Site-archief

Finale

finale-ek-2016-stade-de-france
Als trainer-coach van een volleybalteam heb ik 16x de eindrondes van het Nederlands Kampioenschap behaald. Ook speelde ik met diverse teams het veelvoudige aan finales voor de regiokampioenschappen. Als leider van een voetbalelftal heb ik inmiddels de ervaring van twee na-competities. Bij de eerste na-competitie ging het om een poging om degradatie te ontlopen. Bij de tweede na-competitie ging het om te proberen te promoveren. Naast het leren van de sport, het leren spelen van wedstrijden zijn het spelen van finales daarin weer iets speciaals.

Het waren stuk voor stuk finales, wedstrijden die tot een zekere spanning leidde. Jongens die slecht sliepen voorafgaand aan de speeldag. Jongens die tot op het bod gemotiveerd waren om de wedstrijd te spelen en dat ook in woord uitdroegen.

“Ik heb echt geen extra motivatie nodig. Dit soort wedstrijden moet iedereen willen spelen!!”

Ook bij trainers leidde het spelen van finales tot afwijkend gedrag. Zo zijn er altijd trainers die plots met een vaste basis gaan spelen, waardoor de wisselspelers in de finale geen speelminuten krijgen. Er zijn ook trainers die vooraf, maar ook tussen elke wedstrijd een uitgebreide teambespreking gingen houden. Er waren zelfs trainers die zich normaal gesproken prima weten te gedragen maar die in finale wedstrijden zich zelf nog maar moeilijk onder controle konden houden. Ook eventueel aanwezige bestuursleden dreigde soms, door de oplopende spanning, door de hoeven te zakken. Zo herinner ik mij een voorzitter die volledig uit zijn dak ging omdat een coach met zijn team, na een verloren wedstrijd tijdens de eindronde van een NK, op het veld naast de sporthal ging frisbeeën met zijn team. Er moest een driftig woordje worden gesproken.

Lees de rest van dit bericht

Mijn routeplan, doel of middel

Het opleiden van talenten gebeurd niet volgens één rechte lijn. Het is niet zo dat iemand die, met 5 jaar erg goed kan voetballen dan ook, met 18 jaar, in het Nederlands elftal speelt. In dat tussenliggende 13 jaar kan enorm veel gebeuren. Een talent kan tegen een dramatisch slechte trainer aanlopen, waardoor de lol die hij had in een keer op zeep wordt geholpen. Hij zou ook een enorme schop kunnen krijgen waardoor hij dusdanig letsel oploopt, waardoor hij nooit meer op niveau kan voetballen.  Hij zou ook een leuke vriendin tegen het lijf kunnen lopen, die hem wel erg leuk vindt maar dat voetbal echt niet. Kortom, onderweg kan er van alles gebeuren waardoor een talent niet alles er uit kan halen, uit zal halen, wat er in zit.

Als een kind start met zijn of haar sport zijn veel kinderen van ongeveer hetzelfde niveau. De teams zijn niet ingedeeld naar niveau, vriendjes bij vriendjes. Naar mate een kind langer sport, zullen er op een gegeven moment wel selecties gemaakt worden. De beste in het eerste, de iets minder goede spelers daar onder. De piramide wordt smaller. Talenten vallen op, mogelijk worden ze gescout, geselecteerd voor een regionaal selectieteam. De piramide wordt weer smaller. Uit dit selectiegroepje zullen er weer talenten zijn die opvallen, zij zullen misschien in aanmerking komen voor Jeugd Oranje, later Jong Oranje en misschien, heel misschien zullen zij ooit schitteren in het Nederlands team. Naar boven wordt de piramide iedere keer weer smaller. Iedere keer zullen er spelers, speelsters afvallen.

egipt_giza (1)

Lees de rest van dit bericht

Let toch eens op man!

“Afgelopen zaterdag speelde wij thuis. Wij waren sterker dan de tegenstander. Zeker in de tweede helft. Wij speelde vrijwel de gehele wedstrijd op de helft van de tegenstander. Onze keeper was onze laatste man, hij stond een groot deel van de wedstrijd zo rond de middencirkel mee te voetballen. Toch verloren wij de wedstrijd door een strafschop. Of hij onterecht was? Daar ga ik niet eens de discussie over aan. De scheidsrechter beslist. Natuurlijk floot de scheidsrechter een belabberde wedstrijd. Ik heb sowieso moeite met mensen die zich zelf belangrijker vinden dan het spel. Natuurlijk kon de tegenstander niet voetballen. Gewoon pech, alles zat tegen.”

Deze week is het de week van de scheidsrechter. Ik ben het wel eens met de stelling dat scheidsrechters niet belangrijker moeten zijn dan de wedstrijd. Ik durf zelfs wel de stelling aan te gaan dat de wedstrijden van de jongste jeugd ook prima zonder scheidsrechters gespeeld zouden kunnen worden. Natuurlijk zijn scheidsrechters vrijwilligers en zouden spelers en begeleiders, alleen vanuit dat oogpunt zich veel coulanter, socialer op moeten stellen. Vanuit een ander, prestatiegericht, oogpunt is het niet verstandig om je zo met de scheidsrechter bezig te houden. Het leidt af. Je gaat er niet beter van spelen.

De Duitse sportpsycholoog Hans Ebersprächer bedacht begin jaren 90 de aandachtscirkels. Deze aandachtscirkels zijn een goed hulpmiddel om met concentratie om te gaan.

aandachtscirkel

Spelers die optimaal functioneren zitten in het centrum van dit dartbord. Zij zijn uitsluitend bezig met hun taak, met de uitvoering van hun sport. Zij zijn gefocused en zijn moeilijk af te leiden. Een speler die zich gaat storen aan de scheidsrechter, een discussie gaat voeren met zijn coach, of precies weet wat er langs de lijn gebeurd is niet meer met zijn taak bezig. Ook als je, je vooraf al gaat storen over de ontvangst of de staat van het veld, de hal waar je moet spelen, ben je niet optimaal met je taak bezig en speel je derhalve ook minder goed. Je zit in cirkel 2. Dit wil niet zeggen dat je geen gebruik zou kunnen maken van dergelijke, oncontroleerbare afleidingen. Zo zou je na de toss, er voor kunnen kiezen om de helft te kiezen waardoor de keeper van de tegenpartij vol in de zon moet kijken. Hierdoor zadel te de ander op met een potentiële afleider.

Wellicht kom het je bekend voor; je speelt een wedstrijd en je realiseert je dat het minder goed gaat dan dat jij zou verwachten. Dit gebeurd in cirkel 3. Je bent niet in vorm. Je gaat je bedenken waarom het niet lukt, waarom het niet gaat zoals je gehoopt had. Je focus is minder, je speelt minder goed. In cirkel 4 ben je bezig met het resultaat. Zo kan een spits, volledig in cirkel 1, de laatste man passeren om daarna één op één met de keeper te komen. Op dat moment realiseer jij je dat jij zou kunnen scoren, dat jij daarmee de wedstrijd zou kunnen winnen. Op het moment dat dit gebeurd ga jij in een keer van cirkel 1 naar cirkel 4 en jij zal vrijwel zeker missen. Het scenariodenken slaat toe in cirkel 5. Als wij deze wedstrijd verliezen is degradatie vrijwel zeker óf als wij winnen behalen wij de nacompetitie. Als deze gedachtes de boventoon gaan voeren, ben je ver af van de aandacht voor de uitvoering. Je speelt weer een stukje minder goed. Als jij je, tijdens de wedstrijd gaat afvragen wat jij daar doet, of je niet veel leukere dingen had kunnen doen, zijn we aan beland in cirkel 6. Spelers die zich dit soort vragen stellen willen vaak niets liever dan gewisseld worden.

Spelers kunnen switchen tussen cirkels. Als coach kan je, door je manier van coachen, hier ook debet aan zijn. Als je in cirkel 6 zit, als alles tegenzit, is het lastig om nog terug te komen in cirkel 1. De rust opbrengen om weer taakgericht te denken, zal moeilijk zijn. Door een tussenstap, bijvoorbeeld je te concentreren op zoiets als je ademhaling, je gedachten weer te ordenen, zou dit wel kunnen. Om tot optimale prestaties te komen is het goed je te realiseren in welke fase je zit en wat je zou kunnen doen om weer taakgericht te denken.

Tot slot, bemoei je niet met de scheidsrechter, ook als je vindt dat hij slecht fluit.
Het helpt je om zelf beter te spelen. Echt!

 

 

Wil je meer lezen over concentratie, over focus, lees dan vooral:

Focus, beter presteren door cirkeltraining

Pieken

Na het bezoek aan een lezing van Ronald Naar, het moet ergens eind jaren ’90 van de vorige eeuw geweest zijn, ben ik gevaccineerd door het bergbeklimmen. De manier waarop Naar wist te vertellen over zijn passie, de manier ook waarop hij een beklimming planmatig, bijna wetenschappelijk aanpakte, intrigeerde mij enorm. Naar schrijft in zijn boek over de beklimming van de K2, dat hij nooit zonder uitgekiend plan de vele tientallen beklimmingen zou hebben overleefd. Hij deed vooraf aan data analyse, literatuuronderzoek, maakte risico analyses, organiseerde trainingsbeklimmingen. Op basis van het plan dat hij opstelt zoek hij zijn team bij mekaar. Naar houdt met zijn expeditieleden een kennismakingsgesprek en spreekt met enkele klimmers nog extra trainingsbeklimmingen af. Hij zoekt verder bewust jongere klimmers, waarmee hij ook aan talentontwikkeling lijkt te doen. Het beklimmen van de K2 zal voor een aantal klimmers echt buiten hun comfortzone zijn, maar zonder uitdaging geen topprestatie.

Wat heeft voetballen nu met de beklimming van de “Killer Mountain’ te maken zou je zeggen. Waarom moet ik nu aan mijn held Ronald Naar denken als ik het heb over ons voetbalelftal? Dit seizoen speelt ons team in de 4e divisie van de KNVB. Op één na heeft geen enkele speler eerder op dit niveau gespeelt. Voor velen van ons ligt het niveau in de 4e divisie buiten hun comfortzone. Een leeftijdscategorie omhoog, maar tegelijkertijd van de 1e klasse C-jeugd naar de 4e divisie B jeugd is een hele stap. Dit seizoen is het belangrijk om ons te handhaven op 4e divisie niveau. Het ziet er nu naar uit dat wij de na competitie gaan spelen en dat er op dat moment gepiekt moet gaan worden.

02-chinese-side-k2_1600

Lees de rest van dit bericht

%d bloggers liken dit: