Site-archief

Meer regels

Er wordt in het voetbal een vrij brede campagne gevoerd tegen de VAR of wel tegen, of wel de video assistant referee, de videoscheidsrechter. Waar er eerst geklaagd werd over de kwaliteit van de scheidsrechters en moesten zij toch, net als in andere sporten ondersteund worden middels technische hulpmiddelen, wordt er sinds een tijd ernstig getwijfeld aan de kwaliteit van de VAR. Plots moeten de besluiten toch echt op het veld genomen worden en niet door iemand die niet eens in het stadion zit.

De VAR maakt het voetbal dood. In de The Guardian, toch een kwaliteitskrant, een heel artikel waarin rechtsgeleerden er voor pleiten dat de VAR alleen nog gebruikt mag worden bij ‘duidelijke en voor de hand liggende’ buitenspelfouten. De invloed van mensen als Gary Linneker is groot in Engeland. In een reactie op zoveel wijsheid vroeg iemand zich of je een VAR nodig hebt als de vergissing zo levensgroot is. Was de VAR niet juist bedoeld voor die situaties waarin het allemaal niet zo duidelijk is?

De campagne tegen de VAR begint lachwekkend te worden. Het wordt te pas en te onpas gebruikt. Als Liverpool een matige wedstrijd speelt maar wel nipt winnen post Teletekst een bericht waarin staat dat de VAR Liverpool te hulp is gekomen.

 

Bij al het commentaar over de VAR gaat het vaak over het al dan niet buitenspel staan. Nu zijn er best regels die redelijk vaag zijn en die echt voor meerdere uitleg vatbaar zijn, want wanneer is het hands? Dit is bij buitenspel echter minder het geval. In de spelregels staat hierover het volgende:

Regel 11 

1. Buitenspelpositie

Buitenspel zijn als zodanig is geen overtreding. Een speler bevindt zich in buitenspelpositie indien:

enig deel van zijn hoofd, lichaam of voeten op de helft van de tegenpartij is (m.u.v. de middenlijn) en hoe dichter bij de doellijn van de tegenpartij is dan zowel de bal als de voorlaatste tegenstander met enig deel van zijn hoofd, lichaam of voeten.De handen en armen van alle spelers, ook van de doelverdedigers, worden buiten beschouwing gelaten.Een speler bevindt zich niet in buitenspelpositie indien hij gelijk staat met de voorlaatste tegenstander, of de laatste twee tegenstanders.

2. Strafbaar buitenspel

Een speler die zich in buitenspelpositie bevindt op het moment dat de bal wordt gespeeld of geraakt door een
medespeler, wordt alleen gestraft als hij actief betrokken raakt bij het spel door:

in te grijpen in het spel door het spelen of raken van de bal, die door een medespeler is gespeeld of geraakt, of

een tegenstander in diens spel te beïnvloeden door te voorkomen dat een tegenstander de bal kan spelen of in staat is te spelen
door duidelijk het gezichtsveld van de tegenstander te blokkeren of een tegenstander aan te vallen in strijd om de bal, of duidelijk te proberen de in zijn nabijheid zijnde bal te spelen waarbij deze handeling de tegenstander beïnvloedt, of een duidelijke actie te maken die duidelijk invloed heeft op de mogelijkheid van een tegenstander om de bal te spelen of door voordeel te trekken door de bal te spelen of een tegenstander in diens spel te beïnvloeden wanneer de bal terugkomt of van richting is veranderd van de doelpaal, doellat, wedstrijdofficial of een tegenstander; bewust is gered door een tegenstander. Een speler die zich in buitenspelpositie bevindt en die de bal ontvangt van een tegenstander die de bal bewust speelt (behalve bij het maken van een  redding door een tegenstander), wordt niet beschouwd als een speler die voordeel trekt. Een redding is het tegenhouden van de bal of probeert tegen te houden, die in het doel gaat of er dicht bij in de buurt is, met enig lichaamsdeel behalve de handen (tenzij de doelverdediger dit doet in het strafschopgebied).Hoewel zo’n begrip als ‘de bal bewust speelt’ wel vrij suggestief is is de beschrijving van de buitenspelpositie vrij helder. De omschrijving van de regel geeft weinig ruimte voor interpretatie en is, met een beetje pech, inderdaad millimeterwerk. Je kan met deze regels niet zeggen: “Tja, het gaat maar om een teen, dus dan meer niet buitenspel, anders wordt het zo sneu.”

Acceptatie

Waar het in die hele discussie om gaat is niet de beslissing van de VAR maar veel meer over de vraag of je überhaupt een beslissing die je niet welgevallig is kan en wil accepteren. In geen enkele andere sport is zoveel commentaar op eerst de scheidsrechter en daarna de VAR. Wij hebben enorm veel moeite met het feit dat iemand anders invloed heeft op het doel dat jij zou willen bereiken. Ik werd er ooit op aangesproken dat onze scheidsrechter best wat partijdiger mocht zijn. Dit betrof nog echt een clubscheidsrechter, daar had je nog, mocht je dat zou willen, wat invloed op. Op al die onafhankelijke scheidsrechters en op de VAR heb je veel minder invloed. Als het goed is heb je daar geen enkele invloed op. Natuurlijk, waar gewerkt wordt vallen spaanders. Mensen zijn feilbaar en om het allemaal zo eerlijk mogelijk te laten verlopen is daar de VAR.

Een mooi inkijkje in hoe de scheidsrechter ondersteund wordt tijdens het tennis:

Beter?

Is het dan goed zoals het gaat? Ik denk het niet. Mourino had wel punt toen hij aangaf dat die A in de VAR er wel uit mocht. Laat het besluit aan de VAR en niet aan de subjectieve observatie  van de scheidsrechter op het veld. Laat ook in het stadion is waarom een besluit genomen is, dus geen afgeschermde beeldbuis naast het veld. Wees open en transparant. Geef teams, net zoals bij andere sporten óók het recht om de VR te vragen om naar een situatie te kijken en ontneem dit recht ook als zij, bijvoorbeeld 2x in het ongelijk zijn gesteld.

 

Negatief

Duncan won, namens Nederland, het Eurovisie Songfestival. Half Nederland viel echter over de commentator, Jan Smit. De man was onbeschoft, was negatief en had er geen verstand van.

“Dat uitgerekend hij iets moet zeggen over de vraag of iemand vals zingt of niet.”

Nu kan je daar wat van vinden en dat deed ik dan ook, maar ik kreeg direct terug dat hij tenminste wel de waarheid vertelde.
Smit is echt niet de enige die onder het mom van de waarheid publiekelijk iedereen te kakken zet. Bij VI doen ze dit al jaren en, gezien de kijkcijfers, met veel succes. Van de Gijp en Derksen braken al jaren wat hen goed deugd. Kantinepraat, wordt er dan gezegd, het valt allemaal wel mee. Nu geloof ik best dat mensen, als ze iets te veel op hebben, meer zeggen dat goed voor hun is maar om dat nu te cultiveren is wel erg goedkoop.

Lees de rest van dit bericht

Vervelende ouders

Ik geeft het maar toe, ik ben ouder, ik ben vader van inmiddels drie volwassenen kinderen. Deze kinderen zijn echter ook jong geweest en ook ik stond langs de lijn, zat op een tribune en ook ik heb mijn kinderen aangemoedigd. Ik heb teams van mijn kinderen getraind, ben leider geweest van het elftal waar mijn zoon in zat. Waar clubs vroeger zaten te springen om ouders, waar men vroeger nog zei ‘Ouders graag gezien’ is het feit dat je ouder bent tegenwoordig iets waar ik mij bijna voor zou moeten schamen. Ouders zijn, tenminste in het voetbal, een bron van ergernis. Nick Veenbrink schreef hier recent een lezenswaardig blog over. Nick geeft aan dat ouders belang hechten aan de competitieve elementen in sport wat zich uit in het volgen van ranglijsten en verlangen dat hun kinderen wedstrijden winnen of kampioen worden. Hierover schreef ik eerder al een blog. Ouders willen dat hun kind het goed doet. Ouders hechten, zo benoemd Nick, ook waarde aan het verkozen worden tot selectiespeler. Het geeft vorm aan de status, aldus Nick. Ouders zijn bereid ver te gaan, hieraan bij te dragen. Als voorbeeld noemt Veenbrink een vader die gevraagd wordt leider van een elftal te worden en daar maar ja tegen zegt omdat hij er niet zeker over was dat zijn zoon in een selectie elftal zou komen. Hier voelde ik mij direct aangesproken want ook ik was leider van een jeugdelftal. Hoewel Veenbrink aangeeft ouders niet over een kam te willen scheren wordt een link gelegd met ouders die basisschoolleraren onder druk zetten om het schooladvies aangepast te krijgen. Ook de term curling ouders komt naar voren. Ouders willen hun kinderen behoeden voor tegenslag.  Zwart-wit gesteld: ouders zien zichzelf pas als goede opvoeder wanneer hun kinderen goed presteren, aldus Veenbrink.

Alles is het gevolg van de prestatiemaatschappij, ook in het onderwijs zien wij dit terug. Een schooladvies wordt niet zonder meer geaccepteerd. Binnen een prestatiemaatschappij is men gedreven door succes. Op de website van De Correspondent is een mooi artikel te lezen over onze prestatiemaatschappij. Gelukkig zijn in een wereld die draait om succes.

Wij rekenen collectief af met de zesjescultuur. Overal – van de lokale supermarkt tot aan de voetbalclub – maken we prestaties meetbaar.

Dit is de wereld waarin wij leven.  In deze prestatiemaatschappij vervullen wij allemaal een rol. Onze maatschappij is nu eenmaal zo ingericht. Op school krijgen kinderen worden vanaf de kleuterschool getoetst, worden de vorderingen van kinderen middels een leerlingvolgsysteem gevolgd en zelf een kinderdagverblijf of een peuterspeelzaal ontkomt niet aan de voorschoolse educatie. Alles moet meetbaar zijn en stil stand is al heel jong achteruitgang. Op latere leeftijd komen wij functionering- en beoordelingsgesprekken tegen of, als je gelukt hebt jaargesprekken of POP gesprekken, want je moet je blijven ontwikkelen. Ook nu moet voortgang meetbaar zijn, moeten wij steeds werken aan doelen, werken wij naar deadlines.

Lees de rest van dit bericht

Niet leuk

“Pis”
“Pot”
“Pis”
“Pot”
“Pis”
“Ooh wacht even, doen we met laatste hele?”
“Lijkt mij wel, doen we altijd!”
“Pis”
“Pot”
“Oke, jij wint. Jij mag kiezen.”
“Dan kies ik, natuurlijk Peter!”
Peter was een hele goede voetballer, speelde bij RCH in de D1 en dan kan je echt wat.

Zo zagen mijn woensdagmiddagen er in Heemstede vaak uit. Voetballen op het veldje langs de Scheldelaan. Peter werd ook vaak als eerste gekozen. Opvallend en eigenlijk ook weer niet, werd Berry  altijd als laatste gekozen. Berry kon er echt helemaal niks van. Eigenlijk wilde niemand Berry in z’n team.

Als ik thuis kwam na een middag voetballen, zaten mijn vader en moeder aan een kopje thee in de woonkamer.
“En? Gewonnen?”
Winnen was belangrijk. De vraag was niet of ik leuk gespeeld had. Omdat ik graag wilde dat mijn vader trots op mij was, wilde ik ook maar wat graag winnen. Om die reden kon ik ook echt flink sacherijnig zijn als ik verloren had. Niets vervelender dan thuiskomen en dan van uitgerekend je vader te horen dat je er niks van kan of milder, je best niet had gedaan. De reden dat Berry altijd als laatste gekozen werd had hier ook alles mee te maken. De kans om te verliezen was met hem een stukje groter. Hij kon gewoon keihard over een bal heen maaien en daar kon hij nog niet eens iets aan doen. Hij zat niet op voetbal en al helemaal niet in een selectieteam. Berry zat op pianoles en eerlijk is eerlijk, dat kon hij dan weer wel. Het feit dat Berry werd gedoogd, daar kwam het wel op neer, was omdat hij gewoon wel een coole gast was. Prima jongen, alleen liever niet met hem voetballen. Lees de rest van dit bericht

Het team dat je verdiend

Het is een vrij eenvoudige rekensom. Sjors, 10 jaar oud, wordt geselecteerd voor de O12-1 van zijn vereniging. Dit team traint 3x per week, laten we zeggen, 1 uur. Zijn vriendje Thijs viel helaas af. Al moet ik toegeven, de meningen waren verdeeld. Thijs kwam in O12-2. Dit team trainde 1x per week, 1 uur. Na 5 weken heeft Sjors 15 uur getraind. Thijs heeft op dat moment 5 uur getraind. Na 40 weken, zeg maar  eind van het seizoen, heeft Sjors 120 uur getraind. Thijs heeft opdat moment 40 uur getraind. Thijs viel niet alleen af, hij heeft na 1 seizoen ook direct fors minder trainingsuren gemaakt dan zijn vriendje. Bij de club slagen ze er altijd wel in om voor de selectieteams goed opgeleide trainers, trainers met een trainersdiploma te vinden. Het team van Thijs had bij aanvang van het seizoen géén trainer. De O12-2 moest het de eerste anderhalve maand doen met wisselende trainers. Een aantal keren moesten ze samen trainen met de O12-3. Uiteindelijk bleek een vader van een van de jongens bereid het team te trainen.

Na 1 seizoen is Sjors een beter voetballer geworden, het gaat allemaal wat makkelijker dan aan het begin van het seizoen. Thijs is niet veel beter geworden. De technische commissie was tevreden, de selectietrainingen hadden de juiste teamindelingen opgeleverd. De beste jongens, zo werd geconcludeerd, zaten ook in de selectieteams. Thijs bewees met zijn progressie het gelijk van het systeem. Lees de rest van dit bericht

%d bloggers liken dit: