wel wat mannelijker kan en misschien wel moet en op een congres van de KNVB wordt geroepen dat het vroeger allemaal beter was. Nadat de gifbeker in het geheel leeg gedronken was en maar liefst 3,2 miljoen ramptoeristen Nederland af zagen gaan tegen Tsjechië, was het leiden in last. Oud profs hadden de oplossing. Marc Overmars pleitte voor voetballers, met een groot voetbalverleden op sleutelfuncties. Ik vroeg mij af, was het daardoor niet fout gegaan? Op het congres van de KNVB kwam naar voren dat er meer focus gelegd moest worden op de winnaarsmentaliteit.balen_wk_verlies_178 Lees Meer

Token economy

Wie wel eens naar het Dolfinarium is geweest en daar heeft gezien hoe de dolfijnen worden getraind, zal zijn opgevallen dat de dolfijnen kunstjes uitvoeren en als een kunstje gelukt is zij een visje krijgen. Ik kan mij vergissen maar ik heb nog nooit gezien dat een dolfijn een tik of een trap kreeg wanneer zij faalde. Deze intelligente beesten worden beloond nadat zij gewenst gedrag hebben laten zien. Wij weten dat straffen vaak leidt tot stress en zeker niet tot betere prestaties. Straf werkt pas als er aan maar liefst vijf voorwaarden wordt voldaan en dan nog zal er sprake zijn van een tijdelijk uitdoven van ongewenst gedrag. Wat behavioristen als Skinner al aantoonde en wat de dolfijnentrainers in de praktijk nog dagelijks laten zien is dat bekrachtigen van gewenst gedrag verreweg het effectiefst is.

dolfijnen trainen

Bij het opleiden van talenten in de sport is het al niet anders. Kinderen leren meer binnen een relatief veilige omgeving, waarbinnen ook ruimte is om te leren en ze beloond worden voor dingen die goed gaan en zij de mogelijkheid krijgen om te oefenen in wat nog niet zo goed gaat. Natuurlijk moet een leeromgeving niet optimaal veilig zijn, want je leert het meest buiten je comfortzone. Het moet alleen wel veilig genoeg zijn om daar buiten te treden.

In de sport creëren wij niet altijd die veilige omgeving. Sterker, wij creëren vaak (bewust) een zeer onveilige leeromgeving. Spelers moeten concurreren om in de basisopstelling te komen. Doe je niet je best, maak je in de ogen van de trainer, fouten dan sta je er naast. Met een beetje pech speel je de volgende wedstrijd een team lager. Bij Feyenoord zie je dat Vermeer plots een stuk minder goed keept met Warner Hahn op de bank. Cazim Richard verknolt voor vrijwel open doel een 100% kans op het moment dat Kramer gaat warm lopen. Wij hebben het dan over ervaren professionals. Wij hebben het niet over die speler uit de C1 die nog veel moet leren. Als je er vanuit gaat dat je fouten moet durven maken om te leren. Als je er van uit gaat dat het leerklimaat dusdanig veilig moet zijn wil iemand, uit zijn comfortzone treden, zijn grenzen verleggen, zou jij je kunnen voorstellen dat het vooruitzicht op het mogelijk gewisseld worden het verleggen van je grenzen niet eenvoudiger maakt. Als je ook nog een team terug gezet zou kunnen worden is een dergelijk werkwijze dodelijk voor de talentontwikkeling van de individuele speler maar op de lange termijn ook voor de ontwikkeling van de sportvereniging als geheel.

Uit onderzoek (Julian & Perry, 1967; Yauch & Adkins, 2004) bleek dat de motivatie van werknemers stijgt maar dat de kwaliteit van de werkteams daalt als er onderlinge concurrentie is. Met andere woorden, vertaal dit naar de sport, zullen spelers hard hun best doen om het goed te doen maar de kwaliteit van het vertoonde spel gaat achteruit.

Onderlinge concurrentie doet ook nog iets anders. Onderlinge concurrentie is van invloed op de taakoriëntatie  als ook sociale cohesie binnen het team. Onderlinge concurrentie zorgt voor een meer individuele focus en een verminderde team focus en daarmee ook een verminderde focus op de doelen van het team.  De competitieve verwachtingen zorgen er voor dat het eigen belang boven dat van anderen wordt gesteld en dat er soms zelfs actief wordt geprobeerd om de belangen van anderen te saboteren. Een en ander heeft negatieve gevolgen voor de teamprestaties, als ook voor de ontwikkeling van jeugdspelers. Een team waarin spelers meer elkaars concurrent zijn dan elkaars teamgenoot zal als los zand aan elkaar hangen en zal niet tot die prestaties komen die het zich wellicht op voorhand had gesteld. Spelers die gestraft worden voor de fouten die zij maken, zullen minder geneigd zijn de grenzen op te zoeken, zullen minder leren omdat zij bij het maken van fouten niet meer in de basisopstelling staan of zelfs een team teruggezet zouden kunnen worden.

Bij jeugdteams gaat het niet alleen om winnen. Bij jeugdteams gaat het om de sport te leren. Bij jeugdteams gaat het bovenal om plezier. Je zou de stelling aan kunnen gaan dat het óók bij topsport gaat om plezier. Concurrentie brengt spelers niet direct bij elkaar. De gestelde teamdoelen worden plots ondergeschikt aan de individuele doelen. Jeugdspelers die afgestraft worden omdat zij fouten maken zullen behoudend gaan spelen, zullen niet de grenzen opzoeken. Zij zijn de dolfijn die in plaats van het visje dat hij krijgt op het moment dat een kunstje lukt een ongelooflijk tik op de snuit krijgt op het moment dat het kunstje mislukt. Die laatste dolfijn haalt het niet in zijn kop om nog een keer dat zelfde kunstje te proberen.

De Ivoren toren

Enige tijd terug werd in het programma Radio EenVandaag gesproken over het dilemma dat steeds vaker ouders komen klagen bij de sportclub omdat ze het niet eens zijn met de selectiekeuzes op de club. Ze vinden dat hun kind wel in het hoogste team kan spelen. In de social media wordt de discussie daarover amper gevoerd. Sportbestuurders, trainers vinden ouders maar lastig. Zij weten als geen ander wat goed voor het kind is. Wim Keizer van Skerpe Jeugd, was duidelijk:

“Ouders willen graag deelgenoot zijn van de activiteiten van hun kinderen. Wanneer ze dat met gezonde betrokkenheid doen, dan is dat prima. Wanneer ze te betrokken raken, worden ze misschien wel fanatiek, luidruchtig en kritisch.”

Untitled-1

Lees Meer

Handig

Al weer bijna dertig jaar geleden deed ik ‘onderzoek’ naar de verschillen en de voorkeuren van links en rechtshandige volleyballers. Ik trainde in die tijd diverse volleybalteams, waaronder jongens in de leeftijd tussen de 10 en 12 jaar. Wij noemde dat toen de D-mini’s. De leeftijdsfase waarin je de smash ging aanleren. Met de introductie van Smashvolley gebeurd dat tegenwoordig een stuk eerder. Als je de smash gaat aanleren is een van de eerste vragen die je stelt; “Ben je rechts- of ben je linkshandig”. Was je linkshandig dan werd je het rechts-links-rechts aanloopritme aangeleerd. Was je rechtshandig dan was dit omgedraaid. Wat mij opviel was dat er altijd spelers waren die met dat vereiste aanloopritme niet uitkwamen. Deze jongens konden uit stand prima smashen, maar met een aanloop, in sprong, ging het mis. Het duurde enorm lang voordat ze het vereiste pasritme onder de knie hadden. Vaak waren ze voor die tijd al afgehaakt, met het idee dat ze het nooit zouden leren.

Wat ging er mis? Ik had geen idee. In een artikel in de Volley Techno, eind jaren ’80 vertelde Toon Gebrands dat het genoemde pasritme bij 90% van de spelers klopt en dat 10% van de spelers een omgekeerd pasritme loopt. Dit was lastig af te leren, sterker het bleek vaak averechts te werken. Toon gaf als oplossing om in ieder geval een goede voetplaatsing aan te leren. Een goed aanloopritme is dan minder een probleem, de schouderas staat dan tenminste goed. Ik ben in die periode erg veel gaan lezen, met experts gaan praten, over motorische ontwikkeling, over links- en rechtshandigheid.

Lees Meer

Mentale begeleiding jeugdteams

Als trainer ben je bezig met het aanleren van technische en tactische vaardigheden. Je leert ze de juiste techniek, op het juiste moment uit te voeren. Je leert ze na te denken over de juiste strategie om je tegenstander te verslaan. Soms gaat dit om niet altijd heldere redenen verkeerd.
“Er kon op weg hiernaar toe, geen lachje van af,” hoorde ik laatst een trainer zeggen.
Als trainer kom je vast ook kinderen tegen die overal tegenop zien. Je kent ook wel dat talent dat eigenlijk overal laconiek over doet, of spelers die altijd en overal last van hebben. Wat dacht je van kinderen die enorm veel moeite hebben met schreeuwende ouders langs de lijn?

Elke leeftijdsfase heeft zo zijn eigen kenmerken, aandachtspunten. Het is goed om hier in de begeleiding van de jeugdteams rekening mee te houden. Wellicht zou je ook in het technisch verenigingsbeleid ook aandacht moeten besteden aan de mentale begeleiding?

Mentale_krachttraining

Lees Meer