Site-archief

Negatief

Duncan won, namens Nederland, het Eurovisie Songfestival. Half Nederland viel echter over de commentator, Jan Smit. De man was onbeschoft, was negatief en had er geen verstand van.

“Dat uitgerekend hij iets moet zeggen over de vraag of iemand vals zingt of niet.”

Nu kan je daar wat van vinden en dat deed ik dan ook, maar ik kreeg direct terug dat hij tenminste wel de waarheid vertelde.
Smit is echt niet de enige die onder het mom van de waarheid publiekelijk iedereen te kakken zet. Bij VI doen ze dit al jaren en, gezien de kijkcijfers, met veel succes. Van de Gijp en Derksen braken al jaren wat hen goed deugd. Kantinepraat, wordt er dan gezegd, het valt allemaal wel mee. Nu geloof ik best dat mensen, als ze iets te veel op hebben, meer zeggen dat goed voor hun is maar om dat nu te cultiveren is wel erg goedkoop.

Lees de rest van dit bericht

Vervelende ouders

Ik geeft het maar toe, ik ben ouder, ik ben vader van inmiddels drie volwassenen kinderen. Deze kinderen zijn echter ook jong geweest en ook ik stond langs de lijn, zat op een tribune en ook ik heb mijn kinderen aangemoedigd. Ik heb teams van mijn kinderen getraind, ben leider geweest van het elftal waar mijn zoon in zat. Waar clubs vroeger zaten te springen om ouders, waar men vroeger nog zei ‘Ouders graag gezien’ is het feit dat je ouder bent tegenwoordig iets waar ik mij bijna voor zou moeten schamen. Ouders zijn, tenminste in het voetbal, een bron van ergernis. Nick Veenbrink schreef hier recent een lezenswaardig blog over. Nick geeft aan dat ouders belang hechten aan de competitieve elementen in sport wat zich uit in het volgen van ranglijsten en verlangen dat hun kinderen wedstrijden winnen of kampioen worden. Hierover schreef ik eerder al een blog. Ouders willen dat hun kind het goed doet. Ouders hechten, zo benoemd Nick, ook waarde aan het verkozen worden tot selectiespeler. Het geeft vorm aan de status, aldus Nick. Ouders zijn bereid ver te gaan, hieraan bij te dragen. Als voorbeeld noemt Veenbrink een vader die gevraagd wordt leider van een elftal te worden en daar maar ja tegen zegt omdat hij er niet zeker over was dat zijn zoon in een selectie elftal zou komen. Hier voelde ik mij direct aangesproken want ook ik was leider van een jeugdelftal. Hoewel Veenbrink aangeeft ouders niet over een kam te willen scheren wordt een link gelegd met ouders die basisschoolleraren onder druk zetten om het schooladvies aangepast te krijgen. Ook de term curling ouders komt naar voren. Ouders willen hun kinderen behoeden voor tegenslag.  Zwart-wit gesteld: ouders zien zichzelf pas als goede opvoeder wanneer hun kinderen goed presteren, aldus Veenbrink.

Alles is het gevolg van de prestatiemaatschappij, ook in het onderwijs zien wij dit terug. Een schooladvies wordt niet zonder meer geaccepteerd. Binnen een prestatiemaatschappij is men gedreven door succes. Op de website van De Correspondent is een mooi artikel te lezen over onze prestatiemaatschappij. Gelukkig zijn in een wereld die draait om succes.

Wij rekenen collectief af met de zesjescultuur. Overal – van de lokale supermarkt tot aan de voetbalclub – maken we prestaties meetbaar.

Dit is de wereld waarin wij leven.  In deze prestatiemaatschappij vervullen wij allemaal een rol. Onze maatschappij is nu eenmaal zo ingericht. Op school krijgen kinderen worden vanaf de kleuterschool getoetst, worden de vorderingen van kinderen middels een leerlingvolgsysteem gevolgd en zelf een kinderdagverblijf of een peuterspeelzaal ontkomt niet aan de voorschoolse educatie. Alles moet meetbaar zijn en stil stand is al heel jong achteruitgang. Op latere leeftijd komen wij functionering- en beoordelingsgesprekken tegen of, als je gelukt hebt jaargesprekken of POP gesprekken, want je moet je blijven ontwikkelen. Ook nu moet voortgang meetbaar zijn, moeten wij steeds werken aan doelen, werken wij naar deadlines.

Lees de rest van dit bericht

Niet leuk

“Pis”
“Pot”
“Pis”
“Pot”
“Pis”
“Ooh wacht even, doen we met laatste hele?”
“Lijkt mij wel, doen we altijd!”
“Pis”
“Pot”
“Oke, jij wint. Jij mag kiezen.”
“Dan kies ik, natuurlijk Peter!”
Peter was een hele goede voetballer, speelde bij RCH in de D1 en dan kan je echt wat.

Zo zagen mijn woensdagmiddagen er in Heemstede vaak uit. Voetballen op het veldje langs de Scheldelaan. Peter werd ook vaak als eerste gekozen. Opvallend en eigenlijk ook weer niet, werd Berry  altijd als laatste gekozen. Berry kon er echt helemaal niks van. Eigenlijk wilde niemand Berry in z’n team.

Als ik thuis kwam na een middag voetballen, zaten mijn vader en moeder aan een kopje thee in de woonkamer.
“En? Gewonnen?”
Winnen was belangrijk. De vraag was niet of ik leuk gespeeld had. Omdat ik graag wilde dat mijn vader trots op mij was, wilde ik ook maar wat graag winnen. Om die reden kon ik ook echt flink sacherijnig zijn als ik verloren had. Niets vervelender dan thuiskomen en dan van uitgerekend je vader te horen dat je er niks van kan of milder, je best niet had gedaan. De reden dat Berry altijd als laatste gekozen werd had hier ook alles mee te maken. De kans om te verliezen was met hem een stukje groter. Hij kon gewoon keihard over een bal heen maaien en daar kon hij nog niet eens iets aan doen. Hij zat niet op voetbal en al helemaal niet in een selectieteam. Berry zat op pianoles en eerlijk is eerlijk, dat kon hij dan weer wel. Het feit dat Berry werd gedoogd, daar kwam het wel op neer, was omdat hij gewoon wel een coole gast was. Prima jongen, alleen liever niet met hem voetballen. Lees de rest van dit bericht

Het team dat je verdiend

Het is een vrij eenvoudige rekensom. Sjors, 10 jaar oud, wordt geselecteerd voor de O12-1 van zijn vereniging. Dit team traint 3x per week, laten we zeggen, 1 uur. Zijn vriendje Thijs viel helaas af. Al moet ik toegeven, de meningen waren verdeeld. Thijs kwam in O12-2. Dit team trainde 1x per week, 1 uur. Na 5 weken heeft Sjors 15 uur getraind. Thijs heeft op dat moment 5 uur getraind. Na 40 weken, zeg maar  eind van het seizoen, heeft Sjors 120 uur getraind. Thijs heeft opdat moment 40 uur getraind. Thijs viel niet alleen af, hij heeft na 1 seizoen ook direct fors minder trainingsuren gemaakt dan zijn vriendje. Bij de club slagen ze er altijd wel in om voor de selectieteams goed opgeleide trainers, trainers met een trainersdiploma te vinden. Het team van Thijs had bij aanvang van het seizoen géén trainer. De O12-2 moest het de eerste anderhalve maand doen met wisselende trainers. Een aantal keren moesten ze samen trainen met de O12-3. Uiteindelijk bleek een vader van een van de jongens bereid het team te trainen.

Na 1 seizoen is Sjors een beter voetballer geworden, het gaat allemaal wat makkelijker dan aan het begin van het seizoen. Thijs is niet veel beter geworden. De technische commissie was tevreden, de selectietrainingen hadden de juiste teamindelingen opgeleverd. De beste jongens, zo werd geconcludeerd, zaten ook in de selectieteams. Thijs bewees met zijn progressie het gelijk van het systeem. Lees de rest van dit bericht

Wereld te Winnen

“In Nederland wordt het verliezen steeds onbelangrijker gemaakt, als verliezen er niet meer toe doet, wat is Winnen dan nog!?  Vergeet niet dat het een promo is waar commerciële belangen aan vast zitten.”

Het filmpje van Interpolis, waarin oud judoka Edith Bos vertelt over de risico’s van de eenzijdige focus op winnen roept het nodige op. Lees de rest van dit bericht

%d bloggers liken dit: