Site-archief

In groepen bewegen

Als trainer-coach in een teamsport was ik bezig met mijn spelers motorische vaardigheden aan te leren, technisch beter te maken. Ik was, hoeveel bij de hele jonge kinderen nog beperkt, bezig met tactiek. Als trainer-coach was ik natuurlijk ook bezig met het begeleiden van een groepsproces. Er gebeurde van alles in die groepen en ik realiseerde mij al snel dat alles wat er gebeurde grotendeels in relatie stond tot wat ik deed., met wat in zei. Was ik boos geweest op iemand, dan deed dit iets met degene op wie ik boos was geweest, maar het deed ook iets met de rest van de groep. Er werd op z’n minst over nagepraat en als men het niet met mij eens was, dan werd er een blok gevormd en dan kreeg ik dat terug. Soms wilde ik dat blok en veroorzaakte ik bewust, maar wel volledig onterecht, een klein conflictje.

In het Algemeen Dagblad van 12 oktober een bijna schokkend artikel, trainers in het amateurvoetbal hebben geen idee wat ze met een groep aan moeten.  Enkele jaren geleden schreef ik een boek over juist dit onderwerp. Een boek over het proces dat een groep doormaakt, over de rol die als trainer hebt. Verhalen over hoe je nu weet wat er in de groep gebeurd en hoe je daar zinvolle interventies op inzet.

Lees de rest van dit bericht

Advertenties

Achter op de fiets leer je niets

Onze kinderen konden al vroeg fietsen. Het achterop zitten was dan ook van korte duur. Ze vonden het feit dat ze konden fietsen veel te leuk. Er ging letterlijk een wereld voor hen open. De basisschool lag aan de andere kant van de stad.  Min of meer bewust gekozen, een Daltonschool in plaats van de reguliere basisschool in de buurt. De afstand betekende echter ook dat onze kinderen al jong een flink stuk moesten fietsen. Zij hadden natuurlijk achterop gekund, wij hadden er naast kunnen fietsen, maar zij vonden het leuk om voor ons te fietsen. Wij zorgde er voor dat ze op zicht en hoor afstand voor ons uit fietste. Zij moesten dus zelf bij het oversteken naar links en naar rechts kijken en bij een stoplicht stoppen.

Laatst in Engeland viel mij op dat nog vrij grote kinderen, de peuterleeftijd toch wel ontgroeit nog met een tuigje lopen. Zo’n leuk rugzakje met leiband. Loopt het kind weg, dan trek je even aan de leiband. In ons land minder van dit soort leibanden of het moet een hond zijn. Honden hebben in ons land, zelfs aangelijnd meer speelruimte dan mening kind in Engeland. In ons land zie je nog wel eens kinderen achterop of in zo’n mooie fietsbak, waarvan je denkt, kan dat kind niet zelf fietsen? Lees de rest van dit bericht

Mijn vader? Mijn coach!

Peter had al ruime ervaring als trainer-coach toen hij gevraagd werd om het team van zijn zoon Edwin te trainen en te coachen. Als man van de vereniging, maar ook omdat hij echt vond dat ik het moest doen en ook kon, is hij dat seizoen begonnen. Het leek hem leuk, maar ook wel makkelijk, om zijn zoon te trainen. Het was logistiek wel handig, zei hij geregeld. Hij was er toch en behoefde dan niet een dag extra richting de sporthal te rijden. Daarbij had de club, zoals elk seizoen moeite om voor .alle teams een trainer te vinden. Edwin? Die vond het fantastisch. Je vader als coach, leuker kon niet. Als eerste in de zaal, helpen de spullen klaar zetten. Het was gezellig. Het werd al snel minder leuk toen Peter zijn zoon af en toe moest aanspreken op dingen die eigenlijk niet konden. Of die keer dat hij bij een oefening niet mee wilde doen, maar wilde helpen. Het werd, in toenemende mate, niet werkbaar. In een poging om zijn zoon niet voor te trekken, deed Peter geregeld het tegenovergestelde. Waar Peter een het harde werken tijdens de training van Edwin als normaal beschouwde, gaf hij andere jongens daar een compliment voor. Na een verloren wedstrijd had Edwin een vader nodig die hem troostte, niet een coach die nog even vertelde wat er allemaal wel niet mis ging en Edwin? Lees de rest van dit bericht

Op mijn vinger gekeken worden

Als ik iets vervelend vond dan was het wel op mijn vinger gekeken te worden, gecontroleerd te worden. Ik wilde gewoon mijn eigen gang gaan. Ik wist wat ik deed. Er zat natuurlijk iets achter. Ik wist eigenlijk helemaal niet of ik het goed deed. Ik was als de dood om dat te horen. Waar kwam die angst om te horen dat ik het niet goed had gedaan, of beter anders had kunnen doen, vandaan? Het kwam in ieder geval niet door mijn opvoeding. Voor mijn ouders was het belangrijk dat ik er hard voor geleerd had en wat deed met wat er niet goed ging, dan dat ik er op afgerekend werd op wat ik niet goed deed. Een slecht rapport? Ik heb geen centimeter voor om hoeven fietsen. Ik werd er niet op afgerekend.
Het zal wellicht iets te maken hebben gehad met de wijze waarop ik in de loop der jaren van deze en gene feedback heb mogen ontvangen. Zo herinner ik mijn juffrouw Bakker nog goed. Mijn juf van de 3e klas van de lagere school.

‘Bij me komen!’, schreeuwt de juf,’en neem je rekenboek mee’. Ik kijk de juf verschikt aan. ‘Ja, jij, hierkomen’, gaat ze kwaad verder. Ik pak mij rekenboek en loop schoorvoetend tussen de tafeltjes door naar voren. Met een klap smijt de juf een schriftje voor mij neus. ‘Wat ben jij een dom uilskuiken’, bijt ze me toe. ‘Kan jij nou helemaal niets? Waar moet dit eindigen?’, vraagt ze met een blik van walging. Ik durf haar niet te kijken. Met het hoofd gebogen, kijk ik juffrouw Bakker angstig aan. ‘Kijk me aan, als ik tegen je praat!’, schreeuwt ze. ‘Wat ga je hier nu aan doen?’, vraagt ze. ‘Ik weet het niet juf’, zeg ik. ‘Dat dacht ik al. Wat weet jij nu eigenlijk wel?’, vraagt ze.

Lees de rest van dit bericht

IJsland

Hoewel IJsland met 2-0 verloor van Nigeria, was de 1-1 tegen de vice wereldkampioen Argentinië natuurlijk prima. Wij zijn natuurlijk het laatste EK niet vergeten en Nederland weet als geen ander wat de kwaliteit van het IJslandse voetbal is. Via mijn volleybalvrienden uit  Reykjavik wist ik al langer hoe het voetbal tegen alles in enorm leeft. IJsland heeft net meer dan 330.000 inwoners en telt slechts 20.000 voetballers. Ons land telt, even als vergelijking 1,2 miljoen voetballers en altijd nog 114.440 volleyballers. Neem daarbij dat het klimaat niet bepaald prettig is voor het beoefenen van een buitensport en je heb een scenario voor een mission impossible. Toch is het succes van IJsland niet iets dat uit de hoge hoed. Michiel de Hoog schreef hier eerder al een geweldig artikel over.

IJsland kampte in de jaren 90 met een hoog alcohol en softdrugs gebruik onder jongeren. De eerste uitkomsten gaven haar behoorlijke buikpijn: bijna de helft van alle 14- en 15-jarigen dronk niet alleen vaak, maar ook veel. Je moet dan denken aan elke maand minimaal één keer dronken. In Europa waren het alleen de Poolse pubers die het nog bonter maakte. Kinderarts, Nico van der Lely zette, recent, in ons land een alcoholpoli voor tieners op.
„Twee keer flink dronken en je IQ daalt tien tot vijftien punten,” aldus Van der Lely.

Dat inzicht was er in de jaren 90 al in IJsland. Inmiddels drinkt een 15 jarige IJslandse puber nog amper en sport hij zo’n 5x per week. Aan de wieg van deze cultuuromslag stond sociologe Inga Dora Gigfusdottir. Haar onderzoek bracht het gigantische probleem aan het licht. Door hierover, vrij informeel, te gaan praten, met politici, leraren, ouders drong het besef dat er werkelijk een probleem was tot steeds meer mensen door. Waar de preventie voorheen uitsluitend bestond uit voorlichting ging men nu een paar stappen verder. Zo kwam er wetgeving, werd er doorlopend gewerkt aan het maatschappelijk bewustzijn maar werden er ook alternatieven geboden. Wij klagen in Nederland nog wel eens over onze stringente wetgeving maar op IJsland ging men nog een stapje verder. Wat dacht je van een verkoopverbod voor tabaksproducten aan jongeren jonger dan 18 en voor alcohol tot 20. Verder kwam er een totaal verbod op tabaks- en alcoholreclame. Verder kwam er een officieuze avondklok voor kinderen onder de 16. Hierop werd niet gehandhaafd, toch bleek deze vrij trouw te worden nageleefd.

Alternatieven

Men had bedacht dat het goed zou zijn als kinderen het gehele jaar door zouden kunnen sporten. Niet alleen in de korte zomerperiode maar ook in de lange, donkere, wintermaanden. In het gehele land werden er overdekte sportcentra’s gerealiseerd. De beste kinderen werden niet apart gezet. De achterliggende gedachte was ook niet om kinderen nu om te vormen tot topsporters. De achterliggende filosofie kwam voort uit het werken aan een gezondere lifestyle en dat ging iedereen aan. De talentvolle kinderen speelde dus samen met de op het eerste gezicht minder talentvolle kinderen. Een ander aspect van het aanbieden van sport was de opvatting dat elk kind recht had op hoog opgeleide trainers.

De IJslandse aanpak werpt zijn vruchten af. Op dit moment kan je zonder veel overdrijving stellen dat IJsland gidsland is als het gaat op drank en drugspreventie onder jongeren. In de slipstream van de positieve resultaten op het gebied van drank- en drugspreventie, leverde dit lifestyleproject nog een ander effect op. IJsland is, met maar heel weinig inwoners en nog minder voetballers al enige tijd in staat om met de beste voetballanden ter wereld mee te doen. Dit zagen wij al op het EK, waar ons land schitterde door afwezigheid, wist IJsland zich ook moeiteloos te plaatsen voor het WK.

 

Wereldkampioen zitten

In een land dat een tabakswet kent als product van een polderoverleg. Een land dat zich niet brand aan het alcohol gebruik van jongeren. Een land waar de alcoholpoli voor tieners een soort oase is in een Sahara van bier en breezers, kan het maar beter hebben over een veilig onderwerp, het zitten. Ons land is wereldkampioen zitten. Kinderen bewegen veel te weinig, zijn kampioen zitten en hun motorische vaardigheden nemen af! Kinderen missen nu de basis van een leven lang met plezier sporten en bewegen. In een petitie kan je aangeven of jij het hier mee eens bent.

Ik wil hier echter wel een groot vraagteken bijzetten. Waarom pakken wij niet direct ook het alcohol en tabaksgebruik nog steviger aan? Waarom zijn er nog steeds zo weinig echte vakleerkrachten in het bewegingsonderwijs en waarom kom ik nog steeds trainers in de zalen en op de velden tegen die zonder enige opleiding onze kinderen motorische vaardigheden aan willen leren?

“Trainer gezocht voor Jo O15-2. Een trainersdiploma niet noodzakelijk.”

Ik vraag mij, tot slot af waarom is het noodzakelijk om met selecties te werken? Waarom moeten wij al op jonge leeftijd gaan kokeren? De ervaringen op IJsland leren ons dat een dergelijk werkwijze leidt tot veel plezier op jongere leeftijd en tot hele goede resultaten op latere leeftijd. Als wij dan toch allemaal achter de petitie om te komen tot een aanpak tegen bewegingsarmoede, laten wij dan eens doorpakken en niet met een halfslachtige polderoplossing komen!

%d bloggers liken dit: