Handig

Al weer bijna dertig jaar geleden deed ik ‘onderzoek’ naar de verschillen en de voorkeuren van links en rechtshandige volleyballers. Ik trainde in die tijd diverse volleybalteams, waaronder jongens in de leeftijd tussen de 10 en 12 jaar. Wij noemde dat toen de D-mini’s. De leeftijdsfase waarin je de smash ging aanleren. Met de introductie van Smashvolley gebeurd dat tegenwoordig een stuk eerder. Als je de smash gaat aanleren is een van de eerste vragen die je stelt; “Ben je rechts- of ben je linkshandig”. Was je linkshandig dan werd je het rechts-links-rechts aanloopritme aangeleerd. Was je rechtshandig dan was dit omgedraaid. Wat mij opviel was dat er altijd spelers waren die met dat vereiste aanloopritme niet uitkwamen. Deze jongens konden uit stand prima smashen, maar met een aanloop, in sprong, ging het mis. Het duurde enorm lang voordat ze het vereiste pasritme onder de knie hadden. Vaak waren ze voor die tijd al afgehaakt, met het idee dat ze het nooit zouden leren.

Wat ging er mis? Ik had geen idee. In een artikel in de Volley Techno, eind jaren ’80 vertelde Toon Gebrands dat het genoemde pasritme bij 90% van de spelers klopt en dat 10% van de spelers een omgekeerd pasritme loopt. Dit was lastig af te leren, sterker het bleek vaak averechts te werken. Toon gaf als oplossing om in ieder geval een goede voetplaatsing aan te leren. Een goed aanloopritme is dan minder een probleem, de schouderas staat dan tenminste goed. Ik ben in die periode erg veel gaan lezen, met experts gaan praten, over motorische ontwikkeling, over links- en rechtshandigheid.

Lees Meer

De ideale coach

Afgelopen zaterdag maakte ik, na ruim drie jaar, laten we zeggen, opnieuw, mijn debuut als volleybalcoach. Dit maal als coach van SV Dynamo dames 5, spelend in de promotieklasse. Ik moet eerlijk toegeven, ik had mijn twijfels of ik het moest doen, vond het ook moeilijk. Ik kende bijna niemand in het team, weet amper hoe zij getraind hebben, wat ze kunnen en wat niet.
Het team had afgelopen week een vrij matige oefenwedstrijd gespeeld en had zelfs een set, na ruim voor gestaan te hebben, toch nog verloren.
“Dat kunnen wij ook” werd mij voor de wedstrijd nog vertelt.
Na de toch nog vrij eenvoudige winst in de 1e set, werd de tegenstander in de 2e set bijkans gedeclasseerd. De derde set, twee wissels. Sociaal wisselen. De derde set verliep stroef lang kon de tegenstander mee, tot bij de 20, toen was de koek voor onze tegenstander wel op. Na de 3e set een zucht van verlichting langs de lijn, de beruchte derde set dip was overwonnen. In de 4e set, de laatste twee wissels ingebracht. De tegenstander maakte snel een gat, wij konden echter, door goed serveren bijkomen. Uiteindelijk werd set vier nipt verloren. Na de wedstrijd werd mij gevraagd wat ik er van gevonden had. Ik vond het leuk en was verrast door het enthousiasme in het veld en vooral ook de werklust, de ballen vallen ook niet zo maar op de grond. Ik bleef echter zitten met de vraag hoe ik had moeten coachen.
“Jij vraagt in ieder geval de time-outs op tijd aan,” was een mooi compliment, maar wat is nu de ideale coach? Lees Meer