Zonder coach

Jaren geleden, ik denk midden jaren 80 van de vorige eeuw, vertelde een Amerikaanse volleybalcoach mij dat coaches eigenlijk overbodig zijn. Plat gezegd kwam het er op neer dat er geen groep ter wereld is die zich zelf zo grenzeloos overschat als de sportcoach. De man was niet dronken, was ervaren in zijn vak en had goed over alles nagedacht. Als voorbeeld noemde hij de skaters, de freerunners, jongens en meisjes die echt niet met een trainer en een coach dagelijks aan de slag zijn maar wel, geheel volgens eigen regels, geweldig mooie sport laten zien. In een recent artikel van Michiel de Hoog (De Correspondent) komt sportpsycholoog Thomas Waanders aan het woord. Waanders benoemd de volgende observaties:

  • Bestuurders pronken op Facebook en Twitter met resultaten van jeugdteams, ook al weten ze dat die weinig zeggen over later succes.
  • Trainers voelen de druk om te moeten winnen en nemen beslissingen die spelers niet helpen in hun ontwikkeling – bijvoorbeeld door jonge, laatrijpe kinderen minder speeltijd te gunnen.
  • Spelers verzwijgen dat ze geblesseerd zijn of thuis problemen hebben. Omdat ze bang zijn niet opgesteld te worden.
  • En op het veld durven ze vaak zichzelf niet te zijn. ‘Veel jeugdspelers hebben last van faalangst,’ zegt Waanders. ‘Ze vermijden bijvoorbeeld het geven van riskante passes, zodat ze dan in elk geval geen balverlies lijden.’

Wij zijn bezig met het korte termijn succes in plaats van lange termijn ontwikkelen. Als gevolg van deze keuze zijn we druk bezig om fouten juist te vermijden én kiezen wij vaak voor de oudere kinderen in een lichting.

Onderzoek wijst uit dat prestatiegericht opleiden niet leidt tot succes op latere leeftijd, terwijl een procesgerichte scholing daar vaak wel toe leidt. Voor kinderen telt er maar een ding en dat is plezier. Er moet geen afrekening op gemaakte fouten plaatsvinden. Fouten maken hoort er bij, dit zijn juist de momenten om je grenzen te verleggen. Volwassenen denken in goed en fout, in winnen en verliezen.  Kinderen zijn daar nog helemaal niet mee bezig. Hoe paradoxaal het ook klinkt maar om later op een goede manier met winnen of verliezen bezig te kunnen zijn moeten ze zich daar in de ontwikkeling juist absoluut niet druk om maken. Kinderen moeten fouten kunnen maken, moeten dagelijks nieuwe dingen kunnen ontdekken, uitproberen. Om er zelf achter te komen wat werkt en wat niet werkt. Sommige denkbeelden, overtuigingen, ideeën, gedachtes zitten zo in ons systeem, dat het moeilijk is om ze los te laten. Dat is de grootste uitdaging van volwassenen, van ons als trainer, als coach. Dat betekent dat wij naar andere mensen moet luisteren, andere visies omarmen, misschien moeten wij accepteren, met al onze ervaring, dat wij nog niet alles kunt weten en dat wij, om de ander te laten groeien, ze kunnen loslaten.

Stof op de planken

Geboortekwartaaleffect

“Jij geeft aan dat procesmatig werken zal leiden tot een hoger niveau van onze elftallen? Kun je dat uitleggen? Ik ben bang dat ondanks dit de trainers toch zullen kiezen voor de beste 11 in de wedstrijd of selectie.”

Een gesprek over het fenomeen geboortekwartaaleffect, leidde tot een discussie over het nut van procesmatig werken. Mijn gesprekspartner was bang dat de meeste trainers toch altijd, aan het begin van het seizoen, bij een wedstrijd, toch altijd zullen kiezen voor de beste 11. Een open deur natuurlijk, want eerlijk is eerlijk, wie zou dat niet doen? De vraag is alleen, zijn de beste spelers van 1 juni, ook de beste aan het eind van het seizoen of nog verder, zijn dit de spelers die straks in het eerste elftal gaan spelen? In de jaren ’90 van de vorige eeuw ontdekte aan Canadese journaliste dat op het hoogte niveau van de NHL veel heel veel spelers geboren waren in maar een paar maanden van het jaar. Later ontdekte men dat ook in het Nederlandse voetbal er wel heel veel spelers in het betaald voetbal geboren bleken te zijn in juist de eerste drie maanden na de peildatum. Dit betekende niet dat talenten niet in zomer geboren konden zijn. Dit had alles te maken met oneerlijke concurrentie, met iedereen over een kam scheren. Co Adriaanse, destijds hoofd opleiding, bij Ajax verzuchtte dat zij, door deze oogkleppen, misschien wel talenten, van het caliber Johan Cruyff, aan de dijk hadden gezet. Top spelers in de dop, die nu achter de geraniums zitten, zonder dat ze ooit hun talent hebben kunnen laten zien, zonder dat iemand ooit naar hen omgekeken had.  Uit Europees onderzoek kwam naar voren dat het probleem binnen het voetbal niet kleiner maar groter wordt, zo bleek uit een onderzoek onder profs uit 12 Europese competities. Uit een artikel van Rick Lenders (maart 2015) bleek dat in de jeugdopleidingen van Nederlandse profclubs bijna vier keer zoveel spelers uit januari, februari of maart dan uit oktober, november of december rondlopen:

http://www.tussendelinies.nl/het-geboortemaand-effect-in-de-nederlandse-opleidingen

Nu scouten deze profclubs bij de amateurverenigingen in hun regio. Je zou dus kunnen verwachten dat ook daar een vergelijkbaar effect te zien zal zijn. Een eerste inventarisatie van een website voor voetbaltrainers laat niet al te hoopvolle cijfers zien. De KNVB heeft nu aangegeven dat zij nu, bijna 16 jaar nadat Ajax dit probleem binnen de eigen jeugdopleiding al signaleerde, hier wat aan gedaan moet worden. Ik verwacht er niet  veel van. Als winnen, gaan voor een kampioenschap, niet willen degraderen, kortom resultaten, het ultieme doel worden, kies je voor de korte termijn, kies je voor spelers met wie jij ook gaat winnen, met wie je niet zal degraderen, met je kampioen zal gaan worden. Hiermee kies voor de korte termijn bevrediging in plaats van het lange termijn resultaat. Leiden wij op om voetballers beter te maken of gaat opleiden over korte halen, snel thuis?

Stof op de planken

De nieuwe spelvormen van de KNVB laten zien dat de KNVB geleerd heeft. Centraal staat niet winnen, centraal staat plezier. Centraal staan veel balcontacten, kleinere teams, op kleinere veldjes. De voetbalwereld zou de voetbalwereld niet zijn als er weer een legioen aan mensen op zouden staan die het plan maar niets vinden. Good old Wim Jansen mocht in De Telegraaf zijn gal spuien. De Telegraaf is er op een of andere manier alles aangelegen om alles bij het oude te laten. Je vraagt je soms af waarom er in tegenstelling tot andere sporten nog steeds niet gewoon is om met een videoscheidsrechter te werken, waarom ongewenst gedrag op en langs de lijn maar niet opgelost kan worden? Waarom toch zou het Nederlandse voetbal zo afgegleden zijn? Het is alsof deze subcultuur niet wakker wil worden. Voor de duidelijkheid, de wereld is veranderd. Blaas het stof van de planken en kijk eens kritisch naar je eigen sport, naar de organisatie van je eigen club en hoe jij binnen die organisatie als trainer, als coacht functioneert. Probeer eens uit de comfortzone te treden.

217d77e62ffc1866bc3bd5c866b47dbe

Zuigelingen selectie

Klokslag 7 uur ging het hek van het sportpark open. Ruim 27 moeders en een enkele verdwaalde vader duwde hun kinderwagen vlot door het hek naar binnen. Op het raam bij de kantine hingen de papieren. Ik moest mij, met Leroy, melden op veld 2, maar voor dat de selectietraining begon, eerst opwarmen in het clubhuis.

“Heeft u voor mij een kopje koffie en kan ik ergens de fles voor mijn zoontje warm maken?”
“Ik zal even een flesverwarmer voor u pakken. Bij de achterste tafels vindt u een paar stopcontacten.”
Ik kreeg een flesverwarmer mee, vulde ‘m deels met water en haalde de fles uit de sporttas. Leroy was vanmorgen al vroeg op en had voor het laatst vlak voor het slapen gaan zijn flesje gehad. Het was onverstandig om al wat brood of een potje Olvarit te geven vlak voor een zware training, maar wat lichters, gewoon een klein flesje Nutrilon werd geadviseerd.

Leroy was uitgenodigd voor een selectietraining van Barcalona. De club organiseerde door heel Europa selectietrainingen. Ouders konden hun zoontje hier voor opgeven. Je kreeg dan via email een uitnodiging met daarin een weblink naar een vragenlijst die je dan moest invullen. Vragen over, het geboortegewicht, de Apcar score, maar ook over de lengte van vader en moeder, of de ouders ook aan sport hebben gedaan en zo ja, op welk niveau, of het kind te vroeg, dan wel te laat was geboren. Het was een hele lijst met vragen. Na een week of vier kwam de uitnodiging.

Wij mochten met Leroy komen. Onze buren waren best teleurgesteld, want Klaas bleek niet goed genoeg. Sonja, Klaas’s moeder bleek te klein en wat ook meespeelde, zij had nooit op een beetje niveau aan sport gedaan. Ze kon fantastisch viool spelen, maar die ervaring telde niet mee.

 

babytopsport_1

Lees Meer

Mijn routeplan, doel of middel

Het opleiden van talenten gebeurd niet volgens één rechte lijn. Het is niet zo dat iemand die, met 5 jaar erg goed kan voetballen dan ook, met 18 jaar, in het Nederlands elftal speelt. In dat tussenliggende 13 jaar kan enorm veel gebeuren. Een talent kan tegen een dramatisch slechte trainer aanlopen, waardoor de lol die hij had in een keer op zeep wordt geholpen. Hij zou ook een enorme schop kunnen krijgen waardoor hij dusdanig letsel oploopt, waardoor hij nooit meer op niveau kan voetballen.  Hij zou ook een leuke vriendin tegen het lijf kunnen lopen, die hem wel erg leuk vindt maar dat voetbal echt niet. Kortom, onderweg kan er van alles gebeuren waardoor een talent niet alles er uit kan halen, uit zal halen, wat er in zit.

Als een kind start met zijn of haar sport zijn veel kinderen van ongeveer hetzelfde niveau. De teams zijn niet ingedeeld naar niveau, vriendjes bij vriendjes. Naar mate een kind langer sport, zullen er op een gegeven moment wel selecties gemaakt worden. De beste in het eerste, de iets minder goede spelers daar onder. De piramide wordt smaller. Talenten vallen op, mogelijk worden ze gescout, geselecteerd voor een regionaal selectieteam. De piramide wordt weer smaller. Uit dit selectiegroepje zullen er weer talenten zijn die opvallen, zij zullen misschien in aanmerking komen voor Jeugd Oranje, later Jong Oranje en misschien, heel misschien zullen zij ooit schitteren in het Nederlands team. Naar boven wordt de piramide iedere keer weer smaller. Iedere keer zullen er spelers, speelsters afvallen.

egipt_giza (1)

Lees Meer

Doelgericht

“Mannen, wat is het fantastisch om hier te staan, om jullie vanavond te mogen coachen, in dit stadion, tegen deze tegenstander! Het eerste vrouwenteam van Heerenveen, dat is een mooie tegenstander. Wat gaan wij doen vanavond?”
“WINNEN!!!” roepen een aantal spelers.
“Dat is mooi, met hoeveel gaan wij vanavond van Heerenveen winnen?”
“Met 0-3! denk Walter.”
“Nou, ik denk wel dat ze een keertje tegen scoren. Ik ga voor 1-2,” roept Casper.
“Dat is een mooi resultaat mannen, maar straks aan het eind van de wedstrijd, staat het 3-0 voor Heerenveen. Tobias, jij krijgt twee strafschoppen tegen en een onterechte vrije trap waar je werkelijk niets aan kon doen. Jij hebt wel vijftien fantastische reddingen verricht. Wat blijft jou dan na vanavond bij van deze wedstrijd?”
“Ja, natuurlijk die twee penalty’s en die vrije trap natuurlijk!”
“Dat is mooi zuur, want je speelde een fantastische wedstrijd!”
“Om te winnen van Heerenveen, is het belangrijk om een aantal zaken van dat team te weten. Wat weten wij van Heerenveen?”
“Nou, dat het vrouwen zijn!”
“Oké, eens wat weten wij nog meer?”
“Dat ze in de eredivisie spelen en met 1-0 van Ajax hebben verloren.”
“Ook goed, maar weten wij hoe zij spelen? Weten wij of zij met twee of met drie spitsen spelen bijvoorbeeld?”
“Geen idee, eerlijk gezegd!”
“Precies, dat weten wij niet. Dit is wel iets wat wij snel te weten moeten zien te komen. Verder, wat weten wij over ons eigen team? Dat is ook belangrijk!”
“Nou, jij zegt altijd breed staan, in de eigen opbouw.”
“Goed, maar wat is dan breed staan?”
“Helemaal op de zijlijn!”
“Klasse, Yassine, jou doel voor de eerste helft is, breed staan bij de eigen opbouw. Het krijt op je schoenen en ….. dat ga ik in de rust controleren.” Lees Meer