Site-archief

Winnen, van jezelf!

Wie wordt er Europees kampioen? Ik zou het niet weten. Zweden, met Zlatan, is al naar huis en Portugal, met een tegenvallende Ronaldo is ook niet overtuigend aan dit EK begonnen. Iedere poging zich te onderscheidde leek te mislukken. Natuurlijk speelde Zlatan en ook Ronaldo met minder goede spelers dan bij de eigen club om zich heen. Natuurlijk zaten de arbitrale beslissingen niet altijd mee en wellicht, natuurlijk was de kwaliteit van de grasmat dramatisch en  als de loting anders uit was gevallen …

Als ons zo’n EK iets leert is het wel dat je geen invloed hebt op de omstandigheden. Je hebt geen invloed op die grasmat. Je hebt geen invloed op het weer. Je hebt geen invloed op je tegenstander. Je hebt geen invloed op de scheidsrechter. Je hebt zelfs geen invloed op je teamgenoten. Je hebt invloed op jezelf, op jouw voorbereiding, op hoe jij je inzet, hoe jij speelt. Als wij het over winnen hebben, dan kan je alleen van jezelf winnen. Elke dag beter worden dan dat je gisteren was.

spreuken_2

Lees de rest van dit bericht

Met knikkende knieën

Hoewel ik wist dat er niks kon gebeuren, dat het allemaal leuk zou zijn, dat er niks mis kon gaan, omdat er eigenlijk gewoon geen verwachtingen waren, stond ik daar toch met knikkende knieën. Ik zou moeten genieten van het moment, maar dat was de eerste minuten best lastig. Het was zó spannend! Er kwam niks zinnigs uit, behalve dan grenzeloos vage algemeenheden. Wij keken elkaar, in het begin, ook amper aan.

Zo verliepen de eerste minuten van mijn eerste date, mijn eerste sollicitatiegesprek voor mijn eerste vakantiebaantje, mijn eerste volleybalwedstrijd. Het gaat nergens over en toch lukt het mij niet om dat los te laten. De spanning blokkeerde mij volledig.

Spanning is een voor mij nogal een thema. Ik kan soms als een berg ergens tegenop zien. Mijn eerste rij-examen, mijn eerste spreekbeurt, zelfs mijn eerste volleybaltraining. Ik vraag mij soms echt af “Wie ben ik dat ik dit mag doen?”

Laatst werd ik gevraagd of mee te werken aan een radioprogramma. Ik was oprecht verrast. Toen een uitgever contact met mij opnam omdat zij mijn manuscript wel interessant vonden, was ik met stomheid geslagen. Ik weet niet hoe het voor acteurs is, maar als ik een presentatie moet geven voor een volle zaal, schrik mij iedere keer weer wezenloos. Het aparte is dat ik het daarna wel gewoon ga doen, er ga staan en doe ik mijn verhaal. Er is na afloop ook niemand die zegt men kon zien dat ik het spannend vond. In tegendeel. Mijn eerste spreekbeurt op de basisschool verliep destijds overigens ook goed. Niet een spreekbeurt van 10 minuten, maar gewoon direct een dagdeel,  geschiedenis van de Verenigde Staten.

waarom-kunnen-we-niet-eten-als-we-zenuwachtig-zijn-808

Lees de rest van dit bericht

Schaf de leiders af

Sinds drie jaar ben ik leider van een voetbalelftal. Ik ben min of meer toevallig in deze functie gerold. De club was en is van mening dat leden, ouders van jeugdleden allemaal een taak binnen de vereniging dienen te vervullen. Iets wat ik overigens van harte ondersteun. De taak van leider was vacant en omdat niemand zich voor deze functie had gemeld, heb ik  dit op mij genomen. Ik wist eigenlijk niet waar ik aan begon. In het volleybal, de sport waarin ik opgegroeid ben, kent men deze functie eigenlijk niet. Uiteindelijk bleek het om bekende taken te gaan. Taken die in het volleybal vaak door de trainer worden uitgevoerd. Zo moest ik het vervoer naar uitwedstrijden organiseren, het zorgen dat jeugdspelers pupillenwedstrijden zouden gaan fluiten, het maken van een overzicht wie er nu wel of niet aanwezig zou zijn tijdens vakanties. De functie vraagt om een goede afstemming met de trainer. Zo kon het gebeuren dat jongens zich bij mij hadden afgezegd maar niet bij de trainer. Of een speler die moest fluiten de trainer had laten weten dat hij ziek was, maar dat dit bij mij niet bekend was.

Jan Dirk van der Zee luidde deze week de noodklok over het tekort aan vrijwilligers binnen voetbal verenigingen: Lees de rest van dit bericht

Handig

Al weer bijna dertig jaar geleden deed ik ‘onderzoek’ naar de verschillen en de voorkeuren van links en rechtshandige volleyballers. Ik trainde in die tijd diverse volleybalteams, waaronder jongens in de leeftijd tussen de 10 en 12 jaar. Wij noemde dat toen de D-mini’s. De leeftijdsfase waarin je de smash ging aanleren. Met de introductie van Smashvolley gebeurd dat tegenwoordig een stuk eerder. Als je de smash gaat aanleren is een van de eerste vragen die je stelt; “Ben je rechts- of ben je linkshandig”. Was je linkshandig dan werd je het rechts-links-rechts aanloopritme aangeleerd. Was je rechtshandig dan was dit omgedraaid. Wat mij opviel was dat er altijd spelers waren die met dat vereiste aanloopritme niet uitkwamen. Deze jongens konden uit stand prima smashen, maar met een aanloop, in sprong, ging het mis. Het duurde enorm lang voordat ze het vereiste pasritme onder de knie hadden. Vaak waren ze voor die tijd al afgehaakt, met het idee dat ze het nooit zouden leren.

Wat ging er mis? Ik had geen idee. In een artikel in de Volley Techno, eind jaren ’80 vertelde Toon Gebrands dat het genoemde pasritme bij 90% van de spelers klopt en dat 10% van de spelers een omgekeerd pasritme loopt. Dit was lastig af te leren, sterker het bleek vaak averechts te werken. Toon gaf als oplossing om in ieder geval een goede voetplaatsing aan te leren. Een goed aanloopritme is dan minder een probleem, de schouderas staat dan tenminste goed. Ik ben in die periode erg veel gaan lezen, met experts gaan praten, over motorische ontwikkeling, over links- en rechtshandigheid.

Lees de rest van dit bericht

De ideale coach

Afgelopen zaterdag maakte ik, na ruim drie jaar, laten we zeggen, opnieuw, mijn debuut als volleybalcoach. Dit maal als coach van SV Dynamo dames 5, spelend in de promotieklasse. Ik moet eerlijk toegeven, ik had mijn twijfels of ik het moest doen, vond het ook moeilijk. Ik kende bijna niemand in het team, weet amper hoe zij getraind hebben, wat ze kunnen en wat niet.
Het team had afgelopen week een vrij matige oefenwedstrijd gespeeld en had zelfs een set, na ruim voor gestaan te hebben, toch nog verloren.
“Dat kunnen wij ook” werd mij voor de wedstrijd nog vertelt.
Na de toch nog vrij eenvoudige winst in de 1e set, werd de tegenstander in de 2e set bijkans gedeclasseerd. De derde set, twee wissels. Sociaal wisselen. De derde set verliep stroef lang kon de tegenstander mee, tot bij de 20, toen was de koek voor onze tegenstander wel op. Na de 3e set een zucht van verlichting langs de lijn, de beruchte derde set dip was overwonnen. In de 4e set, de laatste twee wissels ingebracht. De tegenstander maakte snel een gat, wij konden echter, door goed serveren bijkomen. Uiteindelijk werd set vier nipt verloren. Na de wedstrijd werd mij gevraagd wat ik er van gevonden had. Ik vond het leuk en was verrast door het enthousiasme in het veld en vooral ook de werklust, de ballen vallen ook niet zo maar op de grond. Ik bleef echter zitten met de vraag hoe ik had moeten coachen.
“Jij vraagt in ieder geval de time-outs op tijd aan,” was een mooi compliment, maar wat is nu de ideale coach? Lees de rest van dit bericht

%d bloggers liken dit: